Falun Gong-beoefenaar Wang Liqun werd veroordeeld tot 12 jaar gevangenisstraf vanwege zijn religieuze overtuigingen, in een zaak die de intensive inspanningen van het Chinese regime blootlegt om één persoon op te sporen en te vervolgen omwille van zijn geloof.
Uit rechtbankdocumenten die recent zijn ingekeken door The Epoch Times—waaronder een aanklacht van 700 pagina’s—blijkt hoe de bakker zich gedwongen zag onder te duiken, uiteindelijk werd opgespoord via het AI-gestuurde massasurveillancesysteem van het regime, en in 2023 in het geheim terechtstond.
Falun Gong, ook bekend als Falun Dafa, is een spirituele discipline gebaseerd op de principes waarachtigheid, mededogen en verdraagzaamheid. De praktijk werd in 1992 in China geïntroduceerd en verspreidde zich razendsnel van mond tot mond, waardoor het aantal beoefenaars tegen het einde van het decennium naar schatting tussen de 70 en 100 miljoen lag.
De Chinese Communistische Partij (CCP), die de populariteit van Falun Gong als een bedreiging zag voor de macht van het regime, begon op 20 juli 1999 een brute campagne om de praktijk uit te roeien. Sindsdien zijn talloze beoefenaars slachtoffer geworden van onrechtmatige detentie, marteling, hersenspoeling, dwangarbeid en de dood door gedwongen orgaanoogst bij levende gevangenen.
Wang had in de stad Yima, in de Chinese provincie Gansu, zijn eigen bakkerij. Hij begon in 1994 met het beoefenen van Falun Gong. Toen de vervolging op 20 juli 1999 begon, werden er in één nacht duizenden arrestaties uitgevoerd doorheen China. Zoals veel andere beoefenaars belandde Wang kort na het begin van de campagne in een werkkamp.
Wang zei dat hij sinds hij Falun Gong beoefent, leeft volgens de morele waarden van de praktijk, zoals zorg en respect voor anderen. Zijn advocaat stelde dat Wangs zakelijke omgangsvormen zijn integriteit aantoonden en dat hij vaak anderen hielp. Wang werd gekozen tot voorzitter van een lokale ondernemersvereniging en vicevoorzitter van een koepelorganisatie voor handel en industrie. Zijn bedrijf kreeg bovendien talloze vijfsterrenbeoordelingen.
De rechtbankstukken van de verdediging bevatten ook een getuigenis over zijn karakter. Volgens de verdediging zei zelfs de politieagent die Wang naar een werkkamp stuurde dat het beter zou zijn hem vrij te laten, omdat mensen positief over hem spraken en het onderzoek onvoldoende bewijs opleverde.

Toch werd Wang in 2000 veroordeeld tot drie jaar heropvoeding door arbeid.
In China maakte een wet over heropvoeding door arbeid het mogelijk om verdachten drie tot vijf jaar zonder proces in werkkampen vast te houden. Deze wet werd pas in 2013 afgeschaft.
De lokale politie had Wang ontboden bij het Bureau voor Openbare Veiligheid van het district Qingcheng, waar hij met geweld werd overgebracht en vastgezet in het detentiecentrum van Qingcheng. Na 15 dagen werd hij zonder enige juridische procedure overgebracht naar het Ping’antai No. 1-werkkamp in de stad Lanzhou. Daar werd hij drie jaar lang onderworpen aan geestelijke en lichamelijke marteling, verklaarde zijn advocaat.
In 2015 dook Wang onder.
Volgens rechtbankdocumenten deelde hij datzelfde jaar in zijn stad materiaal uit over Falun Gong, bedoeld om de propaganda van het regime te weerleggen.
In juni 2015 spande hij ook een rechtszaak aan tegen Jiang Zemin, de inmiddels overleden CCP-leider die de vervolging van Falun Gong had bevolen.
Nadat China’s hoogste rechtbank in mei 2015 aankondigde dat elke ingediende zaak behandeld moest worden, dienden ongeveer 200.000 Falun Gong-beoefenaars en hun familieleden aanklachten in tegen Jiang. De rechtbank hield zich echter niet aan deze regel; in plaats daarvan werden veel beoefenaars bedreigd, kregen ze huiszoekingen te verduren of werden ze gearresteerd wegens het indienen van dergelijke klachten, zo blijkt uit openbare verslagen.
In juli 2015 viel het Bureau voor Openbare Veiligheid van het district Qingcheng Wangs bakkerij binnen.
Zeven jaar later wist de CCP Wang, honderden kilometers verderop, te traceren via een surveillancesysteem gebaseerd op kunstmatige intelligentie. Deze operatie werd geleid door de provinciale afdeling Gansu van het 610-bureau, een Gestapo-achtig orgaan dat door Jiang in het leven was geroepen met als enige doel de vervolging van Falun Gong.
Geheim proces
Wang woonde in Xi’an, in de Chinese provincie Shaanxi, toen hij in oktober 2022 opnieuw illegaal werd vastgezet.
Op 27 februari 2023 stond hij in het geheim terecht voor zijn activiteiten in 2015 en werd hij veroordeeld tot 12 jaar gevangenisstraf.
De in Peking gevestigde advocaat Yu Wensheng zei dat het gebruik van het Chinese strafrecht om Falun Gong-beoefenaars te veroordelen een verkeerde toepassing van de wet is, wat heeft geleid tot talloze arrestaties en illegale detenties die neerkomen op grootschalig machtsmisbruik en een gerechtelijke dwaling.
Yu en andere advocaten noemden de zaak en de aanklachten “absurd”. Mensenrechtenadvocaat Li Ming stelde dat zaken tegen Falun Gong-beoefenaars worden gestuurd door het 610-bureau, niet door aanklagers of rechtbanken, en dat de wet daarbij doorgaans volledig wordt genegeerd.
De Chinese grondwet garandeert vrijheid van religie, meningsuiting, vereniging en protest. In de praktijk worden onder het bewind van de CCP dissidenten echter nog steeds gearresteerd vanwege hun geloof of het verspreiden van informatie, waarna ze jarenlang vastzitten in de “zwarte gevangenissen” van het regime.
Aanklagers in Wangs zaak kwamen met twijfelachtig bewijsmateriaal, waaronder een aanklacht van 700 pagina’s waarvan de woorden letterlijk overeenkwam met een aanklacht uit 2016 tegen Falun Gong-beoefenaar Duan Xiaoyan.
Volgens rechtbankdocumenten vonden agenten geen belastend bewijs toen zij Wangs appartement in Xi’an doorzochten. In plaats daarvan verwezen zij naar spullen die in 2015 uit zijn woning in Yima waren meegenomen.
Het betrof onder meer computers, printers, inkt, papier, teksten over Falun Gong en exemplaren van de “Negen Commentaren op de Communistische Partij”. Deze commentaren, in 2004 gepubliceerd, beschrijven de geschiedenis van de CCP. Deze publicatie leidde destijds tot massale uittredingen uit de partij en aanverwante organisaties.
Wangs advocaat voerde aan dat het bezit van Falun Gong-materiaal legaal is; het Chinese regime had het verspreiden en drukken van dit materiaal in 1999 verboden, maar trok dat verbod in 2011 in. Aanklagers gingen nooit in op dit argument.
De aanklagers voerden ook Wangs eerdere detentie in het werkkamp aan als bewijs van wangedrag, wat volgens zijn advocaat absurd was. De wet die heropvoeding door arbeid mogelijk maakte, stond immers detentie zonder proces of veroordeling toe. Bovendien werd deze wet in 2013 afgeschaft, waardoor heropvoeding door arbeid nu juist een schending van de Chinese wet vormt, aldus de verdediging.
In het vonnis werd ook Wangs rechtszaak tegen de voormalige CCP-leider genoemd, maar het indienen van een civiele klacht—zelfs tegen een staatsleider—is in China niet illegaal.
Verder bevatte het vonnis getuigenissen van 15 mensen die verklaarden Falun Gong-materiaal van Wang te hebben ontvangen. Geen van hen sprak echter over enige schade, en bovendien was er geen enkele getuige aanwezig tijdens het proces.
Zhang Hong heeft bijgedragen aan dit verslag.
Gepubliceerd door The Epoch Times (30 september 2025): Beijing Sentences Bakery Owner to 12 Years in Prison for His Faith





