20 augustus 2026
Illustratie door The Epoch Times, Shutterstock

Schermtijd bij baby’s gelinkt aan versnelde hersenrijping

De blootstelling van baby’s aan beeldschermen kan invloed hebben op de manier waarop hun hersenen tot ver in de adolescentie omgaan met beslissingen en stress.

De schermen die steeds vaker de eerste levensjaren van baby’s vullen, kunnen beïnvloeden hoe hun hersenen later omgaan met onzekerheid en stress, zo blijkt uit recent onderzoek.

De studie stelt vast dat een gemiddelde baby van de geboorte tot de leeftijd van 2 jaar meer dan twee uur per dag naar schermen kijkt — en dat die vroege blootstelling sporen nalaat in de hersenen die meer dan tien jaar blijven bestaan. Ze beïnvloeden hoe snel iemand beslissingen neemt en hoe gevoelig die is voor angst tijdens het opgroeien.

De bevindingen, gepubliceerd in eBioMedicine, komen uit een van de langstlopende studies die dezelfde kinderen vanaf de geboorte tot in hun tienerjaren volgen. Het onderzoek legt een verband tussen vroege blootstelling aan schermen en veranderingen in de hersenen die op hun beurt gelinkt zijn aan tragere besluitvorming en mentale gezondheidsproblemen die pas jaren later zichtbaar worden.

Vroege ervaringen helpen bepalen hoe flexibel en veerkrachtig het brein later wordt, zegt Pei Huang, eerste auteur van de studie, in een verklaring. Wanneer bepaalde hersensystemen zich te snel specialiseren, kunnen kinderen volgens hem “zich later in het leven minder goed aanpassen”.

Van veranderde hersenverbindingen tot tragere beslissingen

168 kinderen in Singapore werden door wetenschappers van bij de geboorte tot hun 13e levensjaar gevolgd. Ze maakten hersenscans op de leeftijd van 4,5, 6 en 7,5 jaar. Daarna bleven ze de kinderen volgen tot hun dertiende.

Gemiddeld brachten baby’s in de onderzochte groep al meer dan één uur per dag door met schermen op de leeftijd van 1 jaar en meer dan twee uur op 2-jarige leeftijd.

Kinderen die als baby meer schermtijd hadden, vertoonden een snellere dan gebruikelijke verandering in hoe visuele verwerkingsgebieden in de hersenen verbonden waren met zones die betrokken zijn bij planning, aandacht en besluitvorming. Eenvoudig gezegd leken die hersensystemen vroeger en sneller te rijpen dan normaal.

Baby’s met een versnelde hersenrijping hadden een groter risico op cognitieve en gedragsproblemen in de adolescentie, zo bleek uit het onderzoek.

“Versnelde rijping treedt op wanneer bepaalde hersennetwerken zich te snel ontwikkelen, vaak als reactie op tegenslag of andere prikkels”, aldus Huang.

Tragere beslissingen, meer angst

Vroege verschillen in de hersenen die gelinkt zijn aan schermtijd, werden ook zichtbaar in gedrag.

Op de leeftijd van 8,5 jaar deden kinderen met afwijkende hersenpatronen er langer over om beslissingen te nemen bij een goktaak, waarbij ze moesten raden in welke gekleurde doos een fiche zat en hoeveel punten ze wilden inzetten op hun keuze.

De kinderen maakten geen verkeerde keuzes — alleen tragere.

Op 13-jarige leeftijd rapporteerden tieners die eerder in hun kindertijd een paar seconden langer nodig hadden om beslissingen te nemen, vaker of intensere angstklachten.

De auteurs stellen dat de link tussen versnelde rijping van visuele controle-netwerken, tragere besluitvorming en meer angst wijst op een waarschijnlijk mechanisme in de hersenen. Volgens hen kan intensief schermgebruik ervoor zorgen dat de sensorische en controlesystemen in de hersenen zich anders organiseren dan bij minder schermtijd.

Snel bewegende en fel gemonteerde digitale beelden stimuleren het visuele systeem sterk op een moment dat de hersenen nog leren hoe ze informatie uit alle zintuigen moeten filteren en prioriteren. In een normale ontwikkeling specialiseren hersennetwerken zich geleidelijk.

Bij kinderen met meer schermblootstelling leken netwerken die betrokken zijn bij zien en denken zich sneller te specialiseren — nog vóór de hersenen de “efficiënte verbindingen die nodig zijn voor complex denken” hebben opgebouwd.

Als visuele informatie moeilijker te reguleren is, kan een kind langer nodig hebben om zich zeker genoeg te voelen om te handelen — wat kan bijdragen aan aarzeling, piekeren of angst wanneer situaties onzeker of overweldigend aanvoelen.

“Dit kan de flexibiliteit en veerkracht beperken”, aldus Huang.

Het totale effect was klein, maar ontwikkelingsneurowetenschappers wijzen er vaak op dat kleine effecten in de vroege kindertijd zich in de loop van de tijd kunnen opstapelen — vooral wanneer ze betrekking hebben op fundamentele systemen zoals aandacht en emotieregulatie.

Externe experts benadrukken dat de studie geen oorzakelijk verband aantoont.

De studie legt een doordacht verband tussen schermgebruik en latere gevolgen voor angst en besluitvorming, maar moet toch voorzichtig worden geïnterpreteerd, zegt Kathryn Humphreys, ontwikkelingsneurowetenschapper en professor psychologie en menselijke ontwikkeling aan Vanderbilt University, die niet bij het onderzoek betrokken was, in een e-mail aan The Epoch Times.

Brandon McDaniel, onderzoeker in kinderontwikkeling en professor kindergeneeskunde aan de Indiana University Fort Wayne School of Medicine, eveneens niet betrokken bij de studie, zei tegen The Epoch Times: “Deze studie suggereert een verband tussen schermgebruik bij baby’s en latere verschillen in hersenontwikkeling, maar kan niet aantonen dat schermblootstelling zelf die veranderingen heeft veroorzaakt.

“Het kan zijn dat baby’s in deze studie die vaker aan schermen werden blootgesteld, ook minder kwalitatieve interacties hadden met hun verzorger.

“En we weten dat hoogwaardige interacties tussen verzorgers en baby’s cruciaal zijn voor een gezonde ontwikkeling.”

Genetica, temperament, stress bij ouders en de mentale gezondheidsgeschiedenis van het gezin kunnen eveneens invloed hebben op zowel de hoeveelheid schermtijd die baby’s krijgen als op de ontwikkeling van angst op een later tijdstip, merken de twee experts op. Toch is het voorgestelde mechanisme nuttig om na te denken over wat het brein van baby’s in de eerste levensjaren het meest nodig heeft, aldus Humphreys.

Wat baby’s meemaken, doet ertoe

De eerste twee levensjaren zijn een periode van snelle hersengroei en herorganisatie. In die tijd beginnen hersensystemen voor aandacht, zelfcontrole en emotieregulatie zich pas te vormen.

Het zich ontwikkelende brein leert het beste door levendige, interactieve contactmomenten. Denk daarbij aan eenvoudige wisselwerkingen zoals kiekeboe, gezamenlijke aandacht tijdens het spelen of de reacties van een verzorger op de geluiden en gezichtsuitdrukkingen van een baby.

“Mijn zorg”, zegt Humphreys, “is dat schermen onbedoeld de frequentie en kwaliteit van interacties tussen verzorger en baby kunnen verdringen — gedeelde aandacht, taalinput en co-regulatie — die essentieel zijn voor vroeg leren en latere mentale gezondheid.”

Interacties van moment tot moment helpen bij het ‘bedraden’ van hersensystemen voor aandacht en emotieregulatie, die in de babytijd nog volop in ontwikkeling zijn.

Gerelateerd onderzoek van hetzelfde team in Singapore laat zien dat schermen slechts één onderdeel zijn van een breder ontwikkelingsplaatje.

In een studie uit 2024, gepubliceerd in Psychological Medicine, bleek dat gedeelde, interactieve activiteiten sommige effecten van schermtijd kunnen opvangen. Kinderen van wie ouders vaak met hen lazen, vertoonden een zwakkere samenhang tussen vroege schermblootstelling en latere hersenverschillen die verband houden met emotieregulatie.

De kern

Praten, zingen, voorlezen, knuffelen, spelen, buiten zijn en slapen bieden de rijke, echte ervaringen die het brein van baby’s nodig heeft — ervaringen die geen enkel scherm kan nabootsen of vervangen.

“De meeste gezinnen gebruiken soms schermen, en de context speelt een rol”, aldus Humphreys.

Toch raden zowel zij als McDaniel aan om schermblootstelling bij baby’s zo laag mogelijk te houden en schermen niet standaard te gebruiken om baby’s te kalmeren of af te leiden, in lijn met de huidige richtlijnen van de American Academy of Pediatrics.

Voor baby’s jonger dan 18 maanden adviseert de organisatie om schermen te vermijden, behalve videobellen. Ouders die daarna toch schermen introduceren, wordt aangeraden samen te kijken, kinderen te helpen begrijpen wat ze zien en het gebruik te beperken tot maximaal één uur per dag.

Beide experts benadrukken dezelfde kernboodschap: vroege relaties — aanwezig zijn, reageren en samen spelen — blijven de basis van een gezonde ontwikkeling.

Gepubliceerd door The Epoch Times (20 maart 2026): Baby Screen Time Linked to Brain Prematuration