De ongemakkelijke fase is geen foutje in de puberteit. Ze hoort bij het opgroeien.
Sla een oud jaarboek van de middelbare school open en je ziet een verzameling van allerlei experimenten: kapsels die destijds een goed idee leken, outfits die achteraf minder geslaagd waren, en korte periodes waarin iemand helemaal opging in bepaalde bands, stijlen of imago’s die alweer verdwenen waren voordat het schooljaar voorbij was.
We kijken vaak met plaatsvervangende schaamte terug naar het bewijs van al die experimenten. Toch is schaamte het minst interessante aspect ervan.
“Zonder die ongemakkelijke fase zouden we als volwassenen niet de sociale vaardigheden hebben die we uiteindelijk ontwikkelen”, vertelde Mitch Prinstein, hoogleraar psychologie en neurowetenschappen aan de University of North Carolina at Chapel Hill, aan The Epoch Times.
De ongemakkelijke fase is een wezenlijk onderdeel van het volwassen worden: een periode waarin kinderen leren omgaan met tegenslagen en zich steeds meer op hun gemak gaan voelen met wie ze zijn.
Tegenwoordig speelt die ongemakkelijke fase zich echter af in een wereld die tieners meer voorbeelden en voorschriften biedt voor hoe ze eruit zouden moeten zien en zichzelf zouden moeten presenteren — een wereld die beter verlicht is, waarin alles makkelijker kan worden aangepast en waaraan moeilijker te ontsnappen valt.
Maar waar dient al die ongemakkelijkheid eigenlijk voor?
De puberteit is een periode van ontdekken, waarin kinderen zich langzaam losmaken van hun kindertijd en steeds meer richting zelfstandigheid bewegen.
Het is ook een van de grootste renovatieprojecten van de hersenen. Afgezien van de peuterjaren ondergaan de hersenen volgens Prinstein tijdens de adolescentie de snelste en meest ingrijpende veranderingen. Ongeveer twee jaar voordat de zichtbare tekenen van de puberteit beginnen, worden bepaalde hersengebieden “gevuld met dopamine- en oxytocinereceptoren”.
“Daardoor raken we sterk geïnteresseerd in leeftijdsgenoten en in de aandacht die we van hen krijgen”, aldus Prinstein, die ook mededirecteur is van het Winston Center on Technology and Brain Development en auteur van het boek Popular: The Power of Likability in a Status-Obsessed World.
Deze sterke belangstelling voor anderen is wat de ongemakkelijke fase aanwakkert.
Bijna van de ene op de andere dag voelt de sociale wereld als een toneel waarop iedereen toekijkt. Prinstein noemt dit het “ingebeelde publiek”: het gevoel dat iedereen naar je kijkt en over je oordeelt. Tieners worden zich sterk bewust van wie populair is, wat mensen dragen, wie tijdens de lunch bij wie zit, hoe iedereen om hen heen lijkt mee te komen — en vooral van de manier waarop anderen hen zien.
Juist deze verhoogde gevoeligheid maakt de puberteit zo ongemakkelijk — en dat heeft een doel.
Tijdens deze ongemakkelijke fase beginnen tieners verschillende interesses, vriendschappen, stijlen, waarden en manieren van doen uit te proberen.
Voor ouders kunnen deze veranderingen willekeurig lijken. Voor de tiener die dit allemaal doormaakt, maken ze deel uit van de zoektocht naar een eigen identiteit. Deze experimenten kunnen niet plaatsvinden zonder een publiek.
“Leeftijdsgenoten zijn ontzettend belangrijk voor adolescenten bij het ontwikkelen van hun eigen identiteit”, vertelde Sophia Choukas-Bradley, universitair hoofddocent psychologie aan de University of Pittsburgh, aan The Epoch Times.
Dat publiek is een belangrijk onderdeel van wat deze experimenten laat werken.
Hoe schaamte sociale zekerheid opbouwt
Niet ieder experiment pakt goed uit. Iemand zegt iets wat verkeerd valt. Een vriend wordt boos. Een tiener wordt buitengesloten van een groepschat. Op die leeftijd kunnen zulke momenten enorm aanvoelen. Toch biedt ieder van deze ervaringen een kans om te begrijpen wat er is gebeurd en wat je de volgende keer anders kunt doen.
“Tijdens de adolescentie is een belangrijke ontwikkelingstaak om te leren je kwetsbaar op te stellen in relaties met leeftijdsgenoten, met conflicten om te gaan en schaamte te verdragen”, aldus Choukas-Bradley.
Deze ervaringen geven jongeren steeds opnieuw de kans om te oefenen met emotieregulatie, empathie en sociale vaardigheden.
Het vraagt oefening. Een jongere die in de verkeerde kleding verschijnt, moet de schaamte doorstaan en bedenken wat hij of zij vervolgens kan doen. Iets ongemakkelijks zeggen betekent bepalen of je erom kunt lachen of je excuses moet aanbieden. Afgewezen worden betekent de teleurstelling verwerken zonder dat die je zelfbeeld gaat bepalen.
Dit zijn kleine oefenmomenten voor het volwassen leven: leren omgaan met ongemak, een relatie herstellen, een afwijzing verwerken en actief deel blijven uitmaken van de sociale wereld.
Relaties met leeftijdsgenoten geven de nodige feedback: grotere sociale groepen bepalen de normen en laten tieners weten wanneer ze een grens hebben overschreden. Hechte vriendschappen doen iets subtielers. Ze bieden steun, maar geven ook eerlijk tegengas en een ander perspectief wanneer er iets misgaat.
Door deze relaties leren tieners steeds beter omgaan met een sociaal leven dat voortdurend complexer wordt. Die vaardigheden nemen ze mee naar de volwassen relaties waarin later een beroep op hen zal worden gedaan.
Wat gebeurt er wanneer het experiment zich online afspeelt?
Sociale media hebben de ongemakkelijke fase niet laten verdwijnen. Als er iets is veranderd, dan zijn de gevolgen eerder groter geworden. Tieners experimenteren nog steeds, maken fouten en vragen zich af wat anderen van hen vinden. De omstandigheden waarin dit gebeurt, zijn echter veranderd. Hun publiek beperkt zich niet langer tot een gang op school, de kantine of het klaslokaal. Op sociale media zijn reacties direct en voor iedereen zichtbaar.
Een twaalfjarige hoeft tegenwoordig niet meer zelf een make-uproutine, een eigen stijl of zelfs maar een gevoel voor humor te ontdekken. Elke dag krijgen ze miljoenen zorgvuldig gepolijste voorbeelden voorgeschoteld, aangedragen door algoritmes die zelfvertrouwen, consistentie en visuele perfectie belonen. Nog voordat tieners de kans krijgen om zich af te vragen: Wie ben ik?, krijgen ze al antwoorden op een andere vraag: Hoe hoor ik eruit te zien?
Tieners kunnen “het perfecte beeld van zichzelf samenstellen, zowel van hun uiterlijk als van hun leven in het algemeen”, aldus Choukas-Bradley. Ze kunnen plannen, poseren en bewerken wat ze aan anderen laten zien, en zichzelf vergelijken met zorgvuldig gepolijste versies van hun leeftijdsgenoten.
“Wanneer adolescenten voortdurend bezig zijn met hoe ze overkomen op een online publiek, is de kans groter dat ze onzekerheden over hun lichaam en andere ontwikkelingsproblemen ervaren”, zei Choukas-Bradley. Volgens haar is die druk vooral groot bij meisjes, die leren dat er aantrekkelijk en moeiteloos perfect uitzien essentieel is, al geldt dit steeds vaker ook voor jongens.
Hoe meer tieners zich volgens haar richten op “het tonen van perfectie aan een online publiek”, hoe minder ze mogelijk “oefenen met het rommelige, ongepolijste leven in de echte wereld”. Volgens haar draagt die dynamiek bij aan sociale problemen op latere leeftijd.
Wat tieners nog moeten leren
Sociale media kunnen de illusie wekken dat een tiener de ongemakkelijke fase heeft overgeslagen. Jongeren krijgen meer voorbeelden, meer kant-en-klare manieren om zichzelf te presenteren en meer controle over het beeld dat ze van zichzelf naar buiten brengen.
Maar een zorgvuldig gepolijst imago maakt de adolescentie niet minder ongemakkelijk. En weten hoe je jezelf moet presenteren is nog iets anders dan weten hoe je met andere mensen moet omgaan.
Prinstein maakt zich zorgen dat een leven waarin relaties vooral via profielen, berichten en cijfers verlopen, het gemakkelijker kan maken om mensen oppervlakkiger te bekijken: als iemand die zo goed is als zijn of haar laatste bericht, iemand die óf voor ons óf tegen ons is, in plaats van als complexe mensen met tegenstrijdige gevoelens en verhalen die nog niet af zijn.
“Kinderen hebben relaties met cijfers in plaats van met mensen”, zei Prinstein. “Je weet hoeveel volgers iemand heeft, hoeveel likes iemand krijgt, maar niet wie de mensen achter die likes zijn.”
Cijfers kunnen bijhouden hoeveel aandacht iemand krijgt. Maar ze kunnen de complexiteit van het contact met een ander mens niet vervangen. Een like kan je vertellen dat iemand een bericht goedkeurt, maar niet waarom. Een zorgvuldig gekozen foto laat zien wat iemand anderen wil laten zien, maar vertelt weinig over wat zich buiten het beeld afspeelt.
In een persoonlijk gesprek is die informatie moeilijker in cijfers uit te drukken — en veel moeilijker te vervalsen. Er is de aarzeling voor een antwoord, een verandering in toon, een gezichtsuitdrukking die niet helemaal overeenkomt met de woorden. Een vriend kan zeggen dat alles goed gaat, terwijl hij dat allesbehalve uitstraalt.
Leren om zulke tegenstrijdigheden op te merken is onderdeel van sociaal invoelingsvermogen: je proberen voor te stellen wat iemand anders voelt, beseffen dat twee dingen tegelijk waar kunnen zijn en daar je reactie op aanpassen. Een vriend kan enthousiast én gespannen zijn, liefdevol én geïrriteerd, tevreden met het ene aspect van een situatie en ongelukkig met een ander. Leren om die tegenstrijdigheden tegelijk te kunnen bevatten — een ander niet te zien als een profiel of een bericht, maar als een heel, complex mens — maakt deel uit van het volwassen worden.
Deze vaardigheden helpen kinderen de stap van de adolescentie naar de volwassenheid te maken. Volgens Prinstein bepalen ze mede hoe mensen omgaan met hun werk, langdurige relaties en uiteindelijk het ouderschap.
Geef tieners de ruimte om te oefenen
Prinstein pleit voor een meer gebalanceerd “sociaal dieet”: een waarin online contact een plek heeft, maar niet ten koste gaat van persoonlijk contact en gesprekken van mens tot mens, juist de momenten waarop veel van de moeilijkste sociale vaardigheden worden aangeleerd.
Ouders kunnen hun kinderen niet dezelfde adolescentie geven die zij zelf hebben meegemaakt. Ze kunnen er wel voor zorgen dat er ruimte is voor ervaringen die moeilijker via een scherm kunnen plaatsvinden: tijd doorbrengen met vrienden, gesprekken die zich in het moment ontvouwen en de vrijheid om een fout te maken zonder die meteen te kunnen aanpassen, verwijderen of ontvluchten.
Ouders kunnen ook de neiging weerstaan om elk ongemakkelijk moment meteen weg te nemen. Wanneer een tiener beschaamd of overstuur thuiskomt vanwege iets wat met vrienden is gebeurd, is het niet altijd het beste om het probleem meteen op te lossen. Soms is het beter om te luisteren en de tiener te helpen nadenken over wat er is gebeurd en wat hij of zij vervolgens zou willen doen.
Het doel is niet om tieners voor ongemakkelijke situaties te behoeden. Het gaat erom dat ze voldoende ruimte krijgen om ermee om te leren gaan.
“Onze ongemakkelijke fase is een belangrijke periode om te leren”, zei Prinstein. “We leren door fouten te maken. We leren doordat we soms veel te veel met onszelf bezig zijn. We leren door mee te voelen met anderen die zich net zo ongemakkelijk voelen.”
Origineel gepubliceerd door The Epoch Times (21 september 2026): Why Adolescents Need to Experience the Awkward Phase





