Sunday, 29 May 2022

Hoe China de opinie van Amerikanen beïnvloedt

De Verenigde Staten spenderen ongeveer 700 miljard dollar per jaar aan defensie om het land veilig te houden. Voor een fractie van dat bedrag voert China met groot succes een andere oorlog: een oorlog om de Amerikaanse geesten van binnenuit te veranderen.

Vandaag de dag zijn media en amusement twee belangrijke krachten die de geest van een samenleving vormen. Ze bepalen niet alleen wat we weten, maar ook hoe we denken. In zekere zin bepalen media en amusement wie wij zijn als Amerikanen en als Amerika.

Maar we hebben weinig of geen verdediging op deze gebieden. In feite, als je goed genoeg kijkt, zal je de diepe infiltratie van het Chinese communistische regime zien. Via de media en Hollywood heeft China zijn normen en filters geïnjecteerd in de nietsvermoedende Amerikaanse geesten en de geesten van onze kinderen.

Hollywood of China-wood?

De video van de kruiperige verontschuldiging van John Cena omdat hij Taiwan een land heeft genoemd, is een perfecte belichaming van de houding van Hollywood tegenover de censuur van Peking.

Twee decennia geleden was het ondenkbaar dat een Amerikaanse beroemdheid voor China zou buigen voor zo’n opmerking. De dingen begonnen te veranderen in 1997 toen Hollywood drie films uitbracht die zich op Pekings rode lijnen begaven: “Kundun” van Touchstone en “Seven Years in Tibet” van Mandalay Entertainment portretteerden beiden de Dalai Lama en de invasie van de Chinese Communistische Partij (CCP) in Tibet in de jaren ’50, terwijl “Red Corner” van MGM, met Richard Gere in de hoofdrol, een weinig vleiend beeld gaf van China’s rechtssysteem.

De Tibetaanse spirituele leider Dalai Lama (R) spreekt met de Amerikaanse acteur Richard Gere (L) tijdens een lezing over de Internationale Campagne voor Tibet in Ahoy in Rotterdam, Nederland, op 16 sept. 2018. (Robin Utrecht/AFP/Getty Images)

De daaropvolgende reacties van Beijing openden de ogen van Hollywood over hoe agressief de vergeldingsacties van Beijing kunnen zijn: Alle hoofdrolspelers en regisseurs van de drie films werden op een zwarte lijst gezet, en de studio’s en hun moederbedrijven kregen een verbod om de komende vijf jaar zaken te doen in China.

De twee films over Tibet hebben in de Verenigde Staten geleid tot grote en luidruchtige steun voor Tibet. De ene na de andere beroemdheid, zoals Brad Pitt en Selena Gomez, werd door Peking verboden omdat ze Tibet openlijk steunden of een ontmoeting hadden met de Dalai Lama.

Maar vandaag de dag zou het voor Hollywood onmogelijk zijn om een film als “Zeven jaar in Tibet” te maken. Waarom? Omdat er in de afgelopen twee decennia veel is veranderd. China was vroeger een kleine markt voor films, maar is nu de Verenigde Staten voorbijgestreefd en de grootste filmmarkt ter wereld geworden. Met 9,2 miljard dollar aan box office-inkomsten in 2019 uit zijn 69.787 bioscoopschermen, was het ongeveer even groot als de Verenigde Staten en Canada samen.

Maar de toegang tot de markt is niet gratis of gemakkelijk. China beperkt het aantal geïmporteerde films tot 34 per jaar. Het Centrale Propaganda Departement van de CCP censureert en bepaalt welke films worden toegelaten, en welke wijzigingen vereist zijn. De besluitvorming is ondoorzichtig, inconsistent, en kan op het laatste moment veranderen. Censoren kunnen een film goedkeuren, om later op hun besluit terug te komen. Het komt ook vaak voor dat hoge ambtenaren binnen of buiten het Propagandadepartement hun veto uitspreken over een eerdere beslissing, zonder uitleg.

Volgens een rapport van PEN America is dit soort dubbelzinnigheid precies wat Peking wil, zodat filmstudio’s zichzelf nog harder zouden censureren om uit de buurt te blijven van de onzichtbare lijnen.

Hollywood is bereid zich in bochten te wringen om in het gareel te lopen. De top vijf van bedrijven die China’s buitenlandse filmmarkt domineren zijn multinationals met zakelijke belangen die verder reiken dan films. Disney heeft bijvoorbeeld een belang van 43 procent in het Shanghai Disneyland Park, waarvan de bouw meer dan 5,5 miljard dollar kostte.

“Dus waarom grote zakelijke ondernemingen in gevaar brengen voor 90 seconden inhoud die net zo goed weggelaten kan worden?” zei UCLA professor Michael Berry in een interview met PEN America.

Een Chinese verkoper verkoopt Mickey Mouse-tassen en andere producten in een Disney-winkel in Shanghai op 4 november 2009. (STR/AFP/Getty Images)

Het knippen en veranderen van scènes om Peking tevreden te stellen is nu standaard praktijk. Hier zijn slechts twee recente voorbeelden: In de “Top Gun”-film van 2019 werd een stukje patch work met een Taiwanese vlag verwijderd uit de jas van Tom Cruise; China beval Mission Impossible 3 om scènes te verwijderen die in Shanghai waren opgenomen en waarop wasgoed te zien was dat aan waslijnen droogde en mensen die Mahjong speelden in een armoedig gebouw. Deze beelden passen niet in het beeld van het welvarende “moderne China” dat de CCP wil promoten, en worden door sommige Chinese media als vernederend en een “verlelijking” van China beschouwd.

Het naleven van dergelijke eisen is zo gewoon geworden dat een weigering om in te gaan om de bevelen van Beijing intussen nieuwswaardig is. Regisseur Quentin Tarantino haalde in 2019 de entertainment-koppen toen hij weigerde zijn “Once Upon a Time in Hollywood” te herwerken op verzoek van China. Maar de meeste anderen zouden het risico niet nemen. Zoals een producent aan PEN America vertelde: “De meeste mensen branden China niet af, omdat er een verwachting is van ‘ik zal misschien nooit meer werken als ik dat doe’.”

Tenslotte heeft zelfs Richard Gere een aanzienlijke professionele prijs betaald voor zijn steun aan Tibet. “Er zijn zeker films waar ik niet in kan spelen omdat de Chinezen zullen zeggen: ‘Niet met hem,'” vertelde hij The Hollywood Reporter in 2017.

Dit zal alleen maar erger worden naarmate Hollywood meer gezamenlijke producties met Chinese bedrijven opzet. Dit model geeft westerse studio’s een grotere kans om goedkeuringen te krijgen, maar het stelt China ook in staat om de studio’s rechtstreeks te sturen om de voorkeursverhalen van Peking over te nemen, en hen indirect onder druk te zetten via Chinese bedrijven die de films financieren.

De film “Transformers: Age of Extinction” uit 2014, een gezamenlijke productie van Paramount en China, geeft Amerikaanse functionarissen weer in weinig vleiende bewoordingen terwijl de onbaatzuchtigheid van Chinese personages wordt uitgespeeld, met name in hun bereidheid om Hongkong te verdedigen tegen een buitenaardse dreiging. Dit was voor velen verontrustend, gezien de Hongkong “Umbrella Movement” protesten die in hetzelfde jaar plaatsvonden. Journalist en redacteur David Cohen schreef een opiniestuk waarin hij de film “Een schitterende patriottische film, als je Chinees bent.” noemde.

Studiobazen geven er steeds meer de voorkeur aan om China-vriendelijke plots te maken in de universele versies van films, zodat de censuur minder opvalt, of om scènes helemaal te veranderen en de ontknoping van hun films te wijzigen zodat de censuur niet zo zichtbaar is. Dit betekent dat de Chinese censuur niet alleen bepaalt wat het Chinese volk kan zien, maar ook een grote invloed heeft op wat de rest van de wereld kan zien.

Deze censuur berooft het Amerikaanse publiek van belangrijke informatie en boodschappen. In 2013 eisten directeuren van Paramount Studios dat de film “World War Z” het oorspronkelijke plot waarin het zombie virus in China ontstond, zou wijzigen om door de Chinese censuur heen te komen. Maar de auteur van de bronroman, Max Brooks, probeerde met dit plot een boodschap over te brengen.

Na de uitbraak van het CCP-virus legde Brooks afgelopen april in een interview met Bill Maher uit dat hij bewust China had gekozen als epicentrum van zijn fictieve virus, omdat de onopgemerkte verspreiding van virussen waarschijnlijk gebeurt “in een land waar geen vrije pers is. … in een land als China, dat de pers censureert en ook zijn eigen burgers censureert op sociale media, waardoor het een donkere ruimte creëert die rijp is voor samenzweringstheorieën.”

Of Amerikanen nu zulke inzichtelijke berichten kunnen ontvangen, hangt grotendeels af van de genade van Peking.

Maar het grotere effect op de filmindustrie is niet eens wat er wordt veranderd, maar juist wat er niet is gebeurd. Films die de wenkbrauwen van de CCP fronsen hebben weinig kans om van de grond te komen en de lange lijst van “gevoelige onderwerpen” wordt steeds langer. Naarmate Hollywood meer en meer assimileert met de Chinese propaganda, zal de filmindustrie nog minder opties hebben en zullen meer verhalen onverteld blijven.

Kunnen Amerikanen accepteren dat de CCP dicteert hoe verhalen in de Verenigde Staten worden verteld? Hoe zullen de normen, verhalen en ideologieën van de CCP die zijn ingebed in films van Amerikaanse makelij ons land en de rest van de wereld veranderen? Nu de dreiging vanuit China steeds duidelijker wordt, zouden Amerikanen deze vragen met een sterk gevoel van urgentie moeten stellen.

Wie bepaalt wat je hoort?

Van de media wordt vaak gezegd dat zij het geweten van de samenleving zijn. Zij worden verondersteld een realistische spiegel van onze wereld te zijn en een gemeenschappelijke reeks feiten te verstrekken op basis waarvan de leden van de samenleving hun eigen mening kunnen vormen.

Geweten kun je niet kopen, maar je kunt wel genoeg uitgeven om de welwillendheid van sommige journalisten te winnen. De CCP heeft vele kleine gunsten, zoals gratis China-reizen en luxueuze diners, gebruikt om Amerikaanse journalisten aan hun kant te krijgen en te vriend te houden.

Uit een recent rapport van National Pulse blijkt dat ten minste één van de belangrijkste propagandagroepen van de CCP meer dan 120 journalisten van ongeveer 50 Amerikaanse mediakanalen heeft uitgenodigd voor betaalde reisjes naar China in ruil voor gunstige berichtgeving. In China werd ervoor gezorgd dat de journalisten voor “culturele rondreizen” naar belangrijke steden gingen, ontmoetingen hadden met regeringsfunctionarissen en bezoeken brachten aan bedrijven om “de ontwikkelingen (in China) op verschillende gebieden uit de eerste hand te zien”.

De groep die deze reizen regelde is de China-United States Exchange Foundation (CUSEF). CUSEF is opgericht en wordt gefinancierd door Tung Chee-hwa, de eerste chief executive van Hongkong onder de CCP, volgens een onderzoeksrapport (pdf) van de U.S.-China Security Review Commission. Tung is nu vice-voorzitter van het Chinese People’s Political Consultative Conference (CPPCC), het centrale orgaan van het ‘Verenigd Front Systeem’ van de partij.

Carrie Lam, Chief Executive van Hongkong, woont de onthullingsceremonie bij van de plaquette van het ‘Office for Safeguarding National Security’ (OSNS) van de centrale volksregering in Hongkong, samen met de adviseur nationale veiligheid van het ‘Committee for Safeguarding National Security of Hong Kong’, Luo Huining, de vice-voorzitter van het ‘National Committee of the Chinese People’s Political Consultative Conference’, Tung Chee-hwa en Leung Chun-ying, en het hoofd van de OSNS, Zheng Yanxiong, op 8 juli 2020. (Afdeling Informatiediensten Hongkong/Handout via Reuters)

Het United Front zit achter veel aan het licht gebrachte spionagezaken. De missie van het United Front is het “coöpteren en neutraliseren van bronnen van potentiële oppositie tegen het beleid en het gezag van de heersende Chinese Communistische Partij (CCP),” aldus het rapport. In gewoon mensentaal: ze bestaan om vrije landen in bondgenoten te veranderen.

Wie heeft deze reizen aanvaard? Een CUSEF nieuwsbrief (pdf) uit 2009 en 2010 toont een lange lijst, waaronder huidige en voormalige senior executives, redacteuren, verslaggevers en analisten van CNN, The New York Times, The Associated Press, NPR, Chicago Tribune, Vox, en vele andere grote mediakanalen.

China lijkt blij te zijn met de investering (ten minste een paar duizend dollar per persoon). Alleen al in 2009 werden ten minste 28 gunstige mediaplaatsingen gegenereerd als gevolg van de bezoeken. De CUSEF nam trots een voorbeeld op in haar nieuwsbrief om haar verwezenlijkingen onder de aandacht te brengen.

Deze reizen zijn voortgezet. In 2019 regelde hetzelfde PR-bedrijf reizen naar China voor Vox, Slate, de Boston Herald, de Boston Globe, en Huffington Post.

Waarheen leidt dit?

Veel episodes in de geschiedenis kunnen inzicht geven in de toekomst. Meer dan 2000 jaar geleden gaf de staat Qin bijvoorbeeld 300.000 goudstukken uit, ongeveer 2,5 miljoen dollar in huidige termen, om hoge ambtenaren en belangrijke beïnvloeders van zes vijandelijke staten om te kopen. Deze strategie stelde Qin in staat de zes staten in slechts 10 jaar te verslaan, een anders onmogelijke missie. De koningen en ambtenaren van de zes staten werden grotendeels verbannen of gedood, terwijl de koning van Qin, Ying Zheng, de eerste keizer van China werd.

Amerika heeft spieren opgebouwd die sterk genoeg zijn om elke aanval van buitenaf te weerstaan, maar het virus van hebzucht en corruptie zal ons van binnenuit verteren. Totdat wij als individuen en bedrijven de morele waarden en de ruggengraat vinden om het geld van de CCP te weerstaan, zal dit land uiterst kwetsbaar zijn.

Pingping Yu is sinds 2007 schrijver, vertaler en onderzoeker voor The Epoch Times. Ze behandelt een verscheidenheid aan onderwerpen in verband met China, met een sterke focus op mensenrechten, economie en business.

De standpunten in dit artikel zijn de meningen van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijk de standpunten van The Epoch Times.

Origineel gepubliceerd door The Epoch Times (22 juni 2021): How China Is Shaping American Minds

Italië keert zich af van het Chinese communistische regime

Nieuws Analyse

Op 7 juni verscheen op verschillende populaire Chineestalige websites een stuk ‘breaking news’ waarin werd beweerd dat de Italiaanse premier Mario Draghi in een virtueel interview met Radiotelevisione Italiana (RAI) had toegegeven dat de COVID-19 pandemie in Italië was ontstaan. De Chinese berichten beweerden dat Italië COVID-uitbraken in Milaan, Genua en Venetië in de zomer van 2019 had aangezien voor griep.

Screenshots van Chinese mediaberichten die beweren dat COVID-19 afkomstig is uit Italië. (Screenshots/The Epoch Times)
Een screenshot van een Chinees mediaverslag dat beweert dat COVID-19 afkomstig is uit Italië. (Screenshot/The Epoch Times)

Dit werd al snel ontmaskerd als nepnieuws. De Italiaanse ambassade in Peking gaf die middag een verklaring uit waarin ze zei: “De Italiaanse ambassade benadrukt met klem dat de inhoud van het artikel over de opmerkingen van de premier een complete leugen is en dat de informatie geen enkele basis heeft.”

Dit gebeurde kort na het recente veto van Italië van Pekings poging tot overname van LPE, een in Milaan gevestigde halfgeleiderfabrikant, op 31 maart.

Er is geen manier om te weten of het valse rapport over de herkomst van COVID-19 een vergelding van Peking was voor de afgebroken deal, maar het heeft de spanningen tussen de twee landen zeker niet doen afnemen.

Expert: 5 redenen waarom Italië zijn relatie met China laat afkoelen

Het blokkeren van de Chinese overname door Italië was een abrupte koerswijziging voor het land dat een nauwe relatie met het Chinese regime in Peking had opgebouwd.

In 2019 werd Italië, onder leiding van voormalig premier Giuseppe Conte, het eerste G7-land dat China’s Belt and Road Initiative (BRI) omarmde, tegen het advies van de Verenigde Staten en andere G7-leden in.

Toen de pandemie in 2020 toesloeg, was Italië het zwaarst getroffen land in Europa. China schonk Italië in maart 2020 31 ton aan persoonlijke beschermingsmiddelen en kits om virussen te testen, alsook een dozijn medische deskundigen om de respons op gezondheidsgebied te ondersteunen.

Italië was de afgelopen decennia ook één van de meest pro-China EU-lidstaten geweest. Tussen 2000 en 2019 ontving Italië 15,9 miljard euro (19,25 miljard dollar) aan Chinese investeringen, waarmee het de op twee na grootste begunstigde van Europa was. Door de recente financiële problemen hebben tal van in China gevestigde bedrijven een aantal Italiaanse bedrijven overgenomen. In 2020 hadden meer dan 400 Chinese groepen belangen in 760 Italiaanse bedrijven in “zeer winstgevende of strategische sectoren”.

Een van de bekendste overnames was die van de voetbalclub AC Milan voor 740 miljoen euro (788 miljoen dollar), voorheen eigendom van oud-premier Silvio Berlusconi.

Een luchtfoto van de havenstad Triëst in Italië, die China overweegt voor zijn Belt and Road Initiative. (Alberto Pizzoli/AFP/Getty Images)

Maar de verandering in de benadering van China heeft deskundigen zoals Cheng Chin-mo, directeur van het departement diplomatie en internationale betrekkingen van de Tamkang Universiteit in Taiwan, niet verrast. “Dit toont de ontrafeling van China’s diplomatie in Europa aan,” vertelde Cheng aan The Epoch Times. “Er zijn vijf redenen waarom dit onvermijdelijk is.”

Hoewel China’s “maskerdiplomatie”-strategie hielp om enkele onmiddellijke bevoorradingstekorten voor Italië te verlichten, kan het land niet vergeten dat China’s doofpotaffaire van zijn uitbraak van het coronavirus de catastrofe in de eerste plaats veroorzaakte, zei Cheng. De Italianen hebben vier miljoen COVID-19 besmettingen gezien en bijna 127.000 doden door het CCP-virus (CCP: Chinese Communistische Partij). De pandemie was desastreus voor de toch al haperende Italiaanse economie: het inkomen per hoofd van de bevolking daalde in 2020 met 13 procent, terwijl de economie met bijna 11 procent kromp. Gratis gezichtsmaskers zijn gewoon niet genoeg om de plooien glad te strijken, zei Cheng.

Ten tweede heeft China zichzelf de afgelopen tien jaar een slechte reputatie bezorgd op het gebied van zakelijke ethiek en gedrag, zei Cheng, eraan toevoegend dat Chinese bedrijven en investeerders bekend staan voor het schenden van lokale regelgeving en overeenkomsten, wat Europeanen die integriteit hoog in het vaandel hebben staan, diep verontrust.

“Chinees geld werd in Italië enthousiast verwelkomd toen het BRI MoU (Belt and Road Initiative Memorandum of Understanding) in 2019 werd ondertekend. Maar het land heeft sindsdien geen materieel voordeel ondervonden van de samenwerkingen,” voegde hij eraan toe. “Integendeel, sommige eeuwenoude Italiaanse bedrijven zijn in moeilijkheden terechtgekomen of zelfs failliet gegaan nadat ze met China in zee zijn gegaan.”

Ten derde heeft China’s “wolfkrijger-diplomatie” veel voormalige fans afgeschrikt, zei Cheng. In reactie op de sancties van de EU in maart over de genocide van het regime op Oeigoeren in Xinjiang, zei het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken in een verklaring dat de sancties waren gebaseerd op “niets dan leugens en desinformatie”. Het vroeg Brussel om “over zichzelf na te denken [en] de ernst van zijn fout onder ogen te zien” en te stoppen met “inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van [China]”.

Draghi’s politieke positie is de vierde factor, zei Cheng. Draghi, die een zeer vriendelijke houding heeft ten opzichte van de Verenigde Staten en de EU, beschreef zijn buitenlands beleid als “sterk pro-Europees en Atlanticistisch, in lijn met de historische ankers van Italië.” In tegenstelling tot zijn voorganger heeft Draghi, die in februari werd verkozen, duidelijk blijk gegeven van zijn vastberadenheid om een bondgenootschap met de Verenigde Staten te zoeken. Kort na zijn benoeming bevestigde Draghi opnieuw het lidmaatschap van Rome van de NAVO en de historische vriendschap tussen Italië en de Verenigde Staten. Het veto tegen de LPE-overeenkomst wordt gezien als een signaal dat de nieuwe regering de politieke en economische invloed van Beijing in Italië wil inperken, aldus Cheng.

Tot slot wees Cheng op het mondiale klimaat, dat zich tegen China keert. De door de VS geleide internationale inspanningen om de wereldwijde expansie en de schendingen van de mensenrechten door communistisch China aan banden te leggen, alsook het onderzoek naar de rol van China bij het uitbreken van de pandemie, hebben de G7-landen aangemoedigd om openlijk te spreken over en op te treden tegen de wreedheden van de CCP – iets wat zij jarenlang hadden vermeden uit vrees voor schade aan hun zakenrelatie met China. Ondertussen staat Europa steeds kritischer tegenover de bedreiging die de CCP vormt voor de nationale veiligheid nadat infiltratie-instrumenten van de CCP zoals Huawei en het Confucius Instituut aan het licht kwamen.

Italië nog steeds beïnvloed door de overzeese propaganda van de CCP

Het kan echter enige tijd duren voordat de publieke opinie ten opzichte van het Chinese regime verandert, aangezien veel Italiaanse nationale media regelmatig regeringsgezinde inhoud hebben gepubliceerd en de mentaliteit van hun journalisten diepgaand is geïnfiltreerd door de propaganda van de CCP. Francesco Galietti van de in Rome gevestigde denktank Policy Sonar vertelde Breitbart dat “de Chinezen 100% van de Italiaanse media hebben geïnfiltreerd”.

Een nieuw elektronisch billboard gehuurd door Xinhua, het nieuwsagentschap van het Chinese regime, maakt zijn debuut op Times Square in New York op 1 augustus 2011. (Stan Honda/AFP via Getty Images)

Breitbart onthulde ook in een rapport van 7 juni dat een Italiaans-talige videoserie over “Xi Jinping’s Klassieke Quotes”, ontwikkeld door het Chinese staatsbedrijf China Media Group, was uitgezonden op het Italiaanse Mediaset en de Chinees-talige outlet Cinitalia.

“Het National Associated Press Agency (ANSA), het Italiaanse equivalent van The Associated Press of Agence France Presse, publiceert ook tot 50 Italiaanstalige artikelen per dag van Xinhua News Agency, de door de staat gecontroleerde telegramdienst van de Chinese Communistische Partij. Nogmaals, ANSA onthult niet aan haar lezers dat de Chinese regering alle Xinhua-inhoud beheert en goedkeurt,” aldus het rapport.

De Italiaanse nationale krant Il Giornale publiceert sinds 2019 regelmatig propaganda van de CCP. Een artikel in Il Giornale van mei suggereerde dat berichten over de genocide van de CCP op het islamitische Oeigoerse volk slechts een “mediamanipulatie van gebeurtenissen” waren, gemaakt om “bezorgdheid over de mensenrechten” te gebruiken om de agenda voor het buitenlands beleid van Amerika te bevorderen, waarbij de partijlijn van het regime werd herhaald.

Het Breitbart rapport merkte ook op dat een tijdschrift uitgegeven door Cinitalia “openlijk toegeeft dat het zijn Italiaanse inhoud produceert in samenwerking met de Chinese Ambassade in Italië.”

Il Giornale is eigendom van oud-premier Silvio Berlusconi, die kritisch stond tegenover de CCP totdat hij in 2017 vanwege financiële problemen de voetbalclub AC Milan voor 788 miljoen dollar verkocht aan Chinese investeerders. Sindsdien lijkt de China-gerelateerde inhoud van Il Giornale sterk op de propaganda van de CCP.

Nieuw tijdperk in de betrekkingen tussen de EU en China

EU-leden, waaronder Italië en Hongarije, beginnen zich zowel economisch als politiek tegen de dwang van de CCP te verzetten.

De EU heeft eerder dit jaar op een conferentie de mensenrechtensituatie in China veroordeeld, en Frankrijk heeft in februari een oorlogsschip en een onderzeeër naar de Zuid-Chinese Zee gestuurd voor een patrouille in het kader van de “vrijheid van scheepvaart”.

Op 22 mei zei de Litouwse minister van Buitenlandse Zaken Gabrielius Landsbergis in een verklaring dat het Baltische land zichzelf niet langer als deel van Pekings “17+1”-platform voor EU-lidstaten en vijf Balkanlanden beschouwt, aldus de Baltic News Service. Hij zei dat het Chinese platform “verdeeldheid zaait” vanuit het oogpunt van de EU en riep de EU-leden op om te streven naar “een veel effectievere 27+1-benadering” in de communicatie met China.

De Hongaarse premier Viktor Orban, die naar verluidt vriendschappelijke banden met het Chinese regime heeft opgebouwd, onder meer via grootschalige gezamenlijke bedrijfsprojecten, en die dit jaar verschillende keren EU-verklaringen heeft geblokkeerd waarin de staat van dienst van het Chinese regime op het gebied van de mensenrechten aan de kaak werd gesteld, moest deze maand te midden van massale protesten een gepland project met de Chinese Fudan-universiteit onderbreken. Zijn regering heeft sedertdien een referendum over het project aangekondigd.

Pingping Yu is sinds 2007 schrijfster, vertaalster en onderzoekster voor The Epoch Times. Ze behandelt een verscheidenheid aan onderwerpen in verband met China, met een sterke focus op mensenrechten, economie en business.

De standpunten in dit artikel zijn de meningen van de auteur en geven niet noodzakelijk de standpunten van The Epoch Times weer.

Origineel gepubliceerd door The Epoch Times (10 juli 2021): Italy Is Turning Away From the Chinese Communist Regime

Hongarije omarmt China’s “Belt & Road” en ondermijnt inspanningen om mensenrechtenschendingen in te perken

Terwijl de vrije wereld zich verenigt om de schendingen van de mensenrechten en de agressieve expansie van de Chinese Communistische Partij (CCP) te veroordelen en te bestraffen, beweegt één Europees land zich tegen de stroom in.

Hongarije heeft in een reeks recente gebeurtenissen blijk gegeven van een ferme pro-CCP houding, nadat de Europese Unie, de Verenigde Staten, het VK en Canada op 22 maart sancties tegen China afkondigden wegens de genocide op Oeigoerse moslims. De Hongaarse minister van Buitenlandse Zaken Peter Szijjarto beschuldigde de sancties ervan “zinloos, zelfverheerlijkend en schadelijk” te zijn. Van de 27 EU-leden was Hongarije het enige land dat tegen de sancties stemde.

Drie dagen later ontving Boedapest de Chinese minister van defensie voor een officieel bezoek. Tussen maart en mei blokkeerde Hongarije vier keer de pogingen van de EU om de CCP te sanctioneren en te veroordelen.

De Chinese leider Xi Jinping was zo verheugd over Hongarijes verdediging van China dat hij premier Viktor Orban op 29 april persoonlijk opbelde om zijn “grote bijdragen aan de instandhouding van de betrekkingen tussen China en Europa” te prijzen.

De Hongaarse premier Viktor Orban in Boedapest op 10 feb. 2019. (Bernadett Szabo/Reuters)

Orban heeft die ‘gunst’ verdiend door het Belt & Road Initiative (BRI, ook bekend als One Belt, One Road) van Xi te omarmen. Het BRI is de ruggengraat van China’s plan richting wereldwijde heerschappij. Hongarije ondertekende in 2015 een BRI-memorandum met China en was daarmee het eerste Europese land dat dit deed.

Sindsdien heeft Hongarije bijna elk item dat BRI verkoopt gewillig binnengehaald, van een hogesnelheidsspoorlijn, machines, chemische productie en transport, tot Chinees onderwijs, films en zelfs CCP-virusvaccins, en nog veel meer. In april 2019 had China 4,5 miljard dollar in Hongarije geïnvesteerd, het hoogste in Europa, aldus Orban. De officiële BRI-site noemt Hongarije liefkozend “de pionier van Belt & Road.”

Een kraan zet een container over op een trein van China Railway Express naar Europa in de Chinese grensstad Erenhot, regio Binnen-Mongolië, op 18 april 2019. (STR/AFP via Getty Images)

BRI is natuurlijk geen liefdadigheidsinstelling. De CCP heeft zwaar in Hongarije geïnvesteerd om meer praktische redenen dan vriendschap. De zware leningen, de groeiende afhankelijkheid van de RMB (de Chinese munt), het arbeidsaanbod en de plaatselijke werkgelegenheid hebben Hongarije steeds afhankelijker gemaakt van China. De uit China geïmporteerde onderwijsprogramma’s en universiteiten zullen de communistische ideologie in het land zaaien en voeden.

Voor de CCP zijn de voordelen van het controleren van Hongarije duidelijk. Vanuit Hongarije kan China de Europese markt economisch binnendringen. China gebruikt Hongarije ook om high-tech en know-how van Europese landen te verwerven. Financieel gezien helpt Hongarije de globalisering van de RMB te versnellen door een RMB-clearingdienst aan zijn grens te brengen.

Maar wat de CCP het meeste plezier doet, is waarschijnlijk de politieke winst. Hongarije heeft zich zojuist een trouwe bondgenoot van de CCP getoond in het recente veto van de EU-sancties tegen China, ongeacht China’s lange staat van dienst op het gebied van wreedheden die de rest van de wereld probeert te stoppen. De steun van Hongarije werd uitvoerig gerapporteerd in de Chinese media om het Chinese volk ervan te overtuigen dat de sancties kwaadaardige samenzweringen tegen China zijn en dat de vervolging en genocide niet meer dan geruchten waren.

BRI-schulden verzwakken soevereiniteit

Het totale bedrag dat Hongarije heeft geleend voor BRI-projecten is onbekend, maar de onderdelen die wel publiek gekend zijn, zijn al behoorlijk alarmerend: 2,4 miljard dollar voor de update van de spoorwegen; 1,6 miljard dollar voor de bouw van de campus van de Fudan University Budapest; 426 miljoen dollar voor het Hongaarse elektriciteitsbedrijf in 2021; en 121 miljoen dollar voor de fotovoltaïsche energiecentrale Kaposvar. In 2016 en 2017 heeft Hongarije voor 310 miljoen dollar aan RMB-obligaties uitgegeven.

Hongaarse critici zeggen dat de lening voor het spoorwegproject tussen de 500 en 800 miljoen dollar aan rente zal opleveren. “Het zal tussen 130 en 2.400 (!) jaar duren om het project winstgevend te maken voor Hongarije,” zei Zoltan Voros, assistent-professor aan het departement Politieke Wetenschappen en Internationale Studies van de Universiteit van Pecs. Voros wees er ook op dat Hongaarse bedrijven worden uitgesloten van het grootste deel van het aanbestedingsproces.

De hoge BRI-schulden zijn om vele redenen zorgwekkend. Toen het kleine Montenegro in april 2021 de Europese Unie om hulp vroeg bij het afbetalen van een lening van bijna 1 miljard dollar aan de Chinese Export-Import Bank (EXIM), geleend om de aanleg van een groot snelwegproject te financieren, gingen in heel Europa de alarmbellen rinkelen,” aldus Jennifer A. Hillman, senior fellow bij de Council on Foreign Relations (CFR). De schuld voor het BRI-project bedroeg 103 procent van het BBP van Montenegro.

Montenegro was niet het eerste land dat in de schuldenval van de BRI terechtkwam. China heeft sinds 2013 461 miljard dollar geleend aan BRI-projecten, waarschijnlijk exclusief een even groot bedrag dat niet openbaar wordt gemaakt. De meeste van China’s BRI-leningen zijn gegaan naar landen met een hoog risico, zoals Pakistan, Iran, Nigeria en Venezuela, alsof de kredietwaardigheid niet eens werd meegerekend in China’s leningsbeslissingen.

Het in gebreke blijven bij het aflossen van BRI-schulden kan voor deze landen een catastrofe betekenen, zoals het fiasco van Sri Lanka heeft aangetoond: Toen het eiland niet aan zijn schuldverplichtingen aan China voor de BRI-lening van 5 miljard dollar kon voldoen, moest Sri Lanka een aandeel van 70 procent in zijn zeehaven in Hambantota voor 99 jaar aan China afstaan voor een bedrag van 1,12 miljard dollar. Bangladesh, Maleisië, Birma, Pakistan en Sierra Leone hebben vervolgens allemaal uit angst voor soortgelijke gevolgen besloten hun BRI-projecten te annuleren of in te krimpen.

Sinds het CCP-virus is toegeslagen, zullen waarschijnlijk meer landen in gebreke blijven. Volgens de Financial Times heeft China een golf van aanvragen voor schuldverlichting ontvangen van door de crisis getroffen BRI-landen.

Corruptie is een ander punt van zorg. De voormalige minister van Binnenlandse Zaken van Hongkong, Patrick Ho Chi Ping, werd in maart 2019 veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf omdat hij topambtenaren in Oeganda en Tsjaad had omgekocht om BRI-projecten te steunen. Ho zou in 2014 een steekpenning van 2 miljoen dollar hebben aangeboden aan Idriss Deby, de president van Tsjaad, om waardevolle olierechten te verkrijgen van de Tsjaadse regering. De $ 2 miljoen cash was verborgen in geschenkdozen, die aan president Deby werden aangeboden aan het einde van een zakelijke bijeenkomst. Ho zou ook een steekpenning van 500.000 dollar hebben overgemaakt aan Sam Kutesa, de minister van Buitenlandse Zaken van Oeganda, en een plan hebben gesmeed om Yoweri Museveni, de president van Oeganda, contant om te kopen. Ho’s zaak roept vragen op over de manier waarop andere riskante BRI-projecten werden goedgekeurd.

Grote overnames helpen China dominantie te verwerven in de industrie

In het afgelopen decennium heeft China miljarden dollars subsidies verstrekt aan staatsbedrijven om westerse fabrikanten over te nemen en fabrieken in het buitenland te bouwen, aldus The Wall Street Journal. De overnames stellen China niet alleen in staat de wereldmarkt te overspoelen met laaggeprijsde goederen, maar ook om antidumpingheffingen in het Westen te ontwijken. In Hongarije heeft China verschillende grote overnames gedaan, waaronder de aankoop voor 246 miljoen dollar van Invitel, de op een na grootste aanbieder van bedrijfscommunicatie in Hongarije.

De chemische industrie is een van de pijlers van China’s wereldwijde expansiestrategie. MDI (Methyleendifenyldi-isocyanaat) is een chemische stof die algemeen wordt gebruikt in de architectuur, de automobielindustrie, de apparaten- en kledingindustrie. China is er lang op uit geweest om deze markt te controleren vanwege de hoge winstmarges en de grote vraag naar deze producten, maar de technologie was een uitdaging.

In 2011 verwierf de Chinese Wanhua Chemical Group het Hongaarse BorsodChem (BC) voor 1,6 miljard dollar en troefde daarmee Dow en BASF af om ‘s werelds grootste leverancier van MDI te worden.

De Chinese media schilderden de overname af als een grote gunst voor BC en Hongarije. CGTV, de Engelse tak van de CCP spreekbuis Xinhua, citeerde de adviseur van de plaatselijke burgemeester die zei: “Als Wanhua als investeerder niet naar deze stad was gekomen, dan zou dit een groot probleem voor deze stad hebben veroorzaakt.”

De waarheid is dat Wanhua de overname aan BC heeft opgelegd. Toen BC diep in de schulden zat als gevolg van de wereldwijde financiële crisis van 2008, probeerde Wanhua het bedrijf te kopen, maar BC’s eigenaren Permira en Vienna Capital weigerden de overname.

Wanhua wilde niet terugkrabbelen, omdat de overname een belangrijke stap was om de Belt & Road via Europa naar de wereld te brengen. Door de overname van BC’s schulden en het verkrijgen van BC’s aandelen en call opties, verwierf Wanhua uiteindelijk BC’s volledige eigendom.

De Chinese propaganda heeft Wanhua gecomplimenteerd als “de Huawei van de chemische industrie” vanwege zijn omvang en zijn ambitie om de industrie wereldwijd te domineren. Wanhua produceert nu 24% van alle MDI ter wereld en probeert nu uit te breiden naar Amerikaans grondgebied. Zijn eerste poging om faciliteiten te bouwen in St. James Parish, Louisiana werd verijdeld door verhitte bezwaren van de lokale bewoners in 2019, maar het bedrijf zei dat het nog steeds aspiraties heeft voor een MDI-faciliteit in de VS.

Onderwijspartnerschap nodigt de communistische ideologie uit

Terwijl het BRI vooral bekend staat om zijn infrastructuurprojecten, bouwde China er ook een zachtere poot in om de communistische ideologie in BRI-landen te promoten via Confucius-instituten en uitwisselingsprogramma’s voor talent.

In Hongarije werd dit naar een hoger niveau getild. Hongarije opende zijn vijfde Confucius Instituut (CI) in november 2019, na een golf van sluitingen van CI’s door hogescholen over de hele wereld. In de Verenigde Staten kromp het aantal heeft CI’s in de afgelopen paar jaar van meer dan 100 tot minder dan 50. Veel Europese landen volgden dit voorbeeld, waaronder Denemarken, Zweden, Frankrijk en Nederland.

Burgemeester Krisztina Baranyi staat op het terrein waar de bouw van een Chinese topuniversiteit, de Fudan campus, is gepland, in het 9e district van Boedapest, Hongarije, op 23 april 2021. (Attila Kisbenedek/AFP via Getty Images)

Alsof ze ermee tegen die stroom willen ingaan, heeft Hongarije op 27 april een overeenkomst getekend met de in Shanghai gevestigde Fudan Universiteit om een campus in Boedapest te vestigen. De campus zal naar verwachting 5.000 tot 6.000 studenten en ongeveer 500 professoren huisvesten. Hongarije neemt een lening van 1,56 miljard dollar van China’s staatsbank China Development Bank om de bouw te betalen, volgens het typische BRI-financieringsmodel. De campus zal grotendeels worden gebouwd door Chinese bedrijven en Chinese arbeiders.

Alle Chinese scholen worden streng gecontroleerd door de CCP en staan onder strikte CCP-censuur. Verschillende Hongaarse politici, waaronder de burgemeester van Boedapest Gergely Karacsony, hebben hun bezorgdheid geuit dat de komst van de Chinese staatsuniversiteit naar het land een gevaar voor de nationale veiligheid zal vormen.

Eerste BRI-project 8 jaar na aankondiging nog steeds hangende

Het eerste BRI-project in Hongarije was de hogesnelheidslijn Boedapest-Belgrado, met een lengte van 220 mijl. Het 2,98 miljard dollar kostende project zou de eerste fase zijn van de geplande spoorlijn Boedapest-Belgrado-Skopje-Athene, die de door China gerunde haven van Piraeus in Griekenland verbindt met het “hart” van Europa.

Het plan is sindsdien verscheidene malen gewijzigd zonder veel uitleg. Toen Hongarije en China het project in 2013 aankondigden, was het plan om de bouw en upgrade in 2018 te voltooien. In 2017 meldde China Daily dat de aanleg van de spoorlijn in november 2017 zou beginnen, en in ongeveer tweeënhalf jaar zou worden voltooid.

Er gebeurde echter niets. Vervolgens kondigde Hongarije in april 2019 aan dat tegen 25 mei een contract zou worden ondertekend voor de upgrade van een deel van de lijn. Het project werd nu teruggebracht tot een upgrade van 100 mijl, slechts 45 procent van de eerder aangekondigde lengte. De kosten gingen omlaag met slechts 3 procent tot 2,8 miljard dollar, en de duur werd verlengd tot vijf jaar, met een verwachte voltooiing in 2025. Het deel dat met Chinese leningen wordt gefinancierd blijft 85 procent. Sindsdien is er geen verdere update meer geweest.

Pingping Yu is sinds 2007 schrijfster, vertaalster en onderzoekster voor The Epoch Times. Ze behandelt een verscheidenheid aan onderwerpen in verband met China, met een sterke focus op mensenrechten, economie en business.

De standpunten in dit artikel zijn de meningen van de auteur en geven niet noodzakelijk de standpunten van The Epoch Times weer.

Origineel gepubliceerd door The Epoch Times (03 juni 2021): Hungary Embraces China’s Belt & Road, Undermining Efforts to Curtail Human Rights Abuses