Socrates zei dat aan de basis van het mens-zijn het vermogen en de missie ligt om “voor dingen te zorgen”. Een van de manieren waarop we deze missie tot uitdrukking brengen is door traditionele ambachten uit te oefenen: houtbewerking, veeteelt, weven, brood bakken, pottenbakken, boekbinden. Ze vereisen allemaal dat we intens met materiële voorwerpen werken om ze perfecter, nuttiger en mooier te maken. We “zorgen” voor de materialen in die zin dat we het beste erin naar boven halen, wat op zijn beurt het beste in ons naar boven haalt.
De werker perfectioneert het ambacht
Dit is het makkelijkst te zien bij het houden van dieren, waar we voor een ander leven zorgen en het gezond houden. Maar het is ook waar dat een stuk hout potentieel heeft voor grotere schoonheid en betekenis. Met zijn goed getrainde oog, de intuïtie van een kunstenaar en vaste hand kan de meester-timmerman dat potentieel tot leven brengen.
Filosofieprofessor en moestuinier John Cuddeback zegt het zo: “Een ambachtsman zijn … vat de grote vraag van het leven: Zijn wij het soort mensen dat onze rede gebruikt om voor dingen te zorgen op basis van een bepaalde objectieve realiteit?… We ontdekken bepaalde mooie dingen en realiseren ons hoe we moeten werken met de waarheid van wat dingen zijn om ze naar buiten te brengen, en door dat te doen brengt het naar buiten wie we zijn. En het is ook een manier waarop we uiteindelijk andere mensen kunnen dienen.”
Zoals Cuddeback opmerkt, is het dienen van de behoeften van anderen de belangrijkste manier waarop we “voor anderen zorgen”. Dit is nog een ander doel van traditionele ambachten. De timmerman maakt een stoel die voorziet in iemands fysieke behoefte (een plek om te zitten) en in iemands esthetische behoefte (het ontwerp en de schoonheid ervan). De bakker vult de magen van de hongerigen en maakt een kunstwerk. De boer voedt en kleedt mensen. Handwerk perfectioneert de materialen waarvan het gemaakt is, de maker en de ontvanger.
Het is niet moeilijk om te zien hoe een traditioneel ambacht ons in staat stelt om anderen te dienen en onze materialen te verrijken. Maar om te bepalen hoe handwerk de werker perfectioneert, is meer reflectie nodig.
Het ambacht perfectioneert de werker
In de eerste plaats bindt het uitoefenen van een traditioneel ambacht ons aan ons erfgoed en brengt het ons in contact met onze wortels. Bedenk dat mensen al aardewerk maakten voordat de Grote Piramide van Gizeh werd gebouwd. De basis van veel traditionele ambachten is in de loop van eeuwen – zelfs millennia – niet veel veranderd, omdat de aard van het materiaal niet veranderd is.
Hout snijden of een mand vlechten met in wezen hetzelfde gereedschap dat onze voorouders gebruikten, brengt ons in contact met hun ervaring en het onveranderlijke facet van het menselijk leven. Traditionele ambachten onthullen een waarheid over onszelf: Mensen zijn van nature makers, ambachtslieden, uitvinders en kunstenaars. Wij geven vorm aan de wereld om ons heen. Bovendien waren de ambachten die we tegenwoordig als hobby beoefenen ooit essentieel voor de overleving van onze voorouders. Door ze uit te voeren, worden we eraan herinnerd hoe hard ze werkten en hoe onzeker hun bestaan was – en bij uitbreiding ook ons bestaan, hoewel goed voorziene supermarkten en elektrisch licht dat feit misschien op een comfortabele afstand houden van onze gedachten.
Werken met je handen verfijnt je lichaam en geest. Handwerk plaatst ons stevig in de realiteit, herinnert ons aan onze grenzen en leert ons de aard van de wereld om ons heen kennen.
De Franse beeldhouwer en schrijver Henri Charlier merkte op: “Bij elke slag … stuit de hamer op de aard der dingen die op bewonderenswaardige wijze de intelligentie vormt, niet alleen wat de praktische kant betreft, maar ook de reflectie over de natuur en de geest der dingen.”
Door zijn werk heeft een meester-ambachtsman een zekere wijsheid, een zekere diepe intuïtieve kennis van hoe de wereld werkt die verder reikt dan zijn persoonlijke manuele expertise. Het kan zelfs, op een gezonde manier, de manier vormen waarop hij abstracte of filosofische waarheden beschouwt.
Een goed handwerk verbetert de behendigheid, de oog-handcoördinatie en dergelijke. Een vriend vertelde me dat het historische idee van gereedschap was dat het een verlengstuk van je lichaam werd, niet een vervanging ervan.
Misschien kunnen we daarom zo’n diepe voldoening halen uit iets met de hand maken. Het is een verlengstuk van mezelf. Het vangen van een forel met een zelfgemaakte vlieg geeft een kick die de ervaring van het vangen met een in de winkel gekochte vlieg overtreft.
De keerzijde van efficiëntie
Een deel van de voldoening die gepaard gaat met handwerk heeft te maken met de tijd en het doorzettingsvermogen die ermee gemoeid zijn. Handwerk leert ons geduld en nederigheid. Materialen weerstaan onze inspanningen. Dingen gaan kapot. We maken fouten. We beginnen opnieuw. In werkelijkheid kunnen we onze wereld alleen beetje bij beetje vormgeven, met consequente, volhardende inspanning, met het zweet op ons voorhoofd.
Vakmanschap gaat hand in hand met de kunst van langzaam leven. Er zijn geen “shortcuts”. Het tempo van dit werk herinnert ons eraan om te vertragen, ons te concentreren, het moment te waarderen en te beseffen dat de meeste dingen die de moeite waard zijn tijd kosten en niet meteen gebeuren.
Cuddeback denkt na over deze waarheid in relatie tot tuinieren en laat zich daarbij inspireren door de oude filosoof Xenephon: Xenophon stelt: “Het land bewijst mensen een dienst in verhouding tot hoe goed ze het dienen. … Het is alsof het land ontworpen is om een goede ingesteldheid uit ons te halen, precies de ingesteldheid die onze eigen vervulling zal zijn … Het land vraagt om volhardende inspanning en de bereidheid om te kijken en te leren, en bij te sturen en opnieuw te beginnen. Het vraagt van ons een houding van zorg … Zo’n houding zal het altijd belonen, alles op zijn tijd.”
Tot slot kan het uitoefenen van een ambacht een artistieke expressie zijn als je vorm geeft aan een idee en iets creëert met een persoonlijke betekenis en schoonheid. Het is niet alleen nuttig. Het is een uitgesproken menselijke en humaniserende daad. Een varken kan zich behelpen met elke vorm van onderdak. Een mens heeft iets nodig dat bij zijn aard past. Omdat hij waarheid, schoonheid en goedheid kan herkennen, heeft hij een esthetische thuis nodig.
Massaproducten missen de persoonlijke touch, de toevoeging van betekenis en individualiteit die een handgemaakt voorwerp wel heeft. Soms geven juist de imperfecties van iets dat met de hand gemaakt is het karakter wat een in de fabriek gemaakt product nooit kan hebben. De in massa geproduceerde kano is overal hetzelfde, ongeacht tijd of plaats, terwijl een met de hand gehouwen exemplaar niet kan worden gedupliceerd. Dit weerspiegelt beter de specifieke aard van elk menselijk wezen en elke cultuur over de hele wereld, die geen van allen repliceerbaar zijn.
Het promoten van traditionele hobby’s gaat natuurlijk niet over het terugdraaien van de klok of doen alsof we in een andere tijd leven. Er zijn snellere manieren om dingen te verwezenlijken die traditionele ambachten beoogden en we hebben die snellere methoden vaak nodig. Toch hebben traditionele ambachten ons veel te bieden en ze zijn nog niet volledig verdrongen door efficiëntere methoden. Een van de redenen is dat vakmanschap niet over efficiëntie gaat. Ontelbare generaties hebben hun menselijk verstand en fysieke krachten ingezet voor het maken van mooie en duurzame producten en ze begrepen dat de voordelen van vakmanschap niet louter utilitair waren.
Het is een opwindend vooruitzicht om te ontdekken hoe traditionele ambachten en erfgoedvaardigheden er in de hedendaagse wereld uit zullen zien en welke rol ze zullen spelen. Hoe kunnen ze worden aangepast om het leven in de 21e eeuw te verbeteren? Ambachten kunnen en moeten zich in de loop der tijd ontwikkelen, hoewel ik vermoed dat de beste altijd trouw blijven aan hun wortels. Er meer over leren helpt ons hetzelfde te doen.
Gepubliceerd door The Epoch Times (4 augustus 2024): Why We Should Learn Traditional Crafts and Skills





