Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft het Chinese regime beschuldigd van het intimideren en bestraffen van mensen over de hele wereld om hun politieke doelen te bereiken.
In het langverwachte internationale mensenrechtenrapport, dat op 12 augustus werd gepubliceerd, beschrijft het Amerikaanse ministerie de uiteenlopende manieren waarop Peking deze campagne voert. Daarbij gaat het onder meer om fysieke aanvallen, intimidatie, hacken, anonieme bedreigingen en pesterijen via tussenpersonen.
De slachtoffers van deze zogeheten ‘transnationale repressie’ zijn net zo divers als de middelen die worden ingezet. Volgens het rapport gaat het vaak om etnische Oeigoeren, spirituele gelovigen, dissidenten, buitenlandse journalisten, en Chinese studenten en docenten die buiten China studeren of werken.
Het ministerie verwees naar onderzoek van de in Washington gevestigde non-profitorganisatie Freedom House, die het Chinese regime aanwijst als verantwoordelijk voor “de meest uitgebreide en geavanceerde” campagne van transnationale repressie ter wereld. Daarbij maakt Peking soms gebruik van instellingen in andere landen om doelwitten terug naar China te dwingen—waar hen vaak vervolging wacht.
Een van de meest spraakmakende incidenten vond plaats tijdens het bezoek van de Chinese leider Xi Jinping aan San Francisco voor de top van de Asia-Pacific Economic Cooperation, eind 2023. Tijdens het meerdaagse evenement vielen demonstranten, georganiseerd via Chinese buitenlandse invloedskanalen, prodemocratische activisten aan met vlaggenstokken en chemische sprays, aldus het rapport van het ministerie.
Deze gewelddadige vormen van transnationale repressie zijn niet zonder gevolgen gebleven. In mei klaagde het Amerikaanse ministerie van Justitie twee mannen aan omdat zij een slachtoffer zouden hebben lastiggevallen en bespioneerd door een volgapparaat op diens auto te plaatsen en de banden lek te steken, in een poging te voorkomen dat de betrokkene zou protesteren tegen Xi’s bezoek.
Het rapport vermeldt het geval van een voormalige Chinese undercoveragent die, na zijn overloop naar Australië, openheid van zaken gaf over zijn vijftien jaar durende betrokkenheid bij het opsporen van Chinese dissidenten in verschillende landen. Hij handelde daarbij in opdracht van de geheime politie van Peking, die actief is op buitenlands grondgebied.
De agent, Eric, vertelde in 2024 aan The Epoch Times dat zijn contactpersoon hem in 2021 had gevraagd een in Thailand verblijvende Falun Gong-beoefenaar op te sporen. Deze man was China ontvlucht om te ontkomen aan de vervolging van zijn geloof door het Chinese regime. Bij de opdracht kreeg Eric foto’s waarop de naam en en het adres van het doelwit stonden, evenals meerdere foto’s van de man en zijn gezin. Het slachtoffer, Li Guixin, bevestigde dat één van deze foto’s nooit eerder op internet was gepost.
Ook de internationale media hebben te maken gekregen met bedreigingen vanuit het Chinese regime. In juni 2024 ontvingen een Franse journalist en een Franse documentairemaker telefoontjes met dreigementen vanaf een Chinees telefoonnummer. Dat gebeurde kort nadat hun documentaire was uitgezonden over de poging om een Chinese dissident gedwongen te repatriëren, meldde het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Volgens Reporters Without Borders wist een onbekende persoon in te breken in de groepschat van de journalisten op een versleutelde app. Daarin werden berichten in het Chinees gestuurd met het verzoek de film niet uit te brengen.

Deze journalisten waren niet de enigen die te maken kregen met Chinese hackdreigingen. De Verenigde Staten hebben de afgelopen jaren meerdere door de Chinese staat gesteunde cyberaanvallers geïdentificeerd, zoals Salt Typhoon en i-Soon. Hun slachtoffers zijn onder meer The Epoch Times, westerse overheden, maatschappelijke organisaties en andere doelwitten die volgens het regime in Peking van belang zijn.
Voorvallen van grensoverschrijdende repressie vormen een belangrijk onderdeel van het rapport van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken onder de titel “Veiligheid van de persoon”. Ook in de hoofdstukken “Leven” en “Vrijheid” wordt uitgebreid op dit thema ingegaan.
Het rapport besteedt ook aandacht aan dwangarbeid in de noordwestelijke Chinese regio Xinjiang, waar meer dan een miljoen Oeigoeren en andere etnische moslimminderheden worden vastgehouden. Het regime onderdrukt daar dissidente stemmen, met talloze gevallen van gedwongen verdwijningen.
Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken wees verder op de gevangenisstraf van zeven jaar voor voormalig hoofdredacteur en columnist van de Chinese staatsmedia, Dong Yuyu, die werd veroordeeld in China wegens spionage. Ook werden burgers gearresteerd voor het delen van politieke opvattingen of feiten die publieke zorgen weerspiegelden. Het verslag wees ook op de journalisten die werden vastgezet of die verdwenen, onder wie de Zweedse uitgever Gui Minhai en de Australische journalist Yang Hengjun, beiden van Chinese afkomst. Daarnaast werden agressieve acties genoemd die buitenlandse en lokale verslaggeving ondermijnen.
Het rapport somt tientallen politieke gevangenen op: van predikanten en een katholieke bisschop tot Falun Gong-beoefenaars, Tibetanen, Oeigoeren, mensenrechtenadvocaten, academici en anderen.
Het verslag bestrijkt het kalenderjaar 2024, voorafgaand aan de regering-Trump. In maart 2025 werd de tekst echter herzien. Volgens het ministerie gebeurde dat om de leesbaarheid te verbeteren en beter aan te sluiten bij de wetgevende en presidentiële richtlijnen van de nieuwe regering. Daarbij werd de aandacht voor misstanden op basis van genderidentiteit teruggebracht.
Met betrekking tot het deel van het rapport dat over China gaat, zei Nina Shea, die al meer dan tien jaar lid is van de Amerikaanse Commissie voor Internationale Religieuze Vrijheid, tegen The Epoch Times dat de informatie slechts “een tipje van de sluier oplicht van de gruweldaden en schendingen van de mensenrechten door de Chinese Communistische Partij”.
“Ik begrijp dat het niet nodig is om de jaarverslagen over godsdienstvrijheid en mensenhandel te dupliceren, maar dat laat een groot gat in dit rapport, aangezien religieuze gemeenschappen over de hele linie vandaag de dag het grootste doelwit van de CCP zijn,” zei ze.
Shea zei dat het rapport “beter zou zijn met aparte hoofdstukken over het Chinese surveillancesysteem als methode om individuele vrijheden te controleren en te beperken, evenals hoofdstukken over het sociale kredietsysteem van de CCP, ideologische indoctrinatiemaatregelen, gedwongen etnische assimilatie, en een hoofdstuk over gedwongen orgaanoogst en andere gedwongen bio- en medische ingrepen.”
Het rapport zou ook meer bronnen moeten bevatten, zoals de verschillende zaken van het ministerie van Justitie tegen Chinese agenten en spionnen in de Verenigde Staten, die zich hebben gericht op Chinese Amerikanen die lid zijn van religieuze en politieke groeperingen die door het regime zijn bestempeld als de “vijf vergiften” van het regime, aldus Shea. Ze noemde het weglaten van deze informatie een “grote omissie” in het hoofdstuk over transnationale onderdrukking.
“Er is een vollediger beeld nodig om de totalitaire onderdrukking van de mensenrechten onder het huidige regime van de CCP nauwkeurig te beschrijven,” zei ze.
Het rapport over China maakte deel uit van de reeks landenrapporten over mensenrechtenpraktijken die het ministerie van Buitenlandse Zaken jaarlijks aan het Congres voorlegt.
Gepubliceerd door The Epoch Times (12 augustus 2025): State Department Spotlights Beijing’s Global Repression in New Report





