Toen Jingduan Yang nog een kleine jongen was, vroeg zijn vader hem: “Eet je graag vlees?”
Yang knikte.
“Tja,” antwoordde zijn vader onomwonden, “dan kan je maar beter medicijnen studeren, anders zal je honger lijden.”
Geboren in 1962 in Hefei, in de Chinese provincie Anhui, als jongste van acht kinderen, groeide Yang op onder het gewicht van familietraditie en te midden van de turbulentie van een veranderend China.
Zijn voorouders stammen af van beroemde Chinese artsen, waaronder een koninklijke arts van de keizer van de Qing-dynastie. Zijn vader, een vierde generatie beoefenaar van traditionele Chinese geneeskunde (TCM), verwachtte deze erfenis door te kunnen geven aan zijn eerstgeboren zoon.
In Yangs geval stond de traditie echter een uitzondering toe. Toen zijn oudste broer voor “heropvoeding” naar het platteland werd gestuurd tijdens Mao’s Culturele Revolutie, kreeg Yang de plicht om de erfenis van de familie in stand te houden.
Op 13-jarige leeftijd begon Yang zijn vader te volgen en leerde hij de oude kunst van de Chinese geneeskunde. Zijn vader hoopte dat hij op zijn minst een “blote voeten dokter” kon worden – een arts die door dorpen reist om boeren in nood te behandelen, meestal met een eenvoudige dokterstas met acupunctuurnaalden en kruiden. Het belangrijkste is dat hij er op deze manier voor kan zorgen dat hij nooit honger lijdt.
In 1977 stelde China zijn nationale universiteitsexamens opnieuw in. Yang deed examen en scoorde hoog genoeg om zijn studierichting te mogen kiezen. De mogelijkheden waren talrijk, maar geneeskunde was ongetwijfeld zijn roeping. “Ik heb daar nooit aan getwijfeld,” zei hij.
Hij volgde het advies van zijn vader dat “traditionele Chinese geneeskunde het beste thuis geleerd kan worden” en geloofde dat de combinatie met westerse geneeskunde hem een bekwamere arts zou maken. Yang schreef zich in bij de prestigieuze Vierde Militaire Medische Universiteit.
Deze schoolkeuze leek simpel, maar werd discreet beïnvloed door het roerige politieke verleden van zijn familie.
Yangs vader was een voormalige verzetsstrijder tegen de Japanners tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanwege zijn uitgesproken temperament was hij het doelwit van de Chinese Communistische Partij. Daarom veranderde hij zijn familienaam van Tao in Yang om zijn identiteit te verbergen. Nu drong hij er bij zijn kinderen op aan om naar een militaire universiteit te gaan, in de overtuiging dat het vertrouwen van de communistische leiding in afgestudeerde militairen een beschermende sluier over de familie zou leggen.
Toen de jonge Yang zijn huis verliet om medicijnen te gaan studeren, begon hij, zonder het te weten, aan een reis die hem van de beperkingen van communistisch China naar de vrijheid van het Westen zou brengen en van de wijsheid van het verleden naar de grenzen van de moderne geneeskunde.
Een voet in twee werelden
Toen Yang geneeskunde studeerde, bevond hij zich tussen twee werelden: de ene was geworteld in de empirische wetenschap, de andere in de millennia oude filosofie. “Daar begon de verwarring,” zei hij.
Tijdens de zomervakantie voerde hij regelmatig pittige debatten met zijn vader over de discrepanties tussen de twee medische systemen.
“Op de universiteit,” herinnert hij zich, “leerden we dat bloed wordt aangemaakt in het beenmerg. Maar de Chinese geneeskunde zegt dat het door de nieren wordt geproduceerd – ik kon deze twee niet met elkaar in overeenstemming brengen.”
Het antwoord zou Yang tien jaar lang ontgaan, de tegenstrijdigheid bleef in zijn hoofd rondspoken. “Ik kon [mijn vader] niet overtuigen … en hij kon mij niet overtuigen.”
Deze discussies, soms verwarrend en frustrerend, legden de basis voor wat Yangs levenslange queeste zou worden: de wijsheid van het Oosten in harmonie brengen met de strengheid van het Westen.
In zijn vierde jaar kreeg Yang dankzij zijn uitzonderlijke prestaties een beurs om in Sydney te gaan studeren. Toen hij 21 was, was hij zich nog niet bewust van de openbaringen die hem te wachten stonden.
In Australië ervoer Yang de culturele en academische openheid van de Westerse wereld. Hij woonde in een huisje aan zee onder de hoede van professor Thomas Stapleton, een strenge maar hartelijke mentor. Elke ochtend liet de professor hem en zijn medestudenten langs het strand rennen voordat ze de ijskoude oceaan in doken. De training was intensief maar bevrijdend.
In China was zijn curriculum conventioneel en rigide – anatomie, fysiologie en biochemie – psychologie kwam er niet aan te pas. In Australië had hij de ruimte om te ademen, vragen te stellen en de zin van het leven zelf te onderzoeken.

Op een keer vroeg een medestudent geneeskunde Yang naar de taoïstische filosoof Lao Zi. Yang was verrast door zijn interesse, omdat hem geleerd was dat Lao Zi een slecht persoon, “feodalistisch” en “achterlijk” was.
“Dat was gênant,” herinnert Yang zich. “Het maakte me bewust van het gebrek aan kennis van mijn eigen cultuur.” Maar Yang wist niet beter. Hij was, in zijn eigen woorden, “gehersenspoeld door het communisme” – een verwrongen werkelijkheid voorgeschoteld.
Academisch gezien waren zijn dagen gevuld met discussies over geneeskunde, maar met een niet vertrouwde benadering.
Stapleton stelde Yang eens op de proef met een vraag over een baby met diarree. Yang somde zelfverzekerd medische interventies op: rehydratie, behandeling van infecties en symptoombestrijding. Maar Stapleton drong verder aan: “Wat nog meer? Wat deed de moeder? Waar was de vader?” Dit moment leerde Yang om verder te denken dan biologie en andere oorzaken te zoeken – een les die een hoeksteen van zijn medische filosofie zou worden.
“De meeste artsen richten zich op het verhelpen van symptomen,” zei Yang, “maar we moeten graven naar de onderliggende oorzaken, zowel direct als indirect.”
Stapleton herkende zijn passie en bekwaamheid en spoorde hem aan: “Je moet naar Oxford komen.”
Een ontwaken in het Westen
Aan de Universiteit van Oxford deed Yang, als onderzoeker in de klinische psychofarmacologie, een opzienbarende ontdekking – een groep wetenschappers ontdekte dat de vorming van rode bloedcellen in het beenmerg werd gestimuleerd door een hormoon dat erytropoëtine werd genoemd.
Hij was stomverbaasd toen hij ontdekte dat dit hormoon in de nieren werd aangemaakt – precies zoals zijn vader hem had geleerd.
“Ik wou dat hij nog leefde toen ik dit ontdekte,” zei Yang. De discrepantie waar hij al zo lang last van had, begon te verdwijnen.
Terugdenkend aan die zomerse discussies met zijn vader, herinnerde hij zich hoe zijn vader hem ook had geleerd dat stemmingsstoornissen en bloeddruk met elkaar samenhingen en beiden konden worden herleid naar de lever. Yang was het daar toen niet mee eens: “Het ene is een cardiovasculair probleem en het andere is een probleem voor de psychiatrie”.
Als assistent bestudeerde Yang hoe serotonine- en dopaminereceptoren stemmingsstoornissen beïnvloeden. Toen hij de wetenschappelijke literatuur doornam, ontdekte hij dat het meeste onderzoek niet in een psychologisch tijdschrift was gepubliceerd, maar in het tijdschrift Hypertension. Hij realiseerde zich dat bloeddruk en stemmingsstoornissen allebei verband hielden met serotonine. Yang vroeg zich toen af: “Waar wordt serotonine gemetaboliseerd?” Verrassing: in de lever.
“Ik glimlachte in mijn binnenste,” zei Yang. De westerse geneeskunde leek oude Chinese wijsheid te bevestigen.
Bij een andere gelegenheid nam Michael Gilda, voorzitter van de afdeling Psychiatrie, Yang mee uit lunchen en nodigde hem uit om de bibliotheek van Merton College te bezoeken. Daar, omringd door boekdelen vol medische botanische middelen, realiseerde Yang zich dat de westerse kruidengeneeskunde haar oorsprong had in praktijken die verwant waren aan die van de Chinese geneeskunde.
Deze openbaringen in Oxford betekenden een keerpunt voor Yang. De twee werelden waarin hij zich bevond begonnen samen te komen, de wijsheid van het verleden verlichtte het pad voorwaarts.
Een onverwachte thuiskomst
Gesterkt door zijn ervaring in het buitenland keerde Yang in 1989 terug naar China, gemotiveerd om de geneeskunde te veranderen. “Ik wilde China veranderen,” zei hij vol idealisme.
Zijn thuiskomst viel echter samen met de protesten op het Plein van de Hemelse Vrede. Veel van Yangs collega’s marcheerden mee, maar hij hield zich gedeisd. Hij was zich ervan bewust dat hij als militair onder strenger toezicht stond en zijn familie en carrière in gevaar kon brengen. Hij besloot aan de zijlijn te blijven staan, maar de angst nestelde zich in zijn hart.
Ondanks de onrust nam zijn academische carrière een hoge vlucht. In 1992 was hij de jongste behandelend arts en assistent-professor aan de Vierde Militaire Medische Universiteit, klaar om de afdelingen neurologie en psychiatrie te leiden. De lofbetuigingen stroomden binnen – hij was een rijzende ster.
Maar onder het laagje vernis van succes zag hij een verontrustende toekomst. Hij merkte op dat zijn leidinggevende, ondanks zijn grote prestaties, in voortdurende angst leefde. De leidinggevende was erg voorzichtig met wat hij zei, of zelfs met wat hij dacht, hij censureerde zichzelf voortdurend, zei Yang.
Toen hij zijn eigen onvermijdelijke pad zag, dacht hij: “Zo wil ik niet leven.”
Yang voelde het verstikkende gewicht van compromissen. Hij zag hoe artsen steekpenningen aannamen, politieke allianties vormden om subsidies veilig te stellen en zich een weg baanden door het corrupte systeem. De starre hiërarchie smoorde innovatie en integriteit.
Yangs gedachten dwaalden af naar Oxford, waar hij echte vrijheid had geproefd. “Ik had het gevoel dat ik echt menselijke waardigheid en identiteit had.”
“Ik veranderde China niet. China veranderde mij.”
Yang nam een besluit. Hij zou naar de Verenigde Staten vertrekken.
Zijn collega’s en familie trokken zijn keuze vol afkeuring in twijfel: “Waarom weggaan als je hier alles kunt zijn wat je wilt?” Yang antwoordde hen streng: “Jullie weten niet wat ik wil – wat ik wil is vrijheid.”

Blik op het westen en opnieuw beginnen
In 1998 landde Yang in het besneeuwde Minnesota met slechts 6000 dollar op zak. Zijn medische diploma’s waren waardeloos in Amerika. Nu, met een vrouw en een jonge zoon, was hij gedwongen om opnieuw te beginnen. Vrijheid, zo leerde hij, had een prijs.
Zijn vrouw stelde voor om borden te wassen in een plaatselijk restaurant. Maar het lot besliste en gaf Yang een baan als leraar aan een gemeenschapsschool. Daar leerde hij westerlingen over acupunctuur en kruidengeneeskunde.
Het was een transformerende periode, die hem dwong te verwoorden hoe oosterse en westerse geneeskunde naast elkaar konden bestaan – en dat in een taal die hij niet helemaal kende. “Ik moest de kloof overbruggen. Ik moest het eerst zelf begrijpen voordat ik het hen duidelijk kon maken,” herinnert hij zich.
Stap voor stap bouwde Yang zijn carrière weer op. Hij voltooide zijn psychiatrieopleiding aan de Thomas Jefferson University in Philadelphia en een opleiding in integratieve geneeskunde aan de Universiteit van Arizona.
Yang zag een gat in het onderwijs over Chinese geneeskunde in de Verenigde Staten en gebruikte zijn expertise om co-auteur te worden van een uitgebreid TCM leerboek voor Oxford University Press. Hij richtte het American Institute for Clinical Acupuncture op, dat zich richt op het opleiden en trainen van artsen in klinische acupunctuur. Als hij China niet kon veranderen, dan zou hij het beste van zijn erfgoed naar zijn adoptieland brengen.
Naarmate zijn reputatie groeide, nam ook het aantal uitnodigingen toe om op conferenties te spreken en belangrijke cliënten te behandelen. Yangs integratieve model – een mix van moderne wetenschap en oude wijsheid – begon vorm te krijgen.
Een nieuw paradigma
Yang zag de grote vraag naar integratieve gezondheidsoplossingen die zich richten op zowel geest als lichaam, waarbij het eerste wordt benadrukt in de traditionele Chinese geneeskunde en het tweede in de westerse geneeskunde. Dit bracht hem ertoe zijn eigen paradigma op te zetten, dat deze twee elementen integreert en in evenwicht brengt.
Zijn uitgangspunt was eenvoudig. Het menselijk lichaam is multidimensionaal en bij echte genezing moet met elke dimensie rekening worden gehouden. Volgens hem zijn deze dimensies anatomie, biochemie, energie en geest.

Volgens Yang richt de moderne geneeskunde zich vaak alleen op anatomie en biochemie en verwaarloost ze de cruciale rol van energie en geest. Hij gelooft dat dit onevenwicht aan de basis ligt van veel chronische ziekten en geestelijke gezondheidsproblemen waar mensen tegenwoordig mee te maken hebben.
Hij gebruikt vaak een auto als voorbeeld. Ook al heeft hij een carrosserie, olie, water, elektrische circuits en een motor, toch kan hij niet bewegen. Er is een bestuurder nodig om hem aan de gang te krijgen. Hetzelfde geldt voor mensen, suggereert hij, die de ziel of het bewustzijn nodig hebben om het menselijk lichaam te besturen.
“In wezen zijn we spirituele wezens die een menselijke ervaring hebben,” zegt Yang graag. In zijn praktijk vraagt hij patiënten naar hun doelgerichtheid, hun relatie met zichzelf en hun begrip van spiritualiteit en sterfelijkheid. Hij ziet deze vragen als onlosmakelijk verbonden met het streven naar lichamelijke gezondheid en welzijn.
“We moeten definiëren wat gezondheid echt is,” benadrukt Yang. In plaats van alleen de afwezigheid van ziekte, ziet hij ware gezondheid als “het resultaat van fysieke integriteit, biochemische overvloed, energetische balans en spirituele vrede”. Het is een verheven ideaal, geeft hij toe, maar wel één dat het nastreven waard is.
Na jaren van bijschaven en oefenen kijkt hij niet meer naar het Oosten of het Westen, maar naar de toekomst.
Zijn volgende doel is om de toekomst van de geneeskunde in de Verenigde Staten opnieuw vorm te geven en de beste manier om verandering te inspireren is door het goede voorbeeld te geven.
Een nieuw medisch centrum
Vandaag de dag is Yang de CEO van het Northern Medical Center in Middletown, New York – een medisch centrum dat is ontworpen om oude en moderne wijsheid te combineren om elke patiënt als een geheel te behandelen. Het centrum brengt zijn visie tot leven door integratieve zorg aan te bieden die standaard medische behandelingen, acupunctuur en kruidentherapieën allemaal onder één dak combineert. Momenteel worden er meer dan 1000 patiënten per maand geholpen.
In plaats van traditionele Chinese geneeskunde aan te bieden als aanvulling, ontwerpt Northern Medical Center zijn behandelingen op basis van het model van anatomie, biochemie, energie en geest, waarbij elk van de vier dimensies hetzelfde gewicht krijgt.
Traditionele Chinese geneeskunde moet niet worden gezien als “aanvullend” of “alternatief” maar als “essentieel”, zegt Yang.
Yang gebruikt bijvoorbeeld een techniek die neuro-emotionele techniek (NET) wordt genoemd. NET maakt gebruik van het inzicht van de traditionele Chinese geneeskunde in energiemeridianen en emotionele blokkades, maar introduceert een systematische westerse benadering om vast te stellen waar onopgeloste emoties in het lichaam zijn opgeslagen.

De techniek kan energetische blokkades lokaliseren en opheffen. Hij herinnert zich een patiënt genaamd Rob, wiens rookverslaving aanhield ondanks talloze pogingen om te stoppen. Met behulp van NET hielp Yang Rob ontdekken dat zijn gewoonte geworteld was in academische druk van zijn vader jaren geleden. Toen deze emotionele blokkade eenmaal was geïdentificeerd en losgelaten, stopte hij met roken en bleef hij tabaksvrij.
Een andere belangrijke focus van het centrum is de zorg voor patiënten met menselijkheid en compassie.
Het personeel geeft aan dat Yang persoonlijk veel tijd doorbrengt met elke patiënt. “Het zijn meer dialogen dan consulten,” zegt Qinyang Jiang, zijn medisch assistent. Yang wil de context van het leven van de patiënten begrijpen, niet alleen hun labnummers.
Deze focus heeft bij veel patiënten geleid tot doorbraken na jaren van ineffectieve behandelingen elders, aldus Yang. Een veteraan met ernstige PTSS en chronische depressie zocht bijvoorbeeld tevergeefs zorg in meerdere ziekenhuizen. Na het ondergaan van integratieve behandelingen, waaronder transcraniële magnetische stimulatie, acupunctuur en traumagerichte therapie, bereikte de patiënt langdurige verlichting en hervatte hij zijn dagelijkse leven op een zinvolle manier.
De drievoudige arts
Voor Yang begint het transformeren van de gezondheidszorg met het herdefiniëren van de rol van de arts.
“Als je dokter alleen betaald wordt om medicijnen voor te schrijven, 15 minuten met patiënten te praten en operaties uit te voeren, dan is hij niet gemotiveerd om iets anders te doen,” zei hij.
“Stel je een systeem voor waarin huisartsen evenveel betaald krijgen voor het voorkomen van ziekten als voor het behandelen ervan. Dat zou onze benadering van gezondheid fundamenteel veranderen.”
Yangs visie voor dit nieuwe soort artsen is gebaseerd op de oude wijsheid van de Chinese geneeskunde. Hij vertelt het verhaal van Bian Que, een legendarische arts die, toen hem door de keizer werd gevraagd of hij de beste was, antwoordde: “Nee, dat ben ik niet. Ik behandel alleen ziektes. De beste dokter is iemand die kan voorkomen dat mensen ziek worden.”
Bian Que ging verder : “De beste dokter is iemand die de natie kan genezen. De tweede beste geneest mensen. De derde behandelt alleen maar ziektes.”
Als je kijkt naar ons huidige Amerikaanse systeem, benadrukt Yang, dan zien we dat de meeste artsen ziekten behandelen, maar niet de onderliggende oorzaak. Daarin ligt zowel het probleem als de kans.
Hij wil de volgende generatie managers in de gezondheidszorg opleiden tot “drievoudige artsen” – “mensen die het volksgezondheidsbeleid kunnen vormgeven, patiënten holistisch kunnen behandelen en ziekten effectief kunnen aanpakken.”
Een visie voor een gezonder Amerika
Northern Medical Center is nog maar het begin. Na meer dan vier decennia lang uiteenlopende disciplines op vier continenten te hebben bestudeerd, is Yang van mening dat de Amerikaanse gezondheidszorg aan een revisie toe is.
Ondanks een budget van 4,5 biljoen dollar geeft het huidige systeem de voorkeur aan interventie boven preventie en ziekte boven gezondheid. Yang gelooft dat integratieve geneeskunde het ontbrekende stuk is. Zonder dat “gaan we Amerika niet weer gezond maken”.
Hij gelooft dat hij, met slechts 0,0046 procent van het gezondheidszorgbudget, kan laten zien hoe een gezondheidszorgsysteem eruit ziet, met het Northern Medical Center als voorbeeld.
Yang heeft een groots plan: een lokaal systeem opbouwen dat laat zien hoe integratieve gezondheidszorg minder kan kosten, beter kan werken en wereldwijd kan worden overgenomen.
Yang werkt aan een model dat een medische school, ziekenhuis en onderzoeksinstituut omvat. In dit systeem worden artsen opgeleid om patiënten als complete wezens te zien en wordt gezondheid niet gedefinieerd door de afwezigheid van ziekte maar door de aanwezigheid van balans.
Het is een ambitieuze visie, maar het begint al vorm te krijgen in het Northern Medical Center.
“Omdat ik weet wat voor persoon hij is, leent dr. Yang zich uitstekend voor een taak als deze,” zegt Robert Backer, psycholoog en oud-collega. Yang kan mensen mobiliseren en inspireren om zijn visie te delen. Meer mensen sluiten zich aan bij het team, overtuigd door zijn ideeën en overtuigingen.
Yangs houding is kalm en bedachtzaam, maar verandert als het tijd is om dingen voor elkaar te krijgen – misschien een overblijfsel van zijn militaire training. “Hij stelt een doel en zorgt dat het gebeurt,” zegt zijn medisch assistent.
Voor Yang gaat het niet om zijn persoonlijke nalatenschap. “Wat we in dit leven doen, draagt bij aan de toekomst,” zei hij. “Ik wil dat onze kinderen en kleinkinderen in een betere, gezondere, mooiere wereld leven.”
Jingduan Yang is, zoals hij zelf toegeeft, een dromer, maar hij zit niet te wachten tot die wereld er is.
Hij is hem aan het bouwen.
Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd in het Amerikaanse Essence magazine.
Gepubliceerd door The Epoch Times (17 mei 2025): His Family Treated Emperors—Now He Wants to Transform Medicine





