Commentaar
Sinds augustus 2024 heeft The New York Times negen artikels gepubliceerd waarin Shen Yun Performing Arts wordt aangevallen en waarmee de spirituele praktijk van Falun Gong in diskrediet wordt gebracht. De artikelen verdraaien schaamteloos de belangrijkste feiten, in het bijzonder door het negeren van de misdaden van de Chinese Communistische Partij (CCP) tegen Falun Gong-beoefenaars en het Chinese volk. Feng Chongyi, een Australische geleerde die de kwestie op de voet volgt, zegt dat de vooringenomenheid van de krant een weerspiegeling is van haar pro-CCP-houding en haar historische vooroordelen.
Godsdienstvrijheid ondermijnen
Feng Chongyi, universitair hoofddocent China-studies aan de University of Technology in Sydney, vertelde aan de Chinese editie van The Epoch Times dat vrijheid van meningsuiting en persvrijheid weliswaar centraal staan in democratische samenlevingen, maar dat ze moeten worden afgewogen tegen respect voor religieuze en spirituele vrijheid.
Als reactie op de artikels in The New York Times zei hij dat het respecteren van de religieuze overtuigingen van anderen een fundamenteel principe is dat de democratische waarden versterkt.
De New York Times heeft zijn uitgebreide beschuldigingen gebaseerd op de beweringen van een kleine groep ontevreden individuen, zonder bewijs te leveren of hun onmiskenbare belangenconflicten bekend te maken. De krant laat uitschijnen dat Shen Yun Performing Arts een organisatie is die misbruik pleegt, dat haar succes te wijten is aan uitbuiting, en dat Falun Gong-beoefenaars misleid zijn. Deze valse beweringen werden behandeld in een serie artikels gepubliceerd door The Epoch Times en eveneens in een artikel getiteld “12 dingen om te weten over het ‘onderzoek’ van The New York Times naar Shen Yun en Falun Gong” door het Falun Dafa Information Center.
Feng zei dat The New York Times fundamentele journalistieke principes negeert en gebruik maakt van verregaande generalisaties in haar artikels.
“The New York Times overschrijdt een grens met haar aanval op Falun Gong-beoefenaars. Het ondergraaft de principes van religieuze vrijheid en geloof. Dit is zowel onaanvaardbaar als een schending van de beroepsethiek,” zei hij.

De impact van Falun Gong
Falun Gong werd in 1992 geïntroduceerd en kreeg al snel navolging in heel China. Beoefenaars streefden ernaar hun morele karakter en gezondheid te verbeteren door zich te vereenzelvigen met de principes van waarachtigheid, mededogen en verdraagzaamheid. Miljoenen mensen in China en over de hele wereld zijn sindsdien begonnen met het beoefenen van Falun Gong en het is een wettelijk erkende spirituele organisatie in de Verenigde Staten en andere landen. The New York Times heeft echter verzuimd om de voordelen te vermelden die beoefenaars halen uit hun beoefening.
Feng wees op de groei van Falun Gong en de invloed ervan op de samenleving.
“De betekenis van Falun Gong is diepgaand. Het is uitgegroeid tot een globale beweging die zich over de hele wereld verspreidt. Vanuit het perspectief van religieuze sociologie kunnen geloofssystemen op twee niveaus begrepen worden: theologisch en moreel. Het christendom gaat bijvoorbeeld in op de oorsprong van het leven en het universum, terwijl het boeddhisme concepten als reïncarnatie uitlegt – beide behoren tot theologische geloofssystemen.
“Op moreel niveau heeft het boeddhisme regels en voorschriften en het christendom de Tien Geboden, die beide deel uitmaken van de religieuze ethiek,” zei hij. “In dit opzicht zie ik de kernprincipes van Falun Gong – waarachtigheid, mededogen, verdraagzaamheid – vooral als een moreel kader.
“Een enquête op straat zou overweldigende steun laten zien, omdat Falun Gong-beoefenaars alom erkend worden om hun vriendelijkheid en toewijding om goed te doen,” zei hij. “ Ten opzichte van China’s corrupte, autoritaire regime bieden de principes van waarachtigheid, mededogen en verdraagzaamheid een essentiële morele leidraad en bevorderen ze persoonlijke morele groei.”

Waarom koestert de CCP, gezien de positieve invloed van Falun Gong op de samenleving, zoveel angst voor deze praktijk en waarom staat ze er zo vijandig tegenover? Het communistische regime vervolgt Falun Gong al sinds 1999 en doet dat ook buiten de grenzen van China.
Feng schrijft dit toe aan de aard van communistisch totalitarisme. Sinds het aan de macht is en gedurende het hele bewind heeft de CCP de controle behouden door politieke rivalen uit te schakelen en ideologische dissidenten te onderdrukken.
“Het totalitaire regime van de CCP streeft naar absolute controle over alle aspecten van de macht – politiek, economisch en ideologisch”, zegt hij. “Haar heerschappij is gebaseerd op het elimineren van oppositie, zowel politiek als ideologisch, en het onderdrukken van alle overtuigingen die buiten haar kader vallen. Daarom richt de CCP zich op Falun Gong. De aard van het totalitarisme dwingt haar om elk onafhankelijk ideologisch, moreel of organisatorisch systeem uit te roeien.
Feng merkte op dat Falun Gong vanuit zowel politiek als sociologisch perspectief de grootste en meest formidabele oppositie tegen de CCP is geworden. Bijgevolg is het regime, gedreven door zijn intrinsieke aard, vastbesloten om Falun Gong kost wat kost uit te roeien, ongeacht de focus van de groep op moreel gedrag en spirituele beoefening.

Historische vooringenomenheid van The New York Times
Na de aanval van The New York Times op Shen Yun, is haar geschiedenis van pro-communistische en pro-CCP-verslagen opnieuw onder de loep genomen.
In de jaren 1930, tijdens de Sovjet Holodomor in Oekraïne, beweerde Walter Duranty, journalist bij The New York Times, dat de verslagen over de hongersnood sterk overdreven waren. Duranty verdedigde ook het beleid van Stalin.
In januari 2001, toen de CCP een zelfverbranding in scène zette op het Plein van de Hemelse Vrede in Peking en volhield dat de betrokkenen Falun Gong-beoefenaars waren, nam The New York Times het verhaal van de CCP kritiekloos als feit over. The Washington Post daarentegen stuurde er reporters op af om de beweringen te onderzoeken. Het incident werd ontmaskerd als een door de CCP gechoreografeerde schijnvertoning om mensen in China op te zetten tegen Falun Gong.
In 2017 publiceerde The New York Times ook artikels met titels als “Socialism’s Future May Be Its Past” en “How the Communist Party Guided China to Success”. Het eerste artikel suggereerde dat “we de versie [van het communisme] van Lenin en de bolsjewieken als gestoorde demonen kunnen verwerpen”, terwijl de titel van het tweede artikel nauw aansloot bij die van een artikel gepubliceerd door het staatsorgaan van het communistische regime, “Why the Communist Party Is Able to Succeed”.
Feng, een expert op het gebied van communistische regimes, vertelde The Epoch Times dat de vooringenomenheid van de westerse media teruggaat tot het Sovjettijdperk, toen veel journalisten de wreedheid van Stalin negeerden en zijn acties zelfs verdedigden. Ook linkse journalisten als Edgar Snow, auteur van “Red Star Over China”, en Agnes Smedley, die een biografie schreef van de Chinese communistische generaal Zhu De, schilderden de CCP af als een morele kracht die opkwam voor de belangen van het volk, terwijl ze artikels uitbrachten vanuit Yan’an tijdens de Chinese Burgeroorlog. Dit was ironisch, aangezien deze journalisten een regime steunden dat rechtstreeks in tegenspraak was met de democratische en humanitaire waarden die ze beweerden hoog te houden.
Feng stelde dat pro-communistische media, die de ideologische basis van het marxisme-leninisme delen met de Communistische Partij, een diep gevoel van solidariteit hebben met dergelijke moorddadige regimes. Deze gedeelde ideologie leidt ertoe dat ze misdadige groeperingen die de menselijke basismoraliteit met de voeten treden, vergoelijken en de hele communistische revolutie neerzetten als een beweging voor democratie en vrijheid, wat echt alarmerend is, zei hij.
“Deze geschiedenis strekt zich uit van de Tweede Wereldoorlog tot heden, met schadelijke gevolgen die vandaag de dag nog steeds voelbaar zijn,” zei Feng. “Het heeft de hele vrije wereld misleid en direct vorm gegeven aan de Amerikaanse diplomatie, militaire strategie en regeringsbeleid. Dit heeft er uiteindelijk toe geleid dat Chiang Kai-shek’s Nationalistische Partij in de steek werd gelaten ten gunste van de CCP of dat er een beleid van verzoening werd aangenomen ten opzichte van de CCP.”
Feng merkte op dat de kwaadaardige aard van de Chinese Communistische Partij aan het licht kwam na de ineenstorting van de Sovjet-Unie en de Oost-Europese communistische regimes. Toch houden mediakanalen zoals The New York Times, en sommige van haar linkse journalisten in het bijzonder, nog steeds vast aan hun ideologische vooroordelen, sympathiseren ze met de CCP en steunen haar autoritaire regime. Deze vooringenomenheid leidt ertoe dat ze de leugens van de partij blindelings accepteren, zei hij.
“Soms, als je bepaalde opinies leest in The New York Times, klinken ze bijna als opiniestukken uit de People’s Daily,” zei Feng.
“Het is heel verontrustend, maar niet geheel verrassend – het heeft een historische context. … Ze hebben het verhaal overgenomen dat de CCP hen heeft voorgeschoteld, en de demonisering van Falun Gong is daar een goed voorbeeld van. Als je een verkeerd perspectief hebt, wordt je begrip vervormd en volgen je daden op vreemde manieren.”
Feng erkende dat niet iedereen bij The New York Times pro-CCP is, maar de vooringenomenheid van de krant leidt er vaak toe dat ze vertrouwt op bronnen van de CCP wanneer ze over Falun Gong en China schrijft, terwijl ze onafhankelijke bronnen en de waarheden die ze naar buiten brengen over het hoofd ziet. Dit, zei hij, is zeer betreurenswaardig.
“The New York Times, een gerespecteerde internationale krant, is helaas een spreekbuis voor het communistische regime,” zei hij.
Blinde steun bevordert agenda CCP
The New York Times heeft ook stukken gepubliceerd waarin The Epoch Times wordt aangevallen, wat snel werd opgepikt door de propagandawebsites van de CCP.
Feng merkte op dat mediakanalen zoals The Epoch Times en NTD, die zijn opgericht door Falun Gong-beoefenaars in de Verenigde Staten, al meer dan twee decennia bezig zijn met het onthullen van de tirannie van de CCP, inclusief de door de staat gesteunde orgaanoogst. Hun werk heeft bijgedragen aan de wereldwijde bewustwording, ook in China, zei hij. Hoewel The New York Times kan wijzen op fouten in bepaalde verslagen, is het oneerlijk om de hele organisatie af te wijzen en haar inspanningen en bijdragen te demoniseren zodat de misdaden van de CCP worden gebagatelliseerd.
“Ze besmeuren de media en groepen die tegen de CCP zijn,” zei Feng. “Het is niet alleen onethisch, maar in het ergste geval is het criminele samenspanning met het regime, waarbij onschuldige demonstranten en onafhankelijke media worden aangevallen. Dit is onvergeeflijk.”
Journalisten die de agenda van de CCP helpen doordrukken, denken dat ze het bij het rechte eind hebben, maar in de ogen van het communistische regime zijn ze wat bekend staat als “nuttige idioten”, zei Feng, eraan toevoegend dat ze in werkelijkheid het regime helpen en als handlangers optreden.
De term “nuttige idioten” zou bedacht zijn door Lenin en verwijst naar niet-communisten die gemakkelijk beïnvloed en gemanipuleerd worden door communistische propaganda.
Grensoverschrijdende onderdrukking door CCP is gedoemd te mislukken
Onlangs hebben bronnen binnen de CCP de heimelijke plannen van het regime bekendgemaakt en onthuld dat de internationale campagne tegen Falun Gong deel uitmaakt van een bredere strategie die gericht is tegen de Verenigde Staten. De CCP gebruikt personen die vaak ‘internet trollen’ of ‘betaalde propagandisten’ worden genoemd om geruchten en verkeerde informatie te verspreiden over Falun Gong.
Feng zei dat hij gelooft dat de grensoverschrijdende onderdrukkingspogingen van de CCP om Falun Gong uit te roeien gedoemd zijn te mislukken.
“De aard van het totalitarisme dicteert zijn overlevingsregels, die het elimineren van tegenstanders, andersdenkenden en critici inhouden, zowel in eigen land als in het buitenland,” zei hij. “Maar als je de krachten vergelijkt die in het spel zijn, dan zijn degenen die vechten voor waarheid, mensenrechten en democratie veel sterker dan de macht van de CCP. Daar ligt ons vertrouwen.”
Feng gelooft dat naarmate media als The Epoch Times de tirannie van de CCP blijven blootleggen, meer mensen zich bewust worden van de ware aard ervan. Velen zijn zich er echter nog niet van bewust en de media moeten volhouden om nog meer mensen te bereiken en wakker te schudden, zei hij.
“De CCP bevindt zich in haar laatste fase en staat voor een onvermijdelijke ineenstorting. Steeds meer mensen worden zich bewust van haar ware aard. In democratische samenlevingen zijn velen vastbesloten om de tweede Koude Oorlog te winnen, net zoals we dat in de eerste hebben gedaan door de Sovjet-Unie te verslaan. Nu ligt de focus op het ontmantelen van het onderdrukkende regime van de CCP. De bredere trend wijst op zijn uiteindelijke ondergang. We hebben vertrouwen in de toekomst en blijven optimistisch terwijl we ons belangrijke werk voortzetten,” zei hij.
De meningen in dit artikel zijn de meningen van de auteur en komen niet noodzakelijk overeen met die van The Epoch Times.
Gepubliceerd door The Epoch Times (24 januari 2025): Unpacking the Historical Roots of Bias at The New York Times


