De Chinese export is in augustus met 25 procent gestegen. Daarmee liep het handelsoverschot van China in de eerste acht maanden van het jaar op tot meer dan 800 miljard dollar. Door de zwakke binnenlandse vraag wordt Peking steeds afhankelijker van buitenlandse markten om de overcapaciteit van zijn industrie op te vangen.
Het groeiende handelsonevenwicht trekt steeds meer aandacht van de Verenigde Staten, Europa en andere grote economieën. Daarmee neemt de kans toe dat de druk op Peking zich niet langer beperkt tot bilaterale handelsgeschillen, maar zich ook gaat richten op het bredere, door de staat aangestuurde Chinese economische model.
Uit cijfers van de Chinese douane blijkt dat de export in augustus 25 procent hoger lag dan een jaar eerder, terwijl de import met 28,2 procent toenam. Het handelsoverschot kwam die maand uit op 119,09 miljard dollar. Over de eerste acht maanden van het jaar bedroeg het cumulatieve overschot 805,51 miljard dollar.
De exportgroei houdt aan ondanks Amerikaanse importheffingen op Chinese goederen. De Chinese export naar de Verenigde Staten steeg in augustus zelfs met 34,4 procent. Dat suggereert dat de tarieven de totale Chinese exportcapaciteit voorlopig niet substantieel hebben aangetast.
Toch kan het effect van de importheffingen zich volgens economen en deskundigen elders in de wereldeconomie laten voelen.
“De Chinese export is door de tarieven niet teruggelopen, maar bedrijven betalen wel een hogere prijs om hun exportvolume op peil te houden”, aldus Davy Jun Huang, een in de Verenigde Staten gevestigde econoom en voormalig columnist bij het Chinese staatsmedium CNTV, tegenover The Epoch Times.
In plaats van exportcapaciteit te verliezen, verlengen Chinese bedrijven volgens Huang hun toeleveringsketens. Ondernemingen breiden uit in Zuidoost-Azië, Latijns-Amerika en het Midden-Oosten. Sommige openen fabrieken in het buitenland, terwijl andere hun productie via derde landen laten lopen.
Extra productie in het buitenland, overslag via derde landen en het verkrijgen van certificaten van oorsprong brengen hogere logistieke, compliance- en managementkosten met zich mee. Bovendien kennen opkomende markten vaak een lagere koopkracht en lagere winstmarges dan de Verenigde Staten en Europa, aldus Huang.
Sun Kuo-hsiang, hoogleraar internationale betrekkingen en bedrijfskunde aan de Nanhua University in Taiwan, zegt tegen The Epoch Times dat de tarieven vooral invloed hebben op de routes en structuur van de Chinese export, en minder op het totale exportvolume.
Op langere termijn kunnen Chinese bedrijven volgens hem hun productie in het buitenland verder uitbreiden. Daardoor ontstaan toeleveringsketens die ogenschijnlijk “van China ontdaan zijn”, maar in werkelijkheid nog sterk afhankelijk blijven van Chinese onderdelen en componenten.

Van handelsoorlog tussen de VS en China naar een wereldwijd probleem
Het groeiende Chinese handelsoverschot wordt steeds vaker gezien als een wereldwijd probleem, in plaats van uitsluitend als een bron van handelsconflicten tussen de Verenigde Staten en China.
President Donald Trump heeft er bij Peking op aangedrongen meer Amerikaanse landbouwproducten, energie en industriële goederen te kopen om het bilaterale handelsonevenwicht te verkleinen. Volgens Huang kan de aandacht van de VS echter geleidelijk verschuiven van de vraag hoeveel China koopt naar de vraag waarom China überhaupt zulke grote hoeveelheden goederen blijft produceren.
Dat zou een volgende ronde van de handelsbesprekingen tussen de VS en China aanzienlijk ingewikkelder kunnen maken.
De zwakke binnenlandse consumptie in China wordt vaak genoemd als verklaring voor het enorme handelsoverschot. Huang stelt echter dat het onevenwicht ook voortkomt uit de langdurige nadruk van de Chinese Communistische Partij (CCP) op industrie, exportcapaciteit en strategische sectoren, terwijl huishoudinkomens, sociale zekerheid en consumentenbestedingen relatief minder aandacht hebben gekregen.
Om de binnenlandse consumptie een grotere rol te laten spelen bij het absorberen van de overproductie, zou Peking volgens Huang de inkomens van huishoudens moeten verhogen en de sociale zekerheid moeten versterken.
Dergelijke hervormingen zouden echter betekenen dat middelen anders worden verdeeld tussen de overheid, bedrijven en huishoudens. Dat kan het goedkope productiemodel onder druk zetten dat de Chinese exportgroei jarenlang heeft aangedreven.
Het onderwerp stond ook centraal tijdens een recente bijeenkomst van de ministers van Financiën en centralebankpresidenten van de G20.
De Amerikaanse minister van Financiën, Scott Bessent, zei na afloop van de bijeenkomst op 1 september dat alle negentien andere G20-leden voorstander waren van het aanpakken van “niet-marktconforme” beleidsmaatregelen en een te grote afhankelijkheid van exportinkomsten, die bijdragen aan mondiale handelsonevenwichten. China verzette zich tegen die formulering, waardoor de G20 geen gezamenlijk communiqué kon uitbrengen. De Verenigde Staten publiceerden daarop een verklaring namens het voorzitterschap.
Volgens Bessent hebben de Amerikaanse importheffingen het handelstekort van de VS met China verkleind, maar hebben ze Chinese goederen niet van de wereldmarkt verdreven. Een deel van die goederen is volgens hem in plaats daarvan omgeleid naar Europa, Zuidoost-Azië en Latijns-Amerika.
Ook Europese beleidsmakers zetten Peking steeds meer onder druk vanwege het groeiende handelsonevenwicht.
EU-commissaris voor Economie Valdis Dombrovskis heeft China een van de belangrijkste veroorzakers van mondiale economische onevenwichten genoemd. Het Chinese overschot in de goederenhandel met de Europese Unie bedroeg vorig jaar 360,6 miljard euro (419 miljard dollar), 15 procent meer dan een jaar eerder. In de eerste helft van dit jaar liep het nog eens met 9 procent op.
Op 8 september zei EU-handelscommissaris Maroš Šefčovič dat de Europese Commissie China formeel zal vragen maatregelen te nemen tegen het groeiende handelsonevenwicht. Brussel verwacht dat Peking begin oktober met een eerste actieplan komt.
Volgens Huang verschuift het Amerikaanse perspectief steeds meer: China wordt niet langer alleen gezien als het land dat verantwoordelijk is voor het Amerikaanse handelstekort, maar ook als een economie waarvan de overcapaciteit gevolgen heeft voor markten over de hele wereld.
Landen hoeven daarop niet per se te reageren met algemene importheffingen. Ze kunnen ook gebruikmaken van maatregelen tegen staatssteun en dumping, controles op de oorsprong van goederen, onderzoeken naar omleiding via derde landen en het traceren van toeleveringsketens om de kosten van de Chinese export op te drijven, aldus Huang.
Een gecoördineerde wereldwijde aanpak van de Chinese overcapaciteit kent echter grote obstakels. Grote economieën hebben uiteenlopende belangen in hun relatie met China.
Landen zullen zich waarschijnlijk “selectief verdedigen” wanneer Chinese import hun eigen industrieën rechtstreeks bedreigt, zegt Sun.
Europa zou zich volgens hem met anti-subsidiemaatregelen kunnen richten op Chinese elektrische auto’s, staal en producten voor de groene-energiesector, terwijl het tegelijkertijd toegang tot de Chinese markt behoudt.
Japan zal zich op het gebied van economische veiligheid en toeleveringsketens waarschijnlijk verder richting de Verenigde Staten bewegen, maar de handelsrelatie met China in stand houden. India wil ondertussen productie aantrekken die China verlaat, terwijl Zuidoost-Aziatische landen Chinese investeringen verwelkomen, maar ook vrezen een doorvoerhaven te worden voor Chinese goederen die naar andere markten worden omgeleid.
Volgens Sun probeert Washington subsidies in China, overcapaciteit, omleiding van goederen via derde landen en productie in het buitenland op de bredere agenda van de internationale handelsregels te zetten.
Multilaterale druk kan de kosten voor Peking van het opvangen van zijn overproductie verhogen, zegt hij. Maar externe druk alleen zal China waarschijnlijk niet dwingen zijn economische model fundamenteel te veranderen.

Aanstaande ontmoeting tussen Trump en Xi
Het onderwerp kan een steeds lastiger punt worden tijdens een geplande ontmoeting tussen Trump en de Chinese leider Xi Jinping.
Trump bevestigde op 4 september in het Witte Huis dat Xi op 24 september naar Washington zal komen.
Volgens Huang kunnen de gesprekken verder gaan dan de directe vraag hoeveel China van de Verenigde Staten zal kopen. Ook kan worden besproken of Peking bereid is zijn afhankelijkheid van een door de staat aangestuurd economisch model, waarin industrie en export centraal staan, te verminderen.
“Dat is een stuk moeilijker dan praten over sojabonen en vliegtuigen”, aldus Huang.
Volgens Sun is het onwaarschijnlijk dat de aankoopverplichtingen volledig van tafel verdwijnen ten gunste van eisen tot structurele economische hervormingen. Hij verwacht eerder dat beide trajecten gelijktijdig worden gevolgd.
Op korte termijn kan Washington aandringen op concrete en meetbare toezeggingen voor de aankoop van Amerikaanse landbouwproducten, energie en industriële goederen. Op langere termijn kan het ook kwesties als industriële subsidies, steun aan staatsbedrijven, overproductie en de zwakke binnenlandse consumptie aan de orde stellen, aldus Sun.
Als Peking blijft vertrouwen op export om zijn overcapaciteit op te vangen, kunnen de Amerikaanse eisen volgens Huang uiteindelijk verder gaan dan alleen de oproep om meer Amerikaanse goederen te kopen. Washington zou dan ook kunnen aandringen op een vermindering van China’s afhankelijkheid van export.
Daarmee komen het exportgerichte economische model van China en de bijdrage daarvan aan de mondiale handelsonevenwichten steeds nadrukkelijker centraal te staan in een kwestie die voor zowel Peking als Washington bijzonder moeilijk op te lossen zal zijn.
Bin Zhao en Gu Xiaohua hebben aan dit verslag bijgedragen.
Origineel gepubliceerd door The Epoch Times (11 september 2026): China’s Export Surge Fuels Global Backlash Over Trade Imbalance: Analysts





