6 oktober 2026

Van missionaris tot keizerlijk raadgever

“China – Het onvertelde verhaal”

Door de eeuwen heen is er altijd een bijzondere wederzijdse fascinatie geweest tussen Oost en West. In het oude China werd die belangstelling nog niet gedreven door economische groei of een toenemend toerisme, maar door verwondering en een oprechte belangstelling voor elkaars cultuur, tradities en leefgewoonten.

Als je in het West-Vlaamse dorpje Pittem met eender wie een gesprek begint over China en de Chinese cultuur en je zou vergeten pater Ferdinand Verbiest te vernoemen, dan zullen ze je daar ongetwijfeld aan helpen herinneren. Verbiest werd er immers op 9 oktober 1623 geboren en groeide uit tot een van de bekendste inwoners uit de geschiedenis van de gemeente. Op de Markt staat sinds 1913 zijn imposante bronzen standbeeld, opgericht ter ere van de Pittemse jezuïet, missionaris en geleerde die het uiteindelijk zou schoppen tot rechtstreekse leraar en adviseur van de Chinese keizer Kangxi.

Van Pittem naar Peking

In april 1657 vertrok Verbiest als jezuïet samen met een groep missionarissen op reis naar het Verre Oosten. Die reis was op zichzelf al een avontuur. De zeereis vertrok vanuit Lissabon en voerde rond Afrika, via India, naar China. Pas op 17 juni 1658 bereikten ze Macao. De volledige reis vanuit Europa had dus meer dan een jaar geduurd. Niet alle missionarissen overleefden de reis.

Vanuit Macao mocht Verbiest in 1659 China binnentrekken. De Duitse jezuïet en astronoom Johann Adam Schall von Bell, die in die tijd een belangrijke positie aan het keizerlijke hof bekleedde, liet Verbiest naar Peking komen. Op 6 juni 1660 arriveerde hij in de Chinese hoofdstad.

Zijn positie was aanvankelijk allesbehalve veilig te noemen.

Toen keizer Shunzhi in 1661 op slechts 22-jarige leeftijd stierf, volgde zijn zoon Kangxi hem op. Kangxi was toen nog een kind en het bestuur kwam tijdelijk in handen van regenten. De jezuïeten kregen het hierdoor plots hard te verduren. Tegenstanders van de jezuïeten waren het niet eens met hun astronomische methoden en hun rol bij het opstellen van de Chinese kalender. Sommige jezuïeten werden verbannen, anderen werden gevangengezet. Johann Adam Schall von Bell, de mentor van Verbiest, kreeg zelfs de doodstraf, die uiteindelijk nooit werd uitgevoerd.

Verbiest zelf werd onder huisarrest geplaatst, waar hij zijn tijd verder spendeerde aan wetenschappelijke studies. Dit zou hem geen windeieren leggen, want het was uiteindelijk zijn uitgebreide kennis van de astronomie die zijn verhaal een volledig nieuwe wending zou geven.

Een astronomische krachtmeting

De Chinese kalender was erg belangrijk in het oude China. Het correct voorspellen van astronomische verschijnselen hing nauw samen met het gezag van de keizer. Verbiest durfde echter te beweren dat de berekeningen van zijn Chinese collega’s fouten bevatten. De keizer nam zijn opmerkingen ter harte en in 1668 kreeg Verbiest van Kangxi de gelegenheid om zijn methoden aan het hof te demonstreren.

Verbiest stelde een zeer eenvoudige proef voor: voorspel exact hoe lang de schaduw van de verticale staaf van een zonnewijzer, de zogenaamde gnomon, op het middaguur zou zijn. De proef werd drie dagen na elkaar uitgevoerd, op 27, 28 en 29 december. Zijn Chinese tegenstanders moesten uiteindelijk erkennen dat ze de gevraagde berekeningen niet exact konden maken, maar Verbiest slaagde daar wel in. Hij wist ook astronomische verschijnselen zeer nauwkeurig te voorspellen en wees zelfs fouten aan in de officiële Chinese kalender die voor het jaar 1669 was opgesteld.

Instrumenten van het observatorium werden gebruikt om zijn berekeningen te controleren en uiteindelijk kreeg hij gelijk. Voor Verbiest was dit geen vrijblijvend wetenschappelijk spelletje: de positie van de jezuïeten in China stond immers op het spel. Verbiest werd niet alleen in ere hersteld, maar in 1669 werd hij zelfs directeur van het keizerlijke observatorium en hoofd van het mathematische bureau. Dat was een opmerkelijke ommekeer: de Vlaamse jezuïet die enkele jaren eerder nog was gevangengenomen, kreeg nu plots een officiële wetenschappelijke functie binnen het Qing-bestuur.

Er groeide zelfs een hechte band tussen pater Verbiest en de jonge keizer Kangxi. De keizer merkte dat hij via Verbiest kennis kon verwerven over wiskunde, natuurkunde, astronomie en geografie. Verbiest werd zo een van de weinige Europeanen die de keizer persoonlijk liet kennismaken met de Europese wetenschap. Hij onderwees de keizer onder andere in astronomie en Euclidische meetkunde en vertaalde daarvoor de eerste zes boeken van Euclides in het Mantsjoe.

Het keizerlijke observatorium in Peking

Een van Verbiests meest tastbare erfenissen bevindt zich nog altijd in Peking. Verbiest liet het keizerlijke observatorium grondig vernieuwen. Tussen 1669 en 1674 liet hij zes enorme bronzen astronomische instrumenten vervaardigen, waarmee de posities en bewegingen van hemellichamen zeer nauwkeurig konden worden gemeten: een ecliptische armillairsfeer, een equatoriale armillairsfeer, een azimutinstrument, een kwadrant, een sextant en een hemelglobe.

De ontwerpen waren gebaseerd op instrumenten van Tycho Brahe, de beroemde zestiende-eeuwse Deense astronoom die met monumentale meetinstrumenten de bewegingen van hemellichamen uitzonderlijk nauwkeurig in kaart bracht. De instrumenten van Verbiest werden echter in China vervaardigd en kregen typisch Chinese decoratieve elementen, waaronder draken. Sommige waren tot drie meter hoog en wogen meerdere tonnen. Het waren dan ook niet zomaar kopieën van Europese instrumenten, maar het resultaat van een bredere uitwisseling tussen Europese wetenschap en de Chinese hofcultuur.

Een interessant weetje: op de binnenplaats van het Atrechtcollege, in hartje Leuven, kan je een exacte replica terugvinden van de bronzen hemelglobe die Ferdinand Verbiest in 1673 ontwierp voor het keizerlijke observatorium in Peking. Het indrukwekkende instrument weegt, net als het origineel, bijna vier ton, is 2,76 meter hoog en toont 1.888 sterren en andere hemellichamen. Het werd ontworpen om hun posities en bewegingen aan de hemel in kaart te brengen en te demonstreren.

Replica van Verbiests 17e-eeuwse hemelglobe op de binnenplaats van het Atrechtcollege in Leuven. Foto © Liminal Dawn

De replica werd in China vervaardigd en in 1988 naar Leuven verscheept ter gelegenheid van de 300ste verjaardag van Verbiests overlijden. Op 2 juni 1989 werd de globe in Leuven officieel ingehuldigd als symbool van de wetenschappelijke uitwisseling tussen China en Europa.

De historische timing is echter opmerkelijk: amper twee dagen later, op 4 juni 1989, werden de studentenprotesten op en rond het Tiananmenplein in Peking met geweld neergeslagen. Het precieze dodental is tot op vandaag niet bekend. Destijds circuleerde via bronnen bij het Chinese Rode Kruis een schatting van ongeveer 3000 slachtoffers. Het ging om studenten en andere burgers die deelnamen aan een protestbeweging waarin onder meer werd opgeroepen tot meer vrijheid en democratische hervormingen in China.

Kort daarna werd uitgerekend de replica van de globe het decor van een stil protest, toen Leuvense studenten er demonstreerden tegen het gewelddadige optreden van de Chinese autoriteiten.

De wereld in kaart gebracht voor de keizer

Verbiest hield zich niet alleen met astronomie bezig. Hij maakte ook geografische werken en wereldkaarten voor het keizerlijke hof.

Zijn belangrijkste cartografische werk verscheen in 1674: de monumentale Kunyu Quantu (坤輿全圖), letterlijk de ‘Complete kaart van de wereld’. De kaart bestond uit acht grote verticale panelen: zes vormden samen twee enorme wereldhemisferen, terwijl de twee buitenste panelen uitvoerige teksten over onder meer geografie bevatten. Voor keizer Kangxi was deze kaart veel meer dan een voorstelling van verre landen. Ze bood hem een nieuwe, op Europese cartografische kennis gebaseerde blik op de aarde, waarin China zichtbaar deel uitmaakte van een veel grotere wereld van continenten, oceanen en volkeren.

Kunyu Quantu (坤輿全圖), de monumentale wereldkaart die Ferdinand Verbiest in 1674 voor het Chinese keizerlijke hof vervaardigde. Publiek domein.

De volledige Kunyu Quantu was monumentaal van formaat: in gemonteerde vorm was de wereldkaart ongeveer vier meter breed en 1,75 meter hoog. De kaarten werden met houtblokken gedrukt op bamboepapier. Hoeveel exemplaren er in 1674 precies werden gedrukt, lijkt niet gedocumenteerd. Vandaag bevinden zich nog enkele originele exemplaren uit 1674 in verschillende collecties, waaronder die van de Bibliothèque nationale de France in Parijs, de Hunterian Collection in Glasgow, de Library of Congress in Washington en de Clements Library van de University of Michigan. Ook Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam bezit een exemplaar.

Een auto voor de keizer

Zijn beroemdste ‘uitvinding’ beschreef Verbiest rond 1670 in zijn boek Astronomia Europaea: een klein, door stoom aangedreven wagentje dat door historici vaak wordt beschouwd als het allereerste model van een automobiel in de geschiedenis. Het was geen auto waarin iemand kon zitten, maar een klein schaalmodel: een experimenteel voertuig op stoom.

Bovendien is niet zeker of het daadwerkelijk werd gebouwd. Rond 1675 zou Verbiest aan het keizerlijke hof een klein houten exemplaar met vier wielen en een lengte van ongeveer 60 cm hebben gebouwd. Op het frame van de wagen plaatste hij een vuurpot met gloeiende kolen en een met water gevulde bolvormige ketel, die boven de kolen werd verhit. Het principe was dat van een primitieve stoomturbine: de geproduceerde stoom werd via een pijp tegen de schoepen van een schoepenrad geleid, dat vervolgens via een mechanische overbrenging de wielen liet draaien.

Het wagentje was waarschijnlijk bedoeld als speelgoed of demonstratiemodel voor de jonge Chinese keizer Kangxi. Het blijft hoe dan ook een interessant verhaal hoe in het China van de zeventiende eeuw een Vlaamse jezuïet aan het keizerlijke hof een voertuig beschreef dat door de kracht van stoom werd aangedreven, lang voordat stoommachines de wereld fundamenteel zouden veranderen.

Verbiest hield zich aan het hof echter niet alleen bezig met sterren en kaarten, maar ook met militaire technologie. Hij ontwierp geschut en verbeterde affuiten, de verrijdbare onderstellen waarop kanonnen werden gemonteerd. Sommige bronnen schrijven hem de vervaardiging van grote aantallen kanonnen voor het keizerlijke leger toe. Het toont hoe breed zijn rol aan het hof inmiddels geworden was: missionaris, astronoom, ingenieur, cartograaf én militair technicus.

Zijn laatste reis kwam er nooit

Ook het einde van zijn leven bevat een bijna filmisch detail. Verbiest had plannen om China tijdelijk te verlaten en terug naar Europa te reizen. Maar op 13 februari 1687 viel hij van zijn paard. Zijn gezondheid ging daarna snel achteruit. In januari 1688 kreeg hij hoge koorts en op 28 januari 1688 stierf hij in Peking, waar hij ook zou worden begraven. Verbiest werd 64 jaar oud.

Juist op dat moment was een groep jezuïeten uit Europa naar hem onderweg. Verbiest had zelf nog om versterking voor de missie gevraagd. Tien dagen na zijn dood arriveerden vijf Franse jezuïeten in Peking. Volgens een historische bron stelde Kangxi de begrafenis uit, zodat zij die nog konden bijwonen. Verbiest werd uiteindelijk op 11 maart 1688 begraven op de jezuïetenbegraafplaats in Peking, waar ook zijn mentor en voorganger Johann Adam Schall von Bell en de beroemde jezuïetenmissionaris Matteo Ricci begraven lagen.

Na zijn dood kende Kangxi hem nog een bijzondere postume eer toe. Een keizerlijk decreet uit 1689 verleende hem een eretitel die kan worden vertaald als ‘geleerd en ijverig’.

Van Namen naar de andere kant van de wereld

Opmerkelijk is dat ook de opvolger van Verbiest als belangrijkste hofastronoom opnieuw iemand uit onze streken was: de jezuïet Antoine Thomas uit Namen. Het verhaal van Antoine Thomas is minstens even boeiend als dat van Ferdinand Verbiest, maar veel minder bekend.

Thomas werd in 1644 in Namen geboren. Hij ging er vanaf 1652 naar het jezuïetencollege en trad later zelf tot de orde toe. Op zijn negentiende vroeg hij voor het eerst toestemming om naar de missies in Azië te vertrekken. Die toestemming kreeg hij niet. Hij bleef echter aandringen en moest uiteindelijk ongeveer veertien jaar wachten: pas in 1677 kreeg hij groen licht. In de tussentijd maakte hij van die wachttijd gebruik om zich steeds verder in wiskunde en astronomie te verdiepen. Dat zou later beslissend blijken voor zijn leven als rechtstreekse opvolger van pater Verbiest aan het keizerlijke hof in China.

Net zoals bij Verbiest werd ook Thomas’ reis naar Azië geen eenvoudige overtocht, maar een tocht die uiteindelijk ongeveer zes jaar in beslag zou nemen voordat hij het Chinese hof bereikte. Onderweg bleef hij voortdurend waarnemingen uitvoeren en naar de hemel kijken om de bewegingen van zon, maan en sterren te meten. In Siam (het huidige Thailand) observeerde hij bijvoorbeeld in 1682 een maansverduistering met geïmproviseerde instrumenten. Later volgden waarnemingen in Macao. En juist daar kreeg zijn leven een onverwachte wending.

In september 1684 ontving Thomas in Macao een brief van Ferdinand Verbiest. Verbiest liet hem weten dat de Chinese keizer hem naar Peking wilde laten komen als wiskundige. Thomas begon meteen voorbereidingen te treffen.

Cadeautjes voor de keizer

Op 14 december 1684 schreef Thomas vanuit Macao naar Europa. Omdat hij binnenkort naar Peking zou vertrekken, zocht hij geschikte geschenken voor de keizer. Hij dacht daarbij niet in de eerste plaats aan goud of juwelen, maar aan wetenschappelijke instrumenten en goede optische glazen.

Antoine Thomas arriveerde op 8 november 1685 in Peking (hoewel sommige bronnen 1686 vermelden). Vanaf zijn aankomst werd hij de rechterhand en privésecretaris van Ferdinand Verbiest.

Hun samenwerking zou echter niet lang duren. Verbiest stierf amper twee jaar later, op 28 januari 1688. Thomas werd vervolgens zijn tijdelijke opvolger in de astronomische dienst van het keizerlijke hof.

En toen volgde meteen een zenuwslopende test.

Zijn eerste grote examen

Kort na Verbiests dood moest ook Thomas zijn kunde bewijzen tegenover de keizer door astronomische voorspellingen te maken over een maansverduistering die op 16 april 1688 zou plaatsvinden. Nog spannender was de bijna volledige zonsverduistering, iets meer dan een maand later, op 24 mei. Het werd een zenuwslopende test voor hem. Uit Thomas’ eigen correspondentie blijkt dat hij behoorlijk nerveus was. Een fout kon immers letterlijk door iedereen worden gezien: als hij het tijdstip of het verloop verkeerd voorspelde, zou de hemel zelf aantonen dat de nieuwe Europese hofastronoom zich had vergist.

Het werd wellicht een van de mooiste anekdotes uit zijn leven. Verbiest had jarenlang het prestige van de Europese astronomie opgebouwd. Nauwelijks enkele maanden na diens dood stond Thomas er plots helemaal alleen voor, en de zon en de maan zouden aangeven of zijn berekeningen klopten.

Thomas slaagde glansrijk in zijn proef, waarna ook hij in de voetsporen van zijn voorganger en mentor mocht treden als persoonlijke leraar en adviseur van keizer Kangxi. Hij gaf de keizer onder meer onderwijs in wiskunde en algebra. Van Thomas zijn ook lesnotities over rekenen en algebra bewaard gebleven. Sommige van die notities kregen een bijzondere status: omdat ze voor het onderwijs van de keizer werden gebruikt, werden ze binnen de hofcontext als keizerlijke geschriften behandeld.

Thomas was dus niet simpelweg een missionaris die af en toe aan het hof verscheen. Hij behoorde tot een klein gezelschap Europeanen dat rechtstreeks wetenschappelijke kennis overdroeg aan een van de machtigste vorsten ter wereld. Ruim twintig jaar lang bleef hij een rechtstreekse adviseur van de keizer. In 1692 ontving hij het Edict van Tolerantie, waardoor hij zelfs vrijwel volledige vrijheid kreeg om het christendom te prediken.

Thomas bracht letterlijk delen van de wereld in kaart

Thomas hield zich, net als zijn voorganger Verbiest, ook intensief bezig met cartografie. Zijn kennis over landmetingen vormden een voorbereidende stap voor de grootschalige landmetingen die Kangxi enkele jaren later liet uitvoeren. Die zouden uiteindelijk bijdragen aan de beroemde Kangxi-atlas van 1718, een van de grote cartografische projecten van de Qing-dynastie.

Thomas leverde daarnaast bijdragen aan de geografische kennis en kartering van onder meer Siam, Cambodja, Macao en Peking. Bijzonder interessant is zijn betrokkenheid bij kaarten van de route tussen Peking en Tobolsk, en vandaar richting Moskou. Daarmee droeg hij bij aan een nauwkeuriger beeld van de immense landverbinding tussen China, Siberië en Europa. Thomas was dus niet alleen iemand die de enorme afstand tussen Oost en West aflegde; hij hielp die afstand ook letterlijk in kaart te brengen.

Tot het einde verbonden met het keizerlijke hof

In 1709 werd Thomas ernstig ziek. Ook tijdens zijn laatste levensdagen blijkt hoe nauw hij met het keizerlijke hof verbonden was. Uit bewaard gebleven hofdocumenten weten we dat hij door een keizerlijke arts werd onderzocht en behandeld. Dit was hoogst uitzonderlijk. Thomas overleed uiteindelijk op 28 juli 1709 in Peking, 65 jaar oud. Ook hij werd begraven op dezelfde jezuïetenbegraafplaats als zijn mentor Verbiest.

Van Europa naar China, voorgoed

Zowel Verbiest als Thomas zouden na hun aankomst in China nooit meer terugkeren naar hun thuisland. Beiden liggen in Peking begraven, duizenden kilometers van de plaatsen waar hun levens begonnen. Samen maken ze deel uit van een prachtige historische continuïteit: Marco Polo reisde naar China en bracht kennis en verhalen over China naar Europa. Jezuïeten als Verbiest en Thomas reisden eeuwen later eveneens naar China, maar zij deden in feite net het omgekeerde: ze brachten Europese wetenschappelijke kennis naar China en werden er zelfs onderdeel van het intellectuele leven aan het keizerlijke hof.

Ferdinand Verbiest en Antoine Thomas, twee jezuïeten uit onze streken, speelden op die manier een opmerkelijke rol in de uitwisseling van kennis tussen Oost en West.

De standpunten in dit artikel zijn die van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs de opvattingen van The Epoch Times.

Origineel gepubliceerd door Liminal Dawn: China – Het onvertelde verhaal.