13 oktober 2026
Een gezin geniet aan de oever van de Union River in Ellsworth, Maine, op 6 juni 2026. Nathan Worcester/The Epoch Times

Verder kijken dan de politiek

Commentaar

“Politiek is een afgeleide van cultuur”, luidt de beroemde stelling. Dit is een waarheid die we onszelf voortdurend moeten blijven voorhouden, met name in onze massamedia, waar sociale media, tv en radio ons overspoelen met politieke ontwikkelingen – zowel als vorm van vermaak als om woede aan te wakkeren – waardoor politiek in onze gedachten alomtegenwoordig kan worden.

Natuurlijk kan politiek ook cultuur beïnvloeden, bijvoorbeeld wanneer de federale overheid zich inzet om neo-marxistische DEI-programma’s (diversiteit, gelijkheid en inclusie) af te schaffen, waardoor de opvoeding van toekomstige burgers wordt hervormd, wat op zijn beurt de cultuur zal hervormen.

Maar in het beste geval kan de politiek de rivier afdammen of hier en daar een beetje omleiden; toch blijft de cultuur boven dat alles staan. Zij is de bron, de levensader van de samenleving, en de strijd die zich in de politieke sfeer afspeelt, is doorgaans slechts een latere uiting van een strijd die cultureel gezien al is uitgevochten. De legalisering van abortus of het homohuwelijk zou bijvoorbeeld ondenkbaar zijn geweest als de strijd op cultureel vlak niet al verloren was, als de cultuur niet al radicaal was veranderd door de seksuele revolutie en andere krachten. Dit is wat we bedoelen als we zeggen dat cultuur boven de politiek staat.

Zoals de conservatieve auteur en uitgever Scott P. Richert schreef: “Politiek is [niet] onbelangrijk – verre van dat – maar … we moeten de politiek terugbrengen naar haar eigen domein, en erkennen dat cultuur voorafgaat aan politiek, zowel in de zin dat ze vóór de politiek bestaat als in de zin dat ze belangrijker is dan politiek.”

Waarom? Omdat cultuur draait om de meest elementaire zaken – familie, religie, kunst, muziek, schoonheid, deugden, principes. Cultuur vormt en verwoordt de waarden die een volk definiëren. Politiek is uiteindelijk slechts een uitvloeisel hiervan.

Dit is een van de redenen waarom we voorzichtig moeten zijn om de verhouding niet om te draaien, om niet alles te zien onder de steeds verder uitdijende paraplu van ‘politiek’. Wanneer we culturele problemen ten onrechte toeschrijven aan de politieke sfeer – op zoek naar snelle oplossingen via wetgeving of uitvoerende maatregelen voor diepgewortelde culturele kwalen en malaise – spelen we een gevaarlijk spel. Het is waar dat we de verhoopte culturele verschuiving soms als een direct gevolg van politiek optreden kunnen zien. Maar al te vaak is dat niet het geval. En zelfs als dat wel zo is, is de prijs die we daarvoor betalen een steeds kolossaler wordende staat, een staat die steeds meer de gedaante van Hobbes’ Leviathan aanneemt. Zo’n allesomvattende staat staat inherent haaks op een gezonde, lokale cultuur.

Zoals paus Pius XI waarschuwde in Quadragesimo Anno: “Net zoals het ernstig verkeerd is om van individuen af te nemen wat zij uit eigen initiatief en ijver kunnen verwezenlijken en dit aan de gemeenschap te geven, zo is het ook een onrechtvaardigheid en tegelijkertijd een ernstig kwaad en een verstoring van de juiste orde om aan een grotere en hogere vereniging toe te wijzen wat kleinere en ondergeschikte organisaties kunnen doen.” Dat is de wanorde waarin we vervallen wanneer we de nationale politiek als het allerbelangrijkste beschouwen. Cultureel herstel is niet de taak van de politiek, maar van de culturele instellingen: het gezin, de gemeenschap, de kerk, de school, de studentenvereniging, enzovoort.

Hoe meer culturele ruimte wordt afgestaan aan de nationale politieke autoriteit – hoe meer we naar de centrale overheid kijken om de cultuur te ‘herstellen’ – hoe meer we de staat de bevoegdheid geven om taken uit te voeren waarvoor hij nooit bedoeld was – grotendeels omdat we zelf het moeilijke werk van cultureel herstel hebben opgegeven. Het is moeilijk en het is apolitiek, omdat cultuur iets levends en organisch is dat groeit, zich ontwikkelt en bloeit (of verwelkt) met het komen en gaan van generaties, met herinneringen en plaatsen, met levenswijzen, met vaardigheden die bewaard blijven of verloren gaan, met gemeenschap, met een miljoen onopgemerkte handelingen, keuzes en beslissingen die beginnen op het niveau van het individuele gezin. Echte cultuur verzet zich tegen de systematisering die de politiek tracht op te leggen.

“Conservatieven waarschuwen al jaren voor ‘cultureel marxisme’, terwijl ze de onderliggende strategie van de [marxistische] lange mars door de instellingen fundamenteel verkeerd begrijpen”, stelt de heer Richert. Wat we wellicht verkeerd hebben begrepen, is dat de kern van de voortdurende revolutie niet louter de bevordering van slechte ideeën binnen het politieke domein is, maar, veel fundamenteler, de ondergeschiktheid van alles aan politiek conflict. Een aspect van de revolutie – die sinds de Verlichting in verschillende vormen aan de gang is – is dat zij het menselijke sociale leven afsnijdt van de transcendente waarden die in cultuur en religie vervat zijn, en het menselijke sociale leven degradeert tot een rationalistische, materialistische strijd om de macht.

Het moderne conservatisme heeft vaak nagelaten de werkelijke aard van de strijd te onderkennen, de volledige radicaliteit van de verschuiving die heeft plaatsgevonden, en heeft daarmee de vijand in de kaart gespeeld. De heer Richert merkt op:

“In plaats van ons te verzetten tegen elke poging om de culturele instellingen – het gezin, de kerk, de scholen, de kunst en de literatuur – te politiseren, hebben we op de revolutionaire ondermijning van deze instellingen gereageerd door ze op een andere manier te politiseren. Maar het eindresultaat is hetzelfde: die instellingen zijn grondig gepolitiseerd; de waarheid is vervangen door ideologie; de revolutie is opgerukt. Dus strijden we voor ‘gezinswaarden’ alsof deze abstracte uitdrukking belangrijker is dan het gezin zelf; we marcheren onder de vlaggen van ‘academische vrijheid’ en ‘vrijheid van meningsuiting’, terwijl we juist de waarheid, de schoonheid en het goede zouden moeten bevorderen.”

Een lichaam wordt niet genezen door een plotseling bevel vanuit het hoofd. Het wordt genezen door ontelbare cellen die elk hun eigen taak vervullen in het gehele levende organisme. Zo is het ook met cultuur. De taak die voor ons ligt, is veel breder dan alleen het winnen van politieke strijd (hoewel dat ook belangrijk is). Het gaat erom verbroken banden te herstellen, verwoeste velden weer te bewerken en afgebroken structuren weer op te bouwen, te beginnen met onze eigen lokale omgeving.

Laten we over één ding duidelijk zijn: cultuur kan niet door Brussel worden hersteld, ook al kan Brussel soms een bondgenoot zijn van culturele vooruitgang (en soms een vijand). Cultuur kan alleen door jou en mij worden hersteld.

De standpunten in dit artikel zijn de mening van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs de standpunten van The Epoch Times.

Gepubliceerd door The Epoch Times (28 juni 2026): Thinking Upstream of Politics