20 augustus 2026
Illustratie door The Epoch Times, Getty Images

Nu de CCP-cybersabotage escaleert, verscherpt de VS zijn aanpak

Amerikaanse cyberfunctionarissen geven aan dat cybertegenstanders niet langer ‘hun gang kunnen gaan’ in de Verenigde Staten.

Ooit vooral beschouwd als een economische dief in cyberspace, wordt de Chinese Communistische Partij (CCP) nu door het Amerikaanse leger gezien als de grootste cyberdreiging en “pacing adversary” (initiatiefrijke/tempo-controlerende actor)—in staat tot niet alleen spionage, maar ook mogelijke sabotage van vitale systemen.

Meer dan een dozijn jaarlijkse cybersecurityrapporten en trendanalyses voor 2025 slaan alarm over de steeds geavanceerdere cybercapaciteiten van het regime. Eén rapport bestempelde 2024 zelfs als het “kantelpunt” in de Chinese cyberspionage.

De recente grootschalige hacks in kritieke Amerikaanse infrastructuur en telecommunicatienetwerken, die maanden of zelfs jaren onopgemerkt bleven, stonden in schril contrast met de onsubtiele brute­ force-aanvallen van eerdere jaren en brachten het onderwerp opnieuw in de schijnwerpers.

De koerswijziging van het regime kwam niet plotseling, maar was het logische resultaat van zo’n dertig jaar intensieve investeringen in de cybersector.

Ook in de Verenigde Staten is het inzicht in het regime veranderd, en is men nu vastbesloten om terug te slaan.

CCP bouwt cybersector op

In 1996 werkte Kevin Mandia als speciaal agent bij het Air Force Office of Special Investigations toen hij voor het eerst een door de Chinese staat gesteunde cybercampagne zag binnendringen in “27 van de 37 militaire bases” zonder enige belemmering.

Het is een verhaal dat de cybersecurity­topman vaak in het openbaar heeft verteld, onder meer tijdens de RSA-conferentie in april.

Mandia zag hoe het Korps Mariniers, het leger, de luchtmacht en het ministerie van Energie al op de eerste dag van de door de CCP gesteunde operatie werden gehackt. De aanvallers kregen toegang via een universiteit aan de westkust, met legitieme inloggegevens van verschillende voormalige Chinese internationale studenten wier accounts nooit waren afgesloten.

Volgens Mandia liet het incident de systematische aard van een door de staat gesteunde campagne zien, waarbij een duidelijke taakverdeling zichtbaar was: één persoon of team hield zich bezig met het testen van inloggegevens, een ander met het buitmaken van data.

Het Volksbevrijdingsleger van de CCP beschikt al sinds de jaren negentig over cyber­eenheden. In de Verenigde Staten werd pas in 2009 het U.S. Cyber Command, of Cybercom, opgericht om cyberoperaties te bundelen.

De CCP beschouwt cyberspace al lange tijd als een oorlogsgebied, vergelijkbaar met land, lucht en zee. Toch was de vroege door China gesteunde cyberactiviteit tegen de Verenigde Staten vooral te begrijpen als economische spionage, bedoeld om Chinese bedrijven te versterken met gestolen bedrijfsgeheimen.

Medewerkers en bezoekers lopen langs de lobby van het Huawei-kantoor in Wuhan, in de provincie Hubei, China, op 8 oktober 2012. Begin jaren 2000 hadden wetgevers, ambtenaren en deskundigen over de hele wereld hun bezorgdheid geuit over de nationale veiligheid van Chinese telecommunicatiediensten, waaronder Huawei. STR/AFP/GettyImages

Toch duurde het tot 2013 voordat een baanbrekend rapport van cybersecuritybedrijf Mandiant een Chinese hackergroep ontmaskerde als Unit 61398 van het Volksbevrijdingsleger, waardoor het Amerikaanse bedrijfsleven de dreiging van een buitenlandse staat pas echt serieus begon te nemen. Het rapport, dat de exacte gebouwen identificeerde waar de hackers werkten en zelfs enkele leden van de eenheid benoemde, beschreef hoe de groep sinds 2006 gegevens had gestolen van 141 bedrijven in twintig sectoren.

“We deden het oprecht om het bewustzijn te vergroten: ‘China hackt letterlijk iedereen en niemand weet het,’” zei Mandia, voormalig CEO van Mandiant, tijdens de RSA-conferentie.

CCP-leider Xi Jinping, wiens regeerperiode wordt gekenmerkt door openlijke en felle concurrentie met de Verenigde Staten, maakte enkele jaren nadat hij in 2015 aan de macht kwam duidelijk dat hij wilde dat het regime een wereldmacht in cyberspace zou worden. Officiële toespraken en documenten benadrukten de noodzaak om cybermacht te verankeren als pijler van economische, nationale en militaire veiligheid.

In datzelfde jaar kondigde Xi ook een hernieuwde focus aan op de CCP-strategie van “militair-civiele fusie”, waarbij de grens tussen technologie voor commercieel en militair gebruik vervaagt—een strategie die onderstreept dat er in communistisch China geen echte particuliere sector bestaat.

In het daaropvolgende decennium heeft de CCP ongeëvenaard geïnvesteerd in cybercapaciteiten.

Een voorbeeld is het landschap van hackwedstrijden in China, dat praktijkervaring, kennisuitwisseling en loopbaanmogelijkheden biedt voor een steeds groter wordende industrie van hackers.

Een analyse van de Atlantic Council over Chinese capture-the-flag-hackwedstrijden—waarbij geen wedstrijden zijn inbegrepen die zich richten op het uitbuiten van kwetsbaarheden—beschrijft het ecosysteem als “ongeëvenaard in omvang en reikwijdte, vergelijkbaar met vier overlappende National Collegiate Athletic Associations (Nationale universiteiten atletiekverenigingen), elk met hun eigen primaire overheidssponsor, alleen al voor cybersecuritystudenten om hun vaardigheden te oefenen.”

Volgens een ander rapport van de Atlantic Council is het regime ook een grote afnemer in de cyberoffensieve industrie, wat ervoor zorgt dat het voortdurend toegang heeft tot een gestage stroom van software­kwetsbaarheden. Het is een omgeving waarin zelfs lokale takken van het regime cyber­eenheden hebben die operaties uitvoeren.

Paul Rosenzweig, cybersecurity­expert en voormalig plaatsvervangend assistent-secretaris voor beleid bij het Department of Homeland Security, zei dat de tijd en het geld die het Chinese regime in cyber heeft gestoken, het op dat gebied op gelijke voet hebben gebracht met de Verenigde Staten. De aanpak van beide landen verschilt bovendien sterk, aldus Rosenzweig, die wijst op wervingsmethoden waarbij een hacker die in China wordt gearresteerd in plaats van een gevangenisstraf een baan bij de overheid kan krijgen.

“De beste 10.000 [cyber­specialisten] in de Verenigde Staten zijn beter dan de beste 10.000 in China,” zei Rosenzweig tegen The Epoch Times. “Maar als de Verenigde Staten er 100.000 hebben, dan heeft China er 1 miljoen.”

Volgens cybersecurity­-onderzoekers is door de staat gesteunde Chinese cyberactiviteit de laatste tijd moeilijker te detecteren. Dat wijst niet alleen op verfijning van technieken, maar ook op een grotere nadruk op operationele veiligheid en infrastructuurbeheer binnen deze georganiseerde campagnes.

Adjunct-minister van Justitie Jeffery Rosen spreekt de media toe over aanklachten en arrestaties in verband met een computerinbraakcampagne die banden heeft met het Chinese regime, op het ministerie van Justitie in Washington op 16 september 2020. Tasos Katopodis-Pool/Getty Images

VS verandert van houding

David Stehlin, CEO van de Telecommunications Industry Association (TIA), leidde in 2002 een door durfkapitaal gesteund bedrijf toen hij voor het eerst met Huawei in aanraking kwam. De Chinese telecomgigant had technologie van zijn bedrijf gestolen.

Jaren later, toen Stehlin CEO was van een beursgenoteerd bedrijf, wist Huawei wereldwijd contracten binnen te halen door zijn biedingen met 40 tot 50 procent te onderbieden, vaak onder de kostprijs, waardoor concurreren onmogelijk werd.

Het is niet zo dat de Amerikaanse publieke of private sector pas recent op de hoogte kwam van de kwaadaardige cyberactiviteiten van de CCP. Het probleem was eerder dat gehackte bedrijven of functionarissen jarenlang nauwelijks mogelijkheden hadden om op te treden. Het versterken van cyberverdediging komt grotendeels neer op de private sector, die ook het grootste deel van de aanvallen te verduren krijgt. De industrie gaat de uitdaging aan, maar kijkt naar de overheid om het voortouw te nemen bij een probleem dat inmiddels het niveau van nationale veiligheid heeft bereikt.

Wetgevers, functionarissen en experts wereldwijd uitten al begin jaren 2000 zorgen over de nationale veiligheid rond Chinese telecomdiensten, waaronder Huawei. Maar volgens Stehlin was het pas tijdens de eerste regering-Trump—toen Huawei- en ZTE-telecomapparatuur officieel werd bestempeld als een bedreiging voor de nationale veiligheid—dat hij een echte kentering zag beginnen.

Destijds gebruikte een derde van de wereld Huawei/ZTE-technologie, een derde vertrouwde technologieën en het resterende derde had nog geen keuze gemaakt, vertelde Stehlin aan The Epoch Times. Volgens hem koos de regering-Trump niet alleen voor vertrouwde technologieën in eigen land, maar zocht ze ook actief contact met landen wereldwijd om “ten eerste uit te leggen wat de risico’s zijn, en ten tweede een pad te laten zien naar een veiliger netwerk.”

“De [eerste regering-Trump] erkende dat we wereldwijd meer vertrouwde technologie nodig hebben in de communicatiestructuur,” zei Stehlin. In de huidige verbonden wereld, waar vrijwel al het internetverkeer via onderzeese kabels loopt, kunnen inbreuken in andere landen immers ook leiden tot kwetsbaarheden in systemen in eigen land.

Defensie-experts en veteranen uit de vitale ­infrastructuursector schrijven het brede besef van de CCP als cybertegenstander grotendeels toe aan president Donald Trump tijdens zijn eerste ambtstermijn. Dat opende eindelijk de weg naar een gecoördineerde aanpak.

In 2018 presenteerde Trump de eerste nationale cybersecuritystrategie sinds 2003, met als doel “Amerika cyberveilig te maken”. Sindsdien is het aanvalsoppervlak van de Verenigde Staten alleen maar gegroeid. Naarmate de wereld steeds meer verbonden raakte, kregen hardnekkige tegenstanders steeds meer mogelijkheden om een onbewaakte toegang te vinden.

Telecommunicatienetwerken zijn bijzonder waardevolle doelwitten, zowel voor cyber­spionage als voor mogelijke cyberaanvallen. Er waren al goed gedocumenteerde gevallen waarin Chinese staatsbedrijven in de telecomsector Amerikaanse of Europese gegevens omleidden naar China. Terwijl de Verenigde Staten honderden miljoenen belastingdollars uittrokken om in de komende tien jaar deze onbetrouwbare technologieën te verwijderen, begon ook de industrie haar aanpak van beveiliging grondig te herzien.

President Donald Trump spreekt na de ondertekening van de Cybersecurity and Infrastructure Security Agency Act in de Oval Office op 16 november 2018. Sinds zijn eerste ambtstermijn benadrukt Trump de noodzaak om de nationale cyberveiligheid te versterken. Saul Loeb/AFP via Getty Images

De TIA, die zichzelf ziet als de vertrouwde brancheorganisatie, begon met het opstellen van meetbare normen om producten en diensten in de telecommunicatiesector te kunnen certificeren. Met de expertise van vrijwilligers uit de meer dan 400 aangesloten bedrijven en met steun van de Verenigde Staten en andere overheden, publiceerde de TIA in 2022 de eerste standaard voor cyber- en toeleveringsketenbeveiliging. In 2023 volgde een update.

“Organisaties zijn begonnen te verschuiven van reactief naar proactief handelen,” zei Stehlin. “Beveiliging moet worden ingebed in de digitale transformatie die al enige tijd aan de gang is, en nog wel even zal doorgaan—te beginnen met een grondig begrip van hoe bedrijven producten maken, welke subsystemen ze gebruiken en welke chips daarin zitten.”

Begrippen als “zero trust-architectuur”, “defense in depth (diepteverdediging)” en “secure by design” weerspiegelen deze veranderde aanpak. De beste praktijken schrijven voor dat beveiliging vanaf het begin wordt geïntegreerd in het ontwikkelproces van een product of dienst, en dat bedrijven zich voorbereiden op het scenario van een inbreuk. De aanpak omvat meerdere beveiligingslagen om een mogelijke aanval in te dammen, evenals voortdurende monitoring en het actief opsporen van dreigingen binnen het systeem.

“Kun je de software helemaal terug herleiden tot de bron?” vroeg Stehlin. “Hoe snel los je een probleem op wanneer het zich voordoet? Hoe weet je zeker dat de chips die je gebruikt geen vervalsingen zijn? Ben je als bedrijf een betrouwbare leverancier?

“We gooien het niet zomaar in de lucht en zeggen: ‘Betrouwbaar of niet betrouwbaar?’ Nee, dit zijn meetbare elementen waarmee we vertrouwen beoordelen.”

Toch laat deze defensieve houding volgens experts zien dat de CCP de Verenigde Staten in het defensief heeft gedwongen, vertelden experts herhaaldelijk aan The Epoch Times. Met genoeg tijd en middelen—waarover de cyber­operatives van de CCP in overvloed beschikken—kan elk systeem worden binnengedrongen. Peking sloeg hard toe terwijl Amerikaanse netwerken net begonnen aan hun strategische omslag in beveiliging.

Reeks van ‘Typhoons’

Tien jaar nadat het Mandiant-rapport duidelijk maakte dat hackcampagnes vanuit China tegen de Verenigde Staten daadwerkelijk door de staat werden gesteund, maakte Microsoft melding van een “sluipende en gerichte kwaadaardige” cybercampagne van de CCP, gericht op vitale Amerikaanse infrastructuur, onder de naam “Volt Typhoon.”

In een rapport van mei 2023 beschreef Microsoft hoe Volt Typhoon sinds medio 2021 actief was en organisaties trof in de communicatie-, productie-, energie-, transport-, bouw-, maritieme, overheids-, IT- en onderwijssector. De campagne legde sterk de nadruk op onopvallend opereren, met technieken die legitieme activiteiten nabootsen om detectie zo lang mogelijk te vermijden.

Microsoft schatte met “matige zekerheid” in dat Volt Typhoon ook werkte aan mogelijkheden om vitale infrastructuur te verstoren in het geval van een conflict. De grotere behoefte aan bescherming, die gepaard ging met een toegenomen bewustzijn, had geleid tot de openbaarmaking. Een jaar later verklaarde FBI-directeur Christopher Wray aan wetgevers dat Volt Typhoon al was gepositioneerd om ontwrichting te veroorzaken.

Een bord met Microsoft AI bij een evenement in Washington op 2 juni 2025. In 2023 onthulde het bedrijf een “heimelijke en gerichte” door de CCP gesteunde cybercampagne tegen kritieke infrastructuur in de VS, die het “Volt Typhoon” werd genoemd. Madalina Vasiliu/The Epoch Times

De brandstoftekorten door een ransomware ­aanval op Colonial Pipeline in 2021 hadden het land al duidelijk gemaakt wat een cyber­geïnitieerde verstoring van vitale infrastructuur kan betekenen.

De sluipende aanpak van Volt Typhoon en het mogelijke doel om vitale infrastructuur te ontwrichten, weken duidelijk af van wat door de CCP gesteunde hackers eerder hadden laten zien—en het was slechts één van meerdere nieuwe campagnes.

Salt Typhoon richtte zich op telecommunicatienetwerken en wist overheidscommunicatie buit te maken. Flax Typhoon waarschuwde de wereld voor het risico van in China vervaardigde consumentenelektronica, toen zo’n 200.000 apparaten, waaronder camera’s en wifi-routers, werden gekaapt om een netwerk—een “botnet”—te vormen voor cyber­spionageoperaties.

De inbraak van Silk Typhoon in Microsoft Exchange-servers was zo wijdverbreid dat de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie voor het eerst gezamenlijk een verklaring uitgaven waarin zij de cyberactiviteiten van het Chinese regime veroordeelden. Het Amerikaanse ministerie van Justitie vroeg de rechter om de FBI toestemming te geven om malware te verwijderen van tienduizenden particuliere servers.

In juli noemde Microsoft nog twee door de CCP gesteunde campagnes die betrokken waren bij het stelen van gegevens van SharePoint-servers.

De “Typhoon”-namen zijn de benamingen die Microsoft gebruikt om campagnes van de CCP te volgen, maar andere beveiligingsonderzoekers hanteren weer andere aanduidingen.

“Salt Typhoon, Volt Typhoon—er is gewoon een leger aan mogelijke routes,” zei Rosenzweig over het verstoringspotentieel van de campagnes. Het is “redelijk duidelijk” dat het Chinese regime mogelijk op zoek is naar iets om als onderpand te houden tegen mogelijke Amerikaanse acties, aldus Rosenzweig.

Jeff Hoffmann, senior cyber medewerker bij het Gold Institute for International Strategy, zei tegen The Epoch Times dat de CCP met deze verschillende nieuwe campagnes “echt in beweging is om te verkennen waar er kwetsbaarheden zijn en om te laten zien dat [ze] aanwezig is”.

“Hoe verschilt dit van kernwapens om te laten zien dat je afschrikking hebt?” vroeg hij.

Kosten opleggen

Steeds meer betrokkenen begonnen zich af te vragen of de Verenigde Staten zouden terugslaan.

“Ik denk niet dat het Amerikaanse volk beseft…in welke mate onze telecomsystemen diep zijn gecompromitteerd,” zei senator Josh Hawley (R-Mo.) tijdens een hoorzitting in het Congres in juni. “Wat gaan we doen om ze daar weg te krijgen en het Amerikaanse volk te beschermen, dat op dit moment weerloos is?”

Tijdens diezelfde hoorzitting zei senator Elissa Slotkin (D-Mich.): “Ik wil offensieve cyberacties uitvoeren, ik wil dat ze pijn voelen—voor de Russen en de Chinezen die deze aanvallen uitvoeren.”

Sancties werken niet langer als afschrikmiddel, en het is volgens Hoffmann van cruciaal belang dat de Verenigde Staten laten zien dat ze een antwoord paraat hebben.

“Als China verdergaat dan het zich vooraf positioneren en doet wat Iran in Israël heeft gedaan—daadwerkelijk invloed uitoefenen op industriële controlesystemen, bijvoorbeeld in een waterzuiveringsinstallatie—en dat bereikt een verstorend niveau, wat is dan ons antwoord?” zei hij. “We moeten dat beleid ontwikkelen.”

(L–R) Brits conservatief parlementslid Tim Loughton, voormalig conservatief leider Iain Duncan Smith en voormalig defensiewoordvoerder van de SNP Stewart McDonald van de Inter-Parliamentary Alliance on China houden een persconferentie in het centrum van Londen op 25 maart 2024. Daniel Leal/AFP via Getty Images

“We moeten president Donald J. Trump bedanken voor zijn leiderschap—onmiddellijk na zijn inauguratie verlengde hij de nationale noodtoestand om buitenlandse tegenstanders in het cyberdomein, waaronder China, te beperken, af te schrikken en te verslaan.”

Hoffmann zei dat hij een waarschijnlijk overleg tussen Trump en Xi ziet als een uitgelezen kans voor deze regering om haar standpunt duidelijk te maken.

De president heeft gezegd dat, hoewel een handelsakkoord met China “niet noodzakelijk” is, hij verwacht een goed akkoord te sluiten en waarschijnlijk vóór het einde van het jaar met Xi zal samenkomen.

De nieuwe cyberfunctionarissen van de regering-Trump hebben zich er ook toe verbonden om tegenstanders duidelijk te maken dat cyberactiviteiten tegen de Verenigde Staten onaanvaardbaar zijn.

Alexei Bulazel, senior directeur voor cyber bij de National Security Council van het Witte Huis, zei in mei tijdens de RSA-conferentie dat afschrikking zoals die tijdens de Koude Oorlog werd gedefinieerd niet werkt in cyberspace, maar dat er wel manieren zijn om de capaciteiten van tegenstanders te verzwakken en kosten te verbinden aan inbraakpogingen.

“Niet reageren is op zichzelf al escalatie,” zei Bulazel. “Als je de tegenstander keer op keer over je heen laat lopen—ze hacken je en je doet niets, en ze hacken je opnieuw—dan stel je daarmee feitelijk een norm vast.

“We moeten een manier vinden om duidelijk te maken dat dit onaanvaardbaar is.”

Brett Leatherman, een ervaren FBI-agent die in juni werd gepromoveerd tot hoofd van de cybercrime-afdeling van het bureau, verklaarde bij zijn benoeming dat zijn opdracht was om kwaadaardige cyberactiviteiten tegen de Verenigde Staten “onhoudbaar” te maken.

De aankomende nationale cyberdirecteur Sean Cairncross zei tijdens zijn hoorzitting in de Senaat dat het dilemma waarmee de Verenigde Staten in cyberspace kampen, moet worden doorbroken.

“Onze vijanden zien geen kosten verbonden aan dit gedrag, waardoor zij ons nu—en al lange tijd—strategische dilemma’s opleggen,” zei hij.

“Het is tijd dat wij die dilemma’s aan hén opleggen. Ik zie ernaar uit om er alles aan te doen om ervoor te zorgen dat onze tegenstanders, onze vijanden en criminelen die in dit domein opereren weten dat dit geen kosteloze onderneming is.”

Gepubliceerd door The Epoch Times (13 augustus 2025): As CCP Cybersabotage Escalates, US Changes Posture