Commentaar
Decennialang hielden westerse leiders zich voor dat de economische opkomst van China uiteindelijk zou leiden tot politieke gematigdheid. Handel, globalisering, investeringen en integratie in internationale instellingen zouden China veranderen in een meer coöperatieve en verantwoordelijke speler binnen de bestaande internationale orde. Die veronderstelling blijkt nu volkomen onjuist te zijn.
China beschouwt het Westen niet als zelfverzekerd, verenigd of strategisch veerkrachtig. Peking ziet westerse democratieën, in het bijzonder de Verenigde Staten, in toenemende mate als intern verdeeld, economisch belast, cultureel gefragmenteerd en psychologisch uitgeput. Deze perceptie is van enorm belang, omdat de geschiedenis aantoont dat oorlogen en geopolitieke crises vaak niet louter voortkomen uit ruwe militaire capaciteit, maar uit de manier waarop rivaliserende machten elkaars kracht, vastberadenheid en samenhang interpreteren.
Volgens een recent rapport van het Chongyang-instituut aan de Renmin-universiteit horen invloedrijke Chinese analisten in Amerika “de zware en beklemmende klanken van de avondklok van een imperium”. Dit is niet louter retoriek. Het geeft een belangrijk inzicht in hoe delen van het Chinese politieke en intellectuele establishment de koers van de Verenigde Staten en het bredere democratische Westen steeds vaker interpreteren.
Vanuit het perspectief van Peking is het bewijs overal te vinden. Eindeloze politieke polarisatie. Toenemend wantrouwen van het publiek in de instellingen. Maatschappelijke versnippering. Enorme schuldenopbouw. Afnemende maatschappelijke samenhang. Westerse aarzeling en inconsistentie in het buitenland. De Chinese leiders zien geen tijdelijke politieke onrust, maar de symptomen van een systemische neergang.
Wat velen in het Westen interpreteren als democratische openheid en pluralisme, interpreteert Peking vaak als zwakte en verlamming. Chinese leiders zien een levendig democratisch debat niet als een teken van institutionele gezondheid. Zij zien verdeeldheid. Zij zien westerse zelfkritiek niet als intellectuele volwassenheid. Zij zien twijfel aan de eigen beschaving. Zij zien geen strategische terughoudendheid. Zij zien een afnemende wil.
Deze verschillen in perceptie hebben ingrijpende geopolitieke gevolgen. De geschiedenis leert ons keer op keer dat strategische misrekeningen het gevaarlijkst worden wanneer opkomende mogendheden zichzelf ervan overtuigen dat de gevestigde mogendheden niet langer de vastberadenheid bezitten om de door hen gecreëerde internationale orde te verdedigen. Het keizerlijke Japan kwam in de jaren dertig tot een dergelijke conclusie. Ook Hitler overtuigde zichzelf ervan dat de westerse democratieën de wil misten om zich tegen agressie te verzetten. In beide gevallen volgde een catastrofaal conflict.
Vandaag de dag vormt Taiwan het gevaarlijkste geopolitieke brandpunt ter wereld, juist omdat Peking er steeds meer van overtuigd raakt dat het democratische Westen het uithoudingsvermogen en de eenheid mist die nodig zijn om een langdurige confrontatie vol te houden.
Het Chinese regime bestudeert de westerse politieke debatten nauwlettend. Het ziet het groeiende isolationistische sentiment in de Verenigde Staten. Het constateert dat het volk afkerig wordt van internationale verplichtingen. Het ziet dat politieke leiders vraagtekens zetten bij allianties, militaire uitgaven en verantwoordelijkheden in het buitenland. Chinese strategen zouden tot de conclusie kunnen komen dat democratische samenlevingen niet alleen het vertrouwen in hun regeringen hebben verloren, maar ook in hun eigen beschavingsmodel.
Tegelijkertijd begrijpt Peking dat de huidige zwakte van het Westen niet militair van aard is. De Verenigde Staten en hun bondgenoten beschikken nog steeds over een overweldigende gezamenlijke economische, technologische en militaire kracht. Het diepere probleem is psychologisch en politiek. China lijkt er steeds meer van overtuigd te raken dat de grootste bedreiging voor het Westen niet uit Peking, Moskou of Teheran komt, maar voortkomt uit interne versnippering binnen de westerse samenlevingen zelf.
Daarom reikt de uitdaging die China vormt veel verder dan tarieven, halfgeleiders, maritieme inzet of kunstmatige intelligentie. In wezen is dit een strijd om veerkracht, vertrouwen, sociale cohesie en strategische ernst. De cruciale vraag is of democratische samenlevingen nog voldoende geloof hebben in hun instellingen, waarden en nationale doelstellingen om deze op de lange termijn te verdedigen.
De implicaties reiken veel verder dan Taiwan. Als China tot de conclusie komt dat de westerse afschrikking aan geloofwaardigheid ontbreekt, zal het mondiale strategische evenwicht snel verschuiven. Landen in heel Azië zullen hun veiligheidspolitiek herzien. Kleinere democratieën zullen zich steeds meer afvragen of het Westen nog wel het vermogen of de wil heeft om de bestaande internationale orde in stand te houden. Autoritaire machten zullen zich gesterkt voelen. De mondiale instabiliteit zal toenemen.
Canada mag niet denken dat het buiten deze zich aftekenende realiteit staat. Wij maken deel uit van het bredere westerse bondgenootschapssysteem dat door Peking nauwlettend in de gaten wordt gehouden. Het regime volgt onze politieke verdeeldheid, onze militaire paraatheid, onze economische kwetsbaarheden en onze bereidheid om democratische beginselen in het buitenland te verdedigen. Zwakte binnen één democratische samenleving heeft onvermijdelijk gevolgen voor de geloofwaardigheid van de gehele bondgenootschapsstructuur.
Het grootste gevaar vandaag de dag is niet een onvermijdelijke oorlog tussen China en het Westen. Het grootste gevaar is strategische misvatting. Als Peking ten onrechte concludeert dat democratische samenlevingen de wil missen om hun belangen en bondgenoten te verdedigen, verzwakt de afschrikking. En wanneer de afschrikking verzwakt, stijgt de kans op catastrofale misrekeningen dramatisch.
De oplossing is noch paniek, noch roekeloze confrontatie. Het is strategische duidelijkheid en hernieuwd vertrouwen. Democratische samenlevingen moeten hun ernst, veerkracht, institutionele competentie en maatschappelijke samenhang herontdekken. Ze moeten laten zien dat open samenlevingen in staat blijven om niet alleen welvaart en vrijheid te bieden, maar ook doorzettingsvermogen, discipline en vastberadenheid.
China kijkt nauwlettend toe of het Westen nog in zichzelf gelooft. Het antwoord daarop kan bepalend zijn voor de stabiliteit van deze eeuw.
De standpunten in dit artikel zijn de mening van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs de standpunten van The Epoch Times.
Gepubliceerd door The Epoch Times (19 mei 2026): China’s Dangerous Perception of a Divided West

