De economische problemen van China en de Amerikaanse tarieven maken de Europese Unie tot een belangrijke uitlaatklep voor de Chinese overcapaciteit. Daardoor kan Peking zich volgens deskundigen geen handelsoorlog met het blok veroorloven.
Europese fabrikanten verliezen terrein op de wereldmarkt aan China, dat zijn industriële productie de afgelopen jaren sterk heeft uitgebouwd. Dat geldt vooral voor de sectoren machines en transportmiddelen, zo stelde de Europese Centrale Bank (ECB) op 22 september.
Duitse bedrijven behoren tot de zwaarst getroffen ondernemingen, aldus de ECB in haar Economic Bulletin.
De analyse verscheen enkele dagen nadat voorzitter Ursula von der Leyen van de Europese Commissie tijdens haar jaarlijkse State of the Union-toespraak in het Europees Parlement op 16 september had gezegd dat het handelstekort van de EU met China inmiddels is opgelopen tot 1 miljard euro per dag. Volgens haar is daarmee een “keerpunt” bereikt.
Brussel zal “alle beschikbare middelen” inzetten om de handelsrelatie met China weer in evenwicht te brengen, zei Von der Leyen.
De Chinese minister van Buitenlandse Zaken Wang Yi zei tijdens een telefoongesprek op 21 september met zijn Duitse ambtgenoot Johann Wadephul dat China en de EU uitgebreide strategische partners zijn en dat er “geen handelsoorlog tussen hen moet worden gevoerd”.
“Wang Yi vraagt Berlijn om ervoor te zorgen dat de EU niet verder gaat met het verhogen van de tarieven”, zei Alicia García-Herrero, senior onderzoeker bij denktank Bruegel, tegen The Epoch Times.
“China heeft tegelijkertijd ook met de Verenigde Staten te maken en wil geen tweede front openen.”
Volgens García-Herrero is Duitsland binnen Brussel de belangrijkste economie. Europese leiders zullen naar verwachting in oktober opnieuw kijken naar het handelstekort met China en mogelijke nieuwe maatregelen bespreken.

De EU voerde in oktober 2024 importheffingen tot 45 procent in op elektrische auto’s die in China zijn geproduceerd. Peking reageerde daarop met heffingen op Europese cognac, varkensvlees en zuivelproducten.
Ongeveer 25 procent van de Chinese export van elektrische auto’s gaat naar de EU, waarmee het blok volgens een in september gepubliceerd rapport van Bruegel de belangrijkste afzetmarkt voor deze voertuigen is.
Tsai Ming-fang, hoogleraar industriële economie aan de Tamkang University in Taiwan, zegt dat Brussel herhaaldelijk heeft aangegeven de import van Chinese elektrische auto’s te willen beperken. Dat baart Peking grote zorgen, omdat het vreest voor verdere handelsconflicten met de EU.
“Als er een handelsoorlog met de EU uitbreekt, verliest China opnieuw een belangrijke markt voor producten met een hoge toegevoegde waarde”, zei Tsai tegen The Epoch Times.
“Als zowel de Verenigde Staten als de EU Chinese goederen gaan weren, krijgt de Chinese buitenlandse handel als geheel een enorme klap.”

Tsai zei dat Brussel nu geen andere keuze heeft dan verdere maatregelen te nemen.
“[Elektrische auto’s] uit China hebben de Europese markt inmiddels overspoeld. Als toezichthouders de druk niet blijven opvoeren, kan de Duitse auto-industrie, en zelfs de auto-industrie van het hele handelsblok, worden weggevaagd”, aldus Tsai.
De economische problemen van China
Volgens Tsai laten de opmerkingen van Wang ook zien hoe groot de economische problemen van China zijn, met name de zwakke consumptie van huishoudens.
“De consumptie in China is al lange tijd zwak”, zei hij.
“Het besluit van Peking eind augustus om de looptijd van hypotheken te verlengen tot 40 jaar, terwijl de huizenprijzen sterk daalden, laat zien hoe slecht de economie ervoor staat.”
De Chinese detailhandelsverkopen stegen in augustus met slechts 0,4 procent ten opzichte van een jaar eerder. Daarmee bleven ze achter bij de 0,8 procent groei die economen hadden verwacht, blijkt uit cijfers die het Chinese nationale statistiekbureau op 15 september publiceerde.
Volgens Tsai zorgt de afnemende binnenlandse vraag ervoor dat China blijft kampen met overcapaciteit. Als ook de export stagneert, komt het land “van binnenuit en van buitenaf” onder druk te staan.
De grootste economische kopzorg voor Peking is volgens Tsai dat de goedkope Chinese goederen inmiddels bij vrijwel alle handelspartners zorgen baren, waardoor overheden steeds meer beperkingen invoeren.
“Het zal voor China steeds moeilijker worden om met deze lageprijsstrategie de markten van andere landen te blijven veroveren”, zei hij.

García-Herrero is het daarmee eens en zegt dat China inmiddels dringend behoefte heeft aan afzetmarkten in het buitenland.
“Chinese fabrieken produceren meer dan Chinese huishoudens kunnen afnemen”, zei ze.
“Na de Amerikaanse importheffingen is Europa de grootste markt die dat overschot kan absorberen.”
Volgens de Chinese douane bedroeg het handelsoverschot van China met de EU in de eerste acht maanden van 2026 1,67 biljoen yuan (219,1 miljard euro). Dat komt neer op ongeveer 30 procent van het totale Chinese handelsoverschot.
De-industrialisatie
Volgens Tsai kunnen de overcapaciteit van de Chinese industrie en de snel groeiende export de de-industrialisatie in de EU versnellen.
“De-industrialisatie betekent dat steeds meer fabrieken sluiten naarmate industrieën worden uitgehold en steeds minder mensen hun producten afnemen”, zei hij.
“Chinese producten zijn misschien veel minder van kwaliteit, maar de felle prijsconcurrentie zet de winstmarges van Europese fabrikanten zwaar onder druk.”

Naast autofabrikanten heeft ook de Europese zonne-energiesector volgens Tsai zwaar te lijden onder de Chinese concurrentie.
“China heeft enorme hoeveelheden zonnecellen naar Europa geëxporteerd, waardoor bedrijven daar hun deuren moesten sluiten.”
China was in 2024 goed voor 98 procent van de import van zonnepanelen door de EU, volgens een nieuwsbericht van Eurostat, het statistiekbureau van de EU, uit oktober 2025.
Geen gemakkelijke uitweg
Volgens García-Herrero zal China proberen meer producten af te zetten in opkomende markten, fabrieken in het buitenland bouwen en druk uitoefenen op toeleveringsketens.
“Daarmee kan een deel van de export worden verlegd”, zei ze.
Maar volgens García-Herrero kan dat de vraag vanuit Europa niet volledig vervangen.
“Een langdurig conflict met de EU zou Peking dwingen nog sterker te leunen op een groeimodel dat in eigen land al onder druk staat”, zei García-Herrero.
Tsai verwacht dat China zijn goederen bij verslechterende handelsbetrekkingen met de EU waarschijnlijk massaal in Zuidoost-Azië zal proberen af te zetten. Dat is de grootste exportmarkt van China. Op de lange termijn kan die strategie echter averechts werken.
“De schade is tweeledig. Ten eerste zullen de winsten dalen als China alleen nog kopers in Zuidoost-Azië overhoudt, omdat de prijzen daar nog lager moeten liggen dan in Europa”, zei hij.
“Ten tweede zullen Chinese fabrikanten, die nu al veel fabrieken en goederen in Zuidoost-Azië hebben, daar met elkaar verwikkeld raken in een moordende concurrentiestrijd.”
Volgens Tsai zal het zogenoemde ‘origin washing’ door Chinese bedrijven waarschijnlijk op grotere schaal plaatsvinden als zowel de EU als de Verenigde Staten brede beperkingen opleggen aan Chinese goederen.

“Chinese bedrijven doen nu al op illegale wijze enorme hoeveelheden goederen voorkomen alsof ze in Zuidoost-Azië zijn gemaakt, om ze zo de EU binnen te smokkelen. Het zal voor Brussel alleen maar moeilijker worden om daar een einde aan te maken”, zei hij.
“Wat er ook gebeurt, iedere verdere verhoging van de drempel voor toegang tot de Europese markt kan alleen maar slecht nieuws betekenen voor Chinese exporteurs.”
Origineel gepubliceerd door The Epoch Times (27 september 2026): Mired in Economic Troubles, China Can’t Afford Trade War With EU: Analysts




