Saturday, 09 Dec 2023

Woede tegen Japan is essentieel voor het overleven van communisme

Commentaar

Vorige week was China’s negende nationale herdenkingsdag voor de slachtoffers van het bloedbad van 1937 in Nanjing. Als onderdeel van China hielden scholen op alle niveaus in Hongkong verschillende activiteiten om te rouwen om de slachtoffers. In 2021 werden scholen door het Education Bureau (EDB) verplicht om voor het eerst een herdenking te houden, maar dat leverde problemen op: sommige basisschoolleerlingen waren tot tranen toe geroerd door de door het EDB toegewezen documentaire over het bloedbad.

Dit jaar heeft de EDB nog steeds dezelfde film aanbevolen, maar de leraren eraan herinnerd dat dergelijk lesmateriaal onvermijdelijk een verontrustende inhoud bevat en met voorzichtigheid moet worden gebruikt.

Het onderwijsbestuur van Hongkong heeft nooit het gebruik van verontrustend materiaal op school aanbevolen. Waarom de uitzondering voor het bloedbad van Nanjing?

Waarom werd de nationale herdenkingsdag voor het bloedbad, gezien het vermeende historische belang ervan, niet onmiddellijk na de capitulatie van Japan ingesteld, maar 68 jaar later? En waarom vermeldde de inscriptie op het Monument voor de Helden van het Volk op het Plein van de Hemelse Vrede, geschreven in 1949, nooit het bloedbad en de “Oorlog van Verzet tegen Japanse Agressie”? Sinds 1949 bedankte Mao Zedong Japan juist meerdere malen voor de invasie in China.

De reden is simpel: de communisten hadden belang bij de Japanse invasie van China. In de eerste helft van de jaren dertig stonden de communisten op een laag pitje. Ze bleven vechten tegen belegeringen door de nationalistische regering, evacueerden hun basis in Jiangxi, verloren veel kracht na de Lange Mars, en pas bij het uitbreken van de Chinees-Japanse oorlog in 1937 werden ze eindelijk erkend door de nationalisten, waarbij een verenigd front werd gevormd en de communisten werden gereorganiseerd in het nationale leger.

Maar in plaats van tegen de Japanners te vechten, zoals zij beweerden, richtten de communisten zich op expansie in centraal China. Wat zij in 1937–45 deden was in overeenstemming met wat zij toen zeiden, namelijk 70 procent ontwikkeling (door uitbreiding van hun revolutionaire basis), 20 procent behandeling (conflicten met de nationalistische regering), en 10 procent strijd tegen Japan. Met andere woorden, de oorlog gaf de communisten de langverwachte kans om hun latere kracht op te bouwen.

Het is daarom niet moeilijk te begrijpen waarom de communisten nooit een spraakmakende herdenking van de oorlog en het bloedbad hebben gehouden nadat communistisch China was gevormd. Ze zagen zelfs af van het vragen van oorlogsherstel aan Japan.

De situatie veranderde echter na de Culturele Revolutie. Om haar legitimiteit te versterken, probeerden de communisten hun historische legitimiteit te consolideren door het nationalisme bij het volk te implanteren. De bevordering van de centrale rol van de Chinese Communistische Partij (CCP) in de verzetsoorlog tegen de Japanners wordt beschouwd als een onmisbare bron van legitimiteit, en de Chinezen werd gevraagd zonder twijfel te geloven dat de sleutel tot de overwinning in de oorlog de correcte ideologische en politieke lijn van de CCP was, die de heroïsche bijdrage van de communisten was aan de allereerste totale overwinning van het land in een anti-imperialistische oorlog in het moderne China, en die China’s historische ommekeer markeerde van nationale ramp naar grote verjonging.

Indoctrinatie van anti-Japanse sentimenten wordt verplicht in het onderwijs, alsof de oorlog nog steeds gaande is. De “Oorlog van Verzet tegen Japanse Agressie” is voor de CCP zo belangrijk dat zij het beginjaar ervan herzien en er 1931 van maken in plaats van 1937, zodat zij het verhaal van een langere historische periode kunnen monopoliseren en de traditionele slogan “Geen CCP, geen Nieuw China” op hun manier beter kunnen rechtvaardigen.

Voor de communisten betekent dit dat wie de zelfverklaarde rol van de CCP in de oorlog in twijfel trekt, de misdaad van het historisch nihilisme heeft begaan en de helden, leiders en mensen met een of andere bijbedoeling heeft besmeurd. In een publicatie van de academie voor sociale wetenschappen van de CCP wordt toegegeven dat de kritiek op het historisch nihilisme van belang is voor de historische rechtvaardiging en legitimiteit van het regime.

Een bijkomend voordeel van het monopoliseren van het verhaal van de oorlog is dat het helpt om hun onheil tijdens de oorlogsperiode te verdoezelen, zoals de massale teelt van opium, waarvan de inkomsten bijna 80 procent uitmaakten van het totaal van de Shaanxi-Gansu-Ningxia grensregering.

Het is duidelijk dat de herdenkingsdiensten voor het bloedbad van Nanjing en alle andere oorlogsgerelateerde incidenten niet louter bedoeld zijn om geschiedenis te leren, maar om een ideologie op te bouwen en te consolideren die de legitimiteit van het wankele Chinese communistische regime moet rechtvaardigen. Dit is zeker een soort hersenspoelonderwijs waarbij een gevoel van onbetwistbare loyaliteit aan de partij in de geest van het volk wordt ingeprent. Dit is de wanhopige laatste strijd van de CCP voor haar definitieve ondergang. Ouders en studenten moeten onthouden dat ze op school les krijgen met een politiek doel, en alles wat ze leren moet worden gecontroleerd.

De meningen in dit artikel zijn de meningen van de auteur en komen niet noodzakelijk overeen met die van The Epoch Times.

Gepubliceerd door The Epoch Times (18 december 2022): Anger to Japan Is Key to Communist Survival

Absurditeit van de Culturele Revolutie bereikt nu ook Hongkong

De geschiedenis van de Chinese Communistische Partij staat bol van de verboden onderwerpen, met als voornaamste ongetwijfeld de Culturele Revolutie.

In de jaren tachtig, vlak na de publicatie van de “Resolutie over bepaalde historische kwesties van de Partij sinds de oprichting van de Volksrepubliek China” tijdens een commissievergadering van de CCP in 1981, waarin de Culturele Revolutie als “totaal verkeerd” werd gekarakteriseerd, was de Chinese samenleving relatief vrij en verschenen er een aantal historische werken over de Culturele Revolutie, waaronder “Turbulent decennium: De geschiedenis van de culturele revolutie” geschreven door de politicoloog Yan Jiaqi en zijn vrouw Gao Gao. Het werd in Hongkong heruitgegeven door Ta Kung Pao. De verspreiding van het artikel werd echter verboden na de studentenprotesten en het bloedbad op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989, omdat de auteurs door de CCP werden bestempeld als de “meesterbreinen” achter de protesten.

Neem bijvoorbeeld Qu Yuan, een beroemd dichter en politicus uit de staat Chu tijdens de periode van de ‘Strijdende Staten’ (476 BC-221 BC), die een unie van zes staten tegen de Qin steunde. Hij werd door de Rode Garde ervan beschuldigd, een “neppatriot” te zijn die zich bezighield met de “Zeven Chinezen”-samenzwering en zich verzette tegen de historische trend van “Eén China”, vertegenwoordigd door de Qin, die China spoedig zou verenigen door de andere staten te annexeren.

Een ander voorbeeld betreft Wing On (letterlijk vertaald als eeuwige vrede), een warenhuis in Hongkong met filialen in Hongkong en Shanghai. De Rode Gardisten uit Shanghai vonden dat de naam Wing ‘niet reactionair’ klonk en dat de naam daarom vervangen moest worden. Ze overwogen opties als ‘Eeuwige Strijd’ en ‘Eeuwig Rood’, en gaven eigenlijk de voorkeur aan ‘Eeuwige Chaos’, omdat Lin Biao, toen de tweede belangrijkste leider naast Mao, had gezegd: “De wereld zal in grote chaos verkeren, hoe chaotischer hoe beter.”

Waarom wordt de Chinese geschiedenis geschreven op een manier waarbij nationale catastrofes belachelijk worden gemaakt? Zijn er soortgelijke boektitels, zoals. Grappen over Nazi Duitsland? Ik betwijfel het. Deze kennelijk unieke Chinese manier van geschiedenis schrijven verdient een nadere beschouwing.

In het voorwoord van een van de boeken die ik voor me heb, schrijft de schrijver Liu Shahe: “Ik denk dat de culturele revolutie een klucht is waarmee gelachen zou moeten worden in plaats van een serieuze discussie aan te gaan om zwart van wit te onderscheiden: ….”. Al het lijden bleek een waanzinnige droom te zijn. Idioten worden wakker met een goed gevoel over zichzelf, en denken dat ze wakker genoeg zijn om allerlei opmerkingen erover te maken, wat eigenlijk dom is.” Wat hij hiermee bedoelt is dat de Culturele Revolutie, de Chinese Communistische Partij (CCP), China en het Chinese volk moeilijk te doorgronden zijn, en het is veel te vroeg om te zeggen dat de manier van denken tijdens de Culturele Revolutie niet langer meer bestaat.

In feite ging de Culturele Revolutie niet alleen over politieke strijd. In wezen was het een dagelijkse manier van leven geworden. Hier volgt een anekdote over een bleke patiënt die wankelend in een bus stond. Een jongeman in zijn buurt werd aangeraden zijn plaats af te staan. De jongeman zei: Wie kan het zich veroorloven een politieke fout te maken? Het is niet erg om mijn zitplaats op te geven, maar iemands kont behoort ook tot een bepaalde klasse. Wie kan bewijzen dat hij geen landheer is, een rijkaard, een contrarevolutionair, een slecht element, een rechtsmens, een spion, een verrader, of een stinkende intellectueel? Iedereen in de bus was sprakeloos.

Is zo’n manier van denken niet absurd? Absurditeit vind je nu overal in China, aangezien de politiek tot in alle uithoeken van de samenleving doordringt. En aangezien Hong Kong nu deel uitmaakt van China, heeft deze absurditeit zich nu ook verspreid naar deze voormalige Britse kolonie. Onlangs werden 14 middelbare scholieren voor drie dagen geschorst omdat zij hun ontbijt bleven opeten toen de nationale vlag tijdens een ochtendceremonie werd gehesen. Hoewel het verhaal door de school en de leerlingen op verschillende manieren wordt verteld, is het vrijwel zeker dat deze onevenredig zware, zo niet ongekend zware straf een politiek karakter heeft.

Een dergelijke absurditeit doet denken aan een populaire anekdote uit de periode van de Culturele Revolutie. Bij veel strijdbijeenkomsten zaten de deelnemers op de grond, en sommigen zaten op een krant. Toen later bleek dat sommigen hierdoor ongewild op een foto van Mao zaten, werden zij onmiddellijk omgedoopt van “deelnemers” tot “slachtoffers” van de bijeenkomst en bestempeld als “contrarevolutionairen”.

Hongkongers zijn dol op de mop met de schoonfamilie: “Als je moeder en ik in het water vallen, wie red je dan als eerste?”. Wanneer ouders in het huidige Hongkong een school voor hun kinderen overwegen, kunnen zij een directeur op dezelfde manier vragen: “Als de nationale vlag en mijn kind in het water vallen, wie redt u dan het eerst?”. Het is hoofst onwaarschijnlijk dat een directeur zou antwoorden: “Ik zou eerst het kind redden”, aangezien dit de school een krantenkop kan opleveren in een van de angstaanjagende linkse kranten en dit zou op zijn beurt politieke problemen kunnen opleveren.

Hoewel er geen “correct” antwoord op deze vraag mogelijk is, moeten dergelijke vragen toch worden gesteld omdat zij ons ten minste de realiteit onder ogen doen zien dat een school in Hongkong nu eenmaal geen veilige plek meer is.

De meningen in dit artikel zijn de meningen van de auteur en komen niet noodzakelijk overeen met die van The Epoch Times.

Gepubliceerd door The Epoch Times (14 oktober 2022): Cultural Revolution Absurdity is Coming to Hong Kong