“Il dolce far niente”—de zoetheid van nietsdoen. Deze Italiaanse uitdrukking klinkt op meerdere manieren vreemd in de oren. Wat kan er zoet zijn aan nietsdoen wanneer je to-dolijst langer is dan een blauwe vinvis? Nietsdoen zou ons niet alleen weerhouden van het afwerken van taken, maar periodes van inactiviteit zouden ons ook passief, ongeïnteresseerd en verveeld achterlaten.
En dat betekent dat we onze gedachten moeten ondergaan zonder de afleiding van dopamineshots—een idee dat ons, zo blijkt, behoorlijk angst inboezemt: een psychologisch onderzoek liet zien dat 67 procent van de mannen en 25 procent van de vrouwen liever zichzelf een kleine elektrische schok toedienden dan vijftien minuten alleen met hun gedachten door te brengen.
In werkelijkheid brengen velen van ons hun dagen door met vluchten voor verveling. De mobiele telefoon lijkt haast speciaal ontworpen om ons deze ontsnapping te bieden. We hebben binnen handbereik eindeloze digitale werelden van krantenkoppen, films, podcasts, artikelen, games, sociale media, berichten, en ga zo maar door. Vierenzeventig procent van de Amerikanen voelt zich ongemakkelijk zonder telefoon hun huis uit te gaan, en 71 procent heeft binnen de tien minuten na het wakker worden zijn telefoon al bekeken. De meesten van ons grijpen, zodra een vleugje verveling opkomt, direct naar de troostende armen van dat kleine digitale gezelschap. Maar moeten we dat wel doen?
Verveling is goed voor het brein
Een aantal denkers en onderzoekers stellen dat we dat juist níét moeten doen. Verveling speelt namelijk een wezenlijke rol in een gezonde menselijke geest, en in het menselijk bestaan zelf. Het geeft het brein broodnodige rust, opent de sluizen van creativiteit, bevordert zelfkennis en reflectie, en leert ons de kunst van simpelweg “zijn” in plaats van altijd maar “doen”.
Het menselijk brein staat nooit stil. Elke activiteit die we ondernemen vraagt iets van ons brein, en de hersencellen gonzen voortdurend van activiteit, in een eindeloze uitwisseling met elkaar en met de rest van het lichaam. Alleen ’s nachts, tijdens de slaap, krijgt het brein enige verlichting, en wordt de geest—letterlijk—ontdaan van afval.
Maar ook overdag heeft het brein periodes van rust nodig—of in elk geval van verminderde activiteit. Een boog die altijd gespannen staat, verliest uiteindelijk zijn kracht en elasticiteit. Zoals Bryan Robinson in Forbes uitlegt, bevorderen momenten van verveling de gezondheid van het brein door het periodes van ontspanning te geven. Bovendien versterken ze sociale banden, omdat het brein in een staat van openheid komt die netwerken bevordert.
De schoonheid van verveling
Onderzoekers én creatieve geesten hebben ontdekt dat verveling ook de vonken van inspiratie kan doen oplaaien. Robinson merkt op:
“Verveling kan juist creatieve ideeën voeden: ze vult je slinkende reservoir weer aan, geeft je nieuwe werkenergie en biedt een broedperiode waarin prille ideeën kunnen uitkomen. In die momenten die saai, leeg of nutteloos lijken, krijgen strategieën en oplossingen die altijd al in embryonale vorm aanwezig waren de ruimte om tot leven te komen.”
Dichter, toneelschrijver en essayist Aaron Angello maakte dit zelf mee toen hij zichzelf een ongewone schrijftaak gaf: 114 dagen lang stond hij elke ochtend vroeg op, ging in dezelfde stoel zitten, keek recht vooruit en dacht zo’n dertig minuten na over één enkel woord uit Shakespeares Sonnet 29. Met andere woorden: elke ochtend gunde hij zichzelf een portie verveling. Daarna begon hij te schrijven, zonder te stoppen tot de pagina vol was. Het resultaat werd een boek met de titel The Fact of Memory: 114 Ruminations and Fabrications. Angello blikte terug: “Wat ik nu, achteraf, besef, is dat ik één van de meest productieve schrijfmethodes had ontdekt die ik ooit geprobeerd heb.”
In zijn essay You Can’t Have Creativity Without Boredom vergelijkt Angello zijn schrijfervaring met mensen die vastzitten in de trein—de ideale situatie om weg te dromen en te brainstormen:
“Het is juist het feit dat het lichaam zich in een voorafbepaalde houding bevindt (bijvoorbeeld zitten, naar voren gericht) en de geest bevrijd wordt van de constante stroom van onbeduidende prikkels, dat de creatieve mens in staat stelt te bewegen van de beperkingen van het bewuste denken naar het enorme potentieel van wat ik de ‘voorbij-bewuste’ geest noem. In de trein (of bus, of de stoel in de woonkamer) gaan we van een staat van triviale bezigheden naar een staat die we verveling kunnen noemen, en die staat vormt een toegangspoort tot creatieve mogelijkheden.”
Het is geen toeval dat zoveel grote dichters, uitvinders, kunstenaars en wetenschappers hun eureka-momenten kregen tijdens een alledaagse bezigheid die niets met hun werk te maken had. In Psychology Today onderstreept Jeffrey Davis dit punt:
“In een reeks onderzoeken werd ontdekt dat proefpersonen creatiever waren nadat ze saaie, taken hadden uitgevoerd die verveling opriepen. Verveling is een ‘emotie die variatie stimuleert’, wat betekent dat ze ons aanzet om op zoek te gaan naar nieuwe en andere—dus creatieve—ervaringen en oplossingen. Verveling voedt van nature een fundamenteel aspect van verwondering: openheid. Een bereidheid tot openstaan voor nieuwe ervaringen en voor de eigen omgeving, leidt tot meer creatieve inzichten.”
Hij raadt aan om de natuurlijke momenten van verveling die de dag onderbreken—zoals woon-werkverkeer of een lunchpauze—goed te benutten, zonder meteen naar een scherm te grijpen om de leegheid te verdrijven.
Alleen in een stil moment
Naast het stimuleren van creativiteit ondersteunt verveling ook zelfreflectie en zelfkennis, juist door de verbinding met stilte en alleen-zijn.
We zijn vaak bang om alleen te zijn, vooral vanwege de stilte en verveling die daaruit kunnen voortkomen. Toch zijn eenzaamheid en stilte onmisbaar om ervaringen te verwerken en een plaats te geven—en daardoor om grip te krijgen op het verhaal van je eigen leven. Zo bouwen mensen een gevoel van identiteit op.
Zoals MIT-professor Sherry Turkle schreef in haar boek Reclaiming Conversation: The Power of Talk in a Digital Age: “In eenzaamheid vind je jezelf, zodat je anderen kunt opzoeken en echte verbindingen kunt aangaan. Wanneer we het vermogen tot eenzaamheid verliezen, wenden we ons tot anderen om ons minder angstig te voelen of om het gevoel te hebben dat we leven.”
Wie voortdurend afhankelijk is van externe prikkels—sociaal, digitaal of beide—om zich prettig te voelen in zijn of haar eigen vel, heeft waarschijnlijk geen sterk gevoel van zelf. Leren rusten in het huidige moment, nadenken over verleden en toekomst, vraagt om openheid voor een periode van verveling. Zulke momenten zijn deuren; ze nodigen ons uit tot ongeplande en onverwachte gedachtegangen.
Turkle verwoordt het treffend: “Om de eenzaamheid terug te winnen, moeten we leren een moment van verveling te zien als een reden om naar binnen te keren, om het ‘elders’ zijn ten minste af en toe uit te stellen.” Die weigering om altijd “elders” te zijn, hangt direct samen met de bereidheid om “hier” te zijn. Het accepteren van tijdelijke verveling—of zelfs de dreiging daarvan—stelt ons in staat ons bewust te zijn van het huidige moment, van wat er direct om ons heen gebeurt. We kunnen observeren. Dingen opmerken. Gewoon rusten in wat er is.
Ik ervoer dit zelf onlangs, toen ik ergens zonder internetverbinding strandde, wachtend op een lift. Het enige wat ik kon doen, was aanwezig zijn in het moment. Het bleek een onverwacht geschenk. Later dacht ik hierover na:
“Zonder de afleiding van elektronische apparaten, ver van de stad, niet in staat de aankomst van mijn vrouw te bespoedigen, restte me niets anders dan mijn eenzame wacht bij de beek. Het was een gelukkige machteloosheid. De tijd vertraagde. Ik ging van de sfeer van handelen naar de sfeer van eenvoudigweg zijn. Ik moest niet langer ‘iets gedaan krijgen’ of ‘op weg naar ergens anders’. Ik was gewoon een mens die toevallig op het bestaan was gestuit, op een wereld die zich plotseling openbaarde zoals zelden tevoren, en ik verwonderde me over haar verfijnde schoonheid.”
Maak tijd voor verveling
Robinson gaat zelfs zo ver dat hij stelt dat we dit soort ervaringen bewust in onze week zouden moeten inplannen. In plaats van enkel een “to-dolijst” raadt hij aan ook een “to-be-lijst” te maken. Zo’n lijst reserveert tijd om simpelweg mindfulness te oefenen, om gewoon te bestaan zonder de druk om iets te presteren:
“Je geeft jezelf de ruimte om tussen afspraken door te rekken en diep adem te halen, tijd om een blokje om te lopen en je hoofd leeg te maken. Of om te mediteren, te bidden, wat stoelyoga te doen op je werkplek, naar het gras te kijken of gewoon het universum te overdenken. Je brein zal gelukkiger en gezonder zijn wanneer het leert samenleven met momenten van leegheid, zonder dwingende taken, zonder haast, zonder iets wat per se opgelost of bereikt moet worden.”
Hoe weinig mensen plannen bewust een blokje in hun agenda met simpelweg “Niets doen” of “Verveel je.” En toch: wat zou er allemaal mogelijk zijn—in ons eigen leven én in de samenleving—als meer mensen dat zouden doen?
Verveling dwingt ons om te luisteren. Om ons open te stellen. Zonder dat er iets op de poorten van onze aandacht bonst, zonder dat we voortdurend vermaakt worden, zijn we plotseling vrij—zelfs als die vrijheid wat pijn en ongemak met zich meebrengt. We kunnen ons openstellen voor de wereld. Zoals Turkle het formuleerde:
“Je hoeft je kamer niet te verlaten. Blijf gewoon aan je tafel zitten en luister. Je hoeft zelfs niet te luisteren, wacht gewoon, leer stil te worden, rustig en alleen. De wereld zal zich gewillig aan je openstellen om ontmaskerd te worden.”
Gepubliceerd door The Epoch Times (9 september 2025): The Sweetness of Doing Nothing: Why We Need Boredom





