Toen ik de laatste drie mensen die me vertelden dat ze waren gestorven interviewde, viel me iets op: ze vertelden allemaal hetzelfde.
Hun beschrijvingen van wat zich aan de andere kant afspeelde, verschilden op bijna elk detail. De een werd door een jonge vrouw op de vleugel van een vlinder door een buitenaardse wereld geleid. Een ander had contact met een man die jaren eerder was overleden. De derde werd in een operatiekamer opgewacht door engelen. Wat ze gemeen hadden, was dat ze tijdens het vertellen over hun ervaringen dezelfde zachtheid in hun ogen hadden en een kalm vertrouwen uitstraalden over de aard van de dood en de betekenis van het leven.
Ze droegen allemaal een gevoel van een missie met zich mee dat zelfs tientallen jaren later niet was verdwenen.
Ik maak momenteel de documentaire Final Hours over mensen die zijn teruggekeerd uit een klinische dood, beter bekend als bijna-doodervaringen (BDE’s). Tegen de tijd dat ik het derde interview afnam, was ik minder geïnteresseerd in wat ze hadden gezien dan in wat ze hadden mee teruggebracht.
Dit is wat ze meebrachten.
De neurochirurg die niet geloofde

Dr. Eben Alexander III werd op een leeftijd van elf dagen geadopteerd. Zijn adoptievader was een van de meest gerespecteerde neurochirurgen van zijn generatie. Alexander trad in zijn voetsporen en gaf uiteindelijk vijftien jaar lang les in de neurochirurgie aan de Harvard Medical School. Hij was een overtuigd materialist en geloofde dat “de hersenen de geest voortbrengen — punt uit.”
Maar in november 2008 belandde hij op de spoeddienst nadat hij door een zeldzame bacteriële hersenvliesontsteking, een infectie van zijn hersenen, zware epileptische aanvallen kreeg. Tegen het einde van de week schatten zijn artsen zijn overlevingskans op slechts 2 procent. De kans op herstel was volgens hen nul. Ze adviseerden de familie om de beademing stop te zetten.
Toch herstelde hij op wonderbaarlijke wijze.
Op een ochtend in februari sprak ik hem in zijn woning in Virginia, waar hij zijn ervaring met me deelde. Inmiddels is hij in de zeventig. Terwijl hij vertelt, schakelt hij moeiteloos tussen medische neurowetenschap en spiritualiteit, soms binnen één en dezelfde zin.
Wat hij zich herinnert van de zeven dagen waarin zijn hersenen volledig uitgeschakeld waren, vormt de rode draad van de documentaire, en het grootste deel daarvan laat ik aan bod komen. Maar hij ontwaakte uit zijn coma met een verhaal dat hij — als praktiserend neurochirurg — niet kon verklaren. Zijn volledige neocortex was uitgeschakeld; er was volgens hem geen enkel mechanisme meer over dat een droom kon voortbrengen.
Na zijn herstel besefte hij dat het materialistische wereldbeeld dat hij aan Harvard onderwees slechts een klein deel van het grotere verhaal was dat hij had ontdekt.
“Wees voorzichtig met je overtuigingen”, zei hij tegen mij.
De neurochirurg die ooit doceerde dat het bewustzijn eindigt bij de schedel, verkondigt nu precies het tegenovergestelde. Hij vertelt mensen dat het menselijk bestaan niet louter materieel is — dat het leven grenzeloos is, zelfs na de dood.
De tiener die vol spijt stierf
Slechts enkele dagen voordat ik naar Virginia reisde, zat ik op een drukke namiddag in Centraal-Florida in een sporthal tegenover een jonge man wiens hart op de operatietafel was gestopt tijdens wat een eenvoudige elleboogoperatie had moeten zijn.

Bubba Herrick was negentien jaar oud, een rechtshandige honkbalwerper en goed op weg naar een carrière in de Major League. De dag vóór de operatie vroeg een verpleegkundige of hij allergieën had die de ingreep konden bemoeilijken. Omdat hij nog nooit onder narcose was geweest, antwoordde hij ontkennend. Toch liep hij weg met een onbehaaglijk gevoel dat hij niet kon verklaren.
De volgende ochtend kreeg hij een heftige reactie op de verdoving en overleed hij op de operatietafel.
Wat hij vertelt over de andere kant begint met een levensoverzicht. Hij zag elk moment uit zijn leven opnieuw voor zich, inclusief voor de hand liggende herinneringen: de eerste keer dat hij een honkbal vasthield, een goed cijfer op school. Maar hij zag ook dingen die hij niet had verwacht. Hij zag alle keren dat hij “Ik hou van je” had kunnen zeggen en dat niet deed. En hij zag alle momenten waarop hij “het spijt me” had kunnen zeggen, maar zweeg.
“Ik stierf vol spijt”, vertelde hij me.
Aan de andere kant werd hij benaderd door een figuur die hem vertelde dat hij een tweede kans kon krijgen, maar op één voorwaarde: “De volgende keer dat je sterft, moet je er klaar voor zijn.”
Herrick is inmiddels begin twintig. Hij straalt een opvallende zachtheid uit die je meestal alleen bij oudere mensen ziet — of bij iemand die een glimp van het hiernamaals heeft opgevangen. Zodra hij kon vertellen wat er was gebeurd, belde hij iedereen die hij naar zijn gevoel tekort had gedaan.
“Ik heb ervoor gezorgd dat ik alles rechtzette waarvan ik vond dat het rechtgezet moest worden”, zei hij.
Een boodschap uit het licht
Mijn reis om de derde persoon te interviewen was op zichzelf al een beproeving. Ik reed naar Houston door een storm die de snelweg veranderde in een lange grijze corridor van remlichten en plassen water. Tegen de tijd dat de filmploeg en ik de opnamelocatie bereikten, was de regen afgezwakt en arriveerde Tricia Barker voor het interview.

In 1995 werd de toen 21-jarige studente Engelse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Texas (UT) in Austin frontaal aangereden door een automobilist die nog snel door oranje reed.
Haar rug brak op drie plaatsen. De eerste dienstdoende chirurg weigerde te komen omdat ze geen ziektekostenverzekering had. De chirurg die uiteindelijk wel instemde, had al veertig uur dienst achter de rug en moest eerst nog een dutje doen. Op het toestemmingsformulier stond dat de kans op overlijden 17 procent bedroeg. Ze had geen andere keuze en ondertekende de papieren.
Op de operatietafel telde ze vanaf honderd terug terwijl ze wachtte tot de narcose zou werken, toen plotseling haar bewustzijn haar lichaam verliet. Ze keek van bovenaf toe hoe de operatie verliep en zag dat de chirurgen niet alleen in de operatiekamer waren. Engelen werkten om hen heen en door hen heen. Daarna steeg ze verder omhoog, voorbij het ziekenhuis, naar een sterrenlandschap waar ze in contact kwam met wat zij een goddelijke intelligentie noemt. Er klonk een stem die haar een duidelijke opdracht gaf.
“Je gaat terug en je zult lesgeven”, zei de stem.
Voor het ongeluk was Barker een agnostische studente uit een gebroken gezin, die een paar jaar eerder een zelfmoordpoging had gedaan.
Na het ongeluk keerde ze terug naar de Universiteit van Texas, behaalde haar diploma en werd docent.
Dertig jaar later staat ze nog steeds voor de klas.
Wat ze had mee teruggebracht, zei ze, was een taakomschrijving, een missie en een nieuw waardensysteem.
“Ik was een product van deze cultuur”, zei ze. “Ik dacht dat geld, succes, een huis en een auto — al die dingen — het enige waren dat telde. Maar toen zag ik dat het enige wat echt belangrijk is, is hoe je met andere mensen omgaat.
“Je kunt dogma’s niet meenemen naar die andere werkelijkheid. Haat kun je daar niet meenemen. Je kunt zelfs niet vasthouden aan het idee dat jij gelijk hebt. Het enige wat je kunt meenemen — de enige energie die licht genoeg is om met je mee te gaan — is liefde.”
Eén vraag, één antwoord
Aan het einde van elk interview stelde ik dezelfde vraag die ik ook tijdens het eerste gesprek had gesteld en die ik tegen de tijd van het derde interview niet meer kon loslaten. Ik keek mijn gesprekspartner recht in de ogen en vroeg: “Ben je bang voor de dood?”
Hun antwoorden kwamen zo snel dat je ze bijna reflexen zou noemen.
“Absoluut niet”, antwoordden ze allemaal.
Hun volledige afwezigheid van angst trof me diep. Hun kalmte weerspiegelde een dieper inzicht: het besef dat de dood allesbehalve het einde is.
Alle drie hadden ze hun volwassen leven volledig opnieuw ingericht rond wat ze uit hun ervaring hadden meegenomen. Voor Alexander betekende het mensen leren dat wij spirituele wezens zijn in een spiritueel universum. Voor Herrick betekende het zo leven dat, wanneer de dood opnieuw komt, er niets meer onuitgesproken is. Voor Barker betekende het haar leerlingen begeleiden in het klaslokaal.
Een boodschap over dit leven
Ik sprak ook met wetenschappers die dit verschijnsel onderzoeken.
Ik bezocht dr. Jeffrey Long in zijn woning in Kentucky. Hij is radiotherapeut-oncoloog en onderzoeker en beheert de grootste openbaar toegankelijke databank ter wereld met bijna-doodervaringen. Hij doet dit al meer dan dertig jaar. Ik vroeg hem of wat ik tijdens mijn drie reizen had waargenomen, ook in zijn gegevens terug te vinden was.
Hij antwoordde zoals een onderzoeker dat doet: met cijfers.
In 2024 publiceerde hij de grootste studie ooit naar de gevolgen van bijna-doodervaringen. Daarin werden 834 mensen met een bijna-doodervaring vergeleken met een controlegroep van mensen die een levensbedreigende situatie hadden meegemaakt zonder een BDE. De verschillen waren volgens hem allesbehalve subtiel. De groep met een bijna-doodervaring rapporteerde consequent en in overgrote meerderheid meer medeleven, een sterker gevoel van zingeving en aanzienlijk minder angst voor de dood.
Aan het einde van ons gesprek, zei Long: “Uiteindelijk brengen ze steeds weer dezelfde boodschap terug, ongeacht de cultuur waaruit ze komen. Ik durf te stellen dat dit de meest betekenisvolle boodschap is die je je voor de mensheid kunt voorstellen.”
Wat is die boodschap?
“Ons leven heeft een doel”, vertelde Janice Holden, voormalig voorzitter van de International Association for Near-Death Studies.
“Het is de bedoeling dat we elkaar met zoveel mogelijk medeleven, zorg en vrijgevigheid behandelen … en dat we het leven gebruiken als een kans om ons spiritueel te ontwikkelen.”
Gepubliceerd door The Epoch Times (17 juni 2026): I Interviewed People Who Came Back From Death. They All Had a Similar Message.





