6 oktober 2026
Mensen beoefenen een van de Falun Gong-oefeningen in 1998 in Guangzhou, in de provincie Guangdong, China.

In de jaren 90 beoefenden 70 tot 100 miljoen mensen deze oefeningen. Waar zijn ze nu?

Ooit zag men ze overal, miljoenen Chinezen, jong en oud, die in parken Falun Gong beoefenden. Hun aantal liep op tot 70 à 100 miljoen. Maar in 1999 verdwenen ze plotseling. Dictator Jiang gaf het bevel, en het partijapparaat voerde het uit.

Iedereen die ooit China heeft bezocht, heeft waarschijnlijk gemerkt dat Chinezen graag verschillende vormen van energetische oefeningen in de openlucht beoefenen, zoals qigong of Tai Chi. Begin jaren 90 kende een systeem van langzame, meditatieve bewegingen een enorme opmars in China. En toen, van de ene dag op de andere, verdwenen al deze beoefenaars.

Miljoenen mensen van verschillende achtergronden en leeftijden namen deel. Elke ochtend, voordat ze naar hun werk of naar de universiteit gingen, kwamen ze samen in openbare parken om een uur of twee rustige qigong-oefeningen te doen. Maar na die rampzalige dag van 20 juli 1999 verdwenen ze plotseling. Waaruit bestonden deze oefeningen, en waarom had dit meditatiesysteem zo’n aantrekkingskracht? En de cruciale vraag: waarom waren al die mensen plots verdwenen?

Falun Gong-beoefenaars tijdens groepsbeoefening bij autofabriek nr. 1 in Changchun, China, vóór juli 1999. (Foto: minghui.org)

Verspreid via mond-tot-mondreclame

De oorsprong van qigong in China gaat eeuwen terug. De belangrijkste aantrekkingskracht ligt in de gezondheidsvoordelen. Het is een Chinees meditatiesysteem dat in talrijke varianten bestaat. In 1992 werd een vorm van qigong aan het grote publiek voorgesteld en gratis onderwezen. Ze moedigde persoonlijke ontwikkeling aan.

Falun Gong-beoefenaars trainen in Chengdu, in de provincie Sichuan, China, vóór het begin van de vervolging in 1999. Vóór deze vervolging werd geschat dat 70 tot 100 miljoen Chinezen Falun Gong beoefenden. (Foto: Minghui)

Falun Gong, ook bekend als Falun Dafa, werd in 1992 aan het publiek voorgesteld door de heer Li Hongzhi en kende in de jaren 90 een enorme populariteit. Overal in het land raadden mensen dit systeem voor lichamelijke en geestelijke ontwikkeling aan bij vrienden en familie, vanwege de opmerkelijke effecten.

Veel mensen die Falun Gong hadden beoefend, meldden een verbetering van hun mentale en fysieke welzijn. Er werden zelfs genezingen gemeld van ziekten die bestand waren tegen zowel westerse als oosterse behandelingen.

Falun Gong-beoefenaars bij het Stedelijk Kinderpaleis in Wuhan, China, op 1 mei 1996. (Foto: Minghui)

Falun Gong werd niet alleen gewaardeerd om de meditatie-oefeningen, maar ook om zijn morele leer, die in drie woorden kan worden samengevat: Waarheid, Mededogen en Verdraagzaamheid.

Deze lichaam-geestdiscipline verspreidde zich snel over het hele land via mond-tot-mondreclame, en zelfs hoge functionarissen van het Chinese regime beoefenden het.

Falun Gong-beoefenaars tijdens een groepsoefening in Shenyang, China, in 1998. (Foto: Minghui)

Om een betere versie van zichzelf te worden

Mensen met een opvliegend karakter leerden aan zichzelf werken en werden verdraagzamer. Wie gespannen relaties had met een partner of familieleden, kon een harmonieuzer gezinsklimaat creëren. Of ze nu student waren of actief in het beroepsleven — iedereen werkte aan zijn persoonlijke ontwikkeling om een beter mens te worden. Ze werden aangemoedigd om een gedrag aan te nemen dat meer in overeenstemming was met hogere morele waarden.

Mensen beoefenen een Falun Gong-oefening in het noordoosten van China in 1998. (Foto: Minghui)

Slechts één jaar nadat deze spirituele praktijk aan het publiek werd voorgesteld, won de heer Li alle belangrijke prijzen op de Oosterse Gezondheidsbeurs van 1993 in Peking. Daaronder bevonden zich de “Prijs voor opmerkelijke wetenschappelijke vooruitgang” en de “Speciale Gouden Prijs”. Hij werd ook uitgeroepen tot “Meest populaire qigongmeester”. Falun Gong werd toen erkend als een “toonaangevende qigongschool”.

Zoals een rapport van het Falun Dafa-informatiecentrum uitlegt, prees zelfs de krant “Nieuws van de Volksveiligheid” de bijdrage van de heer Li aan de samenleving. Het officiële orgaan van het Chinese ministerie van Openbare Veiligheid benadrukte zijn verdiensten “bij het bevorderen van traditionele deugden in de strijd tegen criminaliteit onder het Chinese volk, het handhaven van sociale orde en veiligheid, en het stimuleren van rechtschapenheid in de samenleving”.

De prijzen en onderscheidingen die de heer Li Hongzhi in 1993 ontving tijdens de Oosterse Gezondheidsbeurs in Peking. (Foto: Minghui)

De heer Li werd vier keer genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede en werd in 2001 door het Europees Parlement voorgedragen voor de Sacharovprijs voor de vrijheid van denken. Hij is ook laureaat van de internationale prijs voor godsdienstvrijheid van Freedom House, aldus het rapport.

Zelfs de staatsmedia van de Chinese Communistische Partij (CCP) berichtten destijds over de positieve eigenschappen van Falun Gong en schatten het aantal beoefenaars in 1999 op ongeveer 70 tot 100 miljoen.

Deelnemers aan een grote groepsmeditatie in Guangzhou, in het zuiden van China, vóór 1999. (Foto: Minghui)

De Partij ontketent de rode draak

Maar daarna kantelde alles. De toenmalige Chinese leider Jiang Zemin zag de populariteit van Falun Gong als een bedreiging voor het totalitaire regime en de atheïstische marxistische ideologieën van de Partij.

Jiang gaf de staatsveiligheidsdiensten opdracht om deze vreedzame meditatiebeweging “uit te roeien”. Er werd een ongeziene en grootschalige desinformatiecampagne gelanceerd, waarbij alle Chinese staatsmedia werden ingezet. Het doel was de publieke opinie tegen Falun Gong op te zetten.

“Ruïneer hun reputatie, drijf hen financieel ten gronde en vernietig hen fysiek.” Dat waren de instructies die dictator Jiang Zemin gaf aan het ministerie van Openbare Veiligheid en de politie.

Sinds het begin van deze vervolgingscampagne heeft de staatsterreur China overspoeld — en die duurt tot op vandaag voort.

Niemand durfde nog de woorden “Falun Dafa” of “Waarheid, Mededogen en Verdraagzaamheid” uit te spreken, uit angst voor arrestatie, foltering of zelfs de dood door toedoen van de veiligheidsdiensten.

De toch al streng gecensureerde Chinese telecominfrastructuur filterde het opkomende internet op zoek naar deze termen. De politie stond paraat om onmiddellijk in te grijpen zodra de herkomst van een verdachte gebruiker werd opgespoord.

De zowat 100 miljoen mensen die Falun Gong beoefenden in China konden zich plots niet langer in parken verzamelen om hun oefeningen te doen. Ze waren van de ene dag op de andere verdwenen.

De leider van staat en Partij, Jiang, gaf opdracht tot de oprichting van het “Bureau 610” — een organisatie naar het model van de Gestapo. Deze buitengerechtelijke instantie, opgericht op 10 juni 1999, had slechts één doel: Falun Gong-beoefenaars opsporen en vervolgen en deze op oude kennis gebaseerde spirituele weg vernietigen.

Een schrijnend voorbeeld van de brutaliteit van dit systeem is dat van Tang Yongjie, die uit de gevangenis wist te ontsnappen. Hij leverde onweerlegbaar bewijs van de afschuwelijke foltermethoden, zoals marteling met gloeiend hete ijzeren staven.

De financiering van staatsterreur

Een uitgebreide analyse uit 2017 van de Amerikaanse mensenrechtenorganisatie Freedom House toont de omvang van de jaarlijkse uitgaven van China voor de repressie van Falun Gong: “Het jaarlijkse budget van alleen al de nationale afdelingen van het Bureau 610 wordt geschat op ongeveer 879 miljoen yuan (ongeveer 135 miljoen Amerikaanse dollar of meer dan 110 miljoen euro).” Dat is echter slechts een fractie van het volledige staats- en partijapparaat dat betrokken is bij de vervolging van Falun Gong.

Wat nog schokkender is, is dat de CCP de talloze Falun Gong-beoefenaars — van wie honderdduizenden illegaal gevangen zitten — gebruikt als een soort orgaanbank.

Tal van beoefenaars verklaarden dat bij hen bloed werd afgenomen en medische gegevens werden geregistreerd. Een artikel in de Engelstalige editie van Epoch Times van 21 juni 2016 onthulde dat Jiang Zemin persoonlijk opdracht had gegeven tot het illegaal verwijderen van organen bij Falun Gong-beoefenaars.

In 2020 werd Bai Shuzhong, voormalig hoofd van de medische afdeling van de Algemene Logistieke Dienst van het Volksbevrijdingsleger, tijdens een telefoongesprek gedwongen gevoelige informatie prijs te geven. Volgens het rapport dacht hij dat hij sprak met partijonderzoekers — in een context van politieke spanningen — maar in werkelijkheid ging het om undercoveronderzoekers gespecialiseerd in mensenrechten. Hij verklaarde dat Jiang “het bevel had gegeven […] om nieren te verkopen en operaties uit te voeren”, en dat “nadat voorzitter Jiang dat bevel had gegeven, wij talrijke acties tegen Falun Gong hebben ondernomen”.

Na grondig onderzoek naar het door de staat goedgekeurde Chinese orgaanhandel-netwerk bevestigden de Canadese mensenrechtenadvocaat David Matas en voormalig staatssecretaris David Kilgour: “Wij zijn tot de betreurenswaardige conclusie gekomen dat deze beschuldigingen gegrond zijn.”

Na een jaar onderzoek sprak het China Tribunal — een onafhankelijk volkstribunaal gevestigd in Londen — in 2019 zijn eindvonnis uit.

Volgens dat vonnis werden gewetensgevangenen in China “op grote schaal” gedood voor hun organen, die op bestelling werden verwijderd. Het tribunaal stelde dat de belangrijkste bron van organen afkomstig was van gevangengenomen Falun Gong-beoefenaars.

Volgens het tribunaal waren de organen voornamelijk afkomstig van gevangengenomen Falun Gong-beoefenaars.

De beslissing steunde op indirect bewijs, waaronder de uitzonderlijk korte wachttijden in ziekenhuizen. Daarnaast werden onverklaarbare bloedtesten vastgesteld bij gevangengenomen Falun Gong-beoefenaars en andere etnische minderheden, zoals Oeigoeren.

“Een dergelijke beschikbaarheid van organen op korte termijn kan alleen bestaan als er een voorraad potentiële levende donoren is die op aanvraag kan worden opgeofferd”, aldus het vonnis.

In juni 2021 verklaarde een groep mensenrechtenexperts van de Verenigde Naties “uiterst bezorgd” te zijn over berichten van vermeende orgaanroof gericht op minderheden, waaronder Falun Gong-beoefenaars, Oeigoeren, Tibetanen, moslims en christenen die in China gevangen zitten.

“Wij zijn diep verontrust door berichten over discriminerende behandeling van gevangenen of gedetineerden op basis van hun etnische afkomst, religie of overtuiging”, aldus de experts.

Deelnemers aan een optocht ter herdenking van de 22e verjaardag van het begin van de vervolging van Falun Gong door het Chinese regime, op 16 juli 2021 in Washington D.C. (Foto: Larry Dye/The Epoch Times)

Het bewustzijn rond de gebeurtenissen in China groeit. Over de hele wereld ondertekenen mensen petities tegen de orgaanroof — een misdaad die is goedgekeurd door de Chinese staat. Sommigen organiseren vreedzame sit-ins — wakes — voor Chinese consulaten en ambassades.

Burgers willen hun regeringen tonen dat ze op de hoogte zijn van de situatie in China en roepen hen op zich te verzetten tegen het Chinese regime. Ze eisen de vrijlating van alle gevangen Falun Gong-beoefenaars en het einde van de vervolging door de eenpartijstaat.

Gepubliceerd door Epoch Times – édition française (26 maart 2026): Entre 70 et 100 millions de personnes pratiquaient ces exercices dans les années 1990 : où sont-elles passées ?