Tuesday, 06 Dec 2022

De poging om mij te verbranden op de brandstapel

De afgelopen weken is er in de Vlaamse media een offensief tegen mij gelanceerd. Ik ben ervan beschuldigd een leugenaar te zijn, een extreemrechtse extremist, een complottheoreticus, gecontroleerde oppositie en ik ben er zelfs van beschuldigd mijn studenten te indoctrineren. Ik heb stilletjes geluisterd naar elke stem die zich geroepen voelde om zich te laten horen. En ik heb de indruk dat iedereen die iets te zeggen had dat nu heeft gedaan.

Nu ga ik een woord voor mezelf zeggen.

Ik denk dat ik het recht heb om te reageren op een verhaal over mezelf. De reguliere media zijn het daar blijkbaar niet mee eens. Hoe gretig ze ook ‘over mij’ praten, ze hebben hardnekkig geweigerd ‘met mij’ te praten. Maar is het niet een fundamenteel gebod van de mensheid dat iedereen het recht heeft om zijn kant van het verhaal te vertellen?

Toegegeven, de media zijn al een tijdje vrij terughoudend wanneer het gaat over mij. Zo viel er een ongemakkelijke stilte in de pers toen mijn boek The Psychology of Totalitarianism eerder dit jaar in tien talen werd vertaald en er tienduizenden exemplaren van werden verkocht.

Waarom zo’n stilte? Misschien om deze reden: mensen zouden het serieus kunnen gaan nemen dat de coronacrisis in de eerste plaats een psychosociaal fenomeen was dat de overgang markeerde naar een technocratisch systeem, een systeem waarin de overheid zou proberen om besluitvormingsrechten over haar burgers op te eisen en stap voor stap de controle over elke privéruimte overnemen.

De pers leek niet te weten wat ze moest doen, behalve zwijgen. Misschien wat “fact-checking?” De factcheckers, die meestal nog maar net van school waren, wisten niet hoe ze mijn argumenten moesten controleren. Ik gooi sowieso niet veel met cijfers en ‘feiten’; eigenlijk heb ik niet veel te zeggen over virussen en vaccins. Ik bespreek vooral de grote psychologische processen die in de samenleving plaatsvinden. De factcheckers kwamen niet verder dan wat gekibbel over kleine voorbeelden in de marge van mijn betoog. Dat maakte niet veel indruk. Ze konden enkel toekijken hoe meer en meer mensen luisterden naar wat ik te zeggen had.

Maat toen begon een georkestreerde campagne tegen mij op sociale media. En je kunt het woord georkestreerd letterlijk nemen. Volgens de recente berichtgeving van journalist Luc De Wandel, was er sprake van een mediafrontgroep die hij had ontdekt en die tot doel had drie belangrijke influencers in België te saboteren: Lieven Annemans, Sam Brokken en ikzelf. De groep werkte anoniem met een website waar ‘anonieme burgers’ hun zorgen over dissidente influencers konden melden.

De poging om dissidente stemmen het zwijgen op te leggen kreeg een bizar karakter toen ‘Headwind’ (Tegenwind), een coronakritische documentairereeks waaraan ik samen met vijf andere wetenschappers deelnam, werd genomineerd voor de prestigieuze Ultima Award van de Vlaamse overheid in de categorie Publieksprijs. Dat zorgde voor paniek.

Minister van Cultuur Jan Jambon schrapte ‘Tegenwind’ van de lijst met genomineerden. Maar na een storm van protest had minister Jambon geen andere keuze dan het te herstellen, waarna ‘Tegenwind’ overigens won met zeven keer zoveel stemmen dan de nummer twee. Toen ik de Ultima Publieksprijs in ontvangst nam, mocht ik twee zinnen uitspreken voordat ik van het podium werd begeleid. De andere laureaten kregen ongeveer tien minuten de tijd om hun verhaal te vertellen.

Eind augustus begon het tij te keren. Ik werd uitgenodigd in de VS als gast tijdens het programma Tucker Carlson Today om een ​​uur lang  te spreken over The Psychology of Totalitarianism. Dat is niet niks natuurlijk. Deze talkshow is een van de meest bekeken programma’s op de Amerikaanse kabeltelevisie. En het interview pakte erg goed uit. Carlson sprak er in onmiskenbare superlatieven over. Ik prijs mezelf hier alleen maar omdat het inhoudelijk relevant is: Carlson vond het het beste interview dat hij in zijn 30-jarige carrière heeft gedaan. Als het Vlaamse publiek ernaar durft te luisteren, vind je het hier.

De Vlaamse media stonden plots voor een dilemma. Stilte werd precair. Het gebeurt immers niet elke dag dat een media-icoon als Tucker Carlson zoiets zegt over een Belg. Ze moesten er iets op vinden. En het moest verwoestend zijn.

Hun eureka-moment verscheen tegelijkertijd in drie kranten: ik werd namelijk ook geïnterviewd door Alex Jones, een veroordeelde complotdenker, en er was iets gebeurd! Sommige kranten beschreven het als een verspreking. Anderen beschreven het als een flagrante leugen. Op de vraag van Jones: “Heb je een openhartoperatie onder hypnose gezien?” antwoordde ik na een korte aarzeling “Ja, absoluut.”

Ik hoorde na het interview dat mensen dachten dat ik zelf zo’n operatie fysiek had bijgewoond. Ik luisterde opnieuw naar mijn antwoord op de vraag van Jones en concludeerde dat wat ik zei inderdaad misleidend was. Voordat een krant het had vernoemd, heb ik het meteen gecorrigeerd op mijn Facebook-pagina (zie bericht van 5 september 2022): ik had een openhartoperatie onder hypnose niet ‘live’ gezien, maar ik herinnerde me dat ik zoiets vijftien jaar eerder op video had gezien tijdens een les die ik gaf over hypnose als verdovingstechniek. En daar was ik ook niet zeker van, maar in de hectiek van het interview wilde ik mezelf een lange uitleg besparen en antwoordde gewoon met  ja.

Iedereen kan voor zichzelf uitmaken of dit een leugen is of niet. En dan stel ik voor dat ze, met dezelfde mate van strengheid waarmee men mij beoordeelt, ook hun eigen discours aan een dergelijke ondervraging onderwerpen.

De vraag over hypnose was trouwens enkel een voorbeeld in de marge van mijn betoog. Maar het effect was opmerkelijk: het mondde uit in een groot drama, maar echt inhoudelijk werd het nooit. De pers gebruikte het vooral om te suggereren dat ik onzin verkocht.

Laten we desondanks terloops de vraag stellen: is het mogelijk of niet onder hypnose geopereerd te worden? De VRT dacht van wel (zie bijvoorbeeld deze link). Hoe zit het specifiek met openhartoperaties? Tijdens mijn zoektocht naar mijn originele bronnen kwam ik het werk tegen van Dave Elman, een hypnotiseur die bekend staat om het hypnotiseren van patiënten die zo zwak waren dat hun hart geen enkele biochemische verdoving kon verdragen, en in deze specifieke hypnotische toestand werd zelfs chirurgie mogelijk. Dit wordt de Esdaile-toestand genoemd, waarin een katatonische toestand wordt opgewekt door een korte hypnotische procedure. Elman zelf is ondertussen overleden, maar zijn kinderen bezitten zijn archief met onder meer de dossiers van dergelijke operaties. Ze bevestigden me dat hun vader inderdaad aan verschillende van dergelijke operaties had deelgenomen.

Wanneer weten we zeker of iets klopt? Dat is een moeilijke vraag. Uiteindelijk blijven we voor de meeste dingen afhankelijk van wat we geloven. En het is niet anders voor degenen onder ons die vertrouwen op wat is gepubliceerd in peer-reviewed academische tijdschriften. In feite zijn de meeste resultaten niet reproduceerbaar door derden.

Maar de pers hield zich vooral hier mee bezig: ik had gesproken met Alex Jones, een veroordeelde complotdenker. Schandalig. Er zijn bepaalde mensen met wie je niet moet praten: anti-vaxxers, complotdenkers, klimaatontkenners, virusontkenners, extreemrechts, racisten, seksisten, enzovoort. (Deze lijst wordt overigens steeds langer.) Het merkwaardige is dat het precies dezelfde mensen zijn die die stigma’s opplakken die ook het hardst waarschuwen voor het gevaar van polarisatie in onze samenleving. Is dat niet, wat. . . ironisch? Is het niet ‘het spreken’ dat mensen als menselijke wezens kan verbinden? Is spraak niet het belangrijkste tegengif tegen polarisatie? Dit is mijn principe: hoe extremer de positie die iemand inneemt, hoe meer we met ze moeten praten.

Voor sommige mensen ben ik ook zo iemand geworden waar je niet meer mee mag praten. En als ik zie hoe dit in mijn eigen geval is gebeurd, is het nog rechtvaardiger om dergelijke figuren hun verhaal direct te laten vertellen voordat ze worden onderworpen aan een oordeel.

Ik raad iedereen aan het uitstekende boek van David Graeber en David Wengrow, The Dawn of Everything: A New History of Humanity, te lezen. De auteurs beschrijven hoe in inheemse stammen in het noordoosten van Noord-Amerika niemand ‘macht’ over een ander had. Hoe werden de problemen binnen de samenleving dan opgelost? Slechts op één manier: door met elkaar te praten (zie p. 56). Er werd enorm veel tijd besteed aan publieke debatten. En het kwam nooit bij iemand op om ook maar één persoon uit te sluiten van die gesprekken. Dit werd ook radicaal uitgebreid tot gevallen van criminaliteit. Zelfs in die gevallen werd alleen conversatie toegepast, geen macht. Wanneer er uiteindelijk een straf werd vastgesteld, was het nooit de verantwoordelijkheid van één enkel persoon die de misdaad had gepleegd, maar een groter netwerk om hem heen dat op de een of andere manier een rol had gespeeld.

Missionarissen en andere westerlingen die in dialoog gingen met de indianen waren ook onder de indruk van hun welsprekendheid en vaardigheid in redeneren. Ze merkten op dat deze ‘wilden’ in de hele stam een ​​mate van bekwaamheid verwierven waartegen de hoogopgeleide Europese elite verbleekte (zie p. 57). Inheemse redenaars zoals Huron-Wendat Chief Kondiaronk werden naar Europa uitgenodigd om aan tafel te gaan zitten met adel en geestelijkheid zodat zij konden genieten van hun buitengewone retoriek en redenering. (Veel van dergelijke inheemse leiders beheersten ook Europese talen.)

De westerse cultuur, die inmiddels wereldwijd werd geaccepteerd, ging de andere kant op en het register van taaluitwisseling wordt steeds meer vervangen door het register van de macht. Degenen die de heersende ideologie niet onderschrijven, worden gebrandmerkt en beschouwd als iemand met wie een fatsoenlijk mens niet zou mogen praten. Ik benadruk vaak dat we in het huidige tijdperk de tijdloze ethische principes van de mensheid zouden moeten herontdekken en herformuleren. Dit is de eerste: zie in ieder ander mens een individu dat het recht heeft om te spreken en gehoord te worden.

Dat was, al lang voor de coronacrisis, een principe dat ik onder meer in mijn praktijk handhaafde. Ik werkte in mijn praktijk als psycholoog met gevallen waaraan veel mensen hun vingers liever niet verbranden. In 2018 haalde ik de voorpagina’s van de kranten en verscheen in De Afspraak nadat ik als getuige was opgeroepen in het assisenproces van een verpleegster die in het verleden terminaal zieke patiënten met insuline en een luchtembolie had gedood. Tijdens dat proces heb ik zeven uur lang geweigerd mijn patiëntendossier aan de rechter te overhandigen. Mijn motivatie was duidelijk: als ik iemand vertel dat ik zijn woorden in vertrouwen zal houden, zal ik dat ook doen. En vanuit juridisch-deontologisch oogpunt denk ik dat dat volkomen gerechtvaardigd is: misdrijven of misdaden uit het verleden zijn nooit een geldige reden om professionele vertrouwelijkheden te schenden. Mijn punt is dit: we moeten het spreken centraal stellen in de samenleving. We moeten ruimtes creëren waarin er volledige vrijheid van meningsuiting is – met psychologen, artsen, advocaten, priesters, coaches, enzovoort, en we moeten stigmatisering zoveel mogelijk vermijden en zeker niet toestaan ​​​​dat taalkundige verbinding onmogelijk wordt.

Maar ik was wel langsgeweest bij Alex Jones. En hij is niet alleen een complotdenker, hij is een veroordeelde complotdenker. Dat zei genoeg. Het kon niemand schelen wat het onderwerp van het gesprek was. Dus laat ik dat een beetje naar voren brengen. De dag ervoor had president Biden een extreem polariserende toespraak gehouden. In die toespraak stigmatiseerde de president de hele MAGA-beweging (Make America Great Again). Het was moeilijk om je te ontdoen van de indruk dat hij hen tot geweld probeerde te provoceren, wetende dat dit een van zijn weinige kansen was om er niet slecht uit te komen bij de komende tussentijdse verkiezingen. Alex Jones vroeg me zijn kijkers op te roepen niet op die provocatie in te gaan en zich te onthouden van alle geweld. En dat heb ik dan ook expliciet meerdere keren gedaan. Logisch, toch? Ik denk het wel. Dit is de vraag die ik stel:

De Vlaamse kranten negeerden dergelijke vragen. Ik moest gedemoniseerd worden. En ze haalden alles uit de kast. Het Laatste Nieuws  publiceerde getuigenissen van twee anonieme studenten die mijn colleges aan de universiteit beschreven als pure propaganda en die stelden dat iedereen die een andere mening had dan de mijne gegarandeerd zou zakken voor het examen. Verschillende studenten die mij kwamen verdedigen (en bereid waren hun naam te gebruiken), werden afgewezen bij Het Laatste Nieuws. Hun mening was niet geschikt voor publicatie.

Welke studenten spraken de waarheid? Het is vrij eenvoudig om erachter te komen: al mijn colleges zijn op video opgenomen en kunnen van de eerste tot de laatste minuut worden herbekeken. Als je dat doet, hoor je onder meer hoe ik in elk college heb benadrukt dat ik mijn lessen pas geslaagd vind als studenten hun eigen mening durven te uiten, ook en vooral als die radicaal afwijkt van de mijne. En je zult ook horen dat de studenten die effectief een mening hebben geformuleerd die afweek van de mijne, op de meest vriendelijke manier worden verwelkomd en aangemoedigd. Kan Het Laatste Nieuws daarom wettelijk vervolgd worden voor smaad? Ik denk het wel.

Links en rechts werd gesuggereerd dat ik niet alleen met complotdenkers omging, maar dat ik er zelf ook een was. De lezer moet weten: ik heb niets tegen complotdenkers. Ik zeg het wel eens: als ze niet bestonden, hadden we ze moeten uitvinden. Maar het grappige van de zaak is dat ik er even heftig van wordt beschuldigd complotten te ‘ontkennen’. “The Ultimate Anti-Conspiracy Theory” was de titel van een recensie van mijn boek.

En in Amerika lanceerden Catherine Austin Fitts, voormalig functionaris onder de regering-Bush en een beruchte anti-corona-activist, samen met psychiater Peter Breggin een wijdverbreide (alternatieve) mediacampagne waarin ze mij ervan beschuldigden een zogenaamd Trojaans paard te zijn. Lees: iemand die betaald wordt door de CIA of andere overheidsinstanties om te proberen het publiek ervan te overtuigen dat er helemaal geen samenzwering gaande is. Ik zou tegen iedereen willen zeggen: lees hoofdstuk 8 van Psychologie van het totalitarisme aandachtig. Ik geef daar mijn genuanceerde mening over de rol die complotten spelen in grote maatschappelijke processen.

Een aantal van mijn academische collega’s sprongen in de pen. En de media gaven hen de kans. Maarten Boudry was een van de eersten die aanwezig was en hij beschuldigde mij van ‘een grove overschatting’. Privé ken ik Maarten Boudry als een vriendelijk persoon met wie ik graag praat en het oneens ben, en ik vind het jammer dat hij een zekere giftigheid opdoet in de openbare ruimte. Hij schreef een opiniestuk dat stilistisch opmerkelijk emotioneel vernederend was en een reeks inhoudelijke fouten bevatte. Om een ​​paar voorbeelden te geven:

  • Nee, ik zeg niet dat iedereen in een staat van hypnose is; Ik zeg uitdrukkelijk dat slechts een beperkt deel van de bevolking (mogelijk ergens tussen de 20 en 30 procent) ten prooi valt aan de hypnotiserende effecten van massavorming.
  • En nee, ik zeg niet dat zowat iedereen psychotisch is. In feite heb ik bij verschillende gelegenheden expliciet afstand genomen van het gebruik van die term in deze context en heb ik deze niet één keer gebruikt.
  • En nee, ik heb hydroxychloroquine nooit aangeprezen als wondermiddel voor COVID-19.
  • En om te zeggen dat er 23 miljoen doden zijn gevallen door COVID-19 terwijl de Wereldgezondheidsorganisatie 6,5 miljoen telt (met ongewoon “enthousiaste” telmethoden), is moeilijk te rijmen met de herhaalde donder van de auteur dat alles en iedereen de wetenschappelijke consensus zou moeten volgen.
  • En nee Maarten, mijn voorspelling dat met de introductie van de vaccins geen einde zou komen aan de coronamaatregelen klopte niet helemaal. Integendeel, het was de nagel op de kop. Met de herfst in aantocht wordt het elke dag duidelijker dat landen wereldwijd de maatregelen weer zullen gaan invoeren.

Een volledig overzicht van de flagrante onjuistheden in de tekst van Maarten vindt u via deze link.

Voor mij heeft iedereen het recht stilistisch vulgaire en inhoudelijk misvormde teksten in de pers te schrijven, maar het roept wel de volgende vraag op met betrekking tot de UGent: als ze een commissie wetenschappelijke integriteit instellen om mijn bewering over hypnose te onderzoeken, wat gaan ze dan doen met het opiniestuk van Maarten Boudry? Je kunt er bijna niet omheen: bij mijn werk moest je diep graven om een ​​fout te ontdekken; bij Maartens tekst moet je diep zoeken om iets te vinden dat klopt. De UGent is ons dus een antwoord schuldig. Rector Rik Van de Walle heeft hierin in verschillende opzichten grote menselijkheid getoond, en daar ben ik hem heel erg dankbaar voor, maar de norm voor wetenschappelijke integriteit totaal anders toepassen is een ernstige vergissing.

Ignaas Devisch heeft ook zijn bijdrage geleverd. Weliswaar milder dan Boudry, maar evenzeer niet zonder gif. Het kan gebeuren: hij deelt immers mijn standpunt niet. Tenminste niet meer. Hij had duidelijk wat twijfels tijdens de crisis, over de vraag of hij een kritische positie zou moeten innemen of niet. Maar nu is hij blijkbaar naar de dominante kant van het verhaal gekanteld. Dat is min of meer opmerkelijk in het licht van zijn stellingname vóór de crisis. Hij schuwde de harde termen niet om te omschrijven welke greep de medische wetenschap heeft op het leven van de hedendaagse mens. Maar tijdens de coronacrisis, waarin de hele openbare ruimte gesanctioneerd werd door het medische discours, merkt hij daar blijkbaar niets meer van. Opmerkelijk inderdaad. Het doet me denken aan Thomas Decreus, die vóór de coronacrisis artikelen publiceerde waarin hij sprak van “technototalitarisme”, maar tijdens de coronacrisis viel hij me aan omdat ik had verklaard dat er duidelijk zichtbare totalitaire tendensen waren.

Paul Verhaeghe past ook in dit rijtje maar hij is een geval apart. Hij was mijn PhD-adviseur en ik heb al zeventien jaar een hartelijke menselijke en professionele relatie met hem. We deelden in veel opzichten dezelfde maatschappijkritische houding, inclusief dezelfde kritische houding ten aanzien van het gebruik van cijfers in onze cultuur. Onze goede verstandhouding is tijdens de coronacrisis voortgezet. Getuige hiervan is de vermelding in Verhaeghe’s coronakritische essay ‘Keep Your Distance, Touch Me‘.

Mag ik je persoonlijk vragen, Paul, waarom je nu deelneemt aan deze poging tot intellectueel lynchen? En dat weer, zoals je zelf zonder schaamte zegt, zonder mijn boek gelezen te hebben? Mag ik vragen waar deze plotselinge en drastische verandering in houding vandaan komt? Ik zal hierbij namens u een voorlopig antwoord formuleren: Door de storm van kritiek die ik heb gekregen, bent u bang geworden om met mij geassocieerd te worden. En in je angst heb je de minst mooie kant van jezelf laten zien, uit angst voor sociale afkeuring offer je de band op met mensen die je graag mogen en op wie je eigenlijk ook gesteld bent.

In zekere zin zijn Ignace Devish, Thomas Decreus en Paul Verhaeghe voorbeelden van wat Joost Meerloo mentale overgave noemt  in zijn boek over totalitarisme (The Rape of the Mind). Mentale overgave verwijst naar het fenomeen dat mensen die ideologisch tegen een of andere ideologie waren, plotseling aan die ideologie beginnen te hangen wanneer deze het voorwerp wordt van massavorming. De opkomst van de massa’s, inclusief alle media en politieke organen, maakt zo’n enorme indruk op mensen dat ze onbewust van standpunt veranderen en de massa-ideologie gaan volgen.

Een bijzonder geval waren de artikelen van Eva Van Hoorne in De Wereld Morgen. De auteur zwaait zwaar maar ook wild naar mij, in die mate dat haar uitspraken nauwelijks nog serieus te nemen zijn. Het is moeilijk om er iets anders in te herkennen dan pogingen om te kwetsen. Eva Van Hoorne is een van de weinige mensen die werd geblokkeerd van mijn Facebook-pagina. (Ik denk in totaal zeven mensen op een pagina met 17.000 volgers en 5.000 vrienden). Het zijn allemaal mensen die me dag na dag en jaar na jaar bestookten met dubieuze beschuldigingen en verwijten. Ik stond voor de moeilijke keuze om de vele aanvallen onbeantwoord te laten – ik heb tenslotte maar een beperkte hoeveelheid tijd – of hen te blokkeren. Ik heb uiteindelijk voor het laatste gekozen, maar weet niet of dat de juiste beslissing was. De woorden die daar niet meer gesproken konden worden, zochten hun weg naar buiten via andere kanalen, en de drang om ze uit te spuwen nam gaandeweg toe.

Ik moet zeggen dat, zelfs in het geval van Eva, het me echt treurt dat de kloof niet kan worden overbrugd door een echte dialoog. Vreemd genoeg kan ik me gemakkelijk een wereld voorstellen waarin ik goed met Eva zou kunnen opschieten – ze is ook gepassioneerd door psychoanalyse, heeft bedenkingen bij de materialistische ideologie, enzovoort. Maar ik kan nauwelijks iets anders voelen dan dat haar iets kwelt en dat ze het mij vertelt. Als dat waar is, vraag ik me af, beste Eva, vanwaar je kwelling? Waarom heb je zoveel energie in mij gestoken? Je weet dat je altijd welkom bent om erover te praten. Eerlijk. Ik meen het.

Ik zal mijn milde versie van “J’accuse” niet afsluiten zonder ook een steen naar mezelf te gooien. Ik doe meestal mijn best om op een milde en verbindende manier te spreken, maar ik moet nog vooruitgang boeken. En mijn verklaring over hypnose was zeker misleidend. Het streven naar een toespraak die vermenselijkt en zo nuchter en oprecht mogelijk is, is ook voor mij een constante uitdaging. Ik zal de Art of Good Speech volledig blijven cultiveren en optimaliseren. Dat is voor mij min of meer de essentie van mijn bestaan.

Er waren immers ook een paar collega’s die stukken schreven ter verdediging. Net als de studenten die me probeerden te verdedigen, werden hun opiniestukken afgewezen door alle reguliere kranten. Hun reacties vonden dan ook alleen een forum op sociale media. Dat geeft ze een andere status voor de meeste mensen in de samenleving – minder waardig – maar dat maakt ze niet minder goed. Ik dank hen dan ook met heel mijn hart: Jessica Vereecken, Reitske Meganck, Michaël Verstraeten, Steven d’Arrazola de Onate, Annelies Vanbelle, Steve Van Herreweghe – bedankt. Uw woorden zijn een tegenkracht voor het afsluitende membraan van pretentie en stigmatisering dat de ziekte is van onze samenleving. En er waren ook media als blckbx, ‘t Pallieterke , ‘t Schelde en Doorbraak die een andere snaar hebben geraakt. Ook aan hen mijn volledige dank.

Op dit moment leidt stigmatisering vooral tot karaktermoord. Maar heel snel zou het proces van ontmenselijking ook naar een hoger niveau kunnen gaan. Rond de dood van Yannick Verdyck werd een verhaal geconstrueerd dat kreunt onder de stigma’s. De vraag is in hoeverre stigma’s ook de oorzaak waren van zijn dood. Ik ga die vraag in een toekomstig schrijven met grote voorzichtigheid en zachtmoedigheid behandelen. Het mediaverhaal rond Verdyck is ook intellectueel interessant. Het laat zien hoe publieke verhalen tot stand komen.

Dagboekjournalistiek van de grote mediaconglomeraten; wat roddels achter de schermen in gesloten Facebook-groepen; en dan een stel mensen, heel menselijk, die hun kleine neigingen de vrije loop laten. Het eindresultaat is dat er een verhaal over iemand wordt geschreven zonder dat die persoon kan bijdragen aan het schrijven ervan. De moed om te praten met mensen die er werkelijk anders over denken. Dat is een teken van een menselijke samenleving. Het is dat soort uitingen dat een bindende werking heeft en ervoor zorgt dat de samenleving ook echt een samenleving is. De moed om echt verbinding te maken door middel van spraak. Dat moeten we voor onszelf terugnemen.

Bron: Brownstone Institute

Gepubliceerd door The Epoch Times (20 oktober 2022): The Attempt to Burn Me at the Stake

De psychologie van totalitarisme

Eind februari 2020 begon het werelddorp te schudden op zijn grondvesten. De wereld kreeg een dreigende crisis voorgeschoteld, waarvan de gevolgen niet te overzien waren. In enkele weken tijd werd iedereen gegrepen door het verhaal van een virus – een verhaal dat ongetwijfeld op feiten was gebaseerd. Maar op welke?

We vingen een eerste glimp op van “de feiten” via beelden uit China. Een virus dwong de Chinese regering om de meest draconische maatregelen te nemen. Hele steden werden in quarantaine geplaatst, nieuwe ziekenhuizen werden in allerijl gebouwd en personen in witte pakken ontsmetten openbare ruimtes. Hier en daar doken geruchten op dat de totalitaire Chinese regering overdreef en dat het nieuwe virus niet erger was dan de griep. Er deden ook tegengestelde meningen de ronde: dat het veel erger moest zijn dan het leek, omdat anders geen enkele regering zulke drastische maatregelen zou nemen. Op dat moment voelde alles nog ver weg van onze contreien en we gingen ervan uit dat het verhaal ons niet in staat stelde de volle omvang van de feiten te peilen.

Tot het moment dat het virus in Europa aankwam. Toen begonnen we zelf besmettingen en sterfgevallen te registreren. We zagen beelden van overvolle eerstehulpposten in Italië, konvooien van legervoertuigen die lijken vervoerden en mortuaria vol doodskisten. De gerenommeerde wetenschappers van het Imperial College in Londen voorspelden stellig dat het virus zonder de meest drastische maatregelen tientallen miljoenen levens zou eisen. In Bergamo, Italië, loeiden dag en nacht sirenes, die elke stem die in de publieke ruimte het opkomende verhaal in twijfel durfde te trekken het zwijgen oplegden. Vanaf dat moment leken verhaal en feiten samen te lopen, en onzekerheid maakte plaats voor zekerheid.

Het onvoorstelbare werd werkelijkheid: we waren getuige van de abrupte ommezwaai en zagen hoe bijna elk land op aarde het voorbeeld van China ging volgen en grote groepen mensen de facto onder huisarrest ging plaatsen, een situatie waarvoor de term “lockdown” werd bedacht. Een angstaanjagende stilte daalde neer – hevig en bevrijdend tegelijk. De lucht zonder vliegtuigen, verkeersaders zonder voertuigen; stof dat neerdwarrelde op de stilstand van de persoonlijke doelen en verlangens van miljarden mensen. In India werd de lucht zo zuiver dat, voor het eerst in 30 jaar, op sommige plaatsen de Himalaya weer zichtbaar werd tegen de horizon.

En daar bleef het niet bij. We zagen ook een opmerkelijke overdracht van macht. Deskundige virologen werden opgeroepen als de varkens van George Orwell – de slimste dieren van de boerderij – om de onbetrouwbare politici te vervangen. Zij zouden de dierenboerderij runnen met nauwkeurige (“wetenschappelijke”) informatie. Maar al snel bleken deze deskundigen nogal wat gewone, menselijke gebreken te hebben. In hun statistieken en grafieken maakten ze fouten die zelfs “gewone” mensen niet snel zouden maken. Het ging zelfs zo ver dat zij op een gegeven moment alle sterfgevallen als coronavirusdoden telden, inclusief mensen die waren overleden aan bijvoorbeeld hartaanvallen.

Ook slaagden ze er niet in hun beloften na te komen. Deze deskundigen beloofden dat de Poorten naar de Vrijheid weer open zouden gaan na twee doses van het vaccin, maar vervolgens verzonnen ze dat er een derde dosis nodig was. Net als de varkens van Orwell, veranderden ze de regels van de ene dag op de andere. Eerst moesten de dieren zich aan de maatregelen houden omdat het aantal zieken de capaciteit van het gezondheidszorgsysteem niet kon overschrijden (de curve afvlakken). Maar op een dag werd iedereen wakker en ontdekte men opschriften op de muren waarop stond dat de maatregelen werden verlengd omdat het virus moest worden uitgeroeid (de curve platslaan). Uiteindelijk veranderden de regels zo vaak dat alleen de varkens ze leken te kennen. En zelfs de varkens waren er niet zo zeker van.

Sommige mensen begonnen argwaan te koesteren. Hoe is het mogelijk dat deze experts fouten maken die zelfs leken niet zouden maken? Zijn dat geen wetenschappers, het soort mensen dat ons naar de maan bracht en ons het internet gaf? Zo dom kunnen ze toch niet zijn? Wat is hun eindspel? Hun aanbevelingen brengen ons verder op de weg in dezelfde richting: met elke nieuwe stap verliezen we meer van onze vrijheden, tot we een eindbestemming bereiken waar mensen gereduceerd zijn tot QR codes in een groot technocratisch medisch experiment.

Dat is hoe de meeste mensen uiteindelijk zeker zijn geworden. Zeer zeker. Maar met diametraal tegenovergestelde standpunten. Sommige mensen werden er zeker van dat we te maken hadden met een dodelijk virus dat miljoenen zou doden. Anderen werden er zeker van dat het niets meer was dan de seizoensgriep. Weer anderen werden er zeker van dat het virus niet eens bestond en dat we te maken hadden met een wereldwijde samenzwering. En er waren er ook die onzekerheid bleven tolereren en zich bleven afvragen: hoe kunnen we adequaat begrijpen wat er aan de hand is?

In het begin van de coronaviruscrisis maakte ik een keuze: ik zou mijn stem laten horen. Vóór de crisis gaf ik vaak lezingen aan universiteiten en presenteerde ik op academische conferenties over de hele wereld. Toen de crisis uitbrak, besloot ik intuïtief dat ik mijn stem zou laten horen in de openbare ruimte, dit keer niet binnen de academische wereld, maar ten overstaan van de samenleving in het algemeen. Ik zou mijn stem laten horen en proberen de aandacht van de mensen te vestigen op het feit dat er iets gevaarlijks aan de hand was, niet zozeer “het virus” zelf als wel de angst en de technocratisch-totalitaire sociale dynamiek die het teweegbracht.

Ik bevond mij in een goede positie om te waarschuwen voor de psychologische risico’s van het corona-verhaal. Ik kon putten uit mijn kennis van individuele psychologische processen (ik ben docent aan de Universiteit Gent); mijn doctoraat over de dramatisch slechte kwaliteit van academisch onderzoek, dat me leerde dat we “wetenschap” nooit als vanzelfsprekend mogen beschouwen; mijn masterdiploma in de statistiek, dat me in staat stelde statistische misleiding en illusies te doorzien; mijn kennis van de massapsychologie; mijn filosofische verkenningen van de grenzen en de destructieve psychologische effecten van de mechanistisch-rationalistische visie op de mens en de wereld; en last but not least, mijn onderzoek naar de effecten van spraak op de mens en het quintessentiële belang van “Waarheid Spreken” in het bijzonder.

In de eerste week van de crisis, maart 2020, publiceerde ik een opiniestuk met de titel “De angst voor het virus is gevaarlijker dan het virus zelf”. Ik had de statistieken en wiskundige modellen geanalyseerd waarop het coronavirusverhaal was gebaseerd en zag onmiddellijk dat ze allemaal de gevaarlijkheid van het virus dramatisch overschatten. Een paar maanden later, eind mei 2020, was deze indruk onomstotelijk bevestigd. In geen enkel land, ook niet in de landen die niet op slot gingen, eiste het virus het enorme aantal slachtoffers dat de modellen voorspelden. Zweden was misschien wel het beste voorbeeld. Volgens de modellen zouden er minstens 60.000 mensen sterven als het land niet zou worden afgesloten. Dat gebeurde niet, en slechts 6.000 mensen stierven.

Hoezeer ik (en anderen) ook probeerden dit onder de aandacht van de samenleving te brengen, het had niet veel effect. Mensen gingen door met het verhaal. Dat was het moment waarop ik besloot me op iets anders te richten, namelijk op de psychologische processen die in de samenleving aan het werk waren en die konden verklaren hoe mensen zo radicaal blind kunnen worden en kunnen blijven geloven in een verhaal dat zo volslagen absurd is. Het kostte me een paar maanden om te beseffen dat wat er gaande was in de samenleving een wereldwijd proces van massavorming was.

In de zomer van 2020 schreef ik een opiniestuk over dit fenomeen dat al snel grote bekendheid kreeg in Nederland en België. Ongeveer een jaar later (zomer 2021) nodigde Reiner Fuellmich me uit op “Corona Ausschuss”, een wekelijkse livestream discussie tussen advocaten en zowel deskundigen als getuigen over de coronavirus crisis, om uitleg te geven over massavorming. Van daaruit verspreidde mijn theorie zich naar de rest van Europa en de Verenigde Staten, waar het werd opgepikt door mensen als Dr. Robert Malone, Dr. Peter McCullough, Michael Yeadon, Eric Clapton, en Robert Kennedy Jr.

Nadat Malone over massavorming sprak op “The Joe Rogan Experience” podcast, werd de term een buzz-woord en was voor een paar dagen de meest gezochte term op Twitter. Sindsdien is mijn theorie enthousiast onthaald, maar ook fel bekritiseerd.

Wat is massavorming eigenlijk? Het is een specifieke vorm van groepsvorming die mensen radicaal blind maakt voor alles wat ingaat tegen waar de groep in gelooft. Op die manier nemen ze de meest absurde overtuigingen voor lief. Om een voorbeeld te geven: tijdens de Iraanse revolutie in 1979 ontstond er een massavorming waarin mensen gingen geloven dat het portret van hun leider-Ayatollah Khomeini zichtbaar was op het oppervlak van de maan. Telkens wanneer er een volle maan aan de hemel stond, wezen de mensen op straat naar de maan om elkaar te laten zien waar precies het gezicht van Khomeini te zien was.

Een tweede kenmerk van een individu in de greep van massavorming is dat hij bereid wordt het individuele belang radicaal op te offeren ten bate van het collectief. De communistische leiders die door Josef Stalin ter dood werden veroordeeld – meestal onschuldig aan de aanklachten die tegen hen waren ingebracht – aanvaardden hun vonnissen, soms met uitspraken als: “Als dat is wat ik kan doen voor de Communistische Partij, zal ik het met plezier doen.”

Ten derde worden individuen in massavorming radicaal onverdraagzaam voor dissonante stemmen. In het eindstadium van de massavorming zullen zij doorgaans wreedheden begaan jegens hen die niet met de massa meegaan. En nog karakteristieker: zij zullen dit doen alsof het hun ethische plicht is. Om nog eens te verwijzen naar de revolutie in Iran: Ik heb gesproken met een Iraanse vrouw die met eigen ogen had gezien hoe een moeder haar zoon aangaf bij de staat en met haar eigen handen de strop om zijn nek hing toen hij op het schavot stond. En nadat hij was vermoord, beweerde ze een heldin te zijn voor wat ze had gedaan.

Dat zijn de effecten van massavorming. Dergelijke processen kunnen op verschillende manieren ontstaan. Het kan spontaan ontstaan (zoals in nazi-Duitsland), of het kan opzettelijk worden uitgelokt door indoctrinatie en propaganda (zoals in de Sovjet-Unie). Maar als het niet voortdurend wordt ondersteund door indoctrinatie en propaganda die via de massamedia wordt verspreid, zal het meestal van korte duur zijn en zich niet ontwikkelen tot een volwaardige totalitaire staat. Of zij nu spontaan is ontstaan of vanaf het begin opzettelijk is uitgelokt, geen enkele massavorming kan echter lang blijven bestaan tenzij zij voortdurend wordt gevoed door indoctrinatie en propaganda die via de massamedia wordt verspreid. Als dit gebeurt, wordt de massavorming de basis van een geheel nieuw soort staat, die in het begin van de 20e eeuw voor het eerst opkwam: de totalitaire staat. Dit soort staat heeft een uiterst destructieve invloed op de bevolking, omdat zij niet alleen de openbare en politieke ruimte beheerst – zoals de klassieke dictaturen doen – maar ook de privé-ruimte. Zij kan dit laatste doen omdat zij over een enorme geheime politie beschikt: dat deel van de bevolking dat in de greep is van de massavorming en dat fanatiek gelooft in de verhalen die door de elite via de massamedia worden verspreid. Totalitarisme is dus altijd gebaseerd op “een duivels pact tussen de massa’s en de elite” (zie Arendt’s “The Origins of Totalitarianism“).

Ik sluit me aan bij een intuïtie die Hannah Arendt in 1951 verwoordde: Er ontstaat een nieuw totalitarisme in onze samenleving. Geen communistisch of fascistisch totalitarisme, maar een technocratisch totalitarisme. Een soort totalitarisme dat niet geleid wordt door “een bendeleider” zoals Stalin of Adolf Hitler, maar door saaie bureaucraten en technocraten. Zoals altijd zal een bepaald deel van de bevolking zich verzetten en niet ten prooi vallen aan de massavorming. Als dit deel van de bevolking de juiste keuzes maakt, zal het uiteindelijk zegevieren. Als het de verkeerde keuzes maakt, zal het ten onder gaan. Om te zien wat de juiste keuzes zijn, moeten we uitgaan van een grondige en nauwkeurige analyse van de aard van het verschijnsel massavorming. Als we dat doen, zullen we duidelijk zien wat de juiste keuzes zijn, zowel op strategisch als op ethisch niveau. Dat is wat mijn boek “De psychologie van totalitarisme” presenteert: een historisch-psychologische analyse van de opkomst van massa’s gedurende de afgelopen paar honderd jaar, zoals die heeft geleid tot het ontstaan van totalitarisme.

De coronavirus crisis kwam niet uit de lucht vallen. Ze past in een reeks van steeds wanhopiger en meer zelfdestructieve maatschappelijke reacties op objecten van angst: terroristen, opwarming van de aarde, coronavirus. Telkens wanneer een nieuw voorwerp van angst opduikt in de samenleving, is er maar één reactie: meer controle. Tegelijk kunnen mensen maar een bepaalde hoeveelheid controle verdragen. Dwingende controle leidt tot angst, en angst leidt tot meer dwingende controle. Op deze manier wordt de samenleving het slachtoffer van een vicieuze cirkel die onvermijdelijk leidt tot totalitarisme (d.w.z. extreme overheidscontrole) en eindigt in de radicale vernietiging van zowel de psychologische als de fysieke integriteit van de mens.

We moeten de huidige angst en het psychologische ongemak beschouwen als een probleem op zich, een probleem dat niet kan worden herleid tot een virus of een ander “voorwerp van bedreiging”. Onze angst vindt zijn oorsprong op een heel ander niveau, namelijk dat van het falen van het Grote Verhaal van onze maatschappij. Dit is het verhaal van de mechanistische wetenschap, waarin de mens wordt gereduceerd tot een biologisch organisme. Een verhaal dat voorbijgaat aan de psychologische, spirituele en ethische dimensies van de mens en daardoor een verwoestend effect heeft op het niveau van de menselijke relaties. Iets in dit verhaal zorgt ervoor dat de mens geïsoleerd raakt van zijn medemens en van de natuur. Iets in dit verhaal zorgt ervoor dat de mens ophoudt te resoneren met de wereld om hem heen. Iets in dit verhaal verandert de mens in een geatomiseerd subject. Het is juist dit geatomiseerde subject dat, volgens Arendt, de elementaire bouwsteen is van de totalitaire staat.

Op het niveau van de bevolking schiep de mechanistische ideologie de voorwaarden die mensen kwetsbaar maken voor massavorming. Ze koppelde mensen los van hun natuurlijke en sociale omgeving, creëerde ervaringen van radicale afwezigheid van betekenis en doel in het leven, en leidde tot extreem hoge niveaus van zogeheten vrij zwevende angst, frustratie en agressie, dat wil zeggen angst, frustratie en agressie die niet verbonden zijn met een mentale voorstelling; angst, frustratie en agressie waarbij mensen niet weten waarover ze zich angstig, gefrustreerd en agressief voelen. Het is in deze toestand dat mensen kwetsbaar worden voor massavorming.

De mechanistische ideologie had ook een specifiek effect op het niveau van de “elite” – het veranderde hun psychologische karakteristieken. Vóór de Verlichting werd de maatschappij geleid door edellieden en geestelijken (het “ancien régime”). Deze elite legde haar wil op een openlijke manier op aan de massa’s door middel van haar autoriteit. Dit gezag werd verleend door de religieuze Grote Verhalen die een stevige greep hielden op de geesten van de mensen. Toen de religieuze verhalen hun greep verloren en de moderne democratische ideologie opkwam, veranderde dit. De leiders moesten nu door de massa’s worden gekozen. En om door de massa’s te worden gekozen, moesten zij te weten komen wat de massa’s wilden en dat min of meer aan hen geven. De leiders werden dus eigenlijk volgelingen.

Dit probleem werd op een nogal voorspelbare maar verderfelijke manier aangepakt. Als de massa niet kan worden gecommandeerd, moet zij worden gemanipuleerd. Dat is waar de moderne indoctrinatie en propaganda werden geboren, zoals beschreven in het werk van mensen als Lippman, Trotter, en Bernays. We zullen het werk van de grondleggers van de propaganda doornemen om de maatschappelijke functie en de invloed van propaganda op de samenleving volledig te begrijpen. Indoctrinatie en propaganda worden meestal geassocieerd met totalitaire staten zoals de Sovjet-Unie, Nazi-Duitsland, of de Volksrepubliek China. Maar het is gemakkelijk aan te tonen dat indoctrinatie en propaganda vanaf het begin van de 20e eeuw ook voortdurend werden gebruikt in vrijwel elke “democratische” staat ter wereld. Naast deze twee zullen we andere technieken van massamanipulatie beschrijven, zoals hersenspoeling en psychologische oorlogsvoering.

In de moderne tijd heeft de explosieve proliferatie van massabewakingstechnologie geleid tot nieuwe en voorheen onvoorstelbare middelen voor de manipulatie van de massa’s. En opkomende technologische ontwikkelingen beloven een geheel nieuwe reeks manipulatietechnieken, waarbij de geest materieel wordt gemanipuleerd via technologische apparatuur die in het menselijk lichaam en de hersenen wordt ingebracht. Tenminste, dat is het plan. Het is nog niet duidelijk in welke mate de geest zal meewerken.

Totalitarisme is geen historisch toeval. Het is het logische gevolg van mechanistisch denken en het waanzinnige geloof in de almacht van de menselijke rationaliteit. Als zodanig is totalitarisme een bepalend kenmerk van de traditie van de Verlichting. Verschillende auteurs hebben dit gepostuleerd, maar het is nog niet onderworpen aan een psychologische analyse. Ik besloot te proberen deze leemte op te vullen, en daarom schreef ik “De psychologie van totalitarisme“. Daarin wordt de psychologie van het totalitarisme geanalyseerd en gesitueerd binnen de bredere context van de sociale fenomenen waarvan het deel uitmaakt.

Het is niet mijn bedoeling me met dit boek te richten op datgene wat gewoonlijk met totalitarisme wordt geassocieerd – concentratiekampen, indoctrinatie, propaganda – maar veeleer op de bredere cultuurhistorische processen waaruit totalitarisme voortkomt. Deze benadering stelt ons in staat ons te concentreren op wat het belangrijkst is: de omstandigheden die ons in ons dagelijks leven omringen en van waaruit totalitarisme wortel schiet, groeit en bloeit.

Uiteindelijk verkent mijn boek de mogelijkheden om een uitweg te vinden uit de huidige culturele impasse waarin we lijken te zijn vastgelopen. De escalerende sociale crises van de vroege 21ste eeuw zijn de manifestatie van een onderliggende psychologische en ideologische omwenteling – een verschuiving van de tektonische platen waarop een wereldbeeld rust. We beleven het moment waarop een oude ideologie nog een laatste keer aan de macht komt, alvorens in te storten. Elke poging om de huidige maatschappelijke problemen, wat die ook mogen zijn, te verhelpen op basis van de oude ideologie zal de zaken alleen maar erger maken. Je kunt een probleem niet oplossen met dezelfde denkwijze die het heeft gecreëerd. De oplossing voor onze angst en onzekerheid ligt niet in de toename van (technologische) controle. De werkelijke taak waarvoor wij als individu en als samenleving staan, is ons een nieuw mens- en wereldbeeld voor ogen te stellen, een nieuw fundament voor onze identiteit te vinden, nieuwe principes voor het samenleven met anderen te formuleren, en een op dit moment zeer noodzakelijke menselijk vermogen – Waarheid Spreken – terug te winnen.

Oorspronkelijk gepubliceerd op de Substack van de auteur, herplaatst van het Brownstone Institute

De meningen in dit artikel zijn de meningen van de auteur en komen niet noodzakelijk overeen met de standpunten van The Epoch Times.

Gepubliceerd door The Epoch Times (31 augustus 2022): The Psychology of Totalitarianism