Commentaar
The New York Times is van plan om door te gaan met het publiceren van artikels die Shen Yun Performing Arts in diskrediet brengen, dit keer met een focus op de financiële operaties van de groep, onthullen bronnen.
Shen Yun is een in de VS gevestigde 501(c)3 non-profit organisatie, die haar financiële status openbaar maakt zoals vereist door de wet. Desondanks heeft The New York Times vragen gesteld over de cashflow van Shen Yun.
Terwijl velen Shen Yun bewonderen vanwege de grandioze voorstellingen en de missie om een divers publiek te inspireren met de Chinese cultuur, zijn weinigen zich bewust van de achtergrond van de oprichting of van de ontberingen en uitdagingen waar Shen Yun mee te maken heeft gehad.
De artiesten en performers van Shen Yun, opgericht in 2006, zijn grotendeels Falun Gong beoefenaars die China ontvlucht zijn vanwege vervolging door de Chinese Communistische Partij (CCP). Velen hebben familieleden die gevangen genomen zijn of zelfs gedood zijn door de CCP. Deze vluchtelingen, die hun familie hebben verloren en niet naar hun vaderland kunnen terugkeren, hebben hun eigen onderwijs- en trainingsfaciliteiten opgezet op een stuk onbebouwd terrein. Ze werden gedreven door hun geloof en zijn begonnen aan een reis die hen de wereld rond zou brengen.
Een voorstelling die wordt geproduceerd door een etnische minderheidsgroep en gebruik maakt van de in het Westen weinig bekende kunstvorm van Chinese klassieke dans is op die manier snel uitgegroeid tot een gevierd wereldwijd artistiek fenomeen. Deze prestatie is een wonder op zich en een punt van trots voor de Chinese gemeenschap. Shen Yun is gegroeid van één podiumgroep in 2006 tot acht groepen in 2024 en is daarmee het snelst groeiende kunstgezelschap in de Amerikaanse geschiedenis geworden.
Normaal gesproken duurt het tientallen jaren of zelfs eeuwen voordat een kunstorganisatie wereldwijde erkenning krijgt. Dit vereist niet alleen uitzonderlijke artistieke kwaliteit, maar ook een gunstige timing, locatie en aanzienlijke financiële steun. In een tijdperk waarin traditionele podiumvoorstellingen het steeds moeilijker hebben, is Shen Yun tegen alle verwachtingen in opgestaan, heeft het zichzelf vanaf de grond opgebouwd en heeft het in slechts een paar jaar bereikt waar andere kunstorganisaties tientallen jaren over doen – en dat alles zonder overheids- of bedrijfsfinanciering nodig te hebben. Dit is inderdaad een opmerkelijk en inspirerend verhaal.
De reis van Shen Yun in het opbouwen van een eigen merk is zowel uitdagend als financieel veeleisend geweest. De inkomsten uit voorstellingen dekken niet alleen de salarissen van de werknemers in de acht podiumgroepen en de jaarlijkse productiekosten van nieuwe shows, maar ondersteunen ook consequent de aan Shen Yun verbonden religieuze scholen voor podiumkunsten Fei Tian Academy en Fei Tian College. Deze financiering helpt de traditionele Chinese cultuur te promoten en te bewaren, inclusief authentieke klassieke Chinese dans. Het zorgt er op die manier voor dat de traditionele Chinese cultuur wordt doorgegeven aan toekomstige generaties, terwijl de CCP deze de afgelopen decennia systematisch heeft vernietigd. Bovendien, als er een nieuwe lichting getalenteerde artiesten afstudeert aan Fei Tian, helpt de financiering van Shen Yun ook om de activiteiten van het gezelschap uit te breiden, waardoor er meer banen in de samenleving worden gecreëerd.
Met het begin van de pandemie aan het einde van 2019, gevolgd door de oorlog tussen Rusland en Oekraïne, aanhoudende onrust in het Midden-Oosten en toenemende geopolitieke spanningen in de Indo-Pacific regio, is de wereld vandaag de dag vol onzekerheid. Shen Yun Performing Arts moet zich voorbereiden op de toekomst. Zelfs tijdens de pandemie, toen de Amerikaanse overheid aanzienlijke subsidies uitdeelde, deed Shen Yun er alles aan om eigen spaargeld te gebruiken om de salarissen van haar werknemers te betalen en donaties aan Fei Tian te geven, om zo te vermijden dat de Amerikaanse overheid belast werd.
In lijn met de joods-christelijke traditie in de Verenigde Staten geloofden de puriteinen die op de Mayflower arriveerden dat hard werken, het creëren en vergaren van rijkdom en teruggeven aan de maatschappij manieren zijn om God te eren. Zowel Martin Luther als Johannes Calvijn benadrukten dat iemands werk in de wereld niet alleen materiële behoeften dient, maar ook de vervulling van Gods plan. Deze filosofie loopt als een rode draad door de Amerikaanse geschiedenis, van grondlegger Benjamin Franklin tot hedendaagse miljardairs zoals Elon Musk, die ijverig werken en hun rijkdom gebruiken om de samenleving te helpen. De oprichting en werking van Shen Yun Performing Arts illustreren deze traditie.
The New York Times, als prominente Amerikaanse krant, zou zich goed bewust moeten zijn van deze Amerikaanse traditie en zou het multiculturalisme en de succesverhalen die Shen Yun naar de Verenigde Staten brengt moeten vieren. In plaats daarvan heeft The New York Times ervoor gekozen om een aanhoudende aanval tegen Shen Yun te lanceren, door sinds augustus van dit jaar acht artikels te publiceren. Deze artikels steunen op selectief gebruik van informatie, waaronder interviews die niet representatief zijn, en ongegronde beschuldigingen die gebruikt worden om Shen Yun te demoniseren.
Opgemerkt moet worden dat het jaarlijkse budget van de CCP voor “stabiliteitsbehoud” voor het onderdrukken van haar burgers al lang groter is dan de militaire uitgaven. Bovendien zijn vele kosten die worden gemaakt door het leger, de diplomatie, het ‘Verenigd Front’, de nationale veiligheid en propaganda, met als doel Chinese burgers te onderdrukken, niet zijn opgenomen in dit budget voor “stabiliteitsbehoud”. Een groot deel van deze uitgaven werd gebruikt om Falun Gong te vervolgen. Zelfs een voorzichtige schatting geeft aan dat het bestede belastinggeld in de afgelopen twee decennia in de miljaren euros loopt. The New York Times negeert dit, maar richt zich op de relatief bescheiden inkomsten van Shen Yun Performing Arts die gebruikt worden voor inspanningen tegen de vervolging. Het is moeilijk om niet te veronderstellen dat hun verslaggeving voortkomt uit “echte kwaadaardigheid”.
Zoals Elon Musk zei: “Het grootste punt van manipulatie in de media is niet wanneer de media iets verkeerds of misleidends zeggen – dat doen ze – maar hun keuze van narratief.” Waarom probeert The New York Times nooit het doel, de strijd, de inspanningen en de ontberingen achter de schermen van Shen Yun Performing Arts te begrijpen of erover te schrijven? Waarom richt het zich nooit op het feit dat de CCP al haar middelen gebruikt om Falun Gong te onderdrukken en deze onderdrukking zelfs naar het buitenland exporteert via haar spionnen en agenten, wat kritieke kwesties zijn voor de toekomst van Amerika?
Onlangs verkreeg de Australische rechtsgeleerde Yuan Hongbing informatie van binnen de CCP waaruit blijkt dat Xi Jinping vóór het 20e Nationale Congres nieuwe strategieën heeft uitgestippeld om Falun Gong te onderdrukken, tijdens een geheime vergadering die bijeengeroepen was door de Commissie voor Politieke en Juridische Zaken van de CCP. De twee belangrijkste strategieën zijn een mediacampagne en juridische oorlogsvoering tegen Falun Gong beoefenaars. De echtheid van Yuan’s voorkennis wordt bevestigd door de acht opeenvolgende aanvallen van The New York Times tegen Shen Yun, door de doofpotoperatie van The New York Times over de onderdrukking van Falun Gong door de CCP en door de voortdurende juridische aanvallen waar Shen Yun en Fei Tian mee te maken hebben.
In feite is The New York Times onbewust een pion geworden in het spel van de CCP.
Opvattingen in dit artikel zijn meningen van de auteur en komen niet noodzakelijk overeen met die van The Epoch Times.
Gepubliceerd door The Epoch Times (11 december 2024): Will The New York Times Continue to Suppress Shen Yun on Behalf of the CCP?
