Iedere lezer die “The Xinjiang Procedure” van Ethan Gutmann ter hand neemt, moet worden gewaarschuwd: dit boek schetst een horrorscenario dat intenser en aangrijpender is dan welk angstaanjagend werk van Stephen King ook. Tegelijkertijd biedt het de meest briljant onderzochte en indringend beschreven studie van een communistisch regime in oorlog met zijn eigen bevolking sinds Aleksandr Solzjenitsyns “De Goelag Archipel”.
In tegenstelling tot Kings romans vertelt “The Xinjiang Procedure” een waargebeurd horrorverhaal over gevangengenomen en tot slaaf gemaakte mensen waarvan hun lichaam wordt ontheiligd voor een lucratieve economie van orgaanroof. In de geest van Solzjenitsyns monumentale werk legt Gutmann de verdorven cultuur van de Chinese Communistische Partij (CCP) bloot — met haar systematische marteling en moord op Falun Gong-beoefenaars, Oeigoerse moslims in de regio Xinjiang, Tibetanen, etnische Kazachen en christenen die samenkomen in niet-erkende “huiskerken”.
De praktijken die in dit boek worden beschreven tonen een ontspoorde en moreel verrotte werkelijkheid — ongeëvenaard in de wereld van vandaag. Gutmann richtte zich voor het eerst op deze grove mensenrechtenschending in zijn boek “The Slaughter” uit 2014.

In zijn nieuwste boek spreekt Gutmann met vluchtelingen uit Xinjiang, die verslag doen van het lijden van hun volk onder het regime in hun thuisland.
Geldmachine
Het boek beschrijft hoe de Chinese economie van orgaanroof bij levende donoren begin jaren negentig van start ging. De “donoren” zijn gevangenen uit bevolkingsgroepen die door de CCP als een bedreiging worden gezien. Ontvangers betalen tot 600.000 euro voor een transplantatie.
Het Chinese regime runt bovendien een lucratieve buitenlandse orgaantoerisme-industrie. Chinese ziekenhuizen — voornamelijk instellingen met banden met het leger — prijzen hun diensten aan op Engels- en Arabischtalige websites en voeren jaarlijks minstens 60.000 transplantaties uit.
De tragedie van “The Xinjiang Procedure” is het besef dat deze gruwelijke praktijken geen geheim zijn — en het is al tientallen jaren geen geheim meer. Gutmann erkent dat Falun Gong-beoefenaars de acties van de CCP al jaren documenteren. Hij wijst ook op de rol van de Israëlische arts Jacob Lavee, die duidelijk maakte hoe een systeem van doden-op-bestelling Chinese ziekenhuizen in staat stelt spoedtransplantaties te plannen met een wachttijd van slechts vier uur.

Getuigen van de waanzin
Om voor “The Xinjiang Procedure” actuele informatie te verzamelen, zocht Gutmann rechtstreeks contact met mensen die deze gruweldaden met eigen ogen hadden gezien. Maar omdat de CCP directe toegang tot Xinjiang blokkeert, moest hij uitwijken naar een andere bron. Hij vond gevluchte inwoners van Xinjiang onder etnische Kazachen die erin waren geslaagd vanuit China naar buurland Kazachstan te ontsnappen.
Gutmann beschrijft uitvoerig zijn reis naar Kazachstan en zijn pogingen om gesprekspartners voor dit boek te vinden. Dat deel leest als een avonturenverhaal over een autorit — vol bizarre ontmoetingen en verwarring bij het navigeren door het Kazachse landschap en de cultuur. Als het boek een zwakke plek heeft, dan is het deze passage. Die sleept zich te lang voort en leidt af van zijn onderzoek.
Vervolgens legt Gutmann de getuigenissen van Xinjiang-vluchtelingen vast. Zij vertellen in aangrijpende details over de vernederingen en mishandelingen binnen het Chinese gevangenissysteem — en over de rol van medisch personeel dat werd ingezet voor de orgaanroof.
Volgens de vluchtelingen was het leven in Xinjiang verworden tot een totalitaire hel. De in China geboren Kazachse vluchteling Tursynbek Qabi zegt: “Om de 700 meter staat een politiebureau met vijf auto’s. Xinjiang is een perfecte politiestaat geworden.” Andere geïnterviewden spreken over het geweld dat hun werd aangedaan — variërend van verkrachting, van zowel vrouwen als mannen in de gevangenis, tot de achteloze manier waarop de lichamen van slachtoffers van orgaanroof werden afgevoerd.
Gutmann interviewt ook Oeigoerse vluchtelingen uit Xinjiang in Tadzjikistan en Turkije, en hun pijnlijke ervaringen geven het onderzoek nog meer diepgang.

De gruweldaden gaan door
Gutmann sluit dit buitengewone werk af met de woorden: “Er kan geen Hollywood-einde zijn bij zo’n somber onderzoek. Maar het is het voorrecht van mijn leven geweest om met zulke moedige mensen te werken.”
De feiten en getuigenissen die Gutmann verzamelt, zijn hartverscheurend en ontstellend. Na het lezen van dit boek is het onmogelijk nog te denken dat de CCP een plaats verdient tussen de beschaafde regeringen van de wereld.
“The Xinjiang Procedure” zou verplichte kost moeten zijn voor iedereen met een geweten en een hart voor mensenrechten.
‘The Xinjiang Procedure’
Door Ethan Gutmann
Armin Lear Press — 2 maart 2026
Paperback, 446 pagina’s
Gepubliceerd door The Epoch Times (25 februari 2026): ‘The Xinjiang Procedure’: Inside China’s Organ Harvesting Nightmare
