15 oktober 2026
Illustratie door Lumi Liu

Waarom bepaalde voedingsstoffen kinderen met autisme kunnen helpen

Kinderen met autisme lijken meer voedingsstoffen nodig te hebben — maar ieder kind is anders.

Dit is deel 4 in “De autisme puzzel”.
Autisme komt relatief vaak voor en krijgt veel publieke aandacht. Toch blijft het grotendeels een raadsel. Deze serie brengt stukjes van de puzzel bij elkaar – wat is het, wat is de oorzaak ervan en wat zou het kunnen verzachten of misschien zelfs genezen.

James Adams stond op het punt hoogleraar engineering met een vaste aanstelling te worden toen bij zijn dochter in 1994 autisme werd vastgesteld. Artsen vertelden hem dat zij waarschijnlijk in een instelling zou moeten worden opgenomen.

Destijds werd aangenomen dat autisme niet effectief kon worden behandeld. Toevallig kwam tijdens een medisch congres dat zijn vrouw bijwoonde de mogelijkheid ter sprake om het autisme van hun dochter met voedingssupplementen te behandelen.

Adams was sceptisch. Maar omdat er geen andere mogelijkheden waren, begon hij onderzoek te doen. Hij leidde een klinische studie met 20 kinderen, van wie de helft gedurende drie maanden een combinatie van supplementen kreeg. De resultaten waren veelbelovend — de kinderen sliepen beter en hadden minder darmklachten.

“Autistische mensen lijken meer behoefte te hebben aan vitaminen en mineralen”, vertelde Adams, inmiddels hoofd van het autismonderzoeksprogramma aan de Arizona State University, aan The Epoch Times. Sindsdien heeft hij nog meer veelbelovende resultaten geboekt.

Waarom hebben kinderen met autisme meer voedingsstoffen nodig?

Hogere voedingsbehoefte

De meeste mensen met autisme hebben geen brede tekorten aan voedingsstoffen. Wel hebben ze vaak een tekort aan enkele specifieke voedingsstoffen of een grotere behoefte daaraan.

Een belangrijk tekort betreft vitamine B12. Postmortem onderzoek van Richard Deth, hoogleraar farmaceutische wetenschappen aan de Nova Southeastern University, wees uit dat de hersenen van kinderen met autisme in de frontale cortex vergelijkbare vitamine B12-niveaus vertoonden als die van volwassenen ouder dan 50 jaar. Een tekort aan vitamine B12 kan tijdens de vroege ontwikkeling van de hersenen ernstige gevolgen hebben. Volgens Adams hebben autistische kinderen ook vaak een tekort aan sulfaat. Sulfaat is nodig om gifstoffen af te voeren, stress te verminderen en de ontwikkeling van de hersenen te ondersteunen.

Hun grotere behoefte aan voedingsstoffen kan ook voortkomen uit erfelijke stofwisselingsverschillen die invloed hebben op de manier waarop het lichaam voedingsstoffen opneemt en verwerkt. Ook kan een opeenstapeling van biologische stressfactoren de voedingsreserves uitputten.

Kinderen met autisme hebben een tekort aan bepaalde voedingsstoffen

De meeste kinderen met autisme hebben meer oxidatieve stress, wat blijkt uit hun lage glutathionspiegel. “Glutathion is het belangrijkste antioxidant in alle cellen van het lichaam”, zei Deth. “Kinderen met autisme hebben ongeveer een derde minder glutathion in hun bloed dan kinderen die zich normaal ontwikkelen.”

Wanneer het glutathionniveau laag is en de oxidatieve stress hoog, kunnen ook andere noodzakelijke processen worden verstoord, zoals methylering en sulfatering. Methylering is een proces dat kinderen nodig hebben om genen te activeren die de ontwikkeling van de hersenen aansturen. Sulfatering helpt het lichaam om gifstoffen te herkennen en af te voeren.

Jill James, een pionier op het gebied van de biochemie van autisme, schat dat onderzoekers door het meten van stoffen die betrokken zijn bij oxidatieve stress en methylering ongeveer 97 procent van de kinderen met autisme zouden moeten kunnen voorspellen. Dat wijst erop hoe belangrijk deze processen kunnen zijn.

Deze stofwisselingsstoornissen kunnen echter door voeding worden verbeterd.

Veelbelovende voedingsstoffen

Op moleculair niveau werken voedingsstoffen zelden afzonderlijk. Ze beïnvloeden elkaar vaak. De meeste onderzoekers die voedingsstoffen bij autisme bestuderen, benadrukken dat betekenisvolle veranderingen meestal het resultaat zijn van een combinatie van behandelingen en niet van één enkel supplement. Toch zijn verschillende afzonderlijke voedingsstoffen onderzocht in gecontroleerde studies.

Vitamine B12

Dr. Robert Hendren, voormalig uitvoerend directeur van het MIND Institute van de University of California, Davis, voerde een studie uit waarbij 22 kinderen met autisme gedurende 12 weken vitamine B12-injecties kregen. Ongeveer de helft van de kinderen liet verbeteringen zien. Ze vertoonden minder repetitief gedrag, hadden meer sociale interactie en hielden beter oogcontact, vertelde Hendren aan The Epoch Times.

“Statistisch gezien maakte het een verschil, en bijna alle gezinnen die aan het onderzoek deelnamen, wilden ermee doorgaan”, zei hij.

Deth raadt aan methylcobalamine te gebruiken, de vorm van vitamine B12 die biologisch het best beschikbaar is, in plaats van cyanocobalamine. Dat is de meest gangbare commerciële vorm, die in het lichaam vaak eerst verder moet worden omgezet voordat deze kan worden gebruikt.

5-MTHF

Vitamine B9, ook wel folaat genoemd, speelt een rol bij de aandacht en ontwikkeling van de hersenen en bij het verminderen van oxidatieve stress.

Foliumzuur, dat vaak wordt toegevoegd aan verrijkte voedingsmiddelen, is niet de vorm die het lichaam direct kan gebruiken.

Onderzoek laat zien dat 5-methyltetrahydrofolaat (5-MTHF) beter wordt opgenomen dan foliumzuur.

“Het is 5-MTHF dat absoluut essentieel is”, zei Deth. “Als je bijvoorbeeld foliumzuur binnenkrijgt via tarwe, meel en dergelijke — verrijkt met folaat om neurale-buisdefecten te voorkomen — is dat goed. Maar tegelijkertijd is dat foliumzuur nog niet klaar om zijn werk te doen en kan het concurreren met folaat dat wel direct bruikbaar is.”

Als foliumzuur niet wordt omgezet, kunnen hoge doseringen schadelijk zijn voor het lichaam. Onderzoek heeft aangetoond dat het verband houdt met een verstoorde werking van het immuunsysteem.

Sommige kinderen met autisme lijken antistoffen te hebben die voorkomen dat folaat de hersenen binnendringt.

Bij deze groep kinderen heeft onderzoek van dr. Daniel Rossignol en dr. Richard Frye aangetoond dat leucovorine — een gemakkelijk opneembaar actief derivaat van foliumzuur — de blokkade door antistoffen kan omzeilen. Dit kan leiden tot verbeteringen in aandacht, verbale vaardigheden en bredere autistische symptomen. Leucovorine kreeg vorig jaar meer publieke aandacht toen minister van Volksgezondheid Robert F. Kennedy Jr. het noemde als mogelijke behandeling. Artsen waarschuwen echter dat het bewijs momenteel alleen het gebruik ondersteunt bij één specifieke groep — patiënten met antistoffen die folaat blokkeren — en niet als algemene behandeling.

N-acetylcysteïne

Glutathion is de belangrijkste bescherming van het lichaam tegen stress, maar kinderen met autisme hebben er vaak te weinig van. Een tekort aan glutathion kan de ontwikkeling van kinderen belemmeren, omdat het lichaam reserves aanspreekt die nodig zijn voor de ontwikkeling van de hersenen en voor ontgifting.

“N-acetylcysteïne is de meest gebruikte vorm van glutathionsuppletie”, zei Deth.

Omdat glutathion niet rechtstreeks door cellen kan worden opgenomen, hebben onderzoekers zich gericht op de voorloper ervan: N-acetylcysteïne, oftewel NAC.

Meta-analyses van onderzoeken naar NAC bij kinderen hebben een vermindering van prikkelbaarheid en hyperactiviteit aangetoond, evenals verbeteringen in sociaal bewustzijn.

Andere voedingsstoffen

Ook vitamine D, omega 3-vetzuren en carnitine, een aminozuur dat betrokken is bij de energiestofwisseling, hebben veelbelovende resultaten laten zien bij het verminderen van gedragsproblemen. Sommige kinderen met autisme hebben onvoldoende spijsverteringsenzymen. Het aanvullen van de benodigde enzymen om voedsel af te breken blijkt eveneens te kunnen helpen.

NAC is een voorloper van cysteïne, dat sulfaat bevat. Theoretisch zou suppletie met NAC daardoor het sulfaatniveau in het lichaam kunnen verhogen. Een klinische studie wees uit dat suppletie met glutathion, dat wordt gevormd uit N-acetylcysteïne, het sulfaatniveau en andere voedingsstoffen in het lichaam verhoogde.

Sulfaat wordt bij een gemiddeld persoon voornamelijk verkregen uit voedingsmiddelen die methionine en cysteïne bevatten, zoals dierlijke producten als vlees en zuivel.

Sommige studies hebben ook Epsomzoutbaden aanbevolen om het lichaam te helpen sulfaat via de huid op te nemen. Epsomzout bestaat uit magnesium en sulfaat, legde Adams uit. Hoewel verschillende studies deze aanpak hebben aanbevolen, is er weinig onderzoek gedaan naar de effecten ervan.

Eén aanpak past niet bij iedereen

Een terugkerende zorg onder autismonderzoekers is dat er te veel wordt veralgemeniseerd.

“Er bestaat een gezegde over autisme: als je één kind met autisme hebt gezien, heb je één kind met autisme gezien. Er zijn veel verschillende wegen die tot autisme leiden”, zei Hendren.

Zijn kleine studie naar leucovorine liet bijvoorbeeld geen algemene verbetering bij de deelnemers zien.

Volgens Hendren waren de betere resultaten in het onderzoek van Frye waarschijnlijk te danken aan een betere selectie van patiënten. Daarbij werden specifiek kinderen geselecteerd die positief testten op antistoffen die folaat blokkeren, voordat de behandeling begon.

“Bij hun kinderen zijn de resultaten beter dan bij een willekeurige groep kinderen die werd geselecteerd om te komen testen”, zei Hendren.

Ook het moment waarop de behandeling begint, speelt een rol. Kinderen hebben een neuro-ontwikkelingsperiode die loopt vanaf de conceptie tot de eerste twee levensjaren. Dr. James Neuenschwander, die gecertificeerd is in spoedeisende geneeskunde en integratieve en holistische geneeskunde en voorzitter is van de Medical Academy of Pediatrics and Special Needs, vertelde aan The Epoch Times dat jongere kinderen die beginnen met een biomedische behandeling doorgaans veel grotere verbeteringen laten zien dan oudere kinderen.

“Afhankelijk van de leeftijd waarop ik begin met behandelen, heb ik bij een kind van twee jaar een veel grotere kans op herstel dan bij een kind van 15 jaar.”

Ook veranderingen in het voedingspatroon, zoals een glutenvrij en caseïnevrij dieet, hebben volgens sommige ouders tot opvallende verbeteringen geleid. Het bewijs hiervoor is echter grotendeels anekdotisch.

Honderden en duizenden ouders zijn naar het MIND Institute gegaan. “Velen van hen zeiden dat het belangrijkste en nuttigste wat ze hadden gedaan het caseïne- en glutenvrije dieet was”, zei Hendren. Andere ouders vertelden echter dat ze het een maand hadden geprobeerd zonder enig verschil te merken.

Dr. Frances Kendall, een geneticus die kinderen met autisme behandelt, vertelde aan The Epoch Times dat er nog onvoldoende onderzoek is om haar een klinische aanbeveling te laten doen om caseïne en gluten uit het dieet te verwijderen. Hendren zei dat onderzoek hiernaar moeilijk is, omdat het erg lastig is een klinische studie op te zetten waarin kinderen met een gluten- en caseïnevrij dieet worden vergeleken met kinderen die normaal eten. Gluten en caseïne zitten namelijk in veel voedingsmiddelen en producten.

Nog een stukje van de puzzel

Meer dan 25 jaar later bleek het oorspronkelijke oordeel over de dochter van Adams niet te kloppen. Ze hoefde haar volwassen leven niet in een instelling door te brengen. Hoewel ze nog altijd autisme en een verstandelijke beperking heeft, zei Adams dat ze gelukkig is en parttime werkt.

Volgens Hendren heeft voeding binnen de autismewereld lange tijd weinig aandacht gekregen. Hij denkt dat voeding mogelijk een extra stukje van de puzzel vormt voor het algehele welzijn van kinderen met autisme.

“Gedragsbehandelingen zijn geweldig, maar ik denk niet dat ze het stofwisselingsproces corrigeren dat mensen richting autisme duwt”, zei hij.

“Ik hoop dat mensen breder gaan kijken naar manieren waarop we het lichaam gezonder kunnen maken.”

Gepubliceerd door The Epoch Times (31 maart 2026): Certain Nutrients May Help Autistic Kids, Here’s Why