20 augustus 2026
(L-R) Falun Gong-beoefenaars Shi Baohua, Liu Ziyu, Hunter Wang en He Zhiwei delen hun ervaringen met het ontsnappen aan de vervolging van Falun Gong door de Chinese Communistische Partij. Larry Dye/The Epoch Times

26 jaar vervolging: overleven, ontsnappen en herinneren van de CCP-vervolging van Falun Gong

“Als het om Falun Gong gaat, houdt de CCP zich aan geen enkele wet. Ze arresteren mensen en sturen ze willekeurig naar de gevangenis,” zegt vrouw die uit China wist te ontsnappen.

Toen Shi Baohua haar ogen opendeed, lag ze in een ziekenhuisbed. Hoe ze daar was terechtgekomen, wist ze niet.

Wat ze wél wist, was dat haar toestand ernstig was. Haar wervelkolom was gebroken, enkele ribben hadden haar longen doorboord, haar polsen waren gebroken en uit de kom, en haar sleutelbeen was opgezwollen en blauw.

Zes dagen had ze in coma gelegen, vertelde haar dochter Qin Lili. De oorzaak: een val van een balkon op de derde verdieping. Maar Shi had daar geen enkele herinnering aan, laat staan dat ze ooit de intentie had gehad zichzelf iets aan te doen.

Langzaamaan keerden flarden van herinnering terug. Het was 2019. Een week eerder hadden haar dochter en schoonzoon haar opgezocht, maar ze waren niet alleen gekomen—de politie had hen gevolgd. Haar schoonzoon werd gearresteerd, terwijl haar dochter zich opsloot in huis in een poging met de agenten te praten.

Shi herinnerde zich hoe ze naar een achterkamer rende om in allerijl printers en reeds gedrukte Falun Gong-materialen te verstoppen. Daarna: niets meer.

Toen Qin naar de achterkamer ging, werd ze tegengehouden. Haar moeder was spoorloos. Was Shi zelf gesprongen? Of was ze van het balkon gegooid? Tot op de dag van vandaag blijft het onduidelijk.

Het verhaal van Shi is slechts één voorbeeld van de schrijnende repressie in het hedendaagse China—een surveillancestaat waar het bezit van “verboden” lectuur kan leiden tot jarenlange gevangenisstraf, vaak tot op het randje van de dood toe gemarteld of gewoonweg afgeslacht, waarna hun organen aan de hoogste bieder worden verkocht.

Maar Shi weigerde zich bij dat lot neer te leggen. Ondanks haar verwondingen begon ze na te denken over hoe ze kon ontsnappen uit het ziekenhuis.

“Ik was nog niet helder, maar voelde heel sterk dat ik daar niet kon blijven,” vertelde ze aan The Epoch Times.

Haar kamer werd nauwlettend in de gaten gehouden door agenten van het zogeheten 610-bureau, een beruchte, buitenwettelijke Gestapo-achtige instantie die zich richt op de onderdrukking van Falun Gong-beoefenaars. Ook de artsen hadden de instructie gehad om te melden als er iets veranderde.

Toen de bewakers van het 610-bureau een pauze namen en even niet oplettend waren, greep de familie haar kans. Ze droegen Shi stilletjes het ziekenhuis uit. Niemand hield hen tegen.

Shi Baohua en haar dochter Qin Lili in New York, 14 juli 2025. Shi werd sinds het begin van de vervolging vijf keer gearresteerd. Foto: Larry Dye/The Epoch Times

Op de vlucht en herstellend

Haar gehavende lichaam werd in een auto gelegd en naar de woning van haar dochter in een andere stad gebracht. Binnen twee maanden was ze bijna volledig hersteld—iets wat ze toeschrijft aan haar geloof en het trouw beoefenen van de Falun Gong-oefeningen, die qua beweging doen denken aan Tai Chi.

Het leven als voortvluchtige was Shi inmiddels gewend. Sinds de Chinese Communistische Partij (CCP) in 1999 begon met de vervolging van Falun Gong, was ze al vijf keer gearresteerd.

In aanloop naar 20 juli—de dag waarop de vervolging van Falun Gong begon en die nu al 26 jaar voortduurt—sprak The Epoch Times met Shi en andere beoefenaars over hun ervaringen.

Het regime houdt zich aan geen enkele wet

De vervolging is volkomen onbegrijpelijk, zeggen Shi Baohua en andere Falun Gong-beoefenaars die voor dit artikel werden geïnterviewd. Ze willen niets anders dan in alle rust hun oefeningen doen en leven volgens de principes van waarachtigheid, mededogen en verdraagzaamheid.

Toch werd deze spirituele beweging het doelwit van een massale vervolging. De aanleiding: toenmalig partijleider Jiang Zemin ontdekte dat er tussen de 70 en 100 miljoen Chinezen Falun Gong beoefenden—meer dan het aantal leden van de Communistische Partij zelf. Dat vond hij onaanvaardbaar. In 1999 gaf hij persoonlijk het bevel om Falun Gong “met wortel en tak uit te roeien”.

Op 20 juli 1999 werden tientallen miljoenen vreedzame burgers in één klap tot staatsvijand verklaard. Kort daarna volgden berichten over massale arrestaties, willekeurige detentie en marteling. Onafhankelijke onderzoeken die jaren later werden uitgevoerd, concludeerden dat het regime gevangengenomen Falun Gong-beoefenaars gebruikte als ‘orgaanbank’ voor China’s groeiende transplantatie-industrie.

Falun Gong-beoefenaars doen hun oefeningen in Chengdu, Sichuan, vóór het begin van de vervolging in 1999. Destijds waren naar schatting 70 tot 100 miljoen Chinezen actief met de praktijk bezig. Foto: Minghui

Een eenvoudige beoefening werd een staatsvijand

In 2009 begon de familie van Shi met het verspreiden van informatie over Falun Gong en de vervolging. Ze drukten flyers en boekjes, die door andere beoefenaars werden verdeeld. Shi gebruikte geen mobiele telefoon, uit angst voor digitale spionage.

Toch bleef hun activiteit niet onopgemerkt. In januari 2016 viel de politie hun appartement binnen. Shi was op dat moment niet thuis, maar haar dochter Qin was wél thuis. Ze werd ter plekke gearresteerd vlak voor de ogen van haar één jaar oude zoontje.

Enkele dagen eerder was Shi al gevolgd door agenten toen ze samen met een mede-beoefenaar Falun Gong-materiaal rondbracht. In paniek vluchtten ze een huis binnen van een andere beoefenaar om de materialen te verbergen. De politie stond kort daarna al voor de deur—gewapend met een bijl om het slot open te breken.

“Als het om Falun Gong gaat, houdt de Communistische Partij zich aan geen enkele wet,” zegt Shi. “Ze arresteren mensen en gooien ze zonder pardon in de cel. Ze gedragen zich als bandieten.”

Een leven op de vlucht als Falun Gong-beoefenaar in China

Toen de politie het huis binnenstormde, glipten Shi Baohua en haar metgezel via een raam naar buiten. Op blote voeten klommen ze over het dak van een schuur, en met hulp van een buurman—die twee wankele stoelen opstapelde—wisten ze een drie meter hoge muur te beklimmen. Kort daarna hoorden ze de verwarde stemmen van de agenten, die zich afvroegen waar het tweetal gebleven was.

Shi en haar vriendin verstopten zich in de schuur van de buurman. Ze beefde van de kou en de spanning. Pas om vier uur ’s ochtends durfden ze te vluchten.

Negentien keer verhuisd in acht jaar

Vanaf dat moment dook Shi onder. In de daaropvolgende acht jaar verhuisde ze negentien keer, verspreid over zes steden. Ze zocht naar plekken met minder cameratoezicht—liefst op het platteland of in afgelegen wijken.

Een officieel identiteitsbewijs kon ze niet laten zien, uit angst dat de politie haar op het spoor zou komen. Daarom huurde ze huisjes via-via, onder de radar. De overheid had haar pensioen stopgezet, dus moest ze extreem zuinig leven. Spinazie was goedkoop, dus at ze het maanden achter elkaar. Soms ging ze langs kassen op het platteland om weggegooide groenten op te rapen.

De winters waren bijzonder zwaar. Verwarming had ze nauwelijks, omdat ze geen geld wilde verspillen aan kolen.

(Links) Twee Chinese politieagenten arresteren een Falun Gong-beoefenaar op het Plein van de Hemelse Vrede in Peking, 10 januari 2000. (Rechts) Een andere arrestatie, op dezelfde plek, in een archieffoto. Foto’s: Chien-Min Chung/AP Photo, Minghui

Contact in het geheim

Met behulp van software uit het buitenland wist Shi de internetcensuur van het regime te omzeilen. Af en toe kon ze via versleutelde berichten contact leggen met haar dochter. Eens of hooguit twee keer per jaar probeerde haar dochter haar zelfs op te zoeken—een riskante onderneming, ondanks alle voorzorgsmaatregelen.

“Het was zo’n tegenstrijdig gevoel,” zegt dochter Qin. “Ik wilde dichtbij mijn moeder blijven, maar tegelijk moest ik haar veiligheid vooropstellen.” Ze omschrijft het als een “guerilla-bestaan”.

Toch leefde Shi, naar eigen zeggen, niet in angst. Ze bleef trouw aan haar overtuiging en zette haar werk voort: het drukken en verspreiden van Falun Gong-materiaal.

Ze is daarin lang niet de enige. Vele—het exacte aantal is onbekend—Falun Gong-beoefenaars leven op dezelfde manier. The Epoch Times sprak met een zestal van hen, die soortgelijke ervaringen deelden.

Uitgewist uit de maatschappij

Een van hen is Hunter Wang. In 2005 werd hij opgepakt vanwege zijn Falun Gong-beoefening. Sindsdien was hij meer dan tien jaar op de vlucht. Zijn identiteitsbewijs werd hem afgenomen—en zonder papieren besta je in China praktisch niet meer.

In het begin van de jaren 2000 kon je in China nog zonder identiteitsbewijs de trein nemen, herinnert Hunter Wang zich. Maar met de opkomst van hogesnelheidstreinen werd de controle strenger. Uiteindelijk was ook voor busreizen een ID vereist. Zelfs wanneer hij de metro nam, moest hij strategisch plannen: hij vermeed uren waarop politie vaak aanwezig was en hield constant zijn omgeving in de gaten.

Via zijn ouders wist hij een kopie van zijn identiteitsbewijs te bemachtigen—genoeg om af en toe een huurcontract te tekenen, maar vaak werd een kopie niet geaccepteerd.

Om te reizen speurde hij kleine busstations af, waar minder streng werd gecontroleerd. In 2015 moest Wang vijf keer van baan wisselen omdat hij geen geldig ID kon tonen. Een nieuwe aanvragen was uitgesloten—de autoriteiten beschouwden hem als voortvluchtige.

Hunter Wang, een voormalig technisch directeur, op 9 juli 2025 in New York. Meer dan tien jaar moest hij zich in China verplaatsen om vervolging wegens zijn Falun Gong-beoefening te ontwijken. In 2018 vluchtte hij met zijn vrouw en jonge zoon naar de Verenigde Staten. Foto: Larry Dye/The Epoch Times

Een leven in beweging

Een gevoel van veiligheid was steeds van korte duur. Zodra hij in een nieuwe woning trok, stond al snel het buurtcomité van de CCP op de stoep met vragen en de onvermijdelijke eis om een identiteitsbewijs. Zodra dat gebeurde, moest hij opnieuw vertrekken.

Ondertussen werden vrienden met wie hij eerder was vastgezet, veroordeeld tot celstraffen van drie tot acht jaar. Wang zelf had destijds een goede baan en een jong gezin, maar leefde permanent met het risico alles kwijt te raken.

“Op elk moment kunnen ze alles van je afpakken,” vertelde Wang aan The Epoch Times.

Tijdens een sollicitatie merkte hij dat een man in het zwart foto’s van hem nam. Bang dat hij werd gevolgd, verliet hij het terrein per taxi zonder het gesprek af te wachten.

Rond 2016 kreeg hij een baan waarvoor hij veel moest reizen. Tegen beter weten in waagde hij het om een nieuw ID aan te vragen. Kort daarna begon de politie hem lastig te vallen.

In 2018 vluchtte Wang samen met zijn vrouw en zoon naar de Verenigde Staten.

Moed

Voor de Chinese autoriteiten is het al een ‘misdaad’ om Falun Gong-materiaal te bezitten of te verspreiden. Maar mensen die bewijs van de vervolging—zoals foto’s, video’s of officiële documenten—het land uit weten te smokkelen, worden nóg zwaarder aangepakt.

Een schokkend voorbeeld bereikte de wereld in 2004. De foto’s van Gao Rongrong, een 36-jarige vrouw, gingen viraal. Zij was tot aan de rand van de dood gemarteld in het Longshan werkkamp, enkel vanwege haar geloof. In mei 2004 werd haar gezicht zeven uur lang bewerkt met een elektrische wapenstok door bewaker Tang Yubao. Haar gezicht raakte zwaar verbrand en verminkt.

Liu Ziyu met haar tante Gao Rongrong in Liaoning, China, 1994. In 2004 werd Gao urenlang gemarteld met een elektrische wapenstok. Ze overleed in juni 2005 in politiehechtenis. Foto: met dank aan Liu Ziyu

Een ontmoeting om nooit te vergeten

Liu Ziyu was zestien toen ze haar tante in augustus 2004 bezocht in het ziekenhuis. Binnen én buiten de kamer stonden agenten op wacht.

Toen Liu haar tante zag, werd alles zwart voor haar ogen.

“Ik had nog nooit iemand zó mager gezien,” zei Liu later. “Ze was letterlijk een laagje huid over botten.”

Als kind had Liu haar tante bewonderd: zachtaardig, slim, geduldig en toegewijd. Gao was haar grote voorbeeld.

Maar daar lag ze nu, door slangen en vol wonden, nauwelijks herkenbaar. Gao opende haar ogen en keek Liu aan.

Liu rende naar de badkamer—ze wilde niet dat haar tante haar zag huilen.

Liu Ziyu bleef die nacht bij haar tante in het ziekenhuis en vertrok de volgende ochtend terug naar Beijing om naar school te gaan—niet wetende dat het de laatste keer zou zijn dat ze haar tante zou zien.

Tijdens dat bezoek smokkelden Gao’s twee zussen een kleine camera naar binnen. Gao stemde ermee in dat ze in het geheim foto’s van haar verwondingen maakten. Die beelden moesten als bewijs van de marteling het land uit worden gesmokkeld—een riskante daad, met mogelijk zware gevolgen.

Via een speciaal programma om de Chinese internetcensuur te omzeilen, stuurden ze de foto’s naar Minghui.org, een website die Falun Gong-verslagen en documentatie over de vervolging publiceert.

Falun Gong-beoefenaars tonen een spandoek met martelscènes nabij Chinatown in Sydney, 20 juli 2005. Foto: Greg Wood/AFP/Getty Images

Van bewijs tot doodvonnis

Kort na het maken van de foto’s wist Gao met hulp van een mede-beoefenaar te ontsnappen uit het ziekenhuis. Maar haar vrijheid was van korte duur: enkele maanden later werd ze opnieuw opgepakt. In juni 2005 stierf ze in politiehechtenis—gemarteld tot de dood.

Toen het nieuws kwam, aten Liu en haar moeder dagenlang nauwelijks iets.

De autoriteiten dwongen de familie tot crematie van het lichaam en eisten dat zij de documenten tekenden, met dreigementen van gevangenisstraf. Liu’s moeder en tante zagen zich genoodzaakt onder te duiken. Haar vader, op dat moment aan het werk in een andere stad, durfde niet terug te keren.

Liu, toen net 17, bleef alleen achter. Ze overleefde maandenlang op instantnoedels.

In stilte gebroken

De eenzaamheid en constante angst eisten hun tol. Soms raakte Liu in depressie. Ze herinnerde zich hoe ze urenlang voor het raam stond, starend naar de lucht, zoekend naar iets wat ze niet onder woorden kon brengen.

Door haar betrokkenheid bij de onthulling van Gao’s marteling werd Liu op de zwarte lijst van de Chinese overheid geplaatst. In 2007 kreeg ze de kans om te gaan studeren in Canada, maar werd op het vliegveld tegengehouden. Haar misdrijf? Het “schenden van de nationale wet”. Haar school had ze inmiddels ook moeten verlaten; haar academische toekomst was verwoest.

Pas vijf jaar later, na vele mislukte pogingen, wist Liu naar New York te vluchten.

Vandaag is Liu 37—dezelfde leeftijd als haar tante toen zij stierf. Vaak vraagt ze zich af: wat als zij in haar schoenen had gestaan? Zou zij dezelfde keuzes hebben gemaakt?

Liu Ziyu in New York, 14 juli 2025. Liu stond op de zwarte lijst van de Chinese overheid vanwege haar rol in het openbaar maken van Gao’s marteling. In 2012 wist ze te ontsnappen naar de VS. Foto: Larry Dye/The Epoch Times

Haar antwoord blijft telkens hetzelfde:

“Falun Gong is niet fout, en waarachtigheid, mededogen en verdraagzaamheid zijn niet fout,” zegt Liu.

“Als je weet dat je het juiste doet,” voegt ze toe, “dan kun je niet buigen voor kwaadaardige onderdrukking.”

“Ze kunnen mijn familie vernietigen, mijn toekomst, mijn leven, alles wat ik bezit—maar wat ze mij nooit kunnen afnemen of vernietigen, is mijn geloof.”

Kijken naar de sterren

Voor Falun Gong-beoefenaars in China die leven onder het communistische regime betekent vasthouden aan hun geloof vaak het verscheuren van hun gezin. Voor He Zhiwei betekende het twaalf jaar gescheiden zijn van haar dochter.

In 2001 moest He vluchten tijdens een nieuwe golf van arrestaties van Falun Gong-beoefenaars. Haar dochter Feng Xiaoxin was toen nog maar 13 jaar. Gedurende de daaropvolgende twaalf jaar zag He haar dochter nauwelijks.

Rond Chinees Nieuwjaar in 2002 belde ze haar dochter—een kort moment van verbondenheid. Maar de telefoon werd afgeluisterd. Kort daarna werden de moeder en dochter van He gearresteerd.

Toen haar telefoontjes onbeantwoord bleven, wist ze dat er iets mis was. Ze huilde nachtenlang, zonder slaap.

“Ze was nog zo klein,” zei He. “Als moeder kon ik er niet voor haar zijn op het moment dat ze mij het hardst nodig had.”

Gevangen voor haar geloof

Toen ze enkele jaren later probeerde terug te keren naar huis, werd He gearresteerd en voor een jaar vastgezet.

He Zhiwei in Vancouver, Canada, op 14 juli 2025. Ze werd meerdere keren gearresteerd voor haar geloof en zat jarenlang gevangen. Foto: The Epoch Times

In de gevangenis werd ze vastgebonden aan een stoel, constant in de gaten gehouden door een camera—zelfs tijdens het toiletbezoek, vertelde ze.

De politie beschuldigde haar van het “verlaten van haar gezin”.

“Maar wie heeft dit veroorzaakt?” zei He. “Ik wilde mijn plicht als moeder vervullen, maar ik had geen keuze.”

In 2012 werd He opnieuw gearresteerd en naar een werkkamp gestuurd. Als Falun Gong-beoefenaar werden brieven aan haar familie systematisch onderschept. Maar een medelevende gevangene in haar cel bracht haar op een keer stiekem een brief. Een tekening van haar dochter.

Op de tekening stond een moeder op een berg, uitkijkend over de oceaan, met fonkelende sterren boven haar hoofd.

De sterren stonden voor hoop.

“Ze wilde dat ik aan de sterren dacht, en mijn hart hoopvol hield,” zei He. “Dat betekende enorm veel voor me.”

Brieven die He Zhiwei vanuit de gevangenis aan familie probeerde te sturen. Foto: Courtesy of Feng Xiaoxin

Bidden om hulp

De Falun Gong-beoefenaars die voor dit verhaal zijn geïnterviewd, deelden talloze verhalen over het op het nippertje ontsnappen aan arrestatie of gevangenschap. De situaties waren vaak zo onwaarschijnlijk, dat ze hun redding toeschreven aan goddelijke interventie.

Shi had meerdere soortgelijke ervaringen.

Op een avond logeerde Shi bij een vriendin, eveneens een Falun Gong-beoefenaar. Toen haar vriendin die avond onverwachts niet thuiskwam, voelde Shi dat er iets mis was. Om 11 uur ’s avonds begon ze snel al het Falun Gong-materiaal te verplaatsen naar een opslagruimte in de kelder.

Haar voorgevoel klopte: haar vriendin was die avond gearresteerd.

De volgende dag, terwijl Shi even buitenshuis was, viel de politie binnen en doorzocht het appartement. Dankzij Shi’s snelle handelen vonden ze niets. Haar vriendin werd later ook vrijgelaten.

Tijdens de COVID-19-pandemie werd de stad waar Shi zich bevond, afgesloten met een lockdown van een maand. Zonder identiteitsbewijs kon Shi het gebouw niet verlaten of terug naar binnen gaan, want dat zou haar verblijfplaats verraden.

Gelukkig werkte haar vriendin bij een supermarkt, en kon ze via haar genoeg voedsel binnenkrijgen voor hen beiden.

Een Chinees lid van het lokale buurtcomité draagt een beschermend masker terwijl hij de identiteit controleert van een man die op 28 februari 2020 in een wijk in Peking aankomt. Tijdens de COVID-19-pandemie kon Shi het gebouw waar ze woonde niet verlaten omdat ze de controleposten niet kon passeren zonder een identiteitsbewijs te tonen, waarmee de politie haar locatie zou hebben kunnen achterhalen. Kevin Frayer/Getty Images

In 2024 besloot Shi met haar familie China te verlaten, wat niet gemakkelijk was. Ze reisden naar een andere provincie in de hoop daar wél via het vliegveld te kunnen vertrekken, aangezien het in hun thuisstad onmogelijk leek.

Maar ook daar werden ze tegengehouden.

“Jullie mogen niet gaan. Weten jullie niet wat er met jullie aan de hand is?” zei een agent. De politie nam hun telefoons in beslag en wachtte op instructies van het beruchte 610 Bureau—de geheime CCP-eenheid die specifiek is opgezet om Falun Gong te onderdrukken.

Terwijl haar dochter en schoonzoon met de politie praatten, bad Shi stilletjes om hulp.

Na een uur wachten en ondervraging, gebeurde het ondenkbare: de politie liet hen gaan. Ze renden richting de gate en bereikten het vliegtuig net voordat de deuren sloten.

Op de vijfde dag van het Chinese Nieuwjaar—een dag die in China traditioneel wordt geassocieerd met het verwelkomen van rijkdom en geluk—verliet Shi met haar familie China voorgoed.

Ze vonden hun vrijheid in de Verenigde Staten.

Ontsnapping

Voor Falun Gong-beoefenaars is reizen naar het buitenland vaak een haast onmogelijke opgave. In de ogen van het Chinese regime is elke beoefenaar een potentiële getuige—iemand die beschikt over informatie die het internationale imago van China ernstige schade kan toebrengen.

Hoe de zogenoemde zwarte reislijst precies werkt, blijft onduidelijk. Sommigen geloven dat namen na verloop van tijd automatisch verdwijnen. Anderen denken dat er naast een nationale lijst ook lokale lijsten bestaan. Ook schijnt het dat gegevens soms verloren gaan bij upgrades van databases. En in sommige gevallen lijkt het simpelweg bureaucratische chaos die ervoor zorgt dat iemand “door de mazen glipt”.

Maar wie wél op de lijst staat, heeft nauwelijks kans om via officiële wegen het land te verlaten.

Sommigen wagen zich daarom aan een gevaarlijke ontsnappingsroute: via de grens met Birma (ook bekend als Myanmar), richting Thailand.

Na haar vrijlating uit de gevangenis in 2013 verhuisde He Zhiwei vier keer in vier maanden, telkens op de vlucht voor de autoriteiten. Op een dag besloot ze: genoeg is genoeg. Ze zou samen met haar dochter vluchten.

“Geen identiteit en altijd in angst voor arrestatie. Ik wilde zo niet langer leven,” zei ze.

(Boven) He Zhiwei en haar dochter Feng Xiaoxin in Thailand, op een foto zonder datum. (Onder) He Zhiwei bij het VN-vluchtelingenagentschap in Bangkok, Thailand, op een foto zonder datum. Met dank aan Feng Xiaoxin.

He en haar dochter, Feng Xiaoxin, naaiden al het contante geld dat ze konden krijgen in geheime zakken in hun broek. Ze namen een bus naar Jinghong, een stad op de grens met Laos en Birma, ruim 1.600 kilometer verderop.

Onderweg verbleven ze in zogenaamde zwarte hotels—onofficiële, illegale overnachtingsplekken. Bijna werden ze verraden door een hotelmedewerker die hen aan de politie wilde melden.

Uiteindelijk, met hulp van drie gidsen, wisten ze in zes dagen tijd de grenzen over te steken.

De jungle door, de grens over

Om Thailand te bereiken, moesten ze ’s nachts in de regen van een glibberige berg afdalen, slechts verlicht door een klein telefoonlampje. Een gids bracht hen per vlot over een rivier, waarna ze met een dozijn anderen in een auto met vier plaatsen werden gepropt.

De laatste etappe was de meest verstikkende: ze moesten door een vierkante opening in de wand van een bus-wc kruipen, naar een verborgen compartiment dat al gevuld was met 10 tot 20 mensen. Toen het luik werd dichtgeschoven, werd het pikdonker—alleen kleine lichtstraaltjes kwamen door de kieren van de afsluiting.

“Het was deprimerend,” zei Feng.

He Zhiwei, amper anderhalve meter groot, zat ineengedoken in het benauwde compartiment, haar hoofd gebogen onder het lage plafond. De mensen lagen tegen elkaar aan geperst. Feng had haar hoofd op iemands achterste, terwijl iemand anders met zijn hoofd op haar voeten lag. Ondanks de airconditioning hing er een doordringende, misselijkmakende lucht.

Twee Thaise medepassagiers, een man en een vrouw, die naast Feng zaten, moesten onderweg overgeven.

De bus stopte vaak: om gewone passagiers op te pikken of om inspecties van grenswachten toe te laten. In volledige stilte luisterden ze naar de voetstappen boven hun hoofd. Elk moment kon het misgaan.

Pas tegen zonsopgang, ruim tien uur later, mochten ze uit hun verborgen ruimte komen en plaatsnemen op de normale zitplaatsen. Niet lang daarna arriveerden ze eindelijk in Bangkok.

Voor Feng voelde het alsof alle ongemakken van de reis plotseling van haar afvielen.

“Eindelijk, het is voorbij,” dacht ze.

Een nieuwe wereld

De volgende dag gingen ze naar een park om de Falun Gong-oefeningen te doen. Het was voor He een wereld van vrijheid. Ze zag hoe kleine vogeltjes zonder angst rond hun voeten hipten.

“Ze zijn helemaal niet bang,” dacht ze verwonderd.

Falun Dafa-beoefenaars doen oefeningen voorafgaand aan een wake ter nagedachtenis aan hen die door de Chinese Communistische Partij tot de dood zijn vervolgd, Washington, 17 juli 2025. – Samira Bouaou / The Epoch Times

Petr Svab heeft bijgedragen aan dit verslag.

Gepubliceerd door The Epoch Times (20 juli 2025): 26 Years of Persecution: Surviving, Escaping, and Remembering CCP’s Attacks on Falun Gong