Commentaar
Gedurende het grootste deel van het afgelopen decennium is het Chinese regime uitgegaan van één strategische veronderstelling: dat het Westen in verval is.
Het buitenlands beleid van partijleider Xi Jinping is rond die premisse opgebouwd. Het doel was niet om de Verenigde Staten rechtstreeks te confronteren, maar om een geopolitieke perimeter op te bouwen die de Amerikaanse macht zou beperken en de aandacht van het Westen zou afleiden. Rusland zou Europa onder druk zetten via de oorlog in Oekraïne. Iran zou het Midden-Oosten destabiliseren via proxies. Venezuela zou het westelijk halfrond ondermijnen via drugssmokkel, migratiedruk en anti-Amerikaanse campagnes.
Deze losse samenhang van regimes was nooit een formeel bondgenootschap, maar diende wel een duidelijk doel. Elke speler hield de Verenigde Staten en hun bondgenoten bezig op verschillende fronten, waardoor de aandacht van het Westen werd versnipperd en Peking tijd kreeg om zijn positie in de Indo-Pacific te versterken. Die architectuur staat nu zwaar onder druk. De huidige oorlog met Iran, gecombineerd met de arrestatie van Nicolás Maduro in Venezuela en de hernieuwde Amerikaanse controle over het Panamakanaal, heeft het geopolitieke netwerk verstoord dat Peking jarenlang heeft opgebouwd. Wat zich heeft voltrokken is niet louter een regionaal conflict, maar het geleidelijk uiteenvallen van een systeem dat bedoeld was om het Westen strategisch af te leiden.
Voor China speelde Iran een bijzonder belangrijke rol. Peking importeerde vorig jaar bijna 1,4 miljoen vaten Iraanse olie per dag, waarvan een groot deel via sanctie-ontwijkende kanalen tegen aanzienlijke kortingen werd gekocht. Belangrijker nog was dat Iran de Verenigde Staten dwong diplomatieke, militaire en inlichtingencapaciteit in het Midden-Oosten in te zetten in plaats van zich volledig op Azië te concentreren. Die strategische afleiding had enorme waarde voor Peking.
Vandaag brokkelt dat voordeel af. Sinds de aanslagen van 7 oktober 2023 in Israël is het regionale proxynetwerk van Iran systematisch verzwakt. Hezbollah, Hamas en andere terroristische organisaties hebben zware verliezen geleden. Het regime van Assad in Syrië is ingestort en in ballingschap beland. De Iraanse economie blijft verlamd door sancties en de militaire infrastructuur heeft herhaaldelijk zware klappen gekregen.
De dood van ayatollah Ali Khamenei voegt nu een nieuwe laag van onzekerheid toe aan de toekomstige koers van het regime. Zelfs vóór het recente conflict was de strategische invloed van Iran in de regio al verzwakt. De proxies stonden onder druk, de economie ging achteruit en het nucleaire programma werd voortdurend verstoord. Het wegvallen van de hoogste leider vergroot die instabiliteit en roept ingrijpende vragen op over de interne toekomst van Iran.
Voor Peking reiken de gevolgen veel verder dan het Midden-Oosten. De langetermijnstrategie van China ging er altijd van uit dat een eventuele confrontatie met het Westen, vooral over Taiwan, zou plaatsvinden in een versnipperde geopolitieke omgeving. In zo’n scenario zouden sancties van de Verenigde Staten en hun bondgenoten kunnen worden verzacht via alternatieve financiële kanalen en grondstoffenstromen via bevriende staten.
Iran en Rusland waren voorzien om exact die strategische rol op zich te nemen. Een Chinese invasie van Taiwan wordt vaak vooral in militaire termen geanalyseerd. Kan het Volksbevrijdingsleger met succes troepen aan land zetten en het eiland innemen? Maar de beslissende factor zou wel eens economische overleving kunnen zijn. Elk conflict rond Taiwan zou zware westerse sancties uitlokken. Om die druk te weerstaan, zou Peking betrouwbare partners nodig hebben die financiële beperkingen kunnen omzeilen en kritieke grondstoffen zoals olie kunnen leveren. Als Iran verzwakt of intern instabiel wordt, wordt dat strategische vangnet veel minder betrouwbaar.
Voor de Verenigde Staten en hun bondgenoten versterkt de huidige geopolitieke verschuiving de westerse positie gelijktijdig op twee cruciale fronten: het Midden-Oosten en de Indo-Pacific. De Amerikaanse slagkracht om de invloed van Iran te verzwakken en tegelijk druk op Rusland te houden, maakt de langetermijnstrategie van Peking aanzienlijk ingewikkelder.
Voor Canada zijn de gevolgen groot en grotendeels onderschat. Canada heeft het grootste deel van het afgelopen decennium buitenlandse politiek behandeld als een bijzaak en gaf de voorkeur aan retorische diplomatie boven strategische betrokkenheid. Toch blijft Canada een middenmacht waarvan de welvaart afhankelijk is van een stabiel internationaal systeem dat verankerd is in westerse bondgenootschappen. De verzwakking van Iran en Venezuela vermindert de drukpunten die autoritaire regimes hebben gebruikt om dat systeem uit te dagen. Tegelijk onderstreept het het blijvende belang van westerse militaire slagkracht en bondgenootschappelijke coördinatie.
Premier Mark Carney staat nu voor een strategische keuze. Hij kan vasthouden aan de recente neiging van Canada tot voorzichtige neutraliteit in mondiale crises. Of hij kan erkennen dat de huidige geopolitieke situatie een kans biedt voor Canada om zijn rol binnen het westerse bondgenootschap opnieuw te bevestigen. Dat betekent het versterken van de defensiecapaciteit, het ondersteunen van energie-export die de economieën van bondgenoten stabiliseert, en een wezenlijke bijdrage leveren aan de internationale veiligheidsstructuur die de liberale internationale orde draagt.
De langetermijngevolgen van het conflict met Iran blijven onzeker, maar één strategische realiteit wordt nu al duidelijk: de losse coalitie van regimes waarop Peking ooit rekende om het Westen in bedwang te houden, begint uiteen te vallen. En wanneer Xi Jinping opnieuw tegenover de president van de Verenigde Staten aan de onderhandelingstafel zit, zal hij merken dat de wereld er plots heel anders uitziet dan de wereld waarop hij had gerekend.
Het geopolitieke schaakbord van Xi Jinping begint in te storten.
De standpunten in dit artikel zijn die van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijk de opvattingen van The Epoch Times.

