Saturday, 13 Aug 2022

Falun Gong blijft het voornaamste doelwit van het Chinese regime: uitgelekt document

Uit uitgelekte documenten van het Political and Legal Affairs Committee (PLAC) in het district Tieling van de noordoostelijke Chinese provincie Liaoning blijkt dat de inspanningen van de Chinese Communistische Partij (CCP) om Falun Gong te “transformeren” of “uit te schakelen” het voornaamste doelwit van het regime blijven.

In een van de documenten, getiteld “Voortgangsverslag voorgelegd aan de provinciale PLAC-inspectiegroep”, staat dat in april 2019 negen van de hoogstgeplaatste ministeries onder het Centraal Comité van de CCP een bevel hebben uitgevaardigd om alle Falun Gong-beoefenaars te dwingen hun spirituele praktijk op te geven.

Minghui.org, een website die de vervolgingscampagne van de CCP tegen Falun Gong documenteert, meldde dat politieagenten op de deur van het ouderlijk huis van Peng Zhiqiang klopten en eisten: “U moet deze papieren tekenen, of anders.” Het echtpaar weigerde te tekenen, waarop de politie vertrok.

Toen riep de politie de zoon van het echtpaar, die geen Falun Gong beoefenaar is, en zei: “Je ouders wilden de papieren niet tekenen, dit zal je je carrière kosten tenzij je voor hen tekent!”

Peng was bang en tekende de papieren. Later publiceerde hij een verklaring op minghui.org om te zeggen dat hij er spijt van had dat hij dit had gedaan.

Peng’s ouders zijn beoefenaars van Falun Gong, een spirituele praktijk die sinds 1999 door de Chinese Communistische Partij (CCP) wordt vervolgd.

Wat de familie Peng is overkomen, is de laatste jaren gebeurd met families in heel China. Volgens minghui.org heeft deze “klop op elke deur” campagne, uitgevoerd onder leiding van het Centraal Comité, als doel de Falun Gong “uit te roeien”, al was het maar op papier.

Falun Gong, ook bekend als Falun Dafa, is een oude Chinese spirituele praktijk die bestaat uit langzaam bewegende meditatie oefeningen en morele leringen die waarachtigheid, mededogen en verdraagzaamheid in het dagelijks leven bevorderen. De populariteit bereikte een hoogtepunt aan het eind van de jaren negentig in China, met volgens officiële schattingen zo’n 70 à 100 miljoen beoefenaars.

De “klop op elke deur”-campagne, waarnaar in één van de uitgelekte documenten wordt verwezen, werd gezamenlijk gelast door negen topagentschappen die rechtstreeks gelieerd zijn aan het Centraal Comité van de CCP.

Het PLAC is een van de veiligheidsinstanties van de CCP die controle uitoefent op de verschillende niveaus van de centrale, provinciale en gemeentelijke overheidsdiensten. Het houdt lijsten bij van Falun Gong beoefenaars tot op buurtniveau, met inbegrip van de namen van Falun Gong beofenaars, hun adressen en informatie over hun familieleden. De plaatselijke politie gaat bij elk adres aan de deur kloppen en vraagt de beoefenaar documenten te ondertekenen waarin hij of zij afstand doet van de spirituele praktijk.

Als ze een handtekening krijgen, kunnen ze die beoefenaar “uitzetten”, althans op papier.

Uitgelekt document

The Epoch Times kreeg exclusieve toegang tot documenten van het PLAC-kantoor van de provincie Tieling in de provincie Liaoning. Tieling ligt ongeveer 20 mijl ten noordoosten van Shenyang City, de hoofdstad van de provincie Liaoning.

Het PLAC-systeem is een gigantisch en krachtig netwerk van onderdrukking. Het is het belangrijkste instrument in de vervolging van Falun Gong door de CCP, en de macht van de PLAC en de hoge mate van corruptie die de macht van de PLAC ondersteunt, zijn toegenomen naarmate de vervolging voortging.

In één van de documenten, getiteld “Voortgangsverslag ingediend bij de Provinciale PLAC Inspectiegroep”, staat dat in april 2019 negen van de hoogstgeplaatste ministeries van het centrale regime een bevel hebben uitgevaardigd dat in de eerste plaats gericht is tegen Falun Gong, met als doel alle Falun Gong beoefenaars te dwingen hun beoefening op te geven.

Volgens het document hield de PLAC in het district Tieling onmiddellijk trainingssessies over hoe Falun Gong beoefenaars te “transformeren”.

Naast het bezoeken van de huizen van individuen en pogingen om hen te dwingen documenten te ondertekenen, instrueerde de PLAC ook de politie van het district om toezicht te houden en mensen te verhinderen naar Hongkong te gaan.

In 2019 was het 70 jaar geleden dat de CCP de macht in China overnam. In het document stond: “Aangezien de viering van de 70e verjaardag nadert en de activiteiten in Hongkong toenemen, moet de politie van het district, om te voorkomen dat deze mensen deelnemen aan activiteiten in Hongkong, hun reizen beperken.”

PLAC-inspecties

Senior politiek commentator Heng He vertelde The Epoch Times, “uit dit [uitgelekte] document kunnen we zien dat de CCP Falun Gong nog steeds beschouwt als haar belangrijkste doel om te onderdrukken, ook al bagatelliseert de CCP het publiekelijk en probeert ze het te verbergen voor de internationale gemeenschap.”

“Onder de vlag van anti-corruptie heeft de centrale regering van de CCP sinds 2017 inspectiegroepen naar verschillende delen van het land gestuurd,” zei hij. “Ze inspecteren vooral het PLAC-netwerk van agentschappen, waar zwakte en terughoudendheid in de vervolging van Falun Gong wordt gesignaleerd. Dit betekent dat het volhouden van de vervolging erg moeilijk is geweest.”

In het uitgelekte document staat: “Dit jaar werden in het district acht Falun Gong leden ‘getransformeerd’. 122 Falun Gong-leden werden ‘ontheven’ en het aantal is gerapporteerd aan de hoger gelegen gemeentelijke PLAC.” Het is onduidelijk wat met ‘ontheven’ wordt bedoeld.

Gevallen van vervolging

Een dergelijke campagne wordt in het hele land uitgevoerd. Volgens een rapport van april 2021 van minghui.org resulteerde de “zero out” campagne in Beijing in de dood van 3 Falun Gong beoefenaars in 2020, werden 29 beoefenaars veroordeeld tot gevangenisstraffen, en werden 249 beoefenaars met geweld uit hun huizen of van hun werk in hechtenis genomen.

Bovendien werden 153 woningen van beoefenaars geplunderd en kregen 103 beoefenaars bezoek van de politie of werden zij lastiggevallen met telefoontjes.

Onlangs overleed een vrouwelijke Falun Gong beoefenaar, Ji Yunzhi uit Binnen-Mongolië, 48 dagen nadat zij naar het politiebureau was gebracht. Zij was 66 jaar oud.

Op 1 februari 2022, de dag van het Chinese Nieuwjaar en drie dagen voor het begin van de Olympische Winterspelen in Beijing, werd Ji door 9 politieagenten uit haar huis gehaald. Op het politiebureau werd Ji geslagen en gemarteld. Uit protest ging ze in hongerstaking, maar ze kreeg via een voedingssonde onder dwang voeding toegediend via haar neus.

Daarna verslechterde haar gezondheid snel.

Op 11 februari bracht de politie de familie van Ji op de hoogte dat ze in het ziekenhuis lag. Toen haar man in het ziekenhuis aankwam, zag hij Ji in coma liggen. Haar enkels zaten nog in de boeien.

Ondanks haar kritieke toestand weigerde de politie haar vrij te laten. Op 21 maart overleed Ji.

Om te voorkomen dat de informatie zou uitlekken naar het publiek, bewaakten tientallen politieagenten dagenlang het ziekenhuis, de begrafenisonderneming en Ji’s huis, zelfs nadat het lichaam was gecremeerd.

Simon Zhang, een architect uit New York, en zijn moeder, Ji Yunzhi, een Falun Gong beoefenaar die drie dagen voor de opening van de Olympische Winterspelen in Beijing uit haar huis werd gehaald en 48 dagen later stierf in hechtenis van de politie. ( Foto van Simon Zhang)

Ji’s zoon, Simon Zhang, is een architect in New York. Op 25 april ontmoetten hij en enkele andere Falun Gong beoefenaars de Amerikaanse Ambassadeur voor Internationale Religieuze Vrijheid Rashad Hussain, die na het horen van Ji’s verhaal op Twitter postte: “Niemand verdient het om te lijden onder mishandeling, marteling of gevangenschap voor zijn geloof.”

Bewustmaking

Sinds het begin van de vervolging in 1999 hebben de CCP en haar PLAC-systeem talloze campagnes gelanceerd om Falun Gong met allerlei middelen te proberen uitroeien. De tegenmaatregelen van de Falun Gong beoefenaars lijken echter dezelfde te blijven, aangezien zij zogenaamd “materiaal ter verheldering van de waarheid” verspreiden om het bewustzijn van de vervolging zowel binnen als buiten China te vergroten.

Het uitgelekte document vermeldt dat de PLAC van het district Tieling mensen heeft georganiseerd om door het district te trekken om Falun Gong-materiaal op openbare plaatsen “op te ruimen”. In het jaar 2019, aldus het document, werden “8 opruimpogingen georganiseerd, 378 stuks gedrukt materiaal, 3 spandoeken en 26 posters werden verzameld.”

Het document zei dat van april tot juni, de Tieling county PLAC 20.000 pamfletten en 35.000 andere soorten materialen verspreidde onder het publiek om Falun Gong te belasteren.

Een poster met de tekst “Waarachtigheid, mededogen, verdraagzaamheid is goed, Falun Dafa is goed” is te zien bij een bushalte in Tieling, provincie Liaoning. (minghui.org)

Heng He zei: “Aangezien de vervolging geen wettelijke basis heeft, heeft de CCP een enorme hoeveelheid geld uitgegeven om Falun Gong in een kwaad daglicht te stellen door de publieke opinie te manipuleren en door leugens te verzinnen die door haar media worden verspreid. Ondertussen doet de CCP er alles aan om te voorkomen dat de waarheid over Falun Gong het publiek bereikt.”

Gepubliceerd door The Epoch Times (22 mei 2022): Falun Gong Remains the Prime Target of Chinese Regime: Leaked Document

Beijing misbruikt Hollywood om positief beeld van CCP te schetsen: Rapport

Beijing manipuleert de westerse filmproductie, vooral in Hollywood, om de wereld een positief beeld van zichzelf voor te spiegelen, aldus een van september daterend rapport van een Franse militaire denktank.

Het 650 bladzijden tellende rapport wil de allesomvattende wereldwijde beïnvloedingstactieken van de Chinese Communistische Partij (CCP) aan het licht brengen. Op cultureel gebied wordt er in het rapport op gewezen dat de CCP controle uitoefent over de Hollywood-studio’s door middel van het op een zwarte lijst plaatsen van films, het beperken van de toegang tot de Chinese markt en het censureren van de inhoud.

De CCP gebruikt films als propagandamiddelen sinds zij in 1949 China in haar greep kreeg, maar de Verenigde Staten voelden de invloed van de CCP pas in 1997, aldus het rapport. In dat jaar werden drie films uitgebracht die het positieve zelfbeeld van het Chinese regime doorprikten: “Kundun,” “Seven Years in Tibet,” en “Red Corner.” De eerste twee films gingen over Tibet, een zeer gevoelig onderwerp voor de CCP vanwege de voortdurende onderdrukking van de plaatselijke cultuur en religie, terwijl in de laatste film een Amerikaan werd getoond die ten onrechte werd beschuldigd van moord in China.

Naast het verbod op de films in China heeft de CCP zowel de regisseurs als de hoofdrolspelers van de drie films op de zwarte lijst gezet. Verder verbood het regime de betrokken productiemaatschappijen vijf jaar lang om in China te werken.

Ondanks het feit dat de Chinese markt een bescheiden omvang had, vergelijkbaar met die van Peru in die tijd, nam Hollywood volgens het Franse rapport de boodschap onmiddellijk ter harte.

De toenmalige CEO van Disney, Michael Eisner, had in 1998 een ontmoeting met de toenmalige Chinese premier Zhu Rongji om zich te verontschuldigen en te beloven dat Disney nooit meer iets als Kundun zou produceren, aldus het rapport.

De aantrekkingskracht van de Chinese markt

Een rapport uit 2020 van PEN America, een New Yorkse groep die opkomt voor de vrijheid van meningsuiting, illustreerde de behandeling door het regime van Jean-Jacques Annaud, regisseur van “Seven Years in Tibet”. In 2009, bijna tien jaar nadat hij door Peking op de zwarte lijst was gezet, stemde Annaud ermee in om een Frans-Chinese coproductiefilm te regisseren. In december 2009 verontschuldigde Annaud zich voor zijn deelname aan “Zeven jaar in Tibet” op Weibo, een Chinese sociale media-app vergelijkbaar met Twitter. Het bericht is sindsdien verwijderd, maar het werd gearchiveerd door PEN America.

Annaud tekende vervolgens een strategische partnerschapsovereenkomst met China voor twee films, en werd lid van de Strategische Raad van de France China Foundation. In zijn biografie op de website van de stichting worden veel van zijn films genoemd, maar “Zeven jaar in Tibet” wordt niet vermeld, aldus het Franse rapport.

Sindsdien heeft de CCP een verscheidenheid van tactieken gebruikt om Hollywood te beïnvloeden, samen met andere westerse filmproducenten, aldus het Franse rapport. Beijing staat drie manieren toe waarop buitenlandse films op de Chinese markt kunnen komen: via quota’s, opkoop en coproduktie. Op alle drie manieren wordt censuur toegepast.

De CCP heeft ook de verleiding van haar grote en lucratieve markt gebruikt om filmmakers tot naleving te dwingen. “We hebben een enorme markt om met jullie te delen. We willen films die zwaar investeren in China; we willen positieve beelden van China zien”, zei de president van China Film Group Corporation, het grootste staatsfilmbedrijf ter wereld, in 2013 tegen Hollywoodproducenten.

China’s kwartaalinkomsten uit box office overtroffen in 2018 voor het eerst die van de Verenigde Staten, volgens het Franse rapport. Verwacht wordt dat het in de komende jaren de grootste markt ter wereld zal worden.

Verder zijn de Chinese investeringen in Hollywoodfilms sinds 2014 aanzienlijk gegroeid. De CCP hielp tussen 1997 en 2013 12 Hollywoodfilms financieren. Dit aantal steeg van 2014 tot 2018 naar 41 films. De Franse militaire denktank stelt dat deze Chinese investeringen Beijing een aanzienlijke invloed geven op Amerikaanse studio’s.

Naleving

Een overeenkomst tussen China en de VS uit 2012 beperkt 34 slots per jaar voor Amerikaanse films om China binnen te komen. Dit quotum wordt bijna uitsluitend ingenomen door kassuccessen. In het rapport wordt een Hollywood-scenarist geciteerd die zegt dat dit quotum “een beperking van de vrijheid van meningsuiting” is omdat de studio’s aan zelfcensuur doen om hun kansen op een slot zo groot mogelijk te maken.

Buyout is een andere methode om toegang te krijgen tot de Chinese markt die veel wordt gebruikt door onafhankelijke films. In dit geval stemt de buitenlandse studio ermee in alle in China gemaakte winst over te dragen aan de Chinese distributeur, in ruil voor een vaste vergoeding.

De derde en meest populaire manier is coproduktie tussen een buitenlandse studio en een Chinese studio. In het rapport wordt erop gewezen dat het voordeel van coproduktiefilms is dat zij niet als buitenlands worden beschouwd en dus niet onder de quotaregeling vallen.

Er zijn echter wel regels waaraan de coproductiefilms moeten voldoen, aldus PEN America. De regels omvatten het naleven van de wetten, voorschriften, gewoonten en tradities van China; het eerbiedigen van de rechten en plichten van het Chinese regime; en het bijdragen tot de sociale stabiliteit van China. PEN America legde uit dat sociale stabiliteit één van de argumenten is die Peking gebruikt om de onderdrukking van dissidenten of etnische minderheden te rechtvaardigen.

Het rapport van de Franse denktank suggereerde dat coproductie Beijing meer invloed geeft op de inhoud, omdat censuur op elk moment in het productieproces kan plaatsvinden. Het rapport somde verschillende coproductiefilms op die Chinese filmmaatschappijen expliciet invloed gaven, waaronder “The Meg” (2018), “Kung Fu Panda III” (2016), en “Looper” (2012).

Dikwijls kan de coproductie verborgen zijn. Een voorbeeld is de docuserie “China: Times of Xi” die in oktober 2017 werd uitgezonden op Discovery Channel. Het was een coproductie tussen Discovery Networks Asia-Pacific en China Intercontinental Communications Center (CICC). Het Franse rapport merkte op dat CICC wordt beheerd door het Informatiebureau van de Staatsraad, dat hetzelfde adres deelt met het Bureau voor Buitenlandse Propaganda van de Centrale Propaganda-afdeling van de CCP. Maar de documentaire werd aangekondigd als “een onafhankelijke televisieproduktie”.

Het rapport bevat ook een lijst van gevallen waarin studio’s inhoud uit films hebben weggelaten die de CCP zou hebben kunnen verontrusten. De lijst omvat “Pixels” (2015), “RoboCop” (2014), “Red Dawn” (2012), “Skyfall” (2012), “Men in Black 3” (2012), “Pirates of the Caribbean 3” (2007), en “Mission Impossible III” (2006).

In andere gevallen gaat het om het positief portretteren van de CCP, vaak als held of redder, of van ideeën die de partij steunt. Dergelijke films zijn “Abominable” (2019), “Arrival” (2016), “Transformers: Age of Extinction” (2014), “Gravity” (2013), “Looper” (2012), en 2012 (2009).

Origineel gepubliceerd door The Epoch Times (20 oktober 2021): Beijing Exploits Hollywood to Project a Positive Image of the CCP: Report