zondag, 28 nov 2021
Portret van Henri-Frédéric Amiel, 1852, door Joseph Hornung. (Publiek Domein)

Waarheid vertellers: Henri Amiel’s uitnodiging tot een gesprek met God

Hoe ver kunnen woorden reiken? Terwijl beroemdheden als Victor Hugo, Henry James, George Meredith en Fjodor Dostojevski hun proza op de wereld loslieten, zat een obscure Zwitserse professor, Henri Amiel (1821-1881), in zijn rustige studeerkamer en schreef: “In de belangrijke vragen van het leven zijn we altijd alleen. Onze diepste innerlijke gedachten kunnen niet door anderen begrepen worden. Het mooiste deel van het drama dat zich diep in onze ziel afspeelt, is een monoloog, of, beter gezegd, een zeer oprecht gesprek tussen God, ons geweten en onszelf.”

Dit zeer oprechte, zeer mooie gesprek, dat de grenzen van woord en verstand opzoekt, staat ons ter beschikking door middel van zijn werk “Amiel’s Journal: The Journal Intime of Henri-Frédéric Amiel”, dat eigenlijk nooit bedoeld was om door de wereld gezien te worden. Het documenteert de ontwikkeling van de schrijver als mens vanaf 26 jaar tot aan zijn dood op 59-jarige leeftijd.

Dit boek verbijsterde de hoogste intellectuele kringen in Europa toen het in omloop kwam.

Een verkorte versie van ruim 600 pagina’s, afkomstig uit een manuscript van maar liefst 17.000 pagina’s, werd kort na zijn dood door goede vrienden gepubliceerd. In het begin veroverde het werk Europa razendsnel en werd het geprezen in de hoogste intellectuele kringen. Het werd vertaald in de belangrijkste talen, er werd over gesproken, over geschreven, over gediscussieerd, totdat het enkele decennia later abrupt uit de mode raakte en in de vergetelheid terecht kwam.

De eerste regels bevatten een bekentenis: “Ik ben niet vrij! Ik heb niet de kracht om mijn wil uit te voeren.” Zijn wil, in dit geval, was het vastleggen en ordenen van zijn gedachten. Discipline opbrengen zal soms moeilijk zijn geweest, want af en toe zitten er lange perioden tussen de aantekeningen, maar Amiel heeft zeker niet gefaald in zijn doorzettingsvermogen. Langzaam en geduldig beschrijft hij de externe wereld waarin hij leefde. Tegelijkertijd onthult hij een wonderbaarlijke innerlijke wereld, vol verwondering, mededogen, liefde voor de waarheid en bovenal een vurige liefde voor dat grote mysterie tot wie hij zijn gebeden richtte en die hij God noemde.

De wereld om ons heen

In Amiel’s tijd was de traditionele Europese samenleving, ondanks haar façade van welvaart en orde, al eeuwenlang een toneel van conflicten, klassenstrijd en onrechtvaardigheid. De schrijvers die hij het meest bewonderde, veroordeelden dit. Blaise Pascal (1623-1662) ging er tegen tekeer in “Pensees.” Hij vroeg ons “Kijk om je heen. Hoe denken de mensen van de wereld hierover? Ze denken aan rijkdom en macht; maar ze denken helemaal niet na over wat het is om mens te zijn.” Immanuel Kant (1724-1804) vroeg zich af: “Hoe kunnen mensen gelukkig zijn als ze niet opgevoed zijn met hoge morele waarden?”

Amiel dacht dat er maar één ding nodig was: “te zijn wat we zouden moeten zijn, om onze missie en ons werk te volbrengen. Wij hebben in onszelf een orakel dat altijd wacht, het geweten, dat niets anders is dan God in ons.” De essentie van deze observatie is misschien iets waar we ons vandaag de dag aan vast kunnen houden. Het enige dat wij tot stand kunnen brengen, komt voort uit onszelf. Het ontstaat vanuit onze geest, ons hart en ons zelfbewustzijn. Of dit dan een paar mensen of een menigte beïnvloedt, is niet onze zaak.

Onze binnenwereld

Amiel was milder dan Pascal en Kant. Hij koos ervoor te hopen op betere dingen via toekomstige generaties, met name door kinderen – “nieuwe aanwinsten van onschuld en zuiverheid, die vechten tegen het einde van de mensheid en tegen onze bedorven natuur, en tegen onze volledige onderdompeling in zonde”. Er ligt hoop en misschien zelfs troost in het doorgeven van de verzamelde wijsheid van de grote intellectuelen. Wat misschien nog wel belangrijker is, is dat wij het goede voorbeeld geven door een oprecht en vriendelijk leven te leiden.

Om de bedorven natuur en de leugens van onze moderne samenleving te bestrijden, hebben we een uitweg tot onze beschikking: zelf de waarheid te spreken, vooral tegen onszelf. “Laten we waarachtig zijn,” schreef Amiel. “Dit is het mysterie van de retoriek en de deugd, dit is het grootste mysterie, dit is de hoogste prestatie in de kunst, en de belangrijkste wet van het leven.”

Onze bescheiden Zwitserse professor daagde de immoraliteit van zijn wereld uit door te proberen, zo goed als hij kon, zelf een ethisch leven te leiden. “Beschaving is in de eerste plaats een morele zaak. Zonder waarheid, eerbied voor verplichtingen, liefde voor onze naaste, deugdzaamheid, gaat alles kapot. Alleen de moraal van een samenleving is de basis van een beschaving.”

Hij verzette zich tegen het welig tierende materialisme en de oppervlakkigheid om hem heen door een spiritueel leven te leiden. In het hele dagboek citeert hij zowel de Oosterse als de Westerse levenswijsheden. Heilige mannen van alle naties, van alle leeftijden, zijn het er allemaal over eens dat het Koninkrijk van God in onszelf is. Amiel schreef: “Ik voel sterk dat de mens, in alles wat hij doet of kan doen dat mooi, groots en goed is, slechts het orgaan en voertuig is van iets of iemand hoger dan zichzelf. Dit gevoel is religie. De godsdienstige mens aanschouwt met een gevoel van heilige vreugde de verschijnselen waarvan hij de tussenpersoon is, zonder er de oorsprong van te zijn.”

Een scène uit het boek Openbaring op een koepelfresco, 1733, door Paul Troger. Abdijkerk, Altenburg, Neder-Oostenrijk. (Wolfgang Sauber/CC BY-SA 4.0)

De geboorte van een ziel

Het is de enkele ziel – niet de regering, niet de maatschappij – die de mensheid naar een beter bestaan leidt. Het is het werk binnenin dat onmerkbaar de wereld buiten verandert. Amiel zegt: “Het levensproces zou de geboorte van een ziel moeten zijn. Dit is de hoogste alchemie, en dit rechtvaardigt onze aanwezigheid op aarde. Dit is onze roeping en onze deugd.” Wanneer de ziel rijp is, brengt zij haar eigen wonderbaarlijke oogst voort, het vermogen “alle dingen in God te zien, het eigen leven tot een reis naar het ideaal te maken, te leven met kalmte en dankbaarheid, vriendelijkheid en moed”.

Zo’n manier van leven is het stille, nederige werk geweest van de grootsten en de kleinsten der aarde, dat door de eeuwen heen met vreugde en geduld is volbracht. Het is de verwezenlijking van het gebed dat op zovele manieren, in zovele talen, door alle mensen van alle geloofsovertuigingen wordt uitgesproken: “Uw rijk kome.” Het zal op Gods tijd verhoord worden.

Origineel gepubliceerd door The Epoch Times (12 juli 2021): Truth Tellers: Henri Amiel’s Ardent Invitation to Converse With God

Hoe u ons kunt helpen om u op de hoogte te blijven houden

Epoch Times is een onafhankelijke nieuwsorganisatie die niet beïnvloed wordt door een regering, bedrijf of politieke partij. Vanaf de oprichting is Epoch Times geconfronteerd met pogingen om de waarheid te onderdrukken – vooral door de Chinese Communistische Partij. Maar we zullen niet buigen. De Nederlandstalige editie van Epoch Times biedt op dit moment geen betalende abonnementen aan en aanvaardt op dit moment geen donaties. U kan echter wel bijdragen aan de verdere groei van onze publicatie door onze artikelen te liken en te her-posten op sociale media en door uw familie, vrienden en collega’s over Epoch Times te vertellen. Deze dingen zijn echt waardevol voor ons.