In september 2021 onthulde een ongeziene studie van 650 pagina’s, Les opérations d’influence chinoises: un moment machiavellien, gepubliceerd door het Institut de Recherche Stratégique de l’École Militaire (Irsem), het wijdvertakte netwerk dat door het Chinese regime wordt gebruikt om de fundamenten van democratieën te destabiliseren.
Uit het Irsem rapport blijkt dat de Chinese Communistische Partij (CCP) elk negatief discours wil voorkomen over wat het regime de “vijf giffen” noemt: Oeigoeren, Tibetanen, Falun Gong, “pro-democratie activisten” en “Taiwanese onafhankelijkheidsstrijders”, en meer algemeen elke kritiek op de Partij.
Het Chinese regime richt zich eerst op alle Chinese burgers die in het buitenland wonen (studenten, researchers, zakenmensen, etc.), vervolgens op overzeese Chinezen, buitenlanders van Chinese afkomst en tenslotte op de nationale publieke opinie in landen die belangrijk zijn voor Peking.
De motivaties voor deze buitenlandse operaties zijn voornamelijk binnenlands: de absolute prioriteit van Peking is om aan de macht te blijven en het autoritaire regime te bestendigen, aldus Irsem. Daarom worden deze vijf giffen gezien als een existentiële bedreiging voor de macht, omdat ze het tegenovergestelde vertegenwoordigen van de “waarden” die het regime oplegt.
De onderdrukking van de Oeigoeren
Volgens Omer Kanat, uitvoerend directeur van het Uyghur Human Rights Project, voert het Chinese communistische regime een “desinformatiecampagne” om de genocide op de Oeigoeren acceptabeler te maken.
Tegen het einde van 2023 had het Chinese regime honderdduizenden Oeigoeren verplaatst van heropvoedingskampen, waar ze werden onderworpen aan een hersenspoelprogramma, naar staatsgevangenissen en werkkampen waar ze meer dan 10 uur per dag moeten werken, politieke indoctrinatiesessies niet meegerekend.
Gedetineerde Oeigoeren worden over het algemeen niet berecht, maar massaal opgesloten in overvolle cellen. Er worden willekeurige straffen tot 15 jaar opgelegd op basis van bijvoorbeeld bezoeken aan het buitenland, religieuze praktijken of, als dat niet lukt, valse beschuldigingen en valse getuigenissen.
De meeste van de 1 tot 2 miljoen Oeigoeren die volgens deskundigen en regeringsvertegenwoordigers vastzitten, worden klaarblijkelijk nog steeds door het regime vastgehouden. “Alle Oeigoerse intellectuelen zitten in gevangenissen of concentratiekampen”, zei de heer Kanat in een interview met Epoch Times op 26 september. In de kampen zijn gevallen gedocumenteerd van Oeigoeren die zijn vermoord, gefolterd en verkracht.
Net als bij de Tibetanen wil Communistisch China zich ontdoen van de Oeigoerse identiteit en cultuur en deze veranderen in iets anders dat het imago van het regime weerspiegelt.
De culturele genocide in Tibet
In 1950 begonnen Chinese communistische troepen met de invasie van Tibet, de historische thuisbasis van de Tibetaanse etnische groep die de boeddhistische tradities uit het Manchu-tijdperk volgen. Ze dwongen de leiders van Tibet een verdrag te accepteren waarin werd beloofd het bestaande politieke systeem, de regionale autonomie en de religieuze vrijheid in de regio te handhaven.
Sindsdien heeft het Chinese regime een campagne gelanceerd om de regio en haar bevolking te ontdoen van hun unieke culturele en religieuze erfgoed – een campagne die door critici wordt omschreven als “culturele genocide”.
In de afgelopen jaren is de strategie van de CCP geëvolueerd naar preventieve repressie, die indoctrinatie vanaf jonge leeftijd, gedwongen “beroepsopleidingen” en gevangenisstraf omvat, aldus het rapport.
In een rapport dat in 2020 werd gepubliceerd door de Jamestown Foundation werd ook opgemerkt dat er in Tibet gemilitariseerde beroepsopleidingskampen zijn verschenen, vergelijkbaar met de kampen waar meer dan een miljoen Oeigoeren worden vastgehouden in Xinjiang. Maar terwijl de massale internering van Oeigoeren door de CCP goed gedocumenteerd is – net als een reeks onderdrukkende acties als onderdeel van een als genocide omschreven campagne tegen Falun Gong beoefenaars – is de onderdrukking in Tibet dat niet.
Volgens een rapport van het Rand Europe Research Institute, gepubliceerd in 2023, zijn in verschillende van de onderzochte faciliteiten in Tibet mensenrechtenschendingen gemeld, zoals foltering, verkrachting en seksueel misbruik.
De vervolging van Falun Gong
Falun Gong werd door miljoenen Chinezen beoefend voordat de CCP in juli 1999 haar wrede vervolgingscampagne startte – een vervolging die nog steeds voortduurt. Falun Gong was een zeer populaire beoefening van “Boeddha-school qi gong”, die volgens officiële cijfers van het Ministerie van Sport in de jaren ’90 door tussen de 70 en 100 miljoen Chinezen werd beoefend. De Chinezen kwamen weer in contact met een voorouderlijke spirituele praktijk die gebaseerd is op de principes van waarheid, mededogen en tolerantie.
De positieve weerklank van Falun Gong onder het Chinese volk veroorzaakte een negatieve reactie binnen het CCP-leiderschap, dat Falun Gong zag als een bedreiging voor haar macht. Het Chinese regime handhaaft zijn macht door individuele vrijheden te beperken, waaronder de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van geloof. Peking staat maar één mening toe, die van de Communistische Partij, en om zijn autoritaire macht te handhaven neemt het zijn toevlucht tot het promoten van onderlinge strijd tussen Chinezen door middel van grootschalige lastercampagnes, waarbij alle alternatieve meningen worden verbannen op straffe van boetes, beperkingen door het Chinese sociale krediet of gevangenisstraf.
20 juli 1999 markeerde het officiële begin van de vervolging van Falun Gong en in de afgelopen 25 jaar heeft deze vervolging aan duizenden beoefenaars het leven gekost. Volgens het Falun Dafa Information Center zijn miljoenen Falun Gong beoefenaars opgesloten in gevangenissen, werkkampen en andere faciliteiten en zijn honderdduizenden gefolterd tijdens hun gevangenschap. Velen zijn doodgemarteld, en sommigen zijn het slachtoffer geworden van gedwongen orgaanoogst bij levende personen. Feitelijke cijfers zijn nog steeds moeilijk te verkrijgen.
Pro-democratie activisten
De bestorming van het Plein van de Hemelse Vrede
Op 4 juni 1989 stuurde China troepen en tanks af op vreedzame pro-democratische demonstranten op het centrale plein van Beijing om een einde te maken aan wekenlange protesten die opriepen tot politieke verandering. Honderden mensen, volgens sommige schattingen meer dan duizend, werden gedood.
Het onderwerp ligt bijzonder gevoelig bij de communistische leiders van China en elke verwijzing naar de wreedheden wordt in China streng gecensureerd. Door deze censuur zijn veel jonge Chinezen vandaag de dag niet op de hoogte van dit deel van de Chinese geschiedenis.
“De herinneringen aan 4 juni zullen niet verdwijnen in de stroom van de geschiedenis en we zullen hard blijven werken om deze historische herinnering levend te houden” voor ‘iedereen die hecht aan de Chinese democratie’, zei de Taiwanese president Lai Ching-te op de 35e verjaardag van het bloedbad op het Plein van de Hemelse Vrede.
“Omdat het ons eraan herinnert dat democratie en vrijheid niet gemakkelijk te bereiken zijn, moeten we autocratie met vrijheid beantwoorden en de opkomst van autoritarisme met moed tegemoet treden”, voegde de leider eraan toe.
De onderdrukking van de democratie in Hongkong
Op 29 augustus 2024 heeft een rechtbank in Hongkong Chung Pui-kuen en Patrick Lam, twee voormalige redacteuren van de nu gesloten nieuwswebsite Stand News alsook de uitgever van de website schuldig bevonden aan “opruiing” voor hun vaak gunstige berichtgeving over de pro-democratiebeweging van 2019.
Deze zaak weerspiegelt de verslechtering van de mediavrijheid als gevolg van het hardhandige optreden sinds de invoering van de National Security Act in 2020. Deze wet muilkorfde alle afwijkende meningen in Hongkong na grote pro-democratische demonstraties in 2019 in dit gebied dat in 1997 aan China werd teruggegeven.
De persvrijheid in Hongkong is sinds 2013 gestaag afgenomen. Volgens de Hong Kong Journalists Association (HKJA) bereikte de persvrijheidsindex van de stad in 2019 een laagterecord van 41,9 punten, tegenover 49,4 in 2013. Deze daling wordt deels verklaard door het feit dat “lokale journalisten tijdens hun verslaggeving het doelwit werden van intimidatie of fysiek geweld”.
In Hongkong werden de drukpersen van Epoch Times in 2019 in brand gestoken en in 2021 vernield door met hamers zwaaiende indringers. Epoch Times, een van de weinige onafhankelijke mediakanalen in Hongkong, staat bekend om zijn ongecensureerde berichtgeving over China, waaronder de politieke strijd binnen de CCP en de mensenrechtenschendingen van het regime jegens etnische minderheden en religieuze groepen.
Taiwanese onafhankelijkheidsstrijders
Taiwan wordt autonoom bestuurd sinds 1949, toen de nationalisten erheen vluchtten na een burgeroorlog op het Chinese vasteland tegen de communisten. Hoewel de Verenigde Staten in 1979 ten nadele van Taiwan diplomatieke betrekkingen aangingen met de Volksrepubliek China, bleven zij de belangrijkste partner en wapenleverancier. Taiwan heeft zijn eigen regering, leger en munteenheid en de meerderheid van de 23 miljoen inwoners is van mening dat de Taiwanese identiteit anders is dan die van de Chinezen.
De laatste jaren heeft China de militaire en politieke druk op het eiland Taiwan, dat door Peking tot zijn grondgebied wordt gerekend, opgevoerd. Het Taiwanese leger meldt bijna dagelijks de aanwezigheid van Chinese oorlogsschepen in zijn wateren en gevechtsvliegtuigen en drones rond het eiland.
In mei beschreef Peking de Taiwanese president als een “gevaarlijke separatist”, toen hij bij zijn aantreden verklaarde dat Taiwan “de waarden van vrijheid en democratie zou verdedigen en de vrede en stabiliteit in de regio zou bewaren”, terwijl China militaire oefeningen rond het eiland hield.
De Taiwanese president Lai Ching-te verklaarde eind augustus dat “het groeiende autoritarisme van China niet zal stoppen bij het eiland” en riep “democratische landen” op om zich te verenigen om deze expansie het hoofd te bieden.
“Ze voelen zich bedreigd door de democratie, het is ontologisch. Ze hebben een vitale behoefte om aan te tonen dat democratie inferieur is aan hun regeringssysteem”, zegt Paul Charon, directeur van de afdeling Inlichtingen, Anticipatie en Invloedstrategieën bij Irsem en co-auteur van het rapport.
Gepubliceerd door The Epoch Times (10 september 2024): Qui sont les « 5 poisons », ces menaces existentielles au régime chinois ?

