Saturday, 25 May 2024

Het fundament van alle deugden is de hoop

Voor boeren is het de tijd waarin de aarde begint te herleven wanneer de grond, het zaad, het water en de zonneschijn zorgen voor groene scheuten die de hoop op een overvloedige oogst vertegenwoordigen. Voor christenen betekent de lente Pasen en de hoop op wederopstanding. Voor verloofden is het het traditionele seizoen voor het uitwisselen van ringen en beloftes in de hoop op een gezamenlijke toekomst. Voor kinderen brengt de lente niet alleen modderplassen om in te spetteren en het einde van het seizoen van de zware winterjassen, maar het is ook het begin van de zomer en het vooruitzicht van een lange, ontspannen periode zonder schoolbanken en schoolboeken.

En tijdens deze bijzondere lente van 2024 gebeurde er iets waardoor ik een les leerde over het doorgeven van hoop aan anderen.

Het verzoek van een vriend

Halverwege maart zei een vriendin, die elke dag lange uren doorbrengt als schrijfster en redactrice, in een e-mail dat ze meer stress had dan normaal, wat waarschijnlijk nog lichtjes was uitgedrukt. Ze was haar “schrijfmojo” kwijt, zei ze, en vroeg of ik tips had. Ik voelde me als een student die advies gaf aan een meester op gebied van woordenschat maar ik stuurde haar toch een paar ideeën toe. Ik adviseerde haar het volgende: Kies een onderwerp (om over te schrijven) dat los staat van je persoonlijke problemen, iets dat je kunt benaderen zonder dat emoties je in de weg zitten. Wees je ervan bewust dat stress en vermoeidheid hun tol eisen. Geef jezelf een deadline en houd je daaraan. Vergeet niet, vertelde ik haar, dat je veel familie, vrienden en collega’s hebt die je waarderen om je talent, je karakter en je goede aard.

Mijn vriendin reageerde de volgende ochtend al, bedankte me en vertelde me dat mijn e-mail haar had opgevrolijkt en haar hoop had gegeven. Ze zei ook dat ze “echt aangemoedigd” was door andere vrienden en familieleden die zich achter haar hadden geschaard en haar diezelfde aanmoediging hadden gegeven.

Maar dat is hoe dit verhaal eindigde. Hier is hoe het allemaal begon.

Van hoop mijn eigen inspiratiebron maken

De afgelopen vijf jaar hebben deze dame en twee andere redacteuren die ik bewonder en die ik ook als vrienden beschouw, gevraagd dat de artikelen die ik ter publicatie indien, hoe somber het onderwerp ook is, de lezers toch steeds een sprankje hoop zouden moeten geven, hoe miniem ook. In de e-mails die we heen en weer stuurden, herinnerde ik mijn vriendin aan deze voorwaarde: “Je hebt me vanaf het begin aangemoedigd om hoopvolle artikelen te schrijven in plaats van artikelen die voortkomen uit wanhoop of woede. Dat laatste stukje dat ik voor je schreef, dat korte stukje over samenkomen met vrienden en picknicks en maaltijden met de familie, is slechts één voorbeeld. We zijn ons allemaal bewust van de duisternis die mogelijk op komst is – daarover zijn online veel artikelen te vinden – maar jij en de anderen hebben me geholpen om vooral te laten zien dat hoop een wapen is.”

En dus, ondanks de rellen in de VS in de zomer van 2020, de turbulente Amerikaanse verkiezingen in de herfst van 2020, het rampzalige beleid van COVID-19 en de inflatie en culturele onrust sindsdien, werd ik belast met de taak om mijn lezers een straaltje zonneschijn te brengen. Bijgevolg heb ik, op een paar uitzonderingen na, honderden artikelen geschreven over van alles en nog wat, van een vrouw die haar stervende man verzorgt, de verwarde toestand in onze scholen tot de lelijke en gevaarlijke verdeeldheid in de VS, en het was steeds mijn bedoeling om in die opdrachten om iets goeds te vinden, een beetje licht dat de lezers zou kunnen inspireren in plaats van ze depressief te maken.

Het resultaat? In mijn geval begon hoop een gewoonte te worden.

En de hoop die ik mijn vriendin bood? Ironisch genoeg kwam die in de eerste plaats van haar zelf, omdat zij er uiteindelijk op had aangedrongen dat ik artikelen zou gaan schrijven met de typerende kenmerken van levensvreugde en inspiratie.

Het verder doorgeven (van hoop)

Net als lentebloesems is hoop een balsem voor de ziel. (Biba Kayewich)

Hoop is besmettelijk – dat is een belangrijke les die ik deze lente opnieuw heb geleerd. Hoop kan van de ene persoon op de andere worden overgedragen, soms met slechts een simpel woord of gebaar. Het kan zich zelfs gedragen als een wisselstroom, die heen en weer gaat, zoals tussen mijn vriend en mij, en ons oplaadt wanneer we het nodig hebben.

Uitmuntende leiders kennen de waarde van deze deugd. President Ronald Reagan begreep bijvoorbeeld dat hoop en de gezondheid van ons land hand in hand gaan en maakte een einde aan de Amerikaanse malaise door zijn constante goede wil en getemperd optimisme. “The Great Communicator”, zoals Reagan soms werd genoemd, was een expert in het gebruik van een podium of een persconferentie om het publiek te inspireren.

De gelukkigen onder ons hebben persoonlijk iemand gekend – een coach op de middelbare school, een leraar of misschien een leidinggevende – die ditzelfde talent bezat om hoop en vertrouwen in te boezemen in de mensen om ons heen. Zonder deze bemoedigende mensen verliest het team, faalt de student en blijven de prestaties op de werkvloer middelmatig.

Deze hoop is overigens niet hetzelfde als blind optimisme. Zoals presidenten, coaches en alle andere leiders erkennen, komt hoop uit het hart en de onderbuik. Hoop ziet problemen en moeilijkheden met wijd open ogen tegemoet, erkent de strijd en de kansen tegen ons, maar geeft ons de kracht en het vermogen om het goede gevecht vol te houden in de hoop te winnen.

Het is vooral belangrijk om deze veerkracht en hoop door te geven aan onze jongeren, omdat dit vitale hulpmiddelen zijn voor hun mentale en spirituele welzijn. Jongeren kunnen iets over deze deugden leren in verhalen uit de literatuur en de geschiedenis, maar ze zullen deze waarden in de eerste plaats van ouders, grootouders en andere familieleden en mentoren leren. Deze volwassenen moeten zich scherp bewust zijn van hoe ze zelf reageren op tegenslag en wat ze zeggen en doen wanneer ze geconfronteerd worden met tegenslag en rampspoed.

Negativiteit leidt tot cynisme en mislukking. Hoop is de moeder van succes.

Hoop als een wapen

Door wanhopig te doen, zoals sommigen over de huidige staat van onze samenleving praten, heb je de strijd in feite al verloren. Je kunt net zo goed de witte vlag hijsen, in een stoel op je veranda neerploffen en je tijd verdoen met mopperen over het einde van de democratie. Hetzelfde geldt voor persoonlijke zaken. Als je je eenmaal hebt overgegeven, pompt je hart nog steeds bloed door je lichaam, maar verder ben je in zombiemodus gegaan, net zo dood voor het leven als een van die arme drugsverslaafden die tegenwoordig op straat leven.

Maar als het middaguur zo donker lijkt als pek, als we aan het eind van ons Latijn zijn of als voortbewegen aanvoelt als waden door een moeras, is hoop de deugd der deugden die ons op de been houdt. Het is het zwaard en schild dat de draak der wanhoop afweert.

En toch is het het vreemdste wapen ter wereld. Als we hoop weggeven aan anderen, wordt het nog overvloediger en sterker in ons. Als we merken dat de kracht ervan afneemt, kan de hoop toch opnieuw opflakkeren door een simpel woord van een vriend of zelfs van een vreemde. Sterker nog, als we al aan hoop denken, stellen we het ons waarschijnlijk niet voor als een roestvrijstalen mes, maar eerder als Emily Dickinson’s gedicht waarin hoop wordt afgeschilderd als een vogeltje wiens lied “zoveel mensen warm heeft gehouden”.

De lente zorgt voor bloesems en bloemen in onze achtertuin. Hoop, in welk seizoen dan ook, heeft een gelijkaardig effect op onze ziel.

Origineel gepubliceerd op The Epoch Times (2 april 2024): The Bastion of All Virtues Is Hope

5 geschenken die kinderen ons geven

In “Why Bother Having Kids?” begint Jim Dalrymple, een schrijver voor het Institute for Family Studies, zijn artikel met gelijkaardige opmerkingen van paus Franciscus en Elon Musk. Twee heel verschillende publieke figuren, dat wel, maar nu de geboortecijfers in zoveel landen dalen, vooral in de meer welvarende, geloven beide mannen dat de wereld meer baby’s nodig heeft.

Paus Franciscus zegt dat zonder kinderen “de beschaving veroudert,” terwijl dhr. Musk dat idee onderschrijft: “Als mensen geen kinderen meer krijgen, zal de beschaving afbrokkelen.”

Misschien wel, maar Dalrymple verwerpt wat hij het “Sociale Zekerheidsargument” noemt.

“Wie gaat er kinderen krijgen om de sociale zekerheid te redden (of de economie in het algemeen)?” vraagt hij. “Niemand.”

Dalrymple stelt vervolgens verschillende andere motiverende factoren voor het krijgen en opvoeden van kinderen voor. Zo zijn ze een investering in de oude dag, wat betekent dat senioren hun nakomelingen opzoeken om voor hen te zorgen, en de kind-ouderrelatie is “een essentiële menselijke ervaring.”

Dit zijn geldige redenen om kinderen te krijgen en op te voeden, maar het zijn nog steeds grote argumenten die waarschijnlijk niet de harten zullen winnen van koppels die het ouderschap overwegen. Laten we, om antwoord te geven op de vraag van Dalrymple “Waarom zou je moeite doen om kinderen te krijgen?”, eens kijken naar de geneugten en voordelen die kinderen de rest van ons bieden en die iets dichter bij huis liggen.

Van de wieg tot het afstuderen op de middelbare school en daarna, brengen kinderen een leven lang vreugde. (Biba Kayewich)

Je eigen realityshow

Laten we beginnen met een paar momentopnamen.

De baby die voor het eerst lacht. De peuter in luiers en een rompertje dat op en neer stuitert op kerstmuziek. De eerste schooldag. De 12-jarige die een tweehonkslag slaat en het winnende punt binnenhaalt. De tweedejaars op de middelbare school die haar hart breekt. De jongen die als man terugkeert van het trainingskamp. De dochter die door het gangpad loopt om haar trouwgeloften uit te spreken.

Dit zijn slechts enkele hoogtepunten uit de beste realityshow ter wereld. Die show gaat zelfs door nadat de acteurs het huis hebben verlaten en de wijde wereld van de volwassenheid zijn ingestapt. Ouders, grootouders, tantes, ooms en andere mentoren die dicht bij een kind blijven, zullen een levenslange reeks van komedies, tragedies en alles daartussenin meemaken.

Als je betrokken bent en blijft, maak je deel uit van een krachtig en prachtig schouwspel.

IJsbrekers

Neem een baby mee naar de supermarkt en de kleine schat trekt mensen naar je toe als een magneet. Rijd je 8-jarige naar zijn voetbalwedstrijd en terwijl hij het veld op en neer rent, sta jij aan de zijlijn naar het team te kijken en met andere ouders te praten. Je dochter speelt in “De Notenkraker” en tijdens haar lessen en repetities raak je bevriend met de ouders en familieleden van de andere dansers.

Als je nieuwe vrienden wilt, zullen kinderen ze je brengen.

Opgroeien

Als volwassenen een kind helpen volwassen te worden, worden ze zelf ook volwassen. Het proces is veel subtieler voor de ouder of mentor dan voor het kind, maar al die kleine daden van verantwoordelijkheid en momenten van angst laten volwassenen net zo zeker rijpen als kinderen.

In de prachtige oude roman “Good Morning, Miss Dove,” een no-nonsense schoolmoeder met fundamentele principes, lijdt “de verschrikkelijke Miss Dove,” aan een levensbedreigende ziekte waarvoor een operatie nodig is. Terwijl ze ligt te mijmeren in haar ziekenhuisbed, realiseert ze zich dat de kinderen die ze al die jaren les heeft gegeven, nu volwassen zijn en voor haar zorgen, van haar zijn gaan houden, en zij van hen.

Het onderwijzen en spiegelen van de deugden aan kinderen zoals Miss Dove deed, versterkt deze deugden in ons, terwijl de verantwoordelijkheden die gepaard gaan met het zorgen voor anderen – onze kinderen, onze bejaarde ouders, onze vrienden – werken als desem voor grotere volwassenheid.

Wij helpen kinderen opgroeien. Kinderen doen hetzelfde voor ons.

Het vervolg is net zo goed als het origineel

Deze is voor grootouders. Je hebt er tijd in gestoken en er alles aan gedaan om je kinderen op te voeden tot principiële, solide volwassenen en je inspanningen hebben vruchten afgeworpen. Je volwassen zonen en dochters maken je trots.

En nu hebben die kinderen zelf kinderen.

Voor veel grootouders begint hier het echte plezier. Je kunt niet alleen putten uit de ervaringen die je als ouder hebt opgedaan, je successen en mislukkingen, maar de stress en spanning die je als vader of moeder voelde, verdwijnen. Deze keer kun je een balletje slaan in de achtertuin zonder je zorgen te maken of de kinderen hun huiswerk wel hebben gemaakt of zonder enige reden limonade schenken. En als je je ooit een superheld hebt willen voelen, dan is dit je kans.

“Wat een koopje zijn kleinkinderen toch!” zegt komedieschrijver Gene Perret. “Ik geef ze mijn kleingeld en zij geven me een miljoen dollar plezier.”

Monumenten van de liefde

Veel kleinkinderen zullen zich de herinneringen aan hun grootouders waarschijnlijk lang herinneren. (Biba Kayewich)

Verschillende mensen die ik goed ken hebben zelf geen kinderen, waaronder twee goede vrienden. “Oom John is de officieuze peetvader van de acht kinderen van mijn dochter. Met uitzondering van de pasgeborene is hij een sleutelfiguur in hun leven. Hij geeft zakken vol lekkers als hij op bezoek komt, speelt urenlang kaart met ze en luistert naar iedereen, van de 6-jarige tot de pas afgestudeerde. John’s familieleden noemen deze levendige groep “zijn tweede familie”.

Mijn andere vriendin brengt haar passie voor mentorschap en moederschap over op haar jonge familieleden en op de zondagsschoolklassen in de binnenstad die ze leidt. Net als John helpt ze kinderen zich te ontwikkelen. En net zoals mijn kleinkinderen zich John de rest van hun leven zullen herinneren, zullen ook deze kinderen deze vrouw in hun herinneringen meedragen zolang ze leven.

Net als mijn twee vrienden hebben wij allemaal die met kinderen te maken hebben de kans om onze stempel te drukken op de toekomst en de wereld, en de herinneringen en lessen die we achterlaten worden onze monumenten.

“Het dansen van mijn grootouders op mijn bruiloft was een van de mooiste dingen die ik ooit heb gezien.” “Tante Ginny vertelde me keer op keer om altijd hard te werken en nooit op te geven.” “Mijn vader leerde me vissen, net zoals ik jou leer.” “Mijn moeders vriendin Sadie Beth kon me altijd beter laten voelen, hoe vreselijk ik me ook voelde. Laat me je een Sadie Beth knuffel geven.”

De kinderen die we hebben opgevoed en begeleid zullen ons levend houden na het graf. Als we het beste deel van onszelf met hen hebben gedeeld, zullen we in hen en hun nakomelingen leven, lang nadat wij er niet meer zijn.

Op deze manier is liefde echt sterker dan de dood.

Origineel gepubliceerd op The Epoch Times (6 februari 2024): 5 Gifts That Children Give Us

 

 

Boomers, Ons land heeft jou nodig: Hoe senioren kunnen helpen bij het herstellen van onze samenleving

In het leger van Napoleon Bonaparte stond de Oude Garde op een voetstuk. Het waren veteranen met minstens 10 jaar dienst en minstens drie veldtochten achter de rug, die ervaring hadden in gevechten en die voldeden aan bepaalde bovengemiddelde lengtevereisten. In ruil daarvoor droegen ze speciale uniformen, met name berenmutsen om ze groter te doen lijken, en genoten ze van privileges en hogere lonen.

Ze dienden als voorbeeld van militaire uitmuntendheid voor hun medesoldaten en waren strijders in laatste linies, waarbij hun moed en ervaring een nederlaag toch nog in een overwinning kon omzetten.

In het licht van de huidige politieke en culturele oorlogvoering, met zijn bittere verdeeldheid over ras, klasse, religie en ga zo maar door, valt het me op dat wij Westerlingen momenteel onze eigen Oude Garde zouden kunnen gebruiken. Deze soldaten zouden echter geen uniformen dragen en hun lengte zou niets uitmaken, maar idealiter zouden het veteranen zijn van zwaar bevochten conflicten die gaandeweg een aantal dingen geleerd hebben die ze aan de rest van ons kunnen overbrengen.

Gelukkig staat er in ons huidige tijdperk van chaos een heel leger van deze Oude Gardisten klaar om deze oproep te beantwoorden.

Wie we zijn

Het woord “veteraan” komt van het Latijnse woord “vetus”, wat oud betekent. In de Verenigde Staten verwijst de term “ouderen”, meer botweg “oude mensen” genoemd, normaal gesproken naar diegenen die 65 jaar of ouder zijn. Een volkstelling in de VS onthulde in 2020 dat deze groep, waartoe ik al zeven jaar behoor, bijna 17 procent van de bevolking uitmaakt. Sommigen van ons zijn met pensioen; sommigen blijven werken. Een aantal wonen in herenhuizen, de meesten bezitten of huren hun woningen, en sommigen onfortuinlijken leven op straat. De overgrote meerderheid van deze senioren heeft kinderen en kleinkinderen.

Oudere generaties kunnen de jongere generaties veel wijsheid en begeleiding bieden. (Biba Kayewich)

Velen van hen herinneren zich, net als ik, de Cubaanse Raketcrisis van ’62, toen de wereld op de rand van een kernoorlog balanceerde. We herinneren ons waar we waren toen we hoorden van de moord op president John F. Kennedy. Sommigen van ons vochten in Vietnam, terwijl anderen protesteerden tegen die oorlog in onze steden en op onze universiteitscampussen. We keken vol ontzag toe toen Amerikanen op de maan liepen en waren 20 jaar later verbaasd toen de Sovjet-Unie instortte. We hebben economische hoog- en laagconjunctuur meegemaakt, we hebben rages zien komen en gaan en we hebben geprofiteerd van medische en technologische wonderen die een eeuw geleden nog ondenkbaar waren.

Kortom, net als de Oude Garde van Napoleon zijn onze senioren in feite doorgewinterde soldaten. We hebben al heel wat meegemaakt en op dit moment zijn onze diensten hard nodig.

De puinhoop waar we ons in bevinden

“Vraag niet wat je land voor jou kan doen”, zei president Kennedy bij zijn inauguratie in 1961. “Vraag wat jij voor je land kunt doen.”

In datzelfde jaar sprak Ronald Reagan de volgende woorden over vrijheid, een bewoording die hij later in verschillende belangrijke toespraken zou blijven herhalen:

“Vrijheid is nooit meer dan één generatie verwijderd van uitsterven. We kunnen het niet via de bloedbaan aan onze kinderen doorgeven. De enige manier waarop zij de vrijheid kunnen erven die wij hebben gekend, is als wij ervoor vechten, het beschermen, het verdedigen en het dan aan hen overhandigen samen met de goed bevochten lessen over hoe zij in hun leven hetzelfde moeten doen. En als jij en ik dit niet doen, dan zullen jij en ik misschien onze laatste jaren doorbrengen met het vertellen aan onze kinderen en de kinderen van onze kinderen hoe het ooit was in Amerika toen de mensen nog vrij waren.”

Het wegeroderen van de idealen die door deze twee mannen zijn geuit – dienstbaarheid aan onze medeburgers en de bevordering en verdediging van vrijheid – vormen de kern van het huidige culturele en politieke tumult. We raken zo verstrikt in de maalstroom van dagelijkse gebeurtenissen dat we het grote geheel niet meer kunnen bevatten – de echte hoofdzaken die het belangrijkst voor ons zijn.

Dat brengt me bij degenen onder ons die oud zijn.

“Aan wie veel gegeven is, wordt veel gevraagd.” Deze veelgeciteerde bijbelse uitspraak is van toepassing op ons allemaal, vooral nu, als babyboomers. We zijn een generatie die talloze kansen, rijkdom en zegeningen heeft verworven. We hebben nu het grote geluk om in een tijd en op een plek te leven waar we iets terug kunnen geven voor de voordelen waar we zo lang van hebben kunnen genieten.

En door dat te doen, zouden we wel eens het hechtmiddel kunnen worden die onze samenleving weer zal samenbrengen.

De kleinigheden stapelen zich op

Natuurlijk nemen al veel oudere Amerikanen stappen om de wereld en hun land een betere plek te maken. Ze leren schaken aan kinderen, begeleiden jonge getrouwde stellen in de kerk, werken als waarnemers bij verkiezingen en verrichten talloze andere vrijwilligersdiensten. Degenen met wat geld kunnen bijdragen aan goede doelen. De meesten van ons bieden persoonlijke diensten aan families, vrienden en buren, zoals oppassen op de kleinkinderen terwijl de ouders aan het werk gaan of een hulpbehoevende buur naar de supermarkt brengen.

Deze kleine daden van liefdadigheid nemen toe binnen onze cultuur. Dit zijn de moeren en bouten, die het geheel samenhouden. Wanneer we ons inzetten met dit soort inspanningen, hoe klein ook, helpen we een cultuur van goedheid en zelfs liefde te creëren.

Bovendien kunnen we allemaal een voorbeeld van beschaving zijn door ons gedrag, door de manier waarop we ons kleden, ons onthouden van grof taalgebruik en de wereld rondom ons dagelijks begroeten met een geest van goedheid. We kunnen het goede voorbeeld geven.

Misschien wel het allerbelangrijkste is dat we van de jongeren houden – degenen onder de 40 jaar. We kunnen dit doen door cynisme te vermijden en generatiegebonden goedkope opmerkingen af te wijzen. Mopperige oude mannen en nukkige oude vrouwen zijn misschien grappig in films, maar in het echte leven zijn ze meestal onaangenaam. Een 30-jarige ouder heeft helemaal geen behoefte aan het voortdurende geklaag van haar grootmoeder, in de zin van: “Ik zou het verschikkelijk vinden om kinderen op te voeden in deze tijd”, en niemand ziet een positieve boodschap in een bumpersticker met daarop de slogan: “Ik geef de erfenis van mijn kinderen uit.”

We realiseren ons misschien niet altijd dat jongeren vaak net zo in de war zijn en heen en weer worden geslingerd door de onrust in onze cultuur als wij. Oudere volwassenen die lang genoeg hebben geleefd om in aanmerking te komen voor een pensioen, zouden de wijsheid moeten hebben om in de jongeren – ongeacht de piercings, tatoeages of hun wilde overtuigingen – een menselijke ziel te zien die verlangt naar verbinding en waarheid.

Zowel links als rechts kijken

“Een oprechte soldaat,” schreef G.K. Chesterton in 1911, “vecht niet omdat hij haat wat er zich voor hem bevind, maar omdat hij houdt van wat achter hem ligt.”

Als we een metafoor maken van Chesterton’s uitspraak, zouden we kunnen zeggen dat de meesten van ons, ongeacht onze politieke overtuigingen, de dingen uit het verleden willen verdedigen, liefhebben en willen zien dat ze worden voortgezet in het heden en de toekomst.

Wat betreft het vormgeven van die toekomst, zouden we moeten strijden niet vanuit haat of angst, maar vanuit hoop, de wens om de wereld een betere plek te maken voor degenen die na ons komen. De meesten onder ons zullen moeten vechten als ‘schermutselaars’ om deze toekomst waar te maken, als individuen die ernaar streven om het dagelijks leven een beetje draaglijker, een beetje beschaafder te maken.

Zorg dat we genoeg van deze ‘schermutselingen’ winnen en dan winnen we de oorlog.

Gepubliceerd door The Epoch Times (20 november 2023): Boomers, Uncle Sam Wants You: How Seniors Can Help Repair Civilization

 

Een naderende storm? Bereid je voor op 2024

Nu we het nieuwe jaar ingaan, zijn er steeds meer commentatoren die rode vlaggen uitdelen in plaats van welkomstmatten.

Een typisch voorbeeld van deze columns, hoewel ze inzichtelijker zijn dan de meeste, is Jeffrey Tucker’s “Apocalyps in the Air“. Hij wijst op de verschrikkelijke mogelijkheden voor 2024 die vandaag de dag in “privékringen” worden besproken, waaronder klimaat- en terrorisme lockdowns, hulpbronnen die worden uitgeput door illegale migranten en rellen in verband met de komende verkiezingen. Hij beschrijft de enorme schade die al is aangericht aan het vertrouwen dat we ooit in onze instellingen stelden – de overheid, scholen, bedrijfsmedia en de wet. De heer Tucker schrijft vervolgens:

“We geloven niet meer in wat was en er hangt een alomtegenwoordige angst in de lucht over wat het is om te zijn. Wat het nog erger maakt, is dat er ook een groeiend gevoel is dat we er hoe dan ook niets aan kunnen doen. Natuurlijk kunnen we stemmen, maar het is niet langer duidelijk of dat iets uitmaakt. Voor de rest zijn er weinig of geen mechanismen om het heft in eigen handen te nemen en dit schip dat we ooit beschaving noemden te repareren.”

Misschien hard, maar de heer Tucker heeft gelijk. Wij, als individuen, hebben inderdaad niet de middelen om de koers van dit schip waarop we allemaal varen te corrigeren of, erger nog, om het helemaal van de ondergang te redden. Maar hier is een beetje goed nieuws. Dit staatsschip heeft een overvloed aan reddingsboten aan boord en de kapiteins van deze kleinere vaartuigen zijn overal. Als je een van deze potentiële schippers wilt ontmoeten, stop dan hier met lezen en ga naar de dichtstbijzijnde spiegel in je huis.

Over het hoofd geziene benodigdheden

In het geval van een natuurramp of een door de mens veroorzaakte catastrofe vullen hardcore preppers hun kelders met voorraden voedsel, medicijnen, munitie en andere goederen die ze essentieel achten. Hoewel de meesten van ons niet zo ver gaan, moeten we op z’n minst een aantal basisbenodigdheden bij de hand houden om een kortstondige crisis te doorstaan. Advies over het samenstellen van een noodpakket of de aanschaf ervan is gemakkelijk online te vinden.

Noodzakelijkerwijs ontbreken er echter enkele items in deze kits die net zo essentieel zijn voor ons welzijn als zaklantaarns, zakmessen en blikken soep. In de minderheid door een Frans leger en op de rand van de strijd, verklaart Shakespeare’s Henry V: “Alle dingen zijn klaar als onze geest zo is”. Zoals alle goede bevelhebbers begrijpt de koning het vitale belang van moreel voor de overwinning, een goed dat je niet zult vinden in een overlevingspakket.

Hoe staat het met ons moreel en onze innerlijke standvastigheid? Als 2024 de rampspoed brengt waar zoveel waarnemers zich vandaag zorgen over maken, zullen we dan in ons hart en in onze geest klaar zijn om die uitdagingen aan te gaan?

Ouders die hun kinderen verhalen vertellen van mannen en vrouwen die tegen grote verwachtingen in zegevierden, helpen om moed, lef en deugdzaamheid te bevorderen. (Biba Kayewich)

Esprit de Corps

Om voorbereid te zijn op wat voor stoten 2024 ons ook kan toebrengen, moeten we ons hoofd harder maken. Denk eens aan het bootcamp van het Korps Mariniers van vroeger. Die instructeurs van Parris Island waren er niet alleen op uit om hun rekruten fysiek fit te maken. Door voortdurende indoctrinatie brachten ze deze jonge mannen trots en doelgerichtheid bij. Ze wilden mariniers die bestand waren tegen de ontberingen van de strijd en de mannen die ze voortbrachten konden die hitte en nog meer aan op slagvelden als Belleau Wood, Iwo Jima en het Chosin Reservoir.

Net als die mariniers hebben we een mentaliteit nodig die ons op de been houdt en vooruit helpt als het moeilijk wordt. We hebben zelfindoctrinatie nodig, mentale en spirituele inentingen tegen wanhoop en nederlaag. Gelukkig zijn deze medicijnen binnen handbereik en hoeven ze niet voorgeschreven te worden.

Lees romans over mensen die moeilijke tijden hebben doorstaan, zoals “Jonge pioniers” van Rose Wilder Lane, en deel ze met je kinderen. Bestudeer de verhalen van mannen en vrouwen die in het verleden tegen tirannie vochten, zoals “John Adams” van David McCullough. Leer je kinderen de daden van Theodore Roosevelt, Amelia Earhart, Booker T. Washington en een van de honderden andere Amerikaanse helden. Kijk naar films waarin de helden zegevieren tegen de grote verwachtingen in. Luister naar podcasts over moed, lef en deugd.

Doe deze dingen en je voegt stenen en mortel toe aan je innerlijke fort van moed en veerkracht.

Ellende heeft gezelschap nodig

Een sneeuwstorm schakelt je stroom uit en je buurman klopt aan en nodigt je uit om te genieten van de warmte van zijn houtkachel. Een oudere vriendin maakt een zware val en jij biedt aan om boodschappen op te halen en te bezorgen tot ze weer gezond is. De overheid sluit weer scholen en stuurt kinderen naar huis om via de computer te leren. Jij en een paar vrienden verzetten zich tegen dit mandaat en openen een co-op voor jullie kinderen.

Vrij vertaald uit het Frans betekent “Sauve qui peut” “Red jezelf als je kunt”. In het Engels wordt het gebruikt om een stormloop te beschrijven, een algemene paniek, een stormloop naar veiligheid. En bij een ramp is het zeker een recept voor mislukking en ontbering.

We hebben andere mensen nodig en zij hebben ons nodig. Wees niet te trots om hulp te vragen als dat nodig is en schroom niet om hulp aan te bieden als je iemand ziet worstelen. Deze gedeelde gelegenheden versterken niet alleen onze band met anderen, ze houden ook ons eigen gevoel van menselijkheid intact.

De kracht van binnen

In de film “Chariots of Fire” spreekt de Schotse hardloper Eric Liddell, een vroom christen die ooit missionaris zou worden, een menigte toe nadat hij een race heeft gewonnen. Aan het einde van zijn korte toespraak, waarin hij het geloof vergelijkt met het rennen van een race, zegt hij: “Ik heb geen formule om de race te winnen. Iedereen loopt op een eigen manier of op zijn eigen manier. En waar komt de kracht vandaan om de race tot het einde toe te volbrengen? Van binnenuit.”

Onze eigen kracht om onze weg door problemen te vinden komt van dezelfde plek.

Samen met vrienden, familie en echte en fictieve voorbeelden zal een geloof in iets waardigs en goeds buiten onszelf cruciaal zijn als zware tijden en tegenspoed Route 2024 komen binnenstormen. Misschien zijn we net zulke gelovigen als Liddell. Misschien zijn we beoefenaars van een filosofie zoals het stoïcisme, dat tegenwoordig erg populair is. Misschien leven we volgens een code van eer en goedheid, volgelingen van klassieke deugden als voorzichtigheid, matigheid, standvastigheid en rechtvaardigheid.

Als we ons geloof en onze hoop vestigen op iets dat aanbidding verdient, zal dat vuur in ons hart ons pad verlichten.

Hier is één voorbehoud op zijn plaats, vooral met het oog op het komende verkiezingsjaar. We kunnen dit vertrouwen stellen in mensen die we kennen en liefhebben, maar we mogen nooit dezelfde mate van toewijding aan politieke kandidaten of partijen geven. Overal om ons heen zien we vandaag de dag de afschuwelijke verwoesting die wordt aangericht door ware gelovigen die van politiek hun god maken.

Aan het einde van “Apocalyps in the Air” schrijft Tucker: “Dit alles wil zeggen dat wanhoop niets bereikt, terwijl hoop ons motiveert om de ware betekenis van ons leven te vinden en te realiseren.”

Wat voor beproevingen 2024 ook mag brengen, of het nu gaat om een persoonlijk verlies of een publieke ramp, de hoop waarover de heer Tucker spreekt is – samen met geloof en naastenliefde jegens anderen – de vlam die ons pad naar de toekomst kan verlichten, hoe donker en onheilspellend het ook is.

Gepubliceerd door The Epoch Times (3 januari 2024): A Gathering Storm? Preparing Yourself for 2024

Ja, we willen dat onze leiders moreel zijn

Een nationale peiling uitgevoerd door Harris X in de zomer van 2023 toonde aan dat een meerderheid van de Amerikanen vond dat politici zich meer zouden moeten richten op moreel leiderschap dan op praktische resultaten. Op de tweede vraag “Wat associeert u het meest met moreel leiderschap?” selecteerde een meerderheid van Democraten, Republikeinen en Onafhankelijken vertrouwen en eerlijkheid bovenaan de lijst.

Daar hield de verdere overeenstemming op. Uit de lijst die de enquêteurs gaven, associeerden Democraten moreel leiderschap het meest met DEI (diversiteit, gelijkheid en inclusie) en eerlijke behandeling van anderen. Republikeinen selecteerden familiewaarden en de idealen van de Founding Fathers. Onafhankelijken kozen familiewaarden als hun tweede associatie met moreel leiderschap en vervolgens goed versus fout als nummer drie.

Dus ja, Amerikanen willen morele leiders. Waar we van mening verschillen is de definitie van moreel.

Wat opvalt aan dit onderzoek is de afwezigheid van morele kwaliteiten die tot voor kort zouden hebben gediend om een deugdzame Amerikaan te definiëren. Net als de ondervraagden zouden eerdere generaties het ermee eens zijn geweest dat ethiek en visie de leidraad moeten vormen voor praktische beslissingen en ook zij waardeerden eerlijkheid en betrouwbaarheid in anderen. Maar hoewel ze het ermee eens zouden zijn geweest dat anderen eerlijk behandelen of de familie eren waardige maatstaven voor karakter waren, zouden ze eerst hebben nagedacht over een aantal meer fundamentele deugden die als bewonderenswaardig in een publiek figuur zouden worden gekwalificeerd.

Laten we er vier bekijken.

De moed van overtuiging

“Wat er nu ook gebeurt, ik heb mijn leven aan God te danken en zal proberen Hem te dienen op elke manier die ik kan.”

Twee weken nadat hij op 30 maart 1981 bijna was omgekomen bij een moordaanslag, schreef Ronald Reagan deze woorden in zijn dagboek. Tijdens zijn verblijf in het ziekenhuis had hij zo’n grote moed getoond, doorspekt met humor, dat de voorzitter van het Huis, de Democraat Tip O’Neill, het gevoel van veel Amerikanen vertolkte toen hij vol bewondering zei: “De president is een held geworden.”

President Ronald Reagan houdt zijn beroemde toespraak met de oproep: ” Dhr. Gorbatsjov, breek deze muur af!” bij de Brandenburger Tor in Berlijn, Duitsland, op 12 juni 1987. (Ronald Reagan Presidentiële Bibliotheek & Museum)

In “Tear Down This Wall: A City, a President, and the Speech that Ended the Cold War” vertelt Reagan-biograaf Romesh Ratnesar over de moed van de president na deze schietpartij, inclusief zijn dagboeknotitie, en geeft vervolgens een profiel van een ander soort moed die de president zes jaar later toonde.

Het was 12 juni 1987 en Reagan hield een toespraak bij de Brandenburger Tor aan de Berlijnse Muur. Hij sprak over vrijheid, over de Muur die de stad en Duitsland zelf verdeelde. Toen, verwijzend naar de secretaris-generaal van de Sovjet-Unie Michail Gorbatsjov, zei de president luid en met enige emotie: “Meneer Gorbatsjov, open deze poort!”. Hij wachtte tot het gejuich was weggeëbd en sprak toen de zin uit die tot in het hart van de communistische onderdrukking doordrong: “Meneer Gorbatsjov, breek deze muur af!”

Op 9 november 1989 viel de Berlijnse Muur en begonnen Oost- en West-Duitsland aan hun hereniging. Iets meer dan twee jaar later, in een gebeurtenis die wonderbaarlijk leek voor iedereen die zijn hele leven in een Koude Oorlog had doorgebracht, hield de Sovjet-Unie op te bestaan.

Moreel leiderschap betekent het lef en de visie hebben om een waardig doel na te streven, hoe klein de kans op succes ook is. Of hij zich de gelofte die hij in zijn dagboek had opgetekend herinnerde, is niet bekend, maar met zijn toespraak over de Berlijnse Muur toonde Reagan die moed die essentieel is voor alle grote leiders.

Een erecode

Vergeleken met tijdgenoten als Thomas Jefferson en John Adams was George Washington onopvallend in zijn formele opleiding en intellectuele krachten. Hij had geen hogere opleiding of graad, een feit dat hij zijn hele leven betreurde. Tot zijn schande sprak hij geen vreemde talen en heeft hij nooit rechten gestudeerd, zoals zoveel van de Amerikaanse stichters. Hoewel hij tegenwoordig bekend staat als generaal, was hij in feite een slechte tacticus, die meer veldslagen verloor dan won.

“Generaal George Washington neemt ontslag” door John Trumbull, 1824. Olieverf op doek. (Publiek domein)

Toch was het prestige van Washington aan het einde van de Revolutionaire Oorlog zo groot dat velen verwachtten dat deze generaal van het Continentale Leger koning van de Verenigde Staten van Amerika zou worden. Sommigen moedigden hem daar zelfs toe aan. Toen hem werd verteld dat Washington waarschijnlijk zijn zwaard en commando zou opgeven en zou terugkeren naar zijn boerderij in Virginia, zou de Britse koning George III hebben uitgeroepen: “Als hij dat doet, zal hij de grootste man ter wereld zijn.”

Op 23 december 1783 gaf Washington zijn opdracht op en nam “afscheid van alle verplichtingen van het openbare leven” en vertrok om Kerstmis door te brengen in Mount Vernon.

Washington werd vereerd om zijn deugden deels omdat hij een man van oprechtheid was, wat een ouderwets woord is dat eer, eerlijkheid, voorkomen en integriteit combineert, vooral in het openbaar. In zijn jeugd had Washington “The Rules of Civility and Decent Behaviour in Company and Conversation” gekopieerd, die hij een deel van zichzelf maakte. Naast deze regels voor manieren en gedrag leefde hij volgens een morele gedragscode die net zo recht en streng was als zijn soldatenhouding. Het is onmogelijk om je voor te stellen dat hij zich overgaf aan volkswijsheden en grappen zoals Abraham Lincoln of dat hij “haardvuurpraatjes” hield zoals Franklin Roosevelt.

Nee, op enkele uitzonderingen na, meestal op het slagveld, was Washington gereserveerd, een toonbeeld van klassieke rechtschapenheid en waardigheid.

De code was de man.

De fundamentele dingen zijn van toepassing

In een artikel over Calvin Coolidge herhaalt columnist Cal Thomas de indruk die onze 30e president maakte op de Britse historicus Paul Johnson: “Geen enkele publieke man droeg de grondbeginselen van het amerikanisme zo uitvoerig uit in de moderne tijd: hard werken, spaarzaamheid, gewetensvrijheid, vrijheid van overheid, respect voor serieuze cultuur.”

President Calvin Coolidge ondertekent een wetsvoorstel voor de financiering van het veteranenbureau in het Witte Huis in Washington op 5 juni 1924. (Publiek domein)

Net als Washington stond Coolidge onder zijn tijdgenoten bekend om zijn gevoel voor fatsoen en zijn morele rechtschapenheid. In tegenstelling tot veel andere politici vermeed hij onnodige publiciteit en ging hij de aandacht uit de weg. Toen hem gevraagd werd zijn rol als gouverneur van Massachusetts uit te leggen, verklaarde hij dat hij van plan was “nederig te wandelen en mijn verplichtingen na te komen.” Hij werd ook wel “Silent Cal” genoemd vanwege de terughoudendheid waar hij bekend om stond. Hij zat de bloeiende economie van de jaren 1920 voor, was een tegenstander van grote regeringen en social engineering en geloofde dat de Amerikaanse Droom op de twee pijlers van moraliteit en religie rustte.

“Silent Cal” klinkt misschien zachtaardig, zachtmoedig of saai, maar in de kern van deze Vermont Yankee zat het hart van een leeuw. In 1919 staakte de politie van Boston om erkenning van hun vakbond te eisen. Er dreigde chaos in de stad en de toenmalige gouverneur Calvin Coolidge twijfelde of hij de Massachusetts State Guard moest oproepen om de orde te handhaven. Cal Thomas vertelt ons: “Toen hij op het punt stond het bevel te ondertekenen om de Nationale Garde op te roepen, waarschuwden enkele collega’s hem dat dit de Republikeinse Partij in Massachusetts zou kunnen vernietigen en het einde van zijn politieke carrière zou kunnen betekenen. Gouverneur Coolidge pakte de pen en zei zachtjes: ‘Misschien hebt u gelijk,’ waarna hij het document ondertekende. Geen grootspraak. Gewoon stille kracht.”

Net als Reagan en Washington was Coolidge bereid om de moeilijke weg te bewandelen en het juiste te doen.

President Coolidge steekt zijn rechterhand op tijdens zijn beëdigingsceremonie in Washington, D.C. (Foto door Hulton Archive/Getty Images)

Dienst

Tijd om een paar sporten af te dalen op deze politieke ladder.

Weinig Amerikanen zullen ooit gehoord hebben van Boonville, North Carolina. Nog minder Amerikanen zullen de naam van Harvey Smith (1926–2018) kennen.

Harvey Smith was eigenaar van een kruidenierswinkel en vleesmarkt in dit kleine stadje. Hij was 34 jaar lang burgemeester van Boonville. Toen hij in die tijd een keer aftrad en de inwoners niet blij waren met zijn vervanger, schreven ze hem in op het stembiljet bij de volgende verkiezingen, waarna hij zijn ambt weer opnam.

Daarnaast was Smith een veteraan uit de Tweede Wereldoorlog, 26 jaar lang brandweercommandant van Boonville, kerkrentmeester van de plaatselijke baptistenkerk en eigenaar van een klein vliegveld en vliegtuig, waar veel jongeren hun eerste ritje in de lucht maakten boven de velden en bossen.

Een van die jonge passagiers, Louis Fletcher, die later zelf brandweerman werd, zei na Smiths dood: “Ik heb Harvey altijd gewaardeerd omdat hij dingen niet deed voor erkenning of voor de eer, hij deed dingen omdat het het juiste was om te doen. Hij deed dat niet alleen voor de brandweer hier in Boonville, maar voor de hele stad, voor de gemeenschap.”

Harvey Smith bekleedde deze functies omdat hij van Boonville en zijn inwoners hield en wilde helpen zorgen voor datgene waarvan hij hield.

Dat is misschien wel wat het belangrijkst is in moreel leiderschap—dienstbaarheid in naam van de liefde.

President en Founding Father John Adams schreef ooit: “Onze grondwet is alleen gemaakt voor een moreel en religieus volk. Ze is volstrekt ontoereikend voor de regering van enig ander volk.” (J. Helgason/Shutterstock)

Hoe zit het met de rest van ons?

We begonnen met een peiling. Laten we eindigen met een andere.

Uit een Gallup-peiling van mei 2023 bleek dat een recordhoogte van 54 procent van de Amerikaanse volwassenen de morele waarden in het land als “slecht” beoordeelde. Een ander record werd gebroken toen uit dezelfde peiling bleek dat 83 procent van de Amerikanen vindt dat onze morele normen slechter worden.

In een democratie weerspiegelen gekozen leiders over het algemeen de waarden van degenen die op hen hebben gestemd. John Adams had deze vergelijking waarschijnlijk in gedachten toen hij schreef: “Onze grondwet is alleen gemaakt voor een moreel en religieus volk. Het is volkomen ontoereikend voor de regering van enig ander volk.”

De boodschap is onmiskenbaar: Als we willen dat onze gekozen politici moreel leiderschap tonen, of dat nu in de Oval Office is of in het gemeentehuis van Boonville, dan moeten we zelf een moreel volk worden.

Gepubliceerd door The Epoch Times (24 november 2023): Yes, We Want Our Leaders to Be Moral

De eerste held van een zoon, de eerste liefde van een dochter: ter ere van goede vaders

Er zijn miljoenen goede vaders en ik heb het voorrecht om er een paar te kennen.

Onder deze mannen zijn een mix van beroepen, overtuigingen en levensomstandigheden. Zo is er Ben in Virginia, vader van vier kinderen van 7 jaar en jonger, die zes dagen per week hard werkt voor het bouwbedrijf van zijn familie, maar desondanks ‘s avonds en in het weekend nog tijd doorbrengt met zijn kinderen. Dan is er Andy, een chemicus in Raleigh, N.C., die gescheiden is maar zijn drie dochters graag ziet wanneer hij maar kan. En John in Texas, wiens vrouw afgelopen winter omkwam bij een auto-ongeluk en die nu elke vrije minuut van zijn werk besteedt aan zijn tieners die nog thuis wonen.

We kennen allemaal vaders zoals deze mannen – zonen en kleinzonen, neven, vrienden en buren. Zij zijn de vaders die werk en gezin combineren, die hun kroost het geschenk van veiligheid geven terwijl ze hen leren onafhankelijk te worden, en die, indien nodig, hun leven voor hen zouden opofferen.

Aanwezig zijn in het leven van hun kinderen is een van de kwaliteiten van een goede vader. (Biba Kayewich)

De basis is wat telt

In “The Three P’s to Being a Dad” somt Jabari Colon de kwaliteiten van goede vaders netjes op. “Vaders,” schrijft hij, “nemen actief deel aan het leven van hun kind. Om de titel vader te krijgen, moeten we leren de drie p’s toe te passen: provide, protect, and be present.” (zorgen, beschermen en er zijn).

Als ouder werken vaders hard om aan de behoeften van hun kinderen te voldoen en, indien mogelijk, ook aan een aantal van hun wensen. Ze zijn beschikbaar om hen te beschermen wanneer dat nodig is, zoals troost bieden wanneer ze een pestkop tegenkomen op school of wanneer een andere ramp hen op de hielen zit. Tot slot, en dat is misschien wel het belangrijkste, zijn vaders aanwezig, zoals meneer Colon schrijft, wat betekent dat ze zich zoveel mogelijk in het leven van hun kinderen verweven, bijvoorbeeld door naar dansrecitals te gaan, ze te leren voetballen of door naar hun toekomstdromen te luisteren.

Deze formule van zorgen, beschermen en aanwezig zijn werkt voor iedereen die een goede vader wil zijn. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen vaders en stiefvaders. Het impliceert niet dat de man die nog nooit in zijn leven gevoetbald heeft het team van zijn dochter moet coachen. Het suggereert niet dat de man wiens baan lange of onregelmatige uren vereist zich schuldig moet voelen aan kinderverwaarlozing. Het betekent alleen dat we moeten proberen zo goed mogelijk aan deze brede doelstellingen van ouderschap te voldoen.

Tientallen andere online sites bieden meer specifieke lijsten. In “Ten Qualities of a Good Father” bijvoorbeeld, benadrukt Diane Morrow-Kondos ook dat je aanwezig en beschermend moet zijn, maar voegt daar andere vitale pijlers van het vaderschap aan toe. Een goede vader, bijvoorbeeld, behandelt de moeder van zijn kinderen met respect. Hij “geeft het goede voorbeeld”, is blij met zijn kinderen en vertelt ze openlijk hoeveel hij van ze houdt.
Doe deze dingen en de titel “goede vader” is voor jou.

De struikelblokken

Natuurlijk kan het moeilijk zijn om die titel te winnen.  De moeders en vaders van vandaag moeten elke dag een hindernisbaan afleggen terwijl ze hun kinderen opvoeden. Ze moeten de tijd die ze met de kinderen doorbrengen in evenwicht brengen met de tijd die ze besteden aan hun werk. Ze moeten het hoofd bieden aan speciale omstandigheden, van het bijstaan van een bejaarde ouder tot de zorg voor een premature baby. Ze moeten de opvoeding van hun kinderen, hun omgang met sociale media en het karakter van hun vrienden goed in de gaten houden. Het dagelijkse leven is vaak een wervelwind, een storm van verplichtingen die maar niet ophoudt. Een ononderbroken diepe slaap van acht uur is voor een ouder eerder een droom dan werkelijkheid.

Maar in één belangrijk opzicht worden veel mannen tegenwoordig als ouders met een bijzondere uitdaging geconfronteerd. Ideologische aanvallen op “het patriarchaat” en op mannelijkheid, zowel binnen als buiten het klaslokaal, hebben de traditionele rol van het vaderschap in diskrediet gebracht. Erger nog, de Verenigde Staten is wereldleider in eenoudergezinnen: bijna 30% van de Amerikaanse kinderen groeit op in een vaderloos gezin.

Moeders en vaders staan model voor hun kinderen. Zonen die hun vaders bewonderen, zullen hen imiteren; dochters kunnen op zoek gaan naar die goede vader kwaliteiten in de mannen met wie ze willen trouwen. Een vader die deze vaardigheden mist, die niet voldoet aan de basisnormen van de “drie P’s” van meneer Colon en die zich niet positief opstelt tegenover zijn kinderen, kan een averechts effect hebben en als negatief voorbeeld dienen.

Maar een vaderloze jongen heeft helemaal geen voorbeelden, tenzij hij toevallig een waardige mentor vindt, een coach, een leraar, een oom. Hij zal waarschijnlijk het vaderschap betreden zonder enig idee wat een goede vader is.

Hulp is nabij

Tegenwoordig is er een groot aantal organisaties, groot en klein, gericht op het stimuleren van het vaderschap. Ze laten ervaren vaders zien hoe ze hun vaardigheden kunnen aanscherpen, introduceren nieuwkomers in trucs en technieken voor het opvoeden van kinderen en moedigen mannen die vervreemd zijn van hun kinderen aan om weer contact met hen te maken. Een typisch voorbeeld hiervan is het National Center for Fathering.

Het centrum werd in 1990 opgericht door twee pedagogen, Ken Canfield en Judson Swihart, met als doel “de harten van vaders naar hun kinderen te keren”. Dertig jaar later is dat doel nog steeds hetzelfde. De website van het centrum bevat meer dan 10.000 gratis bronnen: getuigenissen van verschillende vaders, vaderschapstips, onderzoeksgegevens en essays, en speciale secties die vaders die alleenstaand of gescheiden zijn adviseren en ondersteunen. Ongeveer 87.000 vaders ontvangen wekelijks een e-mail met aanmoedigingen en praktisch advies, bedoeld om hun band met hun kinderen te verbeteren.

Als je als vader op zoek bent naar versterking, een morele oppepper of manieren om je spel met je kinderen te verbeteren, kunnen sites zoals deze van onschatbare waarde zijn.

Een van de beloningen van het vaderschap zijn kleinkinderen die de liefde verdubbelen. (Biba Kayewich)

Het eindspel

Een goede vader zijn heeft zijn prijs. Het vergt tijd, energie en het opofferen van jezelf. Zodra er een kind in je leven komt, betreed je een leven dat je je nooit had kunnen voorstellen. Hier is slechts een klein voorbeeld uit het Boek van Papa: Je bent 30 jaar oud, het is 3 uur ‘s nachts en je wankelt door de kamer met een huilende baby. De volgende 17 jaar gaan in een oogwenk voorbij en je zit om middernacht wakker te wachten tot je kind veilig thuiskomt van een dansfeest. Net als het moederschap heeft het vaderschap geen prikklok en ponskaart.

Maar de beloningen – de opbrengst, zo je wilt – is enorm.

Sommige zijn vanzelfsprekend. Als je je best doet om een goede vader te zijn, word je een betere man. De verantwoordelijkheden die je op je neemt garanderen dat resultaat. Bovendien zullen je zonen en dochters, dankzij jouw zorg en toewijding, het huis verlaten als een geschenk voor de rest van ons: competente, zorgzame en morele volwassenen. En als je kleinkinderen hebt, reist een deel van jou – en niet alleen je DNA – naar de toekomst. In zekere zin ben je hier nog lang nadat je er niet meer bent.

Maar dit is het beste deel. Voor alle dagen dat God, het lot of tijd je met dat kind schenken, wordt een liefde die je nooit voor mogelijk hield werkelijkheid. Die peuter die in zijn pyjama door de woonkamer stuitert, doet je hart sneller kloppen en maakt je aan het lachen. Die afgestudeerde van de middelbare school die zich omdraait en naar je lacht terwijl hij zijn diploma in ontvangst neemt, laat je gloeien van trots. Dat kind dat je ooit in je armen hield, brengt je een kleinkind dat deze liefde verdubbelt en verdubbelt.

Dat zijn jullie beloningen, heren. En hoewel jullie het misschien niet beseffen, maken jullie van deze oude wereld een betere plek, één kind per keer.

Dank jullie wel.

 

Gepubliceerd door The Epoch Times (17 oktober 2023): A Son’s First Hero, a Daughter’s First Love: In Praise of Good Dads

Wees er zeker van dat je gelijk hebt

In een van de beste stripverhalen aller tijden, “Calvin and Hobbes” van Bill Watterson, is Calvin een welbespraakte, ondeugende en egocentrische jongen. Hobbes is zijn opgezette tijger, die in Calvins verbeelding tot leven komt als zijn beste vriend. In een van deze cartoons scheuren de twee in een wagen een heuvel af, Calvin zit voor Hobbes.

Calvin: Ik ben het zat om over persoonlijke verantwoordelijkheid te horen! Ik heb mijn deel al gedaan om van de wereld een betere plek om te leven te maken.

Hobbes: Echt waar?

Calvin: Natuurlijk, ik ben geboren!

Hobbes (Ongemerkt rolt Calvin met zijn ogen): O ja, ik vergat je te bedanken.

Calvin: Join the club!

Sommige mensen geloven, net als Calvin, dat de wereld voor hen geschapen is in plaats van andersom. Zij zijn degenen wiens enorme ego’s hun hersenen of talent overtreffen en die, wanneer hun plannen mislukken, altijd anderen de schuld geven. Voor voorbeelden van dit overdreven gevoel van eigen belangrijkheid hoeven we alleen maar te kijken naar veel van de beroemdheden en politici van vandaag.

Natuurlijk is een zekere mate van zelfvertrouwen cruciaal voor succes. Ondanks zijn verarmde jeugd, slechte opleiding en grillige politieke carrière had Abraham Lincoln genoeg vertrouwen in zichzelf om het presidentschap te winnen. Booker T. Washington overwon de obstakels van zijn ras en zijn armoedige jeugd om het Tuskegee Instituut op te richten en zwarte gemeenschappen honderden leraren, artsen en advocaten te geven.

Dus hoe koesteren we een dergelijke zelfverzekerdheid zonder in arrogantie te vervallen?

Om dit te beantwoorden heeft een andere iconische Amerikaan wat hulp aangeboden. In “The Narrative of the Life of David Crockett” begint de “koning van de wilde grens” zijn autobiografie met dit advies: “Ik laat deze regel achter voor anderen als ik dood ben: Wees er altijd zeker van dat je gelijk hebt—GA DAN VOORUIT!”

Dat eenvoudige motto bevat veel wijsheid. Het raadt aan om actie te ondernemen, maar herinnert ons er ook aan om zeker te weten dat we het juiste pad bewandelen. Het is een gele vlag die ons waarschuwt om een taak of onderneming af te wegen voordat we eraan beginnen, om rekening te houden met variabelen en verborgen gevaren in ons plan van aanpak. We doen onderzoek, luisteren naar anderen, vooral naar degenen met een andere mening dan de onze, en bedenken welke haperingen en valkuilen ons te wachten kunnen staan.

Als we ons in onze plannen storten, verblind door overmoed en onwetendheid, kan dat rampzalige gevolgen hebben. We hebben de gevolgen van deze verwaandheid gezien tijdens de COVID-19 pandemie, toen ambtenaren winkels sloten en scholen sloten, ogenschijnlijk om levens te redden, maar zonder rekening te houden met de sociale en economische catastrofes die dit beleid veroorzaakte voor miljoenen mensen. Op een veel kleinere schaal doen we soms hetzelfde in ons persoonlijke leven, zoals van de ene werkgever naar de andere springen met als enig voordeel een hoger inkomen, om er vervolgens achter te komen dat onze ondoordachte overstap ons heeft geketend aan een baan die we verachten.

“Geef me zes uur om een boom om te hakken en ik zal de eerste vier uur besteden aan het slijpen van mijn bijl.” Abraham Lincoln heeft deze woorden die soms aan hem worden toegeschreven misschien nooit uitgesproken, maar ze bevatten niettemin waardevol advies. Ja, soms dwingt een noodsituatie tot dringende actie, maar vaker wel dan niet hebben we tijd om een stapje terug te doen, na te denken en een plan op te stellen.

Als we, zoals Calvin impliceert, als narcisten leven, geen persoonlijke verantwoordelijkheid nemen en eisen dat de wereld ons tegemoet komt op onze voorwaarden, dan zal die lelijke trots vroeg of laat tot onze ondergang leiden.

Aan de andere kant kunnen degenen die zeker genoeg van zichzelf zijn om op de rem te trappen en de tijd te nemen om een situatie nederig te beoordelen zulke nederlagen vermijden. Het beste van alles is dat we winnen als we stoppen met indruk proberen te maken op anderen en werken aan het indruk maken op onszelf.

Gepubliceerd door The Epoch Times (27 juli 2023): Be Sure You’re Right

Reiken naar de hemel: Een gedurfde nieuwe visie voor christelijke scholen

“We bevorderen leerlinggerichte, zelfsturende leeromgevingen,” zegt Jack Preus, “en nemen daarmee afstand van de standaardaanpak die op veel van onze traditionele scholen wordt gehanteerd.”

Hieronder bespreken Jack Preus en Andrew Neumann van Open Sky Education het oprichten van een non-profit, landelijk christelijk netwerk van microscholen, een variant op het klassieke onderwijs, met kleine klassen die zijn afgestemd op de behoeften van de leerlingen. Neumann is de CEO van deze in Wisconsin gevestigde organisatie, terwijl Preus de nationale directeur is van de onderwijsdiensten.

De Epoch Times: Hoe is Open Sky Education begonnen? Wat is jullie verhaal?

Andrew Neumann: Open Sky Education begon met de ontwikkeling van het Milwaukee Parental Choice programma en de financiering van het schoolgeld voor kinderen die naar een op geloof gebaseerde school wilden gaan. Een gepassioneerde groep christelijke leiders creëerde een nieuw schoolmodel, HOPE Christian Schools, ontworpen om gezinnen in Milwaukee van dienst te zijn met onderwijs dat gebaseerd is op de 3 C’s: Christus, College en Karakter (Character).

We hebben toen Open Sky Education opgericht om deze opkomende mogelijkheden te gebruiken voor het creëren van volledig en duurzaam onderwijs dat toegankelijk en betaalbaar is voor alle kinderen. Voor ons omvat een volledige en langdurige opleiding de drie pijlers van goede academische vorming, karaktervorming en geloofsvorming.

Jack Preus (L) en Andrew Neumann van Open Sky Education. Het microschoolnetwerk was een halve finalist voor de Yass Prize, die innovators op het gebied van onderwijs beloont. (Met dank aan Open Sky Education)

The Epoch Times: Kunt u uw visie voor een nationaal christelijk microschoolnetwerk beschrijven?

Jack Preus: Ons model biedt een kans om de risico’s en kosten voor gezinnen om toegang te krijgen tot christelijk onderwijs te verminderen, terwijl we christelijke, karaktervolle, zelfsturende leerlingen creëren. Bovendien zal ons model een nieuwe rol van de leraar omarmen, die verschuift naar een “gids aan de zijkant” die passie en energie in de leerlingen kan brengen.

The Epoch Times: In welke staten wilt u het liefst uitbreiden?

Dhr. Preus: Onze eerste strategie om de toegang tot christelijke microscholen te vergroten is om samen te werken met lokale kerken en gezinnen om hen te helpen bij het opstarten van hun christelijke microschool. Onze belangrijkste drijfveer voor de locaties van deze scholen zijn de mensen met wie we samenwerken in plaats van een specifieke geografische regio. We hebben de start van christelijke microscholen in Californië, Texas, Illinois en Missouri al ondersteund en we werken samen met partners in veel andere staten.

Onze tweede strategie is het lanceren van ons eigen netwerk van microscholen. Voor de meeste van deze microscholen zullen we ons richten op staten met florerende schoolkeuzeprogramma’s, die de kosten voor gezinnen kunnen compenseren en ervoor kunnen zorgen dat onze scholen betaalbaar zijn voor alle gezinnen, ongeacht het gezinsinkomen.

We zijn niet beperkt in waar we de start en werking van christelijke microscholen kunnen ondersteunen. We willen ervoor zorgen dat kerken en andere christelijke gemeenschappen de middelen en ondersteuning krijgen die ze nodig hebben om in elke staat te starten, ongeacht de financieringsbron.

Leerlingen van het HOPE Christian School Network. (Met dank aan Open Sky Education)

De Epoch Times: Waarin verschilt Open Sky Education van andere privéscholen?

Dhr. Neumann: Veel privéscholen doen ongelooflijk goed werk door middel van traditionele scholen op basis van schoolgeld, en we juichen hun inspanningen toe. Ons doel is niet om met hen te concurreren of om hun groei op welke manier dan ook af te remmen, maar eerder om extra modellen toe te voegen aan op geloof gebaseerd onderwijs.

De onderwijsprogramma’s van Open Sky dienen gezinnen waar de onderwijskeuzes en -mogelijkheden in de loop der tijd zijn afgenomen. Ons doel is om de miljoenen Amerikaanse gezinnen te bereiken die geen toegang meer hebben tot sterke academische, geloofs- en karaktervormingsmogelijkheden. Door het creëren van nieuwe onderwijsmodellen die gebruik maken van overheidsfinanciering en kleinere schoolgroottes, zijn we in staat geweest om een aantal hiaten te overbruggen waar de traditionele scholen op basis van geloof moeite mee hebben.

Onze ervaring van de afgelopen twintig jaar heeft aangetoond dat wanneer kinderen toegang krijgen tot hoogwaardige, volledige en duurzame onderwijsmogelijkheden waar ze geliefd zijn en de lat hoger wordt gelegd zonder excuses of uitzonderingen, alle kinderen in staat zijn om alles te bereiken wat ze maar willen.

De Epoch Times: Hoe hebben ouders gereageerd op de alternatieve onderwijsoptie van Open Sky Education?

Dhr. Preus: Ons doel is om de verwachtingen van elke leerling en elk gezin dat we van dienst zijn te overtreffen. Omdat onze families vanuit verschillende achtergronden en ervaringen naar ons toekomen, vereist dit vaak dat ons personeel de lat hoog legt en agressieve academische groeidoelstellingen voor onze studenten nastreeft.

Daarbij omarmen we ons partnerschap met ouders en vragen we regelmatig om hun inbreng, zodat zij een stem hebben in het onderwijs van hun kind. Ze hebben positief gereageerd op onze inspanningen om modellen te creëren die hun waarden omarmen.

The Epoch Times: Welke waarden geeft u uw leerlingen mee om hun karakter op te bouwen?

Dhr Preus: Het verdiepen van onze relatie met God, het begrijpen van onze identiteit in een christelijk wereldbeeld en het vinden en naleven van ons doel in het leven staan centraal in de christelijke karaktervorming in onze modellen. In de overtuiging dat karakter meer “gevangen dan aangeleerd” is, omvat deze vorming een toewijding van de leiders en leraren in de school om hun eigen karakter samen met de leerlingen te ontwikkelen.

Terwijl we de afgelopen 250 jaar van de geschiedenis van onze natie en het brede Bijbelse verhaal in ogenschouw namen, selecteerden we bovendien deugden die van vitaal belang zijn geweest voor de vooruitgang van vrijheid en kansen in onze natie, deugden zoals ijver, zelfopoffering, moed, respect, rechtvaardigheid, integriteit en verantwoordelijkheid.

The Epoch Times: Is er nog iets dat u wilt toevoegen?

Dhr. Neumann: Als we vooruit kijken, weten we dat er nog meer te doen is. We hebben nog een lange weg te gaan om ervoor te zorgen dat alle kinderen toegang hebben tot een volledige en duurzame opleiding, met de vrijheid om hun volledige potentieel na te streven, een bloeiend leven te leiden en datgene te dienen wat wij het Grotere Doel noemen.

Dit interview is bewerkt voor de lengte en overzichtelijkheid.

Origineel gepubliceerd op The Epoch Times (5 juli 2023): Reaching for the Sky: A Bold New Vision for Christian Schools

Een geschenk van de zomer

Als je wel eens op vakantie bent geweest aan de kust, dan weet je waarschijnlijk al hoe het er gewoonlijk aan toe gaat.

Net na zonsopgang verschijnen wandelaars en joggers op het strand, soms alleen, soms met een paar metgezellen. Naarmate de ochtend vordert, komen volwassenen en kinderen uit hun gehuurde huizen met luifels en parasols, stoelen en handdoeken, en frigoboxen met hapjes en drankjes, en ze zetten hun kamp op. De jongere kinderen bouwen zandkastelen of spetteren aan de kant van het water, de oudere kinderen gooien met voetballen en frisbees of duiken als bruinvissen in de golven, en de volwassenen zitten meestal in de schaduw van hun schuilplaatsen, waar ze een dutje doen of samen kletsen.

In de schemering keert de exodus van de ochtend om en in de zon gebronsde families en vrienden keren terug naar hun huizen voor het avondeten en meer gepraat.

Antropologen, psychologen en andere waarnemers categoriseren dergelijke interacties soms als “het vergaren van sociaal kapitaal”, wat gewoon een mooie manier is om de waarde van positieve uitwisselingen tussen mensen te beschrijven. Hoe frivool deze uren die samen worden doorgebracht ook lijken, deze gedeelde tijd van spelen en praten versterkt de banden tussen mensen.

Een tijd voor oude en nieuwe vrienden

Bezoek ditzelfde strand in februari en de enige mensen die je op het zand zult aantreffen zijn een paar vissers die hun lijn uitwerpen in de branding.

De seizoenen beïnvloeden onze relatie met anderen. In de herfst komt het leven voor velen van ons opnieuw in een stroomversnelling. Kinderen gaan weer naar school, waardoor de agenda’s van ouders drastisch veranderen. De winter betekent voor een groot deel van het land opsluiting in een kamer; alleen de meest geharde chef-kok stookt in januari een barbecue in de achtertuin in Minnesota of Maine. De lente brengt bloesems en vogelgezang, maar het weer is nog steeds wisselvallig – de ene dag zwoel en de volgende dag bitter koud.

Maar de zomer, zelfs de zinderende middagen van augustus, is die tijd van het jaar waarin meer van ons naar buiten gaan, waarin het levenstempo een beetje vertraagt en meer ontspannen wordt. Het seizoen zelf staat synoniem voor het woord vakantie.

En dus, of we nu op het strand zijn of in onze eigen buurt, de zomer biedt ons de beste mogelijkheden om ons sociaal kapitaal te vergaren.

Tijd voor een feestje

In “23 budgetvriendelijke zomerfeestideeën” geeft Nicole Steriovski lezers een aantal goede suggesties om vrienden en buren samen te brengen en plezier te maken. Ze raadt evenementen aan zoals hotdog- of tapasbars, tacobuffetten, watermeloen- of ijscoupes en BYOB wijn- en kaasfeesten. Als je in een appartement zonder tuin woont, stelt ze voor om vrienden te verzamelen voor een picknick in een nabijgelegen park. Een brunch met fruit, croissants, kaas, yoghurt en andere verse, smakelijke hapjes kan ook een schot in de roos zijn.

In een ander online artikel beveelt Sarah Martens veel van deze ideeën aan, maar ze voegt er ook een “Summer Shrimp Boil” en een “Seaside Escape” aan toe, waarover ze schrijft: “Westkust, Oostkust of geen kust – iedereen kan genieten van een zomers feest geïnspireerd op de zee met ons smakelijke menu en een paar tropische accenten.”

De sleutel tot deze bijeenkomsten is het eenvoudig houden. Het is de bedoeling dat jij als gastheer deel hebt aan de gesprekken en het gelach, niet dat je je druk maakt over het menu of de tafelschikking. Een ijscoupe is bijvoorbeeld een geweldig middel voor een ontspannen, plezierige avond.

Soms raken we zo verstrikt in onze routines dat we vergeten te genieten van het gezelschap van anderen, zelfs in de zomer. Sommige mensen zijn ook huiverig om collega’s of zelfs vrienden bij hen thuis uit te nodigen voor wat gezelligheid. Begin klein, als dat helpt, en blijf eenvoudig, maar geef deze zomerfeesten een kans. Je zult verbaasd zijn over de geschenken die zo’n bijeenkomst kan brengen.

Eenzame harten

Veel Amerikanen beweren dat ze een ongelukkig geïsoleerd leven leiden. Ze willen vrienden, maar ze weten niet hoe of waar ze mensen kunnen ontmoeten en kennis kunnen maken. De zomer biedt weer eens ideale omstandigheden om dat te doorbreken.

In een artikel over vrienden maken in de zomer geeft Paul Sanders een aantal wijze suggesties. Hij begint met een eenzame lezer te waarschuwen om zijn verwachtingen te temperen en te beseffen dat het opbouwen van vriendschappen een investering van geduld en inspanning vergt. Hij raadt aan om een “wekelijks sociaal uurtje” op je kalender te zetten, een specifiek tijdstip te reserveren om samen te komen met oude vrienden of naar plaatsen te gaan om nieuwe vrienden te zoeken. Dit kan inhouden dat je evenementen in de gemeenschap bijwoont, zoals beurzen of een boerenmarkt op zaterdagochtend, of dat je meedoet aan een zomercursus in iets interessants zoals yoga of kunst.

Hier zijn enkele dingen die ik zou toevoegen aan de lijst van Mr. Sanders.

Ten eerste, leg je telefoons en beeldschermpjes weg. Als je naar een sportbar of een café gaat op zoek naar wat gezelschap, probeer dan te voorkomen dat je je mobiele telefoon tevoorschijn haalt zodra je gaat zitten. Verken de plek een beetje, ga een luchtig gesprek aan met de barista of barman en kijk naar de mensen die komen en gaan. Als het een plek lijkt die bij je past, ga er dan een paar keer langs tot je je er op je gemak voelt.

Het tweede punt ligt waarschijnlijk voor de hand. Als we fysiek in vorm willen komen, zo vertelt de conventionele wijsheid ons, is het eerste wat we moeten doen het huis uit gaan en beginnen met te wandelen. Hetzelfde geldt als we contact willen maken met andere mensen. We beginnen met het verlaten van ons huis of appartement en gaan naar plaatsen waar we in de buurt van andere mensen zijn. Dit lijkt een no-brainer, maar toch is het gemakkelijk om vast te komen zitten in een sleur waarin we elke avond alleen thuis doorbrengen.

Om vervolgens anderen te leren kennen, moeten we met hen praten, vragen stellen en aanwezig zijn. Mr. Sanders geeft een aantal nuttige links in zijn artikel over de kunst van het praten. Een praatje maken is niet voor iedereen vanzelfsprekend, maar als we deze verlegenheid overwinnen, kunnen de resultaten ons verrassen.

Neem tot slot een zomerse houding met je mee. De zomer is ongedwongen, ontspannen en gericht op plezier maken. Vermijd het om deze zoektocht te doen met tandengeknars en een gezicht van steen. Probeer het in plaats daarvan als een avontuur te zien. Lach om jezelf als je mislukt. Sta dan terug op en doe nog een poging.

We hebben elkaar nodig

“Zelfs betekenisvolle gesprekken van vijf minuten met andere mensen geven ons niet alleen brandstof op het moment zelf, maar bouwen ook een reserve aan sociaal kapitaal op zodat we in moeilijke tijden die bankrekening kunnen aanspreken,” schreef schrijfster en positief psychologe Michelle Gielan.

Half juni verbleven mijn zoon en zijn gezin een week in het kleine huis dat ze bezitten aan een strand in North Carolina. Ze waren op bezoek bij andere familieleden, een kilometer verderop, toen zijn vrouw een sms’je ontving van het bedrijf dat het huis beheert: “Uw huis staat in brand. De brandweer is ter plaatse.”

Ze renden terug en ontdekten dat hun droger vlam had gevat. Een buurman, een toevallige kennis, had rook uit de ventilator zien komen, klopte op hun deur en belde 911 toen ze geen antwoord kregen. De brandweer kwam snel ter plaatse, haalde de hond uit het huis, liet hem achter bij een andere buur die mijn zoon en de hond kende en bluste het vuur snel zonder al te veel schade aan het huis.

Dankzij die sneldenkende buurman, de snelle reactie van de brandweer en de hulp van de buren aan de overkant van de straat, werd wat een grote ramp had kunnen worden, slechts een ongemak.

De beroemde Aristoteles schreef, “De mens is van nature een sociaal dier. Het is niet de bedoeling dat we een eenzaam leven leiden, ellendig en geïsoleerd van elkaar. Met de verleidingen van het buitenleven en de meer ontspannen benadering van het leven die door dit seizoen wordt geïnspireerd, is de zomer een geweldige tijd om terug te denken aan de uitspraak van die Griekse filosoof en om onze relaties met anderen in onze gemeenschap uit te breiden en te verdiepen.

Origineel gepubliceerd op The Epoch Times (11 juli 2023): A Gift of Summertime. There’s no better time than the present for making new friends

De rechtszaal van ‘het zelf’

Tijdens een recente livestream, “America’s Labor Crisis”, merkte medepresentator Mike Rowe op: “Het bewijs vraagt om een oordeel.” Hij had het over de beroepsbevolking, maar zijn woorden, scherp en hard als vuursteen, raakten me op een ander niveau. Welk oordeel levert het bewijs van ons eigen leven op?

De dag loopt ten einde en sommigen van ons belanden in een rechtszaal van de geest. Heb ik wel een hele dag gewerkt? Hoe heb ik die deadline gemist? Kwam ik onbeleefd over tegen die klant aan de telefoon? Hoe kon ik vergeten om mam te bellen op haar verjaardag?

Soms, als ons geweten ons van zwaardere misdaden beschuldigt, neemt de rechtbank nooit een pauze. Was het mijn schuld dat ons huwelijk eindigde? Waarom heb ik de breuk niet hersteld en heb ik papa niet bezocht voordat hij stierf? Waarom breng ik avond na avond helemaal alleen door met het kijken naar waardeloze tv-programma’s en het drinken van een drankje?

Velen van ons, vermoed ik, denken gewoonlijk terug aan onze fouten en vergissingen, zowel de overtredingen als de misdrijven. We bekijken het bewijs, verklaren onszelf schuldig en voegen nog een steen toe aan de gevangenismuur van spijt die we voor onszelf hebben gebouwd.

Ondertussen benadrukt onze samenleving al jaren het belang van eigenwaarde. In een onderzoek uit 2018, getiteld “Bestaat er een narcisme-epidemie in moderne westerse samenlevingen?”, rapporteerde de National Library of Medicine in Bethesda, Maryland, dat “het percentage onderschrijvingen van de uitspraak ‘Ik ben een belangrijk persoon’ is gestegen van 12 procent in 1963 naar 77-80 procent in 1992 bij adolescenten.”

Hoewel het goed bedoeld is, heeft deze therapeutische beweging zijn eigen problemen veroorzaakt. Ondanks deze drang om het ego op te krikken, is dit het vreemde. De meeste volwassenen die ik heb gekend, jong en oud, en veel van de tieners die ik door de decennia heen les heb gegeven, leken altijd veel meer geneigd tot zelfkritiek en twijfel dan tot het marcheren onder de vlag van “Ik ben speciaal”. Met andere woorden, zij zijn degenen die waarschijnlijk die rechtszaal van de geest binnengaan en beladen met schuldgevoelens wegkomen.

Geloof me, ik ken het gevoel. Net als veel lezers heb ik mijn deel van de tijd in die getuigenbank doorgebracht.

Maar laten we die verklaring, “Het bewijs vraagt om een vonnis”, nog eens overdenken. Het klinkt onheilspellend, maar alleen als we het bewijs beperken tot onze mislukkingen. Als al het bewijs om een vonnis vraagt, dan moeten we noodzakelijkerwijs zowel naar onze triomfen als naar onze nederlagen kijken, zowel naar het goede dat we hebben gedaan als naar het slechte.

Misschien ben je je bedrijf kwijtgeraakt door een paar vreselijke beslissingen. Je kunt jezelf veroordelen van allerlei roekeloze fouten en je hoofd in schaamte hangen, maar hoe zit het met het grote geheel? Heb je een dak boven je hoofd en eten op de plank? Heb je vrienden die je gezelschap op prijs stellen? Een echtgenoot die van je houdt? Zijn je kinderen liefhebbend en redelijk gelukkig? Als dat zo is, dan heb je, ongeacht de rest, iets goed gedaan.

Het is maar al te gemakkelijk om ons te laten meeslepen door de negatieve dingen, terwijl de positieve dingen in rook opgaan. Dan lijkt ons leven op het nachtnieuws. De negatieven trekken onze aandacht, net zoals ze dat doen voor een televisiepubliek; het positieve nieuws verschijnt zelden.

De wijzen onder ons houden hun evenwicht intact. Ze erkennen fouten en misstanden, maar vergeten nooit dankbaar te zijn voor het goede in hun leven. Ze wegen alle bewijzen voordat ze een eindoordeel over zichzelf vellen. Ze begrijpen en passen het oude adagium “evenwicht is alles” toe.

Wij verdienen een eerlijk en evenwichtig proces. De volgende keer dat we in die rechtszaal van het zelf staan, laten we er dan voor zorgen dat wanneer Vrouwe Justitia haar weegschaal ter hand neemt, ze zowel het goede als het slechte in ons weegt, zowel onze deugden als onze ondeugden en fouten.

Gepubliceerd door The Epoch Times (1 juni 2023) :The Courtroom of the Self

Een verloren hulpmiddel bij het studeren: Retoriek en waarom het belangrijk is

Zoek online naar “de betekenis van retoriek”, en je vindt het woord meestal gedefinieerd als spreken of schrijven bedoeld om anderen te overtuigen. Sommige bronnen geven als secundaire betekenis bombastische of sentimentele toespraken en geschriften, vaak bedrieglijk in hun pogingen tot overreding. “Hij belazert ons gewoon,” zou iemand kunnen zeggen over het optreden van een politicus. “Het is allemaal gebakken lucht en retoriek.”

Desgevraagd zouden de meeste Amerikanen niet eens in staat zijn retoriek te definiëren, laat staan uit te leggen waarom of hoe het kan worden bestudeerd en toegepast. Hen hun onwetendheid verwijten zou verkeerd zijn, want met uitzondering van studenten in thuisscholen, klassieke academies en sommige liberal arts colleges, worden de meeste mensen niet blootgesteld aan retoriek – noch aan het woord, noch aan de waarde ervan.

Aristoteles’ “De kunst van de retoriek” was eeuwenlang een gids voor het spreken. “Aristoteles,” 1653, door Luca Giordano. (Public domain)

Dat is niet altijd zo geweest. Van de oude Grieken tot de eerste jaren van de 20e eeuw was retoriek een onderdeel van het onderwijs, net als meetkunde of literatuur. Het vermogen om een zaak te verdedigen, de Engelse taal vaardig en krachtig te hanteren in geschriften, vanaf een podium of zelfs in een gesprek, en je toehoorders te vermaken en te verlichten werd beschouwd als het kenmerk van een ontwikkelde man of vrouw.

Een korte voorgeschiedenis

In een wereld zonder elektronica of drukpers werd het vermogen om goed te spreken – om een jury te overtuigen, een vergadering van medeburgers toe te spreken, soldaten tot oorlog op te roepen, een vriend te loven, en nog veel meer – beschouwd als een cruciaal element in de opvoeding.

In het oude Griekenland, vooral in Athene, begonnen sofisten de jongeren retorica te leren, waarbij de nadruk lag op het winnen van een discussie door emotioneel en manipulatief taalgebruik, soms ten koste van de waarheid. Verafschuwd door deze praktijken, en misschien om zijn imago op te krikken, schreef Aristoteles ‘The Art of Rhetoric‘, een gids die de westerse welsprekendheid gedurende de volgende twee millennia beïnvloedde en die zelfs nog tot de dag van vandaag zijn schaduw over dit onderwerp werpt. Hierin zette hij een systeem op van de manieren en middelen van overreding, zoals het combineren van logica met gevoel en het gebruik van verschillende retorische middelen die kracht en schoonheid toevoegen aan het betoog. Misschien wel het belangrijkste is dat hij de sofisten bestreed door te stellen dat de waarheid, of tenminste het zoeken naar een waarheid, een hoeksteen was voor de retorische kunst.

Quintilianus bestudeerde Aristoteles’ tekst en schreef zelf zulke gidsen. Frontispice van een Nederlandse uitgave uit 1720 van het “Institutio Oratoria”, waarop Quintilianus retorica onderwijst. (Public domain)

Romeinen als Cicero en Quintilianus bestudeerden Aristoteles’ tekst en schreven zelf zulke gidsen. Quintilianus, bijvoorbeeld, ontwikkelde een systeem van vijf canons van retorica, die studenten leiden van het ontwikkelen van hun onderwerpen en argumenten tot het uit het hoofd leren en het daadwerkelijk houden van de toespraak zelf. Net als Aristoteles en Cicero werden zijn ideeën en geschriften nog eeuwen na zijn dood bestudeerd en verspreid. De theologen van de Middeleeuwen, Augustinus en Thomas van Aquino, waren beiden goed op de hoogte van de instrumenten en het gebruik van retoriek, hoewel we die in veel sterkere mate aantreffen in de geschriften van Augustinus dan in die van Aquino, die een systematisch onderzoek van de christelijke overtuigingen nastreefde.

Een hoeksteen van de vrije kunsten

De uitvinding van de drukpers bracht meer nadruk op retoriek als instrument voor zowel compositie als oratie. Door middel van brochures, manifesten en boeken konden bekwame schrijvers hun ideeën uitdragen die het bereik en de kracht van vluchtige mondelinge overleveringen te boven gingen. Van Maarten Luther tot John Locke en Thomas Jefferson, een wemelend gezelschap van filosofen en denkers voegde retorische middelen toe in hun geschreven betoog.

John Locke gebruikte retorische middelen in zijn geschriften. “John Locke,” 1697, door Godfrey Kneller. (Public domain)

En deze belangstelling voor retorica vormde de vrije kunsten zoals wij die nu kennen. Zelfs in de oude wereld moedigden docenten retorica de studie van poëzie, taal en geschiedenis aan, niet alleen als op zichzelf staande onderwerpen, maar ook als vruchtbare velden waaruit ideeën voor debat en discussie konden worden verzameld. Vanaf de 18e eeuw tot het begin van de 20e eeuw vormden deze vakken de kern van de meeste Amerikaanse universiteiten, met een speciale nadruk op retorica. De kracht van deze programma’s kan zelfs worden waargenomen in hun trickle-down effecten. Abigail Adams, bijvoorbeeld, betreurde vaak haar gebrek aan Latijn en Grieks, maar haar correspondentie staat vol met retorische middelen en verwijzingen naar mythologie, geschiedenis en literatuur. Abraham Lincoln had van weinig formeel onderwijs genoten, en hoewel historici vaak vermelden dat hij de Bijbel en Shakespeare las, hebben de grammaticaboeken die hij in zijn jeugd gelezen had en soms uit zijn hoofd leerde, ook zijn compositievaardigheden gevormd.

Het is om deze redenen dat retorica lang bekend stond als de “koningin van de vrije kunsten”, en zoals Richard Weaver stelde, “de meest humanistische van alle disciplines”.

Een verantwoorde retoriek

Richard Weaver (1910-1963) was een intellectueel historicus en geleerde die Engels en retoriek doceerde aan de Universiteit van Chicago. Daar stond hij erop elk jaar de eerstejaars compositie te onderwijzen, in de hoop dat deze jonge mensen hun schrijfvaardigheid zouden ontwikkelen volgens de oude principes van zijn vakgebied.

In een vlak voor zijn dood gehouden rede, “Language Is Sermonic“, wees Weaver op het lage niveau waarin de retoriek in de moderne tijd was terechtgekomen. Tegelijkertijd pleitte hij voor een ethische retoriek: niet alleen presentaties in spraak en geschrift die niet alleen retorische tactieken hanteren, maar ook een strategie die op de een of andere manier de waarheid beoogt. Hij waarschuwde ook voor de gevaren die we lopen wanneer een spreker of schrijver ons misleidt. “Aangezien retoriek ons confronteert met keuzes die te maken hebben met waarden,” zegt hij, “is de retoricus een prediker voor ons, nobel als hij probeert onze passie te richten op nobele doelen en onedel als hij onze passie gebruikt om ons te verwarren en te vernederen.”

In een toespraak uit 1955, “A Responsible Rhetoric“, richt Weaver zich op dit laatste idee op een minder technische manier. Hier stelt hij onomwonden: “Verantwoorde retoriek, zoals ik die opvat, is een retoriek die in de eerste plaats verantwoordelijk is voor de waarheid.” Vervolgens geeft hij voorbeelden van wat er gebeurt als die verantwoordelijkheid wordt genegeerd of bewust wordt gemeden.

Het essay van vijf alinea’s met zijn stelling, zijn drie ondersteunende argumenten en een conclusie die de stelling herhaalt – een vorm die nog steeds in sommige klassen wordt onderwezen – is een overblijfsel uit de tijd dat retoriek, logica en grammatica aan het hoofd van de taalkunsten stonden.

De middeleeuwse theoloog Thomas van Aquino gebruikte retorische middelen om het christelijk geloof te onderzoeken. “Thomas van Aquino,” datum onbekend, door Sandro Botticelli. (Public Domain)

Gedane schade

Per definitie – de kunst van het overtuigen – retoriek is echter volledig onder ons. Immers, wat zijn advertenties anders dan aansporingen om een bepaald merk zeep of een nieuwe auto te kopen? Een werkgever roept zijn verkopers bij elkaar en spoort hen aan meer producten te verkopen, met redenen om dat te doen en tips om de verkoop te verhogen. Zij bellen op hun beurt hun contacten en proberen een verkoop te forceren. Het is allemaal retoriek, maar van een lagere vorm dan die welke Richard Weaver en zovele anderen voorstaan.

Toch is dat de vorm die we vandaag de dag in onze politiek zien. Degenen die zich kandidaat stellen of in functie zijn, zijn vaak wandelende, pratende reclameborden met slogans en soundbites, maar met feiten en waarheid die vaak voor het publiek verborgen blijven.

Bovendien kunnen mensen die niet getraind zijn in retoriek, de misvattingen en het bedrog in de standpunten van gezagsdragers niet ontdekken. In “Waarom retoriek studeren?” vat Trent Leach, leraar aan een Latijnse school in Topeka, Kansas, dit idee samen: “Als ik de grammatica verkeerd gebruik, maak ik slechte zinnen. Als ik logica verkeerd gebruik, maak ik slechte argumenten. Maar als ik retoriek verkeerd gebruik, gebruik ik mensen en leid ik ze in allerlei onwaarheden.”

Hoop aan de horizon

In “Classical Rhetoric 101: An Introduction,” merken Kate en Brett McKay, die de website The Art of Manliness beheren, ditzelfde voordeel op, door te schrijven dat de studie van retoriek je een betere burger maakt, je instaat brengt om de rook en spiegelende proposities die onvermijdelijk voorkomen te onderscheiden, en dat het “je beschermt tegen intellectueel despotisme”. Zij staan ook stil bij de positieve kanten van deze kunst en benadrukken het belang van de kunst van het overtuigen in onze dagelijkse omgang met mensen als onze werkgevers, onze vrienden en onze kinderen.

De studie van retorica is een belangrijk onderdeel van het echte leren en een klassieke opvoeding. (kelsey.rakoczy/CC BY-SA 4.0)

In een tijd die zichzelf het “communicatietijdperk” noemt, verdient retoriek een prominente plaats in de kerncurricula van het onderwijs, en veel scholen, waarvan de meeste gemodelleerd zijn naar het klassieke onderwijs, werken aan het herstel ervan. Als hun inspanningen uiteindelijk een succes worden en meer en meer jonge mensen voortbrengen die in deze discipline zijn opgeleid, zullen zowel ons land als onze cultuur enorm verbeteren.

Gepubliceerd door The Epoch Times (27 april 2023): A Lost Tool of Learning: Rhetoric and Why It Matters

Het nastreven van geluk

In de Onafhankelijkheidsverklaring schreef Thomas Jefferson een van de meest revolutionaire zinnen ooit geschreven: “Wij beschouwen deze waarheden als vanzelfsprekend, dat alle mensen gelijk zijn geschapen, dat zij door hun Schepper zijn begiftigd met bepaalde onvervreemdbare rechten, dat hiertoe behoren Leven, Vrijheid en het nastreven van Geluk.”

Deze woorden staan haaks op de menselijke geschiedenis, met haar sombere litanie van tirannen en keizers, meesters en slaven. Tegenwoordig beschouwen we Jeffersons uitspraak als een gegeven, als een axioma in de meetkunde, en zo formuleerde hij het ook. Maar kunnen we desgevraagd uitleggen wat hij bedoelde met “het nastreven van geluk”?

We moeten niet te hard zijn voor onszelf als we moeite hebben met die vraag. Zoek online naar “Wat bedoelde Thomas Jefferson met het nastreven van geluk?” en je vindt een dozijn verschillende gedachten en meningen.

Sommigen vertalen Jeffersons streven naar geluk bijvoorbeeld als het najagen van hedonistische genoegens, zoals kinderen die naar de toonbank van een ijswinkel rennen. Anderen zouden het kunnen interpreteren als een oproep om materiële rijkdom te zoeken, met als doel het goede leven te leiden met een huis in de Keys en een Mercedes roadster in de garage.

Gezien Jeffersons opleiding en temperament bedoelde hij echter waarschijnlijk een meer filosofische connotatie, zoals sommige van die zoekresultaten ons vertellen. Laten we uitgaan van een oud Grieks woord dat Jefferson goed kende, “eudaimonia”, en die mond vol klinkers selecteren als zijn synoniem voor geluk.

Eudaimonia betekent in wezen een goed geleefd leven. Het is een vorm van geluk, ja, maar verbonden met deugd en gevonden in ons beste zelf. Het adjectief “floreren” wordt vaak geassocieerd met eudaimonia.

En nu zijn we op de goede weg.

Terecht een leven van geluk, van eudaimonia, nastreven betekent bewustzijn van twee bijkomende omstandigheden. Ten eerste ervaren we eudaimonia zowel bij het nastreven van een doel als bij het bereiken ervan. Bedenk hoeveel oudere echtparen terugdenken aan de begindagen van hun huwelijk, toen ze in een flat woonden en leefden van bonen en rijst. “Toen waren we gelukkig,” lachen ze. Dat is eudaimonia aan het werk.

Aan de andere kant is het bereiken van een doel geen garantie voor geluk. Maar al te vaak bereikt de pelgrim het einde van een zoektocht en vindt hij teleurstelling in plaats van een heilige graal. De jonge vrouw die afstudeert aan de universiteit en de medische school en die lang begeerde M.D. behaalt, kan haar succes leeg vinden, een enorme afknapper. Ze zocht eudaimonia op het moment van haar prestatie in plaats van het te zoeken op het pad dat ze volgde om er te komen.

In zijn TED Talk, “A Recipe for Eudaimonia,” beschrijft Jay Kannaiyan een motorreis die hij maakte van de Verenigde Staten terug naar zijn geboorteland India, reizend door Mexico, Latijns-Amerika en Afrika. Onderweg bereidde hij zijn favoriete gerecht, kip curry, voor zijn gastheren. Door de vreugde en kameraadschap die deze gedeelde maaltijden teweegbrachten, vond Kannaiyan momenten van eudaimonia, een ideaal dat hij omschrijft als “je beste zelf zijn op elk moment”. Kannaiyan’s motorreis diende als zijn streven naar geluk.

Aan het eind van zijn verhaal vraagt Kannaiyan: “Hoe kun je eudaimonia vinden in je leven? Het is eigenlijk overal om je heen. Je bent omringd door dingen die waar, goed en mooi zijn. Weet gewoon dat wanneer die drie ingrediënten aanwezig zijn, je menselijke bloei ervaart, en je een staat van zijn hebt bereikt die hoger is dan alleen maar gelukkig zijn.”

Ik moedig de lezers aan Kannaiyan’s video te bekijken. Ondertussen wens ik u allen een zeer eudaimonische dag toe!

Gepubliceerd door The Epoch Times (11 mei 2023): The Pursuit of Happiness

De gaven van een slaaf: St. Patrick, Ierland, en Westerse Beschaving

Een klaver op het hemd of de blouse. Een beker groen bier. Traditionele Ierse muziek vermengd met gelach en blij geroep in een kroeg. Parades en optochten met Ierse steppen, kabouters en in het groen uitgedoste toeschouwers.

De viering van Saint Patrick’s Day is al lang verweven met het Amerikaanse verleden. De eerste dergelijke viering in de Nieuwe Wereld vond plaats op 17 maart 1601 in St. Augustine, Florida, mogelijk geïnspireerd door een Ierse priester die in die buitenpost van Spanje woonde. Boston hield in 1737 een St. Pat’s parade en New York volgde in 1762. Met de stroom immigranten naar Amerika als gevolg van de Ierse hongersnood in het midden van de daaropvolgende eeuw, groeiden de vieringen in omvang. Als thuisbasis voor veel van deze immigranten, vindt vandaag de dag in Savannah in het zuiden de grootste viering van deze feestdag plaats. Sinds 1962 kleurt Chicago zijn rivier groen om deze jaarlijkse gebeurtenis te vieren.

Een muziekkorps van de politie marcheert in de St. Patrick’s Day Parade over Fifth Avenue op 17 maart 2022 in New York City. (Spencer Platt/Getty Images)

Op 17 maart wordt iedereen beschouwd als een erezoon of -dochter van Erin, en is welkom om deel te nemen aan de festiviteiten en een glas Guinness te heffen.

Wat vervolgens een vraag oproept: Weten deze feestgangers wie St. Patrick was of waarom ze de verjaardag van zijn dood vieren? Nog belangrijker, begrijpen ze de impact van deze priester en bisschop op de westerse cultuur?

Zet de muziek in de kroeg eens wat zachter, stel de feestvierders aan de bar die eerste vraag, en je hoort waarschijnlijk dat Patrick de slangen uit Ierland verdreef. Sommigen brengen misschien het klaverblad ter sprake, nu de nationale plant van Ierland, en beweren dat Patrick het gebruikte om de leer van de Drie-eenheid te onderwijzen.

Dit zijn mooie legendes, maar meer zijn het niet: legendes. De werkelijkheid is veel krachtiger en opwindender.

Slaaf en Priester

Om te beginnen was Patrick niet Iers, maar Brits. Zoals we leren uit zijn “Belijdenis“, een spirituele herinnering en verdediging van zijn werk, geschreven veel later in zijn leven, werd Patrick geboren in een rijke familie aan het eind van de vierde eeuw. Hij was 16 jaar oud toen Ierse overvallers het landgoed waar hij woonde aanvielen. Vastgebonden en samen met anderen werd hij die nacht afgevoerd, naar Ierland gebracht en tot slaaf gemaakt.

De volgende zes jaar hoedde Patrick schapen, een groot deel van de tijd was hij alleen en vaak hongerig, en hij had het vaak koud. Naarmate de tijd verstreek en dromend van zijn oude thuis, begon hij zijn geloof te hervinden. Hij bad onophoudelijk, vastte en begon te geloven dat God met hem communiceerde. Volgens zijn “Belijdenis” vertelde een stem in een droom Patrick op een nacht dat er een schip op hem wachtte en dat de tijd gekomen was om te ontsnappen.

Patrick liep dagenlang, kwam aan bij de kust, sloot zich aan bij de bemanning van een schip en keerde terug naar Brittannië. Na nog een lange tocht voegde hij zich weer bij zijn familie, die “mij smeekte om nu eindelijk, na zoveel ontberingen te hebben ondergaan, hen niet te verlaten en naar ergens anders te gaan.” Maar de gelovige geharde jongeman die naar huis was terug gekeerd, was ver verwijderd van de jongen die door de slavenhandelaars werd gegrepen, en Patrick verklaarde dat hij van plan was om het religieuze leven te volgen. En hij wilde niet alleen studeren voor het priesterschap, maar de stem in zijn dromen zei hem ook terug te keren naar Ierland en het volk tot Christus te brengen.

Er is weinig bekend over de volgende tien jaar van zijn leven. Dat hij een opleiding volgde en eerst diaken en daarna priester en bisschop werd, is een gegeven, maar zoals Philip Freeman opmerkt in zijn biografie “St. Patrick of Ireland”, weten we niet zeker waar, wat of met wie hij studeerde.

De Missie

Wat we wel weten is dat Patrick terugkeerde naar Ierland en bisschop werd met een tweeledige missie: de kleine christelijke gemeenschap in dat land bedienen en zoveel mogelijk Ieren tot het christendom brengen. Hij bracht verschillende voordelen mee in dit werk. Door zijn slavernij kon hij de taal van het volk spreken en hun gebruiken begrijpen, en hij had een gave om hun symbolen en sommige van hun gebruiken in het geloof op te nemen. Zij eerden hun goden bijvoorbeeld met vuur en dus vierde Patrick Pasen met vreugdevuren. Aan het kruis voegde hij een cirkel toe die de door de Ieren vereerde zon voorstelde, en zo ontstond het Keltische kruis.

Na zijn terugkeer in Ierland trok Patrick jarenlang met een groep helpers en volgelingen over het platteland. Hij bouwde christelijke gemeenschappen en kerken op, stichtte kloosters, wijdde priesters in, ging om met verschillende koningen en krijgsheren en predikte het evangelie. Zijn “Belijdenis” vertelt over enkele van deze ondernemingen, maar onthult vooral de diepten van zijn geestelijk leven. Zijn beroemde en prachtige “Borstplaat”-gebed versterkt deze indruk van vurige en oprechte heiligheid.

Zoals zo veel van zijn leven, is de datum en het jaar van zijn dood omstreden, hoewel 17 maart 461 na Christus door de meeste geleerden wordt aanvaard. Hij zou begraven zijn op de Hill of Down in Ierland.

Iers nalatenschap

Hoewel de gelovigen Patrick vele wonderen toeschrijven, waaronder het tot leven wekken van doden, kwamen zijn grootste wonderen in de eeuwen na zijn dood. Door zijn persoonlijke voorbeeld en onophoudelijke bediening liet hij een bloeiend religieus geloof na dat de toewijding van het Ierse volk opeiste en hen uiteindelijk zou verenigen, een einde maakte aan de oorlogen tussen stammen en koningen, en hen het vermogen gaf om gedurende vele eeuwen allerlei onderdrukkingen en oorlogen te verdragen. Bovendien werden ze zulke gepassioneerde gelovigen en geleerden dat ze niet alleen de cultuur van hun eiland veranderden, maar ook de kennis en het geloof over delen van Europa verspreidden.

Brigid van Kildare trad in de voetsporen van St. Patrick. (Publiek Domein)

Er waren vele priesters, mannen en vrouwen (die geloften aflegden en in kloosters of conventen hun intrede namen), alsook heiligen, die in Patrick4s voetsporen traden. Brigid van Kildare bijvoorbeeld legde kuisheidsgeloften af en stichtte met de hulp van een kluizenaar-priester een kerk en een klooster. Aan haar werden vele wonderen toegeschreven, ze zorgde voor armen en zieken en diende anderen waar ze maar kon. Tegenwoordig is ze de beschermheilige van Ierland.

 

Geïnspireerd door de verhalen van martelaren in Rome, maar zonder actieve vervolging van christenen, gingen andere mannen en vrouwen op zoek naar het “groene martelaarschap”, dat bestond uit praktijken van extreme boetedoening, zo goed beschreven in het boek “How the Irish Saved Civilization” van Thomas Cahill. Zij zochten afgelegen plaatsen op om als kluizenaars of in kleine gemeenschappen te leven, en leden ontberingen op aarde in de overtuiging dat dit hen zou voorbereiden op de hemel.

Brendan, een stichter van verschillende kloosters, vond een bijzondere manier om dit groene martelaarschap in praktijk te brengen. Samen met een paar volgelingen voer hij de oceaan op in een curragh, een klein bootje van hout en bedekt met ingevette en genaaide ossenhuiden. Of hij en zijn mannen werkelijk voet hebben gezet in landen zo ver weg als IJsland of New England blijft discutabel, maar in het midden van de jaren zeventig toonden Tim Severin en een bemanning van ambachtslieden en zeelieden aan dat het mogelijk was een dergelijk vaartuig te bouwen en het over de Atlantische Oceaan te varen. Tegenwoordig is Brendan de beschermheilige van de zeevaarders.

Helpen bij het behoud van de beschaving

Net als deze “groene martelaren” verlieten een aantal monniken Ierland om als missionarissen te dienen in delen van Europa, waarbij zij deze ballingschap beschouwden als hun eigen vorm van zelfopoffering. Zoals Patrick in Ierland had gedaan, verspreidden zij het geloof, de kennis en de kloosters naar verschillende delen van Europa. In zijn uitgebreide artikel “Hearts and Minds Aflame for Christ-Irish Monks: A Model For Making All Things New in the 21st Century” bespreekt Daryl McCarthy de immense waarde van het onderwijs dat deze monniken meebrachten naar plaatsen als Duitsland, Gallië en Schotland, evenals het estheticisme en de toewijding die zoveel indruk maakten op de mensen die zij ontmoetten.

De reis van St. Brendan afgebeeld in een Duits manuscript. (Publiek Domein)

Gedurende de volgende 400 jaar vormden Ierse monniken de ruggengraat van het onderwijs in Europa. “Geen enkel land zond ooit zulke gepassioneerde leraren uit,” schreef de Ierse historica Alice Green in 1911, “en Karel de Grote en zijn opvolgers stelden hen aan het hoofd van de belangrijkste scholen in heel Europa.” Deze Ierse monniken staan vandaag de dag ook bekend om de manuscripten die zij bewaarden tijdens de omwentelingen na de val van het Romeinse Rijk en om de prachtige kromlijnige kunst die sommige van deze oude geschriften siert.

Als we deze St. Patrick’s Day het glas heffen, laten we dan niet vergeten een toost uit te brengen op de man die zulke waardevolle schatten aan onze beschaving en cultuur heeft geschonken.

Gepubliceerd door The Epoch Times (12 maart 2023): The Gifts of a Slave: St. Patrick, Ireland, and Western Civilization.

De familie Ingalls en wijzelf

In maart 1974 ging ” Het kleine huis op de prairie” in première op televisie.

Deze dramaserie, gebaseerd op de kinderboeken van Laura Ingalls Wilder, heeft negen jaar gelopen, vier Emmy’s en 16 nominaties gekregen en is nog steeds een van de meest succesvolle series in de geschiedenis van de televisie. Ondanks zijn leeftijd blijft “Het kleine huis” ook tegenwoordig nog populair bij het publiek.

Veel van die aantrekkingskracht heeft ongetwijfeld te maken met het goede acteerwerk van Michael Landon als pa Ingalls en Karen Grassle als ma, en met Melissa Gilbert, Melissa Sue Anderson en Rachel Lindsay Greenbush die de dochters Laura, Mary en Carrie spelen. Vaak losjes gebaseerd op de romans, zijn de verhaallijn en dialoog solide, en de cinematografie en muziek aantrekkelijk.

Veel kijkers worden zeker ook aangetrokken door de deugden die in deze grensverhalen worden uitgebeeld. Zij ervaren heimwee naar een verleden dat zij nooit hebben meegemaakt, een tijd waarin het leven eenvoudiger was, of in ieder geval basaler, en de draden van een gemeenschappelijke moraal door de cultuur liepen. Ze verlangen niet per se terug naar die tijd met zijn slopende arbeid, de trage communicatie of de pre-antibiotische ziekten, maar ze zouden willen dat hun leven meer leek op dat van Charles en Caroline Ingalls, hun drie meisjes en sommige van de andere personages in deze serie.

Hier is goed nieuws voor hen: Werk en woorden kunnen sommige wensen laten uitkomen.

De serie begint: Een snelle blik

De eerste aflevering van de serie “Het kleine huis” is een volledige filmpilot en toont de familie Ingalls die net is aangekomen aan de oevers van Plum Creek en klaar is om hun huifkar uit te pakken. Charles vindt werk bij een molen in het nabijgelegen Walnut Grove in ruil voor hout om een huis te bouwen. Omdat hij geen ploeg en zaad heeft, neemt hij ook een ander baantje aan bij de vinnige meneer O’Neil. Na het breken van zijn ribben tijdens een familiepicknick is Charles niet in staat om te werken, en O’Neil komt de twee ossen ophalen die Charles had beloofd als hij de klus niet zou klaren. Enkele dorpelingen komen Charles te hulp, maken het werk af, en de familie Ingalls is nu vrij om hun gewassen te planten.

In die ene aflevering staan voorbeelden van alle geschenken – een hechte familie, een plek om zich thuis te voelen en te wonen, en een ondersteunende gemeenschap – waar zovelen tegenwoordig naar verlangen. Maar is het mogelijk dat we van “Het kleine huis” kunnen leren hoe we die dingen kunnen creëren en zo onze wensen kunnen laten uitkomen?

Laten we aan boord gaan van onze eigen huifkar, terugreizen in de tijd, en dat ontdekken.

Familie

Wanneer Charles zich realiseert dat hij door zoveel te werken zijn gezin verwaarloost en boos wordt op de kinderen, neemt hij Caroline en de meisjes mee voor een picknick. Wanneer hij uit een boom valt en zijn ribben breekt, ploegt Caroline de velden terwijl de meisjes, die al klusjes doen en op de kleine Carrie passen, het koken en de huishoudelijke taken overnemen.

Dit is een familie die samenwerkt, zorgt voor hun eigen vermaak – Pa’s viool, het lezen van de Bijbel en het vertellen van verhalen – en bijspringt als het moeilijk wordt. In de pilot aflevering zegt Charles op een gegeven moment dat hij Caroline nooit bij haar familie in Minnesota weg had moeten halen. “Mijn familie is waar jij bent,” zegt Caroline, Ruth refererend uit de Bijbel: “Waar jij gaat zal ik gaan, en waar jij blijft zal ik blijven.”

Tegenwoordig is die nadruk op het gezin verdwenen. Uit een recente enquête van het Pew Research Center blijkt dat een groot aantal ouders prioriteit geeft aan de opleiding en carrière vervulling van hun kinderen, maar dat slechts ongeveer 20 procent hun kinderen leert dat huwelijk en gezin belangrijk zijn in het leven.

Als we naar deze aflevering kijken, kunnen we ons afvragen: Hoe centraal staat familie in mijn eigen leven?

Als we geen familie bij ons hebben wonen, kunnen we ons afvragen: is er een manier waarop ik het contact met mijn familieleden kan verbeteren, of een relatie met een weggevallen familielid kan herstellen?

De hechte familie Ingalls is een toonbeeld van zelfredzaamheid. (NBC Television/MovieStillsDB)

Thuis

Liggend in bed op de zolder die hun vader voor hen gebouwd heeft, zegt Laura: “Ik denk dat thuis het mooiste woord is dat er is.”

Laura heeft gelijk. Het woord thuis heeft magie in zich, net als een huis zelf. Voor velen van ons is thuis een geheugendoos, een verzameling schatten die ons eraan herinneren wie we zijn en waar we zijn geweest. Zo is er de secretaire met het uitschuifbare bureau van onze overgrootmoeder, het poppenhuis waar onze dochters op de kleuterschool mee speelden, de boekenkast die onze vader bouwde, het bureau dat we van onze echtgenoot kregen toen we net getrouwd waren.

In de pilot woonden de Ingalls in een plaggenhut, en in de eerste aflevering wonen ze een tijdje in een huis dat in de zijkant van een heuvel is ingegraven. Beide plaatsen waren een thuis voor hen omdat ze het zo maakten, en hetzelfde geldt voor ons. Of ons adres nu een appartement in Chicago is of een luxe huis in Newport, Rhode Island, waar we wonen is een thuis als we het vullen met liefde, dierbare voorwerpen en herinneringen.

Karen Grassle als Caroline Ingalls en Michael Landon als Charles Ingalls. (NBC Television/MovieStillsDB)

Vrienden en de gemeenschap

Wanneer Charles met zijn gebroken ribben naar zijn werk voor meneer O’Neil strompelt om zijn contract te voltooien en zijn ossen terug te krijgen, zakt hij al snel in elkaar bij het tillen van zware zakken graan. Hoewel hij nieuw is in de stad, zijn de mensen Charles gaan respecteren als een harde werker en een eerlijk man, en sommigen van hen springen nu bij om het werk voor hem af te maken. Aan het eind van de aflevering vertelt onze vertelster Laura: “Pa zei dat hij blij was dat we aan de oevers van Plum Creek waren komen wonen, want hier oogstte hij een oogst waarvan hij niet wist dat hij die had geplant: een oogst van vrienden.”

Dat zo’n gemeenschap in die tijd gemakkelijker tot stand kwam dan nu is zeker zo. Mensen gingen met elkaar om in dezelfde winkels, vermaakten zich op dansfeesten, gingen naar dezelfde kerk en hielpen elkaar, alleen al omdat het gewoon fatsoenlijk was.

Onze taak is moeilijker. Onze moderne manieren – onze auto’s, televisies en computers, banen en drukke agenda’s en meer – plaatsen ons ver af van de kleine steden en dorpen van de jaren 1880, of zelfs van de buurten in de grote steden van toen. Wij kennen elkaar gewoon niet meer zoals zij dat deden. In mijn eigen buurt bijvoorbeeld heeft bijna elk huis een veranda, maar de meeste mensen blijven binnen of zitten op een terras met uitzicht op hun achtertuin. Als ik op mijn veranda zit, zwaai ik naar voorbijgangers in hun auto’s, maar ik ken hun namen niet en weet niets over hen.

Het is aan ons

Als we de dingen willen die we in “Het kleine huis op de prairie” zien – het hechte gezin, een huis dat in een thuis is veranderd, buren en vrienden die we kennen en vertrouwen – moeten we ervoor werken. Als we onze gezinnen willen versterken, moeten we misschien stoppen met overdreven presteren op kantoor en meer tijd doorbrengen met onze echtgenoot en kinderen. Als Caroline Ingalls de vloer van een huis met graszoden kan aanvegen, een paar kostbare spullen uit Minnesota kan neerzetten en de plek haar thuis kan noemen, dan kunnen wij er zeker voor zorgen dat onze eigen huizen die naam waardig zijn. En hoewel het creëren of vinden van een gemeenschap moeilijk is, zijn er genoeg manieren om te beginnen: lid worden van een kerk of een plaatselijke organisatie, de naam leren kennen van de bediende die onze boodschappen afrekent, en de mensen die we tegenkomen behandelen zoals we zelf behandeld willen worden.

Wij hebben luxe die onze recente voorouders zich nauwelijks hadden kunnen voorstellen: voertuigen met temperatuurregeling die Kansas in uren in plaats van dagen kunnen doorkruisen, gezondheidszorg die veel van de ziekten en sterfgevallen van die tijd voorkomt, de mogelijkheid om een apparaat in de palm van onze hand te houden en met de wereld te communiceren.

Maar zij bezaten enkele dingen die onze cultuur mist. Door hun zelfredzame houding over te nemen, kunnen wij, als we dat willen, die essentiële zaken van vroeger versterken: ons gezin, ons thuis en onze gemeenschap.

Origineel gepubliceerd op The Epoch Times (27 februari 2023): The Ingalls Family and Us

Bruggen bouwen: Jong en oud zijn natuurlijke bondgenoten

In de 21e eeuw is verdeeldheid zo Amerikaans geworden als mama en appeltaart.

Rode staten en blauwe staten, links en rechts, zwart en wit, man en vrouw, rijk en arm: Onze cultuur leert ons anderen te beoordelen op criteria als huidskleur, waar we naar school zijn gegaan en het werk dat we doen, en de generatie waarin we zijn geboren. In plaats van bruggen te bouwen, werken sommige van onze politici, commentatoren en academici verwoed aan het graven van ravijnen.

De kloof tussen jongeren en ouderen krijgt in de media minder aandacht dan andere kwesties, maar ook die is reëel en betreurenswaardig. Soms kan dit generatiemisverstand ook grappig zijn. Hoe vaak heb je mensen van 60 jaar en ouder niet horen zeggen: “Ik begrijp de jeugd van tegenwoordig niet”? Tegelijkertijd klagen mensen van 40 jaar en jonger: “Boomers begrijpen ons gewoon niet.”

Het is eigenlijk jammer, want met al het geknoei en gemodder van ons nationaal onbegrip missen beide groepen kansen om wijsheid, een betere gezondheid en persoonlijke groei te verwerven.

Enkele statistieken

Volgens een studie van de Columbia University voelt 1 op de 3 volwassenen boven de 50 zich eenzaam. De zorg voor een zieke echtgenoot, pensionering, het overlijden van vrienden en andere factoren kunnen ertoe leiden dat deze mannen en vrouwen zich sociaal geïsoleerd voelen. Op hun beurt kunnen ze hun gezondheid verwaarlozen, zich terugtrekken van activiteiten en de televisie aanzetten voor gezelschap in plaats van een vriend of familielid op te bellen.

Ondertussen vertonen millennials, die geboren zijn tussen 1981 en 1996, en de generatie Z die hen opvolgt, nog hogere percentages van isolatie en sociale uitsluiting. Zoek online naar “Millennial eenzaamheid” of “Generatie Z eenzaamheid” en er verschijnen artikelen, gegevens en peilingen waarin ze worden uitgeroepen tot “de eenzaamste generaties”. Sociale media hebben duidelijk niet de plaats ingenomen van persoonlijke vriendschappen.

Gezien deze cijfers en dit algemene gevoel van isolatie bij alle generaties, zou een fusie van deze eenzame harten niet wat geluk kunnen opleveren voor jong en oud?

En er is meer

Naast gezelschap kunnen senioren en hun jongere tegenhangers elkaar echt iets speciaals bijbrengen.

“Van mijn grootvader [heb ik] een goede moraal en het beheer van mijn humeur geleerd,” schreef de Romeinse keizer en filosoof Marcus Aurelius.

De meesten van ons die ouder zijn kunnen zich vinden in de dankbaarheid van de keizer. Net als hij, hebben we misschien een aantal lessen geleerd van onze ouderen, van het vertellen van de waarheid tot het koken van familiefavorieten tot het verwisselen van een autoband. We herinneren ons een leraar die ons door een moeilijke periode loodste, of een werkgever die ons inspireerde om harder te werken en te streven naar uitmuntendheid.

Voorbeelden van zulke mentoren zijn er in overvloed in de literatuur en de film. In de roman “A Soldier of the Great War” van Mark Helprin bijvoorbeeld deelt een oudere professor in de esthetica de lessen van zijn leven met een Italiaanse monteur van 20 jaar. In de film “Secondhand Lions” nemen twee chagrijnige oude avonturiers een jong neefje onder hun hoede en voeden hem op tot man.

En de jongeren? Zij betalen de ouderen terug voor hun lessen en hun vriendschap met een munt die nergens anders te krijgen is. Toen ik begin 50 was, heb ik 12 jaar voltijds les gegeven aan seminaries van thuisonderwijzers. Ik vond vreugde in het horen van de lach van mijn studenten, het kijken naar hun vriendschappen en flirten, het luisteren naar hun dromen, en hen te helpen leren en groeien. Velen van hen volgden vier of vijf jaar lang lessen bij mij, bijvoorbeeld van een schrijfcursus op de middelbare school tot een cursus Engels voor gevorderden. In die tijd raakte ik goed bekend met hen en hun gezinnen. Die jaren van werken met tieners waren de gelukkigste en spannendste van mijn werkzame leven.

Bij het leggen van deze verbanden treden jong en oud op als leraren en leerlingen. De jongeren geven les door hun onschuld en idealisme, de ouderen door hun ervaring en wijsheid. Zet ze samen, en je zou kunnen ontdekken dat je de beste klas ter wereld hebt gebouwd, zelfs als die samenkomt aan de keukentafel of in een plaatselijke koffieshop.

Samenkomen: Enkele opmerkingen voor de oudere bende

Stel, je bent op zoek naar gezelschap, of je wilt gewoon genieten van het gezelschap van jonge mensen. Een manier om te beginnen is door online te zoeken naar “programma’s die oud en jong met elkaar verbinden“, waar je sites vindt die variëren van mentorschap op lagere en middelbare scholen tot het werken met vrijwilligersorganisaties die zich richten op relaties tussen generaties.

Lokale organisaties kunnen je ook in contact brengen met jongeren. Een kennis van mij, 69 jaar, geeft zondag school voor tieners in een kleine kerk en vindt dat werk heerlijk. Een docente van middelbare leeftijd begeleidt mannen van 20 en 30 jaar, meestal via internet, bij het opbouwen van sterkere relaties met hun leeftijdsgenoten.

Natuurlijk liggen dergelijke mogelijkheden ook dichter bij huis. Tienerkleinkinderen, neven en nichten op de universiteit, die 30-jarige die je net hebt aangenomen in de boekhouding, of die nieuwe man in de bouwploeg die er een beetje verloren uitziet – vriendschap sluiten en begeleiden kan je wereld verlevendigen.

Het gaat om de relatie

Interactie met een jong kleinkind, zoals het leren fietsen, is gemakkelijk en leuk voor beide partijen. Om jongvolwassenen te betrekken, probeer hen bij activiteiten te betrekken en hun vertrouwen te verdienen. (Biba Kayewich)

Interactie met een 5-jarig kleinkind is meestal vrij eenvoudig. Je geeft ze wat lekkers, je leert ze fietsen en je zegt dat je van ze houdt. Het is lief, makkelijk en leuk.

Om tieners en jongvolwassenen aan je te binden heb je andere vaardigheden nodig. Je moet eerst hun respect verdienen, en dat kan alleen door middel van een relatie.

Stel dat je kleindochter, een studente die met vakantie thuis is, in de problemen is geraakt. Haar cijfers zijn laag, ze ziet eruit alsof ze wel wat zon kan gebruiken, en op familiebijeenkomsten zit ze meestal in een hoekje op de bank, met haar telefoon te prutsen. Je kunt haar vragen of het goed met haar gaat, maar tenzij die relatie sterk is, krijg je waarschijnlijk alleen maar een schouderophalen en een gemompelde: “Het gaat wel.”

Gooi die directe benadering overboord. Nodig in plaats daarvan die kleindochter uit in je keuken om te bakken en te koken. Neem haar mee uit winkelen of uit eten in een restaurant. Bel haar regelmatig op als ze weer naar school gaat.

Deze tactiek van het opbouwen van vertrouwen en wederzijds respect geldt over de hele linie. Als u bijvoorbeeld een leidinggevende bent en u wilt invloed hebben op een jongere werknemer, toon dan interesse in hem. Vraag naar zijn ambities en zijn leven buiten het werk. Indien mogelijk, werk samen in plaats van te dicteren.

Aanwezigheid is alles bij het opbouwen van relaties. Het vertrouwen komt later en op een natuurlijke manier.

Luisteren komt op de eerste plaats

Een vriendin van mij ontdekte dat al haar jongere collega’s vrienden hadden die in therapie waren. Nu hebben sommige van die vrienden ongetwijfeld diepgewortelde problemen, maar de meesten van hen zijn waarschijnlijk op zoek naar een luisteraar, iemand die naar hen luistert zonder oordeel of afwijzing. We leven dan wel in het grote tijdperk van de communicatie, maar gezien de hierboven genoemde omvang van de eenzaamheid hebben blijkbaar heel veel mensen, zowel oud als jong, niemand die naar hen luistert.

Dus nogmaals: Wees aanwezig. Luister. Onderbreek niet en oordeel niet. Stel vragen. Denk na voordat je spreekt.

Ons land heeft veel muren op dit moment. Senioren, millennials en de Gen Z ploeg kunnen een aantal van deze barricades neerhalen, samen leren en groeien, en plezier hebben op de koop toe.

Jeff Minick heeft vier kinderen en een groeiend peloton kleinkinderen. Twintig jaar lang gaf hij geschiedenis, literatuur en Latijn aan seminars van thuisstudie studenten in Asheville, N.C. Hij is de auteur van twee romans, “Amanda Bell” en “Dust on Their Wings”, en twee non-fictie werken, “Learning as I Go” en “Movies Make the Man”. Tegenwoordig woont en schrijft hij in Front Royal, Va.

Gepubliceerd door The Epoch Times ( 1 februari 2023): Building Bridges: Adults Young and Old Are Natural Allies

 

Van adolescentie tot volwassenheid: Verantwoordelijkheden gaan boven rituelen

De online Britannica definieert een overgangsritueel als een “ceremoniële gebeurtenis, bestaand in alle historisch bekende samenlevingen, die de overgang markeert van de ene sociale of religieuze status naar een andere”.

In hetzelfde artikel geven de auteurs meer details: “Veel van de belangrijkste en meest voorkomende overgangsrituelen zijn verbonden met de biologische crises, of mijlpalen, van het leven – geboorte, volwassenheid, voortplanting en dood – die veranderingen teweegbrengen in de sociale status en dus in de sociale relaties van de betrokkenen. Andere overgangsrituelen vieren veranderingen die geheel cultureel zijn, zoals de inwijding in verenigingen van mensen met speciale belangen – bijvoorbeeld broederschappen.”

In de westerse cultuur gaan veel van deze rituelen traditioneel gepaard met een religieuze ceremonie. Eeuwenlang werd bijvoorbeeld een baby gedoopt, kregen adolescenten de eerste communie en het vormsel, trouwden een man en een vrouw in een kerk, volgden priesters en religieuze broeders en zusters een opleiding en een ceremonie ter bevestiging van hun nieuwe status, en verlieten stervenden dit leven met de laatste riten. In het Joodse geloof ondergingen jongens op ongeveer 13-jarige leeftijd hun bar mitswa, een periode van training in hun geloof, gevolgd door een ceremonie die hun volwassenheid en hun vermogen om deel te nemen aan religieuze diensten erkende.

Maar hoe zit het vandaag de dag? Is er een ceremonie of een soort test die in onze meer seculiere wereld de overgang van adolescentie naar volwassenheid markeert?

Trouwen, een eerste huis kopen en een baby krijgen zijn belangrijke gebeurtenissen in het leven die traditioneel een grote stap in de wereld van de volwassenen symboliseren. (Biba Kayewich)

Enkele moderne inwijdingen

Een overgangsrite houdt meestal een reis in van het vertrouwde naar het nieuwe, een expeditie die gekenmerkt wordt door onderwijs of een soort beproeving of belangrijke gebeurtenis, en een transformatie van de betrokkene.

Onze samenleving kent een overvloed aan dergelijke rituelen, hoewel ze zelden die naam dragen. Een 16-jarige bestudeert de verkeersregels, slaagt voor een examen en behaalt haar rijbewijs, waarmee zij het wettelijke recht verwerft om twee ton metaal, plastic en rubber met 100 km per uur over de snelweg te rijden. Een scout wint de hoogste prestatie van zijn organisatie, de rang van Adelaar, waarbij zijn prestatie gewoonlijk wordt gevierd met fanfare en een speciale ceremonie. De samenleving beschouwt het afstuderen op de middelbare school nog steeds als een stap naar volwassenheid, waarbij de afgestudeerde naar de universiteit, het leger of de beroepsbevolking gaat. Sommige christelijke kerken reiken nog steeds de sacramenten uit aan jongeren, opnieuw met een ceremonie gevolgd door festiviteiten.

Toch ontbreekt er iets aan deze en andere stappen naar volwassenheid. Het zijn beloningen voor prestaties, wat allemaal goed en wel is, maar zelden gaan ze gepaard met een zekere verantwoordelijkheid, wat toch een van de sleutels is tot volwassenheid.

De kans is groot dat je volwassen bent als je de oprit van je bejaarde buurman schoonmaakt en verantwoordelijkheid neemt als je fouten maakt. (Biba Kayewich)

Toen en nu

Trouwen, een eerste huis kopen en een baby krijgen: Deze gebeurtenissen signaleren voor anderen traditioneel een grote stap in de wereld van de volwassene.

In de treffende woorden van de apostel Paulus: “Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, ik begreep als een kind, ik redeneerde als een kind; toen ik volwassen werd, maakte ik een einde aan de kinderlijke gewoonten.”

Een trouwring, een hypotheek en een boodschappentas met wegwerpluiers zijn uiterlijke tekenen dat de kinderlijke manieren – pizza als ontbijt, computerspelletjes van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat, reizen naar de Keys voor de voorjaarsvakantie – nu herinneringen zijn die zijn opgeborgen in een zolderkamer.

Tegenwoordig zijn de dingen een beetje veranderd. In “Als je in je twintiger jaren bent en je voelt je nog niet volwassen, dit is waarom” schreef Derrick Clifton, net als vele anderen online, over de redenen waarom twintigers en zelfs dertigers zichzelf niet als volwassenen beschouwen. Veel van hen zijn ongehuwd gebleven – de gemiddelde leeftijd voor een huwelijk voor Amerikaanse vrouwen is nu 28, voor mannen 30 – weinigen hebben een huis gekocht, en velen blijven huiverig voor het ouderschap. Zevenenveertig procent van de jongeren tussen 18 en 29 jaar woont bij hun ouders of andere familieleden, betaalt studieleningen af en heeft vaak een baan die zij hun talenten onwaardig achten.

Het is waar dat huizenbezit en dergelijke tekenen van volwassenheid zijn, maar de leeftijd van 29 jaar beschouwen als het einde van de adolescentie moet voor sommige mensen zeker verontrustend zijn. George Washington verkende de bossen van Virginia toen hij 17 jaar oud was. De gemiddelde leeftijd van een infanteriesoldaat in Vietnam was 22, terwijl de gemiddelde leeftijd van nieuwe moeders 21 was in 1970. Bovendien, als we de adolescentie met nog eens tien jaar verlengen tot 30, zou dat betekenen dat je bijna 40% van je leven als kind doorbrengt.

De formule werkt gewoon niet. Ik heb bijvoorbeeld twee goede vrienden, 38 en 63 jaar oud, die nooit een huis hebben gehad, ooit als volwassenen bij hun ouders hebben gewoond, nooit zijn getrouwd en nooit kinderen hebben voortgebracht, en toch kunnen beiden volgens alle parameters als volwassenen worden beschouwd. Ik heb ook een man van ongeveer 40 gekend die echtgenoot, vader en huiseigenaar was, maar die bij velen die hem kenden overkwam als onvolwassen.

Moeten we dan niet gewoon een overgangsritueel bedenken dat tegen de ontvanger zegt: “Vandaag ben je volwassen”?

Het probleem met dat idee

Hier stuiten we nog op minstens twee problemen, waarvan het ene te maken heeft met de cultuur in het algemeen en het andere met de individuele jongere die we van de ene op de andere dag als verantwoordelijke volwassene willen uitroepen.

Ten eerste heeft onze cultuur een afkeer gekregen van allerlei rituelen. Denk bijvoorbeeld aan begrafenissen. Gedurende het grootste deel van de geschiedenis van ons land was de begrafenis van een familielid of kennis een formele aangelegenheid. Je nam een begrafenisondernemer in de arm, kocht een kist, organiseerde mogelijk een wake, hield diensten in een gebedshuis en bij het graf, en begroef de overledene met een ceremonie.

Velen passen deze rituelen nog steeds toe, maar niet iedereen. Verschillende mensen die ik ken hebben hun geliefden, meestal gecremeerd, zonder enige ceremonie in de grond gestopt. “Hier gisteren, vandaag weg,” luidt dit terloopse afscheid. Een andere vrouw heeft de as van haar man jarenlang in een kast bewaard, zonder ooit uit te leggen waarom.

De laatste jaren is onze nieuwste methode van begraven geïntroduceerd, waarbij deelnemers letterlijk de oude kerkelijke formule “stof tot stof” volgen door het lichaam van een geliefde te composteren en de resten te gebruiken als meststof voor de tuin.

Het tweede knelpunt is dat jongeren zich afvragen wanneer en hoe ze echt volwassen worden. Op hun 18e verjaardag, als ze meerderjarig zijn, zouden we daar een grootse ceremonie van kunnen maken. Een spreker zou hen kunnen verwelkomen in hun nieuwe levensfase als volwassenen, we zouden een certificaat kunnen uitreiken dat die status bevestigt, en we zouden het kunnen vieren met een groot feest achteraf. Maar dit voorstel heeft ook een groot nadeel: Tenzij onze kandidaat zich volwassen voelt, zal dit overgangsritueel en alle lofuitingen in de wereld hem niet volwassen maken.

Het enige wat echt telt

En dus een boodschap aan de lezers, jong als de lente of oud als de heuvels: Je bent pas volwassen als je jezelf zo ziet. Het maakt niet uit waar je woont, wat voor werk je doet, of je getrouwd bent, of je vier of helemaal geen kinderen hebt. Je bent volwassen als je jezelf zo ziet.

Als je als twintiger werkt en je gewicht in de schaal legt, als je voor een auto betaalt en eraan denkt de olie elke zes maanden te laten verversen, als je Minecraft opzij zet om de oprit van je bejaarde buurman te vegen, als je verantwoordelijkheid neemt als je fouten maakt, dan is de kans groot dat je volwassen bent.

De Romeinse keizer en filosoof Marcus Aurelius schreef ooit: “Verspil geen tijd meer aan discussies over wat een goed mens zou moeten zijn. Wees er een.”

Parafraserend op dat gezegde, zouden we kunnen zeggen: “Verspil geen tijd meer aan discussies over wat een volwassene zou moeten zijn. Wees er een.”

Gepubliceerd door The Epoch Times (21 februari 2023): From Adolescence to Adulthood: Responsibilities Trump Rites

Voorbij Valentijn: Voorbeelden van liefde en toewijding uit de geschiedenis

Wie kan het uitleggen, wie kan je vertellen waarom?
Dwazen kunnen het niet uitleggen, wijzen proberen het nooit.

Die regels uit “Some Enchanted Evening“, één van de nummers uit Rodgers en Hammersteins musical “South Pacific”, gaan over liefde, vooral liefde op het eerste gezicht. Maar kloppen ze wel? Kan liefde niet verklaard worden?

Stel dat Sam net thuiskomt van een feestje met vrienden. Op het feest is hij verliefd geworden op een vreemde, Maggie. Onrustig loopt hij door zijn appartement, zich afvragend of Maggie hem vreemd zou vinden als hij haar ‘s ochtends zou bellen (hij heeft haar telefoonnummer gevraagd en gekregen) en haar zou uitnodigen voor een etentje op Valentijnsdag.

Wie kan deze aantrekkingskracht verklaren? Veel deskundigen zouden het kunnen proberen. Een professor in de esthetica zou Maggies hoge jukbeenderen, het licht in haar ogen en de lichte trilling in haar stem kunnen noemen. Een psycholoog zou kunnen wijzen op overeenkomsten, het feit dat zowel Sam als Maggie hun moeder op jonge leeftijd verloren en graag naar Bach luisteren tijdens het lezen. Een wetenschapper zou kunnen speculeren dat feromonen de oorzaak zijn van Sams onmiddellijke aantrekkingskracht.

Wie kan deze aantrekkingskracht verklaren? “Geliefden in een tuin,” door Cesare-Auguste Detti. (Art Renewal Center)

De waarheid is dat niemand het echt weet. Uiteindelijk echoën al deze verklaringen wat Thomas van Aquino zei over zijn theologische werken: “Alles wat ik heb geschreven lijkt me stro, vergeleken met wat ik heb gezien en me is geopenbaard.” Uiteindelijk stuit de minnaar altijd op een raadsel—een ontbrekend stuk, dat “je ne sais quoi” dat buiten het beschrijvende vermogen van de taal ligt. Liefde is, zoals Winston Churchill ooit Rusland omschreef, “een raadsel, verpakt in een mysterie, binnenin een raadsel.”

Voorbij de bekoring

Laten we Sam nu aan de geneugten en kwellingen van zijn innerlijk debat overlaten en terugkeren naar “Some Enchanted Evening,” dat eindigt met deze regel: “Als je haar eenmaal gevonden hebt, laat je haar nooit meer gaan.” Zo ontstaan meer vragen: Hoe is het mogelijk om haar, of hem, nooit te laten gaan? Hoe kunnen koppels, nadat ze door Cupido’s pijlen zijn geschoten, jaar na jaar bij elkaar blijven, in goede en slechte tijden?

Hier staan we op stevigere grond. We kunnen onze grootouders vragen hoe zij hun huwelijk 50 jaar lang lieten standhouden. We kunnen onze goede vriendin vragen hoe zij en haar man—ze lijken redelijk gelukkig, maar zijn het niet altijd met elkaar eens—hun huwelijk in stand houden. We kunnen adviseurs zoeken of zelfhulpboeken lezen.

Of als we willen, en als we het bij echte voorbeelden willen houden, kunnen we in onze tijdmachines springen, ook wel bekend als boeken en geschiedenissen, en enkele voorbeelden uit het verleden bestuderen.

Ik heb je rugdekking

Winston en Clementine Churchill op de renbaan van Epsom voor de Derby, op 4 juni 1949. (Central Press/Hulton Archive/Getty Images)

In 1909 kwamen de pas getrouwde Clementine en Winston Churchill aan op een treinstation in Bristol voor een ontmoeting met plaatselijke partijleden. Uit boosheid omdat Churchill tegen het vrouwenstemrecht was, viel een feministe hem plotseling aan en duwde hem met geweld in de richting van het spoor. Hoewel Clementine voorstander was van het vrouwenstemrecht, stortte zij zich op deze ruzie en greep Winston bij zijn jaspanden, om hem te behoeden voor mogelijke verwondingen of de dood op het spoor.

In haar artikel “How Winston Churchill’s Wife Helped Him Become a Great Statesman,” vertelt Erin Blakemore niet alleen over dat incident, maar geeft zij ook andere voorbeelden van Clementines hulp en toewijding aan haar man in zijn politieke gevechten. Tijdens zijn periode van onrust in de jaren dertig, toen zijn macht in het parlement op een laag pitje stond, bleef zij hem trouw en sprak zij altijd bemoedigende woorden. Het paar maakte soms ruzie—Clementine gooide eens een bord spinazie naar Winston tijdens een ruzie over geld—maar vaker noemden ze elkaar bij koosnaampjes en leefden ze prettig samen. Churchill beschouwde haar als de sleutel tot zijn succes in het openbare leven.

Offers

In mei 1884 was Ulysses Grant, bevelhebber van de Noordelijke legers tijdens de Burgeroorlog en toen gekozen tot president van de Verenigde Staten, zeven jaar na zijn vertrek uit het Witte Huis volledig blut, als slachtoffer van een Ponzi-fraude. Hij en zijn vrouw Julia hadden samen slechts 210 dollar en zaten zwaar in de schulden. Een paar maanden later werd bij Grant een ongeneeslijke en fatale keelkanker geconstateerd.

Hoewel Mark Twain, een vriend, Grant jarenlang had aangespoord om zijn memoires te schrijven, had hij zich verzet, omdat hij weigerde te profiteren van zijn dienst aan zijn land. Nu, geconfronteerd met de dood en wanhopig om Julia en zijn familie te onderhouden, ging hij aan het werk en schreef tot 10.000 woorden per dag met dezelfde vastberadenheid die hij had getoond toen hij tegenstanders op het slagveld bestreed. Na maanden van enorm lijden (hij verloor uiteindelijk het vermogen om te spreken), voltooide hij zijn manuscript van 366.000 woorden slechts zeven dagen voordat hij zijn laatste adem uitblies.

Tegenwoordig wordt de “Personal Memoirs of Ulysses S. Grant” beschouwd als een van de mooiste Amerikaanse autobiografieën. Toch is het voor ons, die geïnteresseerd zijn in voorbeelden van liefde en toewijding, de moeite waard te bedenken dat deze moedige man deze kwellende beproeving niet doormaakte voor persoonlijke glorie, maar om na zijn dood voor zijn vrouw te zorgen.

We zijn een team

G.K. Chesterton en zijn geliefde vrouw, Frances. (Met dank aan de Chesterton Society)

Misschien is het bekendste verhaal over G.K. Chesterton gebaseerd op het telegram dat de notoire verstrooide schrijver en spreker naar zijn vrouw Frances stuurde: “Ben in Market Harborough. Waar zou ik moeten zijn?”

Chesterton was een romanticus over het leven. Op weg van het altaar naar zijn huwelijksreis stopte hij bijvoorbeeld om een glas melk en een pistool te kopen, dit laatste, zei hij, “met een algemeen idee om haar te beschermen tegen de piraten die ongetwijfeld de Norfolk Broads teisteren, waar we naartoe gingen.” Hij maakte natuurlijk een grapje, maar voor hem was elke dag een avontuur, wat vaak tot vergissingen en verwarring leidde.

Gelukkig trouwde hij met een nuchtere vrouw. Frances Blogg was ook schrijfster, maar ook Chestertons gids in het christendom en zijn “business manager, organisator en geheugensteuntje voor deadlines”. Net als Clementine Churchill wordt Frances door de biografen van Chesterton genoemd als cruciaal voor zijn carrière. In het artikel “De vrouw naast de man, Frances Chesterton,” schrijft Stephanie Mann dat zij “de metgezel en minnares van haar man was, muze en vriendin. Ze hielp hem grootsheid te bereiken.” En zoals Frances zelf schreef aan een vriend, pater John O’Connor, na Chestertons dood: “Hoe kunnen geliefden liefhebben zonder elkaar? We waren altijd minnaars.”

Wederzijds belang

De liefde voor de wetenschap verbond Pierre en Marie Curie, hier te zien rond 1903. (Publiek domein)

Het delen van een passie kan dit teamgevoel verdiepen.

Het mooiste voorbeeld is wellicht Marie en Pierre Curie. Hun liefde voor de wetenschap verbond hen, en hun lange werkuren in een laboratorium leverden niet alleen monumentale prestaties in de wetenschap op, maar verdiepten ook hun liefde voor elkaar. Toen zij in 1903 een Nobelprijs voor natuurkunde wonnen voor hun werk op het gebied van straling, kreeg Marie aanvankelijk geen erkenning, totdat Pierre erop stond dat haar naam aan die onderscheiding werd toegevoegd. Zij werd toen de eerste vrouw die deze prijs ontving.

En drie jaar later, nadat Pierre was overleden als gevolg van een ongeluk met een paardenkoets, eerde de rouwende Marie zijn nagedachtenis door zijn plaats in te nemen aan de Sorbonne, de eerste vrouwelijke professor die daar les gaf, en door een laboratorium in zijn naam op te richten. “Pierre had zijn leven gewijd aan zijn droom van de wetenschap,” schreef Marie. “Hij voelde de behoefte aan een metgezel die zijn droom met hem kon beleven.”

Hij vond die metgezel in Marie.

Wat de activiteit ook is—wandelen, tuinieren, lezen, samen een bedrijf beginnen—gedeelde ondernemingen maken paren vaak zowel vrienden als partners.

Eeuwigdurende vriendschap

Als Intellectuele gelijken en elkaar snel verdedigend, waren Abigail en John Adams 54 jaar lang compagnons. (L-R) Portret van Abigail Adams en John Adams, tussen 1800 en 1815, door Gilbert Stuart. (Publiek domein)

In het huwelijk van John en Abigail Adams vinden we alle bovengenoemde kwaliteiten terug. Terwijl John vaak van huis was voor vergaderingen of buitenlandse missies (zowel tijdens als na de Amerikaanse Revolutie), beheerde zijn moedige vrouw Abigail hun boerderij, zorgde voor de opvoeding van hun kinderen en schreef een stortvloed aan brieven met haar visie op de politiek van het moment.

Meer dan duizend van hun brieven aan elkaar zijn bewaard gebleven. Hierin spraken ze elkaar vaak aan met “Liefste vriend.” Als intellectuele gelijken, die elkaar snel verdedigden, waren ze 54 jaar lang compagnons. Na Abigails dood aan tyfus in 1818 schreef Adams: “Ik wou dat ik naast haar kon liggen om ook te sterven.”

Man en vrouw, ja, maar ook twee levenslange metgezellen die het pad naast elkaar bewandelen. Net als de anderen die hierboven zijn genoemd, werden John en Abigail verliefd, en ze bleven verliefd tot de dag dat ze deze aarde verlieten.

In een cultuur als de onze, met zijn nadruk op persoonlijke vrijheid en zelfbevrediging, zouden potentiële vrijers zoals onze fictieve Sam, en de rest van ons ook, het een en ander kunnen leren over ware liefde door kennis te nemen van deze verhalen over opoffering, toewijding en intimiteit uit het verleden.

Gepubliceerd door The Epoch Times (12 februari 2023): Beyond Valentine’s Day: Examples of Love and Devotion From History

Het heiligdom is de plaats die we ons eigen plekje noemen

Een softwareverkoper die ik ken, koestert het pendelen van zijn huis naar zijn kantoor in Noord Virginia. Als hij over de I-66 rijdt, in het drukke verkeer na Manassas, steekt hij een sigaar op, luistert naar de radio of een podcast en geniet van zijn tijd alleen, zwevend tussen de verantwoordelijkheden van familie en werk.

Verschillende moeders die ik ken, staan vroeg op voordat de kinderen wakker worden. Ze schenken zichzelf een koffie in en genieten dan van wat rust voordat de dag aanbreekt. Eén van de vrouwen gebruikt deze tijd om iets spiritueels te lezen, een paar anderen schrijven hun to-dolijst van de dag uit en weer een ander doet aan gebed en meditatie.

Lang geleden toen ik in Boston woonde, vond een kennis, een glazenwasser, zijn plaats van rust en ontspanning in de Harvard Gardens, een taverne tegenover het Massachusetts General Hospital. Daar schudde hij zijn dag af met een paar Buds, flirtte met de serveerster, die oud genoeg was om zijn moeder te zijn en bezocht hij vrienden of genoot van de avond in ontspannen afzondering.

De meesten van ons zoeken zulke plaatsen en manieren om te ontsnappen, en zien ze als een soort herstelkamer waar we onze batterij kunnen opladen of onze wonden kunnen likken, afhankelijk van onze behoeften. Of het nu gaat om gewoon naar huis gaan na het werk, een glas chardonnay drinken in de woonkamer voor het slapen gaan of een eenzame wandeling door de buurt, we zoeken naar plaatsen en omstandigheden die verfrissing bieden voor lichaam en geest en verlichting van stress.

We gebruiken de naam misschien zelden, maar we zoeken een heiligdom.

Voor velen biedt een speciale plek in huis een heerlijke onderbreking van de drukte van de buitenwereld. (Biba Kayewich)

Een concept met een lange geschiedenis

Dit woord is afgeleid van het Latijnse “sanctuarium.” Sanctus betekent “heilig” of “gewijd,” en het “arium” op het einde duidt op een bergplaats, zoals in aquarium of emporium. Voor kerkgangers is een heiligdom dus een plaats waar zowel gelovigen als het heilige der heiligen – God – zijn ondergebracht. In de middeleeuwen konden voortvluchtigen van de wet of van de machtigen een kerk binnenrennen en aanspraak maken op “heiligdom”, dat wil zeggen bescherming in deze onschendbare ruimte tegen hun achtervolgers. De moord op aartsbisschop Thomas Becket, bijvoorbeeld, werd een sensatie in heel Europa, deels omdat zijn moordenaars hem doodden in de kathedraal van Canterbury.

Nog steeds bieden verschillende religieuze ordes en kerkgenootschappen speciale kapellen en accommodaties aan voor pelgrims die zich willen terugtrekken. In deze heiligdommen ondergaan de deelnemers een periode van gebed en retraite, een praktijk die niet zozeer verwijst naar het ophalen van herinneringen, maar naar het “opnieuw verzamelen” van zichzelf, aandachtiger worden op de aanwezigheid van God, en het aan elkaar lijmen van stukjes zelf die door de wereld zijn gebroken.

In de loop van de geschiedenis hebben veel rijken en beroemdheden een wereldlijk toevluchtsoord ingericht als plaats van rust en herinnering. Romeinse keizers ontvluchtten vaak de hitte en drukte van de stad om tijd door te brengen in een landelijke retraite. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog deden Abraham Lincoln en zijn gezin hetzelfde. Zij lieten de hectiek van de politiek in het Witte Huis achter zich en woonden een deel van het jaar in een groot landhuis aan de rand van de stad. “We zijn echt blij met deze rustplek,” schreef Mary Lincoln aan een vriend. “De ritten en wandelingen hier zijn prachtig.” Sinds de tijd van Franklin Roosevelt hebben andere Amerikaanse presidenten hun rust en een verandering van tempo gevonden in Camp David, Maryland.

Hoe zit het met de rest van ons?

Zowel volwassenen als kinderen verlangen naar een ruimte voor afzondering en veiligheid, wat erop wijst dat een heiligdom een aangeboren menselijk verlangen is. (Biba Kayewich)

Deze zoektocht naar een ruimte waar we kunnen genieten van afzondering en veiligheid lijkt aangeboren in de mens. Of het nu gaat om een landgoed of een hutje in de Smokies, het woord “thuis” heeft een bijna mystieke glans. Wij zien het als een toevluchtsoord, “de plaats”, zoals Robert Frost schreef, “waar, als je erheen gaat, ze je moeten opnemen.” Dit verlangen naar een thuis, een toevluchtsoord voor comfort en veiligheid, zit bij de meesten van ons ingebakken.

Denk aan spelende kinderen. Jongeren vinden het vaak heerlijk om onder de eettafel paleizen van beddengoed op te richten of kastelen van dekbedden en stoelen in de kelder, allemaal om hun eigen ruimte te creëren. Oudere kinderen genieten van boomhutten en het bouwen van forten in het bos, terwijl tieners hun slaapkamers omtoveren tot privéverblijven versierd met posters en aandenkens en een hoofdkwartier voor hun elektronische apparaten.

Ditzelfde verlangen naar een toevluchtsoord leeft in de meeste van ons. De advocate die een timeshare aan de kust koopt, wil het gebruiken als haar vakantieverblijf. De man die een mannengrot bouwt in de hoek van zijn kelder wil een ruimte die helemaal van hem is met wat hij maar wil: een bar, een luie stoel, een plank met favoriete boeken.

Voor anderen kan een heiligdom kleiner en minder ingrijpend zijn, met niet meer dan een bank in de kamer, een tafel met een lamp en een stapel boeken en tijdschriften en een kop warme thee. Het is niet de grootte of de versiering die zo belangrijk is. Het is het gevoel van veiligheid en plezier dat die magische plek ons geeft.

Gevangenis heiligdommen

Niet alle afzonderingsplekken zijn goed voor ons.

Onlangs vertelde een huisbaas in West Virginia me dat een van zijn huurders, een vrouw van in de vijftig die van overheidssteun leeft, ‘s morgens wakker wordt en enkele uren bezig is om bijna een hele fles wodka leeg te drinken. Dan doet ze een lang middagdutje en herhaalt dit proces ‘s avonds. Haar heiligdom ligt op de bodem van een fles, en het doodt haar druppel voor druppel.

Ook de 15-jarige jongen die buiten schooltijd elk moment doorbrengt met spelletjes op een beeldscherm vergiftigt zijn geest en zijn toekomst. Hij ziet zijn schermtijd misschien als zijn toevluchtsoord, maar het is een elektronische gevangenis geworden met tralies en muren die net zo echt zijn als elke andere gevangenis.

Hetzelfde geldt voor de man die languit op de bank ligt en iedere avond urenlang televisie kijkt. Die routine werkt misschien als een buffer tegen zijn zorgen en zijn werk, maar biedt niet de herstellende krachten van een echt heiligdom.

Bouwen aan die speciale plek

Een goed heiligdom brengt ons verlichting, rust en vernieuwing. De locatie is veel minder belangrijk dan het vermogen om ons te transformeren. In mijn eigen geval woonde ik op een gegeven moment zeven jaar in een appartement in Asheville waar ik bijna elke avond, als ik binnenkwam en de deur achter me dichtdeed, dacht: “Het is goed om thuis te zijn.” Mijn werk als leraar volgde me naar binnen – proefwerken en toetsen nakijken, lessen plannen – maar in dat appartement waren deze taken beheersbaar en op hun juiste plaats, een deel van de avondroutine.

Als je al een plek hebt die je als je heiligdom en toevluchtsoord beschouwt, waardeer dan dat toevluchtsoord en je goede geluk. Als je in plaats daarvan merkt dat je een vluchteling bent en je problemen en zorgen als gewichten meedraagt zonder een plaats om ze neer te leggen, overweeg dan je eigen persoonlijke heiligdom te maken, een plaats en tijd waar je prioriteiten verschuiven, waar de buitenwereld vervaagt en vervangen wordt door meer intieme genoegens.

Zoals die voortvluchtigen van vroeger, gaan we die speciale plaats binnen en roepen: “Heiligdom!”

Origineel gepubliceerd op The Epoch Times (24 januari 2023): Sanctuary Is the Place We Call Our Own

 

 

Is je leven een carrière of een missie?

In “Live Life in Crescendo: Your Most Important Work Is Always Ahead of You” ging Stephen Covey in op vragen als “Hoe kun je jezelf uit een midlifecrisis halen?” en “Hoe kun je bijdragen als je eenmaal succes hebt bereikt?” Covey stierf voordat hij “Crescendo” had voltooid, maar zijn dochter, Cynthia Haller, die met hem had samengewerkt, voltooide het project.

Al vroeg in “Crescendo” behandelen Covey en Haller enkele van de uitdagingen waarmee mannen en vrouwen van eind 30 tot begin 60 worden geconfronteerd, vooral in die moeilijke tijden waarin ze zich overwerkt en ondergewaardeerd voelen, worstelen in hun huwelijk of geloven dat ze hun potentieel niet hebben waargemaakt. Tekenen van die vermoeidheid en dat gevoel van mislukking zijn burn-out, depressie, een gebrek aan richting of pogingen om hun verloren jeugd terug te winnen door “zich te kleden en te gedragen als een tiener”, of erger nog, hun gezin in de steek te laten “om zichzelf te vinden”.

Covey en Haller bieden de lezers vervolgens hulp en advies in hoofdstukken met titels als “Mensen zijn belangrijker dan dingen”, een wijze herinnering om onze geliefden meer te waarderen dan ons werk. Maar de titel die mij het meest aansprak is die van het eerste hoofdstuk: “Life Is a Mission, Not a Career”.

Wij Amerikanen zijn erg gericht op carrière en werk. Ervan overtuigd dat onderwijs ons succes zal brengen, springen velen van ons door hoepel na hoepel – middelbare school, universiteit, verdere beroepsopleiding, stages – allemaal in de hoop werk te vinden dat voldoening en geld oplevert.

Vraag mensen wat voor werk ze doen, en je wordt overweldigd met antwoorden als: chirurg, metselaar, softwareverkoper, huismoeder.

Vraag hen “Wat is je missie in het leven?” en er heerst verwarring.

Die vraag kwam bij me op toen ik het eerste hoofdstuk van “Crescendo” las, en een antwoord bleek moeilijk. Ik ben een oude man die zijn prestaties en mislukkingen kan opnoemen, maar heb ik mijn hele leven geleefd met een gevoel voor een missie die me langs de rotsachtige paden van het leven leidt? Niet echt.

Sommige mensen met een sterk geloof kennen hun missie. In de Baltimore Catechismus bijvoorbeeld, jaren geleden gebruikt door katholieke schoolkinderen, vinden we de vraag “Waarom heeft God u gemaakt?” en dit antwoord: “Om Hem te kennen, Hem lief te hebben en Hem te dienen in deze wereld, en voor altijd gelukkig met Hem te zijn in de Hemel.”

Dat is pas een missieverklaring, heel eenvoudig.

Weinigen van ons, vermoed ik, hebben zo’n duidelijke missieverklaring, maar zoals Covey ons vertelt is dit concept van vitaal belang voor ons welzijn. In die term zitten dingen verpakt als ons levensdoel, onze doelen en onze liefdes. En als we een midlifecrisis ervaren, kan die sombere toestand het gevolg zijn van het vergeten of nalaten om onze missie, onze reden om op aarde te zijn, te onderscheiden en uit te leven.

Toen ik “Crescendo” las, realiseerde ik me dat ieder van ons eigenlijk verschillende missies nastreeft. De 40-jarige advocaat die getrouwd is, twee kinderen heeft en het voetbalteam van zijn dochter coacht, heeft verschillende missies: werken voor zijn cliënten, zijn vrouw liefhebben en verzorgen, zijn kinderen opvoeden, en jonge meisjes de regels en tactieken van een wedstrijd leren, evenals sportiviteit.

Zijn algemene missie wordt dan een kwestie van prioriteiten en evenwicht. Wat voor hem het belangrijkst is, moet bovenaan de lijst staan.

En omdat alle missies eindigen met het bereiken van een einddoel, is het doel van een levensmissie toch zeker ons nalatenschap. Welke herinneringen en lessen laten we aan anderen na? Wat hebben we toegevoegd aan de wereld?

Een waardige levensmissie fungeert als de leidende ster die nodig is voor het creëren van ons beste zelf en een toekomst met visie en hoop.

Gepubliceerd door The Epoch Times (29 januari 2023): Is Your Life a Career or a Mission?

Het onderwijs van Winston Churchill

Zijn aristocratische vader negeerde hem, behalve als hij klaagde over zijn gedrag. Zijn moeder genoot van dansen en mannen, maar hield ook haar zoon op afstand. Zijn leraren prezen hem om zijn intelligentie en belofte, maar bijna allemaal verweten ze hem dat hij zijn potentieel niet bereikte.

Zijn tijdgenoten hadden vaak een hekel aan deze jongen vanwege zijn zelfoverschatting, zijn weigering zich te conformeren aan de schoolregels en zijn liefde voor argumenten en debat. Met uitzondering van de studie literatuur en geschiedenis deed hij het slecht op elke school die hij bezocht, zozeer zelfs dat er geen sprake van was dat hij naar de betere universiteiten zou gaan. In plaats daarvan schreef hij zich in bij een militaire school, en zelfs daar faalde hij bijna om toegelaten te worden.

In zijn tienerjaren geloofden de meeste mensen die hem kenden, waaronder zijn vader, dat er weinig goeds van Winston Leonard Spencer Churchill (1874-1965) kon komen.

Een matige student en een rebel

Op 7-jarige leeftijd werd Churchill, zeer tegen zijn zin, naar St. George’s School bij Ascot gestuurd. Daar was hij, zoals het schoolhoofd in brieven aan Churchills moeder Jennie opmerkte, vaak “erg ondeugend” en “gaf hij veel problemen”. Deze ongehoorzaamheid leidde tot harde zweepslagen. Toen mevrouw Everest, Churchills kindermeisje en belangrijkste vertrouwelinge tijdens zijn jeugd, de striemen en snijwonden op de rug en billen van de jongen ontdekte, riep ze Jennie onmiddellijk bij zich. Woedend haalde Jennie, Winston onmiddellijk van school en schreef hem in op een kleine school van twee zussen in Brighton.

Fysieke straffen waren hier zeldzaam, en hoewel hij slecht bleef presteren in vakken als Latijn, blonk Churchill uit in literatuur en geschiedenis.

Vervolgens ging hij naar Harrow, waar hij in de laagste klas terechtkwam. Opnieuw verknoeide hij zijn opleiding: hij pakte vol goede moed de vakken aan die hij aantrekkelijk vond en negeerde de studie van Latijn, Grieks en wiskunde. Hier, zoals biograaf William Manchester ons vertelt: “Winston was een verbijsterende jongen. Hij kon of wilde de ablatieve absoluut niet leren—een kleine prestatie van het geheugen—maar hij kon twaalfhonderd regels van Macaulay opzeggen zonder een woord te missen.”

Manchester merkt vervolgens op dat een leraar van Harrow “dicht bij de waarheid kwam” toen hij over Winston rapporteerde: “Hij was geen gemakkelijke jongen om mee om te gaan. Natuurlijk had hij altijd een briljant brein, maar hij werkte alleen wanneer hij dat wilde en voor zaken die hij goedkeurde.”

Nadat hij Harrow had verlaten, zakte Churchill tweemaal voor het toelatingsexamen voor de Royal Military Academy, Sandhurst, maar hij slaagde met een tutor en slaagde bij zijn derde poging.

Dus, welke lessen met betrekking tot onderwijs kunnen we meenemen van zo’n slecht voorbeeld van een student?

Een portret van Winston Churchill, circa 1900. (Publiek domein)

We leren waarvan we houden

Gedurende zijn hele schooltijd was Churchill in feite aan het leren, hoewel de onderwerpen vaak ontbraken in het schoolprogramma. Hij was bijvoorbeeld een fervent student geschiedenis, zozeer zelfs dat hij buitengewoon hoge cijfers scoorde op dat onderdeel van het examen voor Sandhurst. Door de politieke betrokkenheid van zijn vader was hij van jongs af aan ook zeer geïnteresseerd in de zaken van zijn tijd, zowel in Groot-Brittannië als daarbuiten.

Poëzie en de Engelse taal raakten hem ook. In zijn eentje leerde hij stapels verzen uit zijn hoofd, waarvan veel hem de rest van zijn leven bijbleef. In zijn vroege tienerjaren las Churchill Thackeray en Wordsworth en ontwikkelde die grote woordenschat en de cadans van de taal die hem ooit internationale roem zouden opleveren.

Op Harrow stortte hij zich ook op timmermanslessen, hield hij een kolonie zijderupsen en bouwde hij verder aan zijn postzegelverzameling. Hoewel hij een hekel had aan teamsporten, genoot hij van zwemmen, boksen, en schermen.

Zoals Manchester schrijft: “Churchilliaanse koppigheid, die de vloek zou worden van de vijanden van Brittannië, was de wanhoop van zijn leraren. Hij weigerde te leren tenzij het hem uitkwam.”

Maar als het hem uitkwam, blonk Churchill uit.

Spel

De jongen die later het bevel zou voeren en een natie door een gruwelijke oorlog zou leiden, organiseerde zijn eigen gevechten in een speelkamer met duizenden loden soldaatjes waar, zoals een vriend opmerkte: “Alles bij elkaar was het een zeer indrukwekkende show, en er werd gespeeld met een interesse dat geen gewoon kinderspel was.”

Weg van de strenge regels en de structuur van de formele school bouwden Churchill, zijn broer Jack en enkele neven en nichten uitgebreide forten en voerden gevechten uit. Tijdens een vakantie gaf Churchill leiding aan de bouw van een fort met een gracht en een werkende ophaalbrug.

Een neef merkte later op: “We vonden hem geweldig, omdat hij ons altijd in gevaar bracht.”

Kinderen leren spelenderwijs. De jongen die zijn neven en vrienden in gevaar bracht, zou op een dag zijn land door onvoorstelbare gevaren leiden voor hen.

Negatieven kunnen positieven genereren

Dit is misschien de belangrijkste les voor studenten en docenten.

Toen Harrow Winston naar een klas Engels stuurde, gaf docent Robert Somerville zijn leerlingen uitstekend onderricht in grammatica en compositie. Vanwege zijn voortdurende weerstand tegen Latijn en Grieks, zat Churchill drie keer in Somerville’s klas. Later herinnerde Churchill zich: “Ik had er drie keer zoveel van. Ik leerde het grondig. Zo kreeg ik de essentiële structuur van de gewone Britse zin in mijn botten, wat een nobele zaak is.”

Het was niet alleen een nobel iets, maar het gaf Churchill de instrumenten om een journalist te worden, een schrijver van vele boeken, een winnaar van de Nobelprijs en een leider wiens woorden wapens waren in de oorlog.

En stel dat Churchill naar Oxford was gegaan in plaats van Sandhurst? Zou hij de premier zijn geworden die bekend staat als de “Britse Bulldog”? Zijn vader achtte hem niet intelligent genoeg om rechten te gaan studeren, een verkeerde inschatting waarvoor vrijheidsliefhebbers overal dankbaar zouden moeten zijn. Met Sandhurst begon Churchill aan een reeks avonturen die hem uiteindelijk een zetel in het Lagerhuis opleverden.

Over Churchills jaren in Harrow zegt Manchester: “Winston werd geleerd zichzelf te onderwijzen.”

Dit zou het einde van alle onderwijs moeten zijn. In Churchills geval kwam dit onderwijs tot stand ondanks de school en zijn ouders.

Positieven versterken

Net als de meesters van Churchill in Harrow, vooral degenen die tevergeefs probeerden hem Latijn en Grieks te leren, raakte ik als leraar gefrustreerd door de glansloze prestaties van sommige leerlingen. Toch herinnerde ik mezelf, en vaak ook mijn klassen, eraan dat academici weliswaar belangrijk zijn, maar dat in de echte wereld talent, ambitie, karakter, en zelfs uiterlijk meer tellen dan het lezen van de Aeneis.

En ik heb die waarheid aan het werk gezien. Dat verlegen kind dat altijd achteraan zat en middelmatig was in de literatuurles is nu een succesvol verzekeringsagent die mij tot zijn klanten rekent. Dat meisje dat moeite had met wereldgeschiedenis is nu arts. Die student die slecht presteerde in Latijn is nu het jongste lid van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden.

Onze jongeren hebben op zijn minst de basisbeginselen van onderwijs nodig—wiskunde, wetenschap, geschiedenis, enzovoort—en soms moeten we hen dwingen bepaalde vakken te leren. Laten we tegelijkertijd de gaven die ze allemaal bezitten zoeken en koesteren.

Opmerking: Hoewel ik verschillende biografieën over Churchill heb gelezen, blijft mijn favoriet “The Last Lion” van William Manchester. De directe citaten in dit artikel komen uit deel I van die trilogie.

Gepubliceerd door The Epoch Times (20 oktober 2021): The Education of Winston Churchill