De Europese Unie bereidt een herziening voor van de regels die bepalen hoeveel CO₂-emissierechten zware industrieën tot 2030 zullen ontvangen. Hiermee probeert Brussel zijn centrale pijler van het klimaatbeleid overeind te houden, terwijl de druk op de concurrentiekracht van de industrie blijft toenemen.
De Europese Commissie maakte op 11 mei bekend dat zij een consultatie heeft opgestart over bijgewerkte benchmarkwaarden voor het emissiehandelssysteem van de EU (ETS) voor de periode 2026 tot 2030.
Het ETS is het Europese systeem voor emissiehandel voor sectoren zoals energie, zware industrie en luchtvaart. Binnen dit systeem moeten bedrijven emissierechten inleveren voor hun uitstoot en verhandelbare emissierechten, zogenaamde EU-allowances, aankopen om hun uitstoot van broeikasgassen te dekken.
EU-leiders hebben prioriteit gegeven aan een energiebeleid dat in de eerste plaats inzet op hernieuwbare energie, als onderdeel van het streven van de EU om tegen 2050 “klimaatneutraal” te worden — een centrale doelstelling van de Green Deal van Commissievoorzitter Ursula von der Leyen.
Het ETS-programma geldt als een belangrijke motor voor decarbonisatie, en de EU benadrukt dat het systeem het gebruik van fossiele brandstoffen “aanzienlijk” heeft verminderd.
Bedrijven die hun uitstoot niet volledig afdekken met emissierechten riskeren een boete van 100 euro per ton overtollige uitstoot.
Volgens het voorstel zou de industrie gemiddeld emissierechten blijven ontvangen voor ongeveer 75 procent van haar uitstoot.
Dat betekent dat wanneer een fabriek 100 ton uitstoot produceert, de EU gemiddeld emissierechten zou toekennen voor ongeveer 75 ton. Het bedrijf moet dan emissierechten aankopen voor de resterende 25 ton, tenzij het zijn uitstoot vermindert.
“Dit zorgt ervoor dat het ETS decarbonisatie, concurrentievermogen en investeringen in schone technologie blijft stimuleren”, verklaarde Wopke Hoekstra.
De Europese Commissie stelde dat de maatregelen de “concurrentiekracht en decarbonisatie” van de Europese industrie moeten ondersteunen, terwijl tegelijk de stabiliteit en voorspelbaarheid van de Europese koolstofmarkt worden versterkt.
De benchmarkwaarden komen er in aanloop naar een herziening van het ETS die in juli gepland staat.
Het plan staat ook onder politieke druk van regeringen en industrieën die bezorgd zijn over de hoge energieprijzen.
Volgens een rapport van S&P Global van 11 maart werden wijzigingen overwogen terwijl de Europese koolstofmarkt onder politieke druk begon te wankelen.
“Te midden van groeiende bezorgdheid over het concurrentievermogen van de Europese industrie dringen veel regeringen aan op hervormingen om de prijsvoorspelbaarheid te verbeteren”, aldus het rapport.
Tien EU-landen verzetten zich in maart tegen het ETS en riepen Brussel op het systeem te herzien.
Oostenrijk, Bulgarije, Kroatië, Tsjechië, Griekenland, Hongarije, Italië, Polen, Roemenië en Slowakije ondertekenden op 18 maart een brief waarin zij opriepen tot aanpassingen van het systeem.
In de brief staat dat “Europa zich op een cruciaal keerpunt bevindt”.
“Recente geopolitieke ontwikkelingen onderstrepen opnieuw de kwetsbaarheid van de huidige economische ecosystemen en de moeilijke omgeving waarin bedrijven moeten opereren”, aldus de brief.
De landen verklaarden dat klimaatverandering “daadkrachtig moet worden aangepakt”, maar waarschuwden dat Europa alleen zal slagen in de groene transitie als zijn industriële basis sterk blijft.
Volgens de landen is de wereld echter aanzienlijk veranderd sinds de Green Deal werd goedgekeurd.
“De energieprijzen zijn explosief gestegen, de inflatie heeft de investeringen die nodig zijn voor de transitie nog duurder gemaakt, en de huidige oplossingen voor decarbonisatie zijn voor moeilijk te verduurzamen industrieën nog onvoldoende ontwikkeld om economisch duurzaam te zijn”, aldus de brief.
Volgens de brief is het ETS-traject tot 2034 “te steil en overdreven ambitieus”, met de waarschuwing dat het huidige kader een “existentieel risico vormt voor vele strategische industriële sectoren in Europa”.
Lobbygroepen die de belangen van de wind-, zonne- en waterstofsector vertegenwoordigen, hebben eerdere voorstellen om de ETS-regels te versoepelen bekritiseerd.
In een gezamenlijke verklaring van 4 maart stelden de groepen dat het ETS “een cruciale rol” heeft gespeeld in de Europese omschakeling naar schone energie en tegelijk de afhankelijkheid van ingevoerde fossiele brandstoffen heeft verminderd.
Ze waarschuwden dat “het ondermijnen van het EU-ETS of het invoeren van corrigerende kortetermijnmaatregelen” de kapitaalkosten zou verhogen en definitieve investeringsbeslissingen voor projecten rond schone energie zou vertragen.
“Dergelijke instabiliteit zou de financierbaarheid van projecten voor schone energie en industriële decarbonisatie ondermijnen”, aldus de organisaties.
Gepubliceerd door The Epoch Times (11 mei 2026): EU Mulls Free Carbon Allowance Rules for Heavy Industry Through 2030





