20 augustus 2026
Het kunstwerk “Comedian” van de Italiaanse kunstenaar Maurizio Cattelan tijdens de persvoorstelling van de tentoonstelling “Dimanche sans fin. Maurizio Cattelan et la Collection du Centre Pompidou” (Eindeloze zondag. Maurizio Cattelan en de collectie van het Centre Pompidou) in het Centre Pompidou-Metz in Metz op 7 mei 2025. Jean-Christophe Verhaegen/AFP via Getty Images

Bananen, ducttape en de absurditeit van moderne kunst

De presentatie van Maurizio Cattelan onthult de huidige stand van de kunst en de kunstenaars die vandaag de dag worden geprezen.

Onlangs at iemand een kunstwerk ter waarde van 5,3 miljoen euro. Het betrof de ‘kunst’-opstelling Comedian van Maurizio Cattelan: een banaan die met ducttape aan de muur is geplakt. Misschien dacht de museumbezoeker die het stuk heeft geconsumeerd, dat het een onderdeel was van een gratis snackbuffet, of wilde hij juist de absurditeit aantonen van het idee dat fruit met plakband als kunstwerk kan gelden.

Het was niet de eerste keer dat Comedian vroegtijdig sneuvelde. In 2023 at een andere bezoeker de banaan op, met als verklaring dat hij “honger” had. In 2024 kocht cryptomiljardair Justin Sun een versie van Comedian en at eveneens de banaan. Toch overleeft het kunstwerk de hongerige impulsen van museumgangers en techmiljardairs, omdat volgens de instructies van de kunstenaar de banaan steeds kan worden vervangen. Sterker nog, dat moet zodra hij begint te rotten—of zodra iemand hem wegpakt als tussendoortje.

Cattelan reageerde achteraf dat hij het jammer vond dat de bezoeker niet ook de schil en de tape had opgegeten. Volgens hem had de museumganger “de vrucht verward met het kunstwerk”.

Laat me een radicale hypothese opperen: als toeschouwers van een kunstwerk steeds weer in de verleiding komen het op te eten, of als het voortdurend vervangen moet worden om chemische ontbinding te voorkomen, dan is het waarschijnlijk geen echt kunstwerk. Dan is het waarschijnlijk voedsel, zoals een banaan.

De Subversie van kunst

Cattelan staat bekend om het ondermijnen van kunst. De website Artnet noemt hem een “artist-provocateur”. Perrotin beschreef het zo: “Zijn werk, dat vrijelijk leent uit de echte wereld van mensen en objecten, is een oneerbiedige ingreep die zowel op de kunst als op de instituties is gericht.” In feite gelooft Cattelan dat een kunstwerk ontstaat zodra de kunstenaar iets als kunst wil bestempelen, en hij gebruikt deze radicale opvatting van artistieke vrijheid om de spot te drijven met echte, hoogwaardige kunst.

Dit sterk subjectieve idee van kunst vindt zijn oorsprong in de Dada-school, die na de Eerste Wereldoorlog opkwam. Die beweging wilde kunst, waarheid en rationaliteit aanvallen, uit haat tegen de gevestigde orde en uit sympathie voor communistische revolutie. Een van de bekendste figuren, Marcel Duchamp, diende ooit een urinoir in bij een kunsttentoonstelling en verklaarde dat het een sculptuur was.

De dadaïsten koesterden het absurde en genoten ervan traditionele ideeën over kunst op hun kop te zetten. Net als Cattelan hielden ze vol dat alles—zelfs een alledaags object als een urinoir—kunst kon zijn, zolang zij maar zeiden dat het kunst was.

In werkelijkheid hielden ze zich bezig met een bespotting van de hele kunsttraditie, die zij zagen als een voorbeeld van de decadentie van de burgerlijke samenleving. Dadaïsten en hun erfgenamen—zoals Cattelan—lachen om begrippen als schoonheid, proportie, rationaliteit, of de noodzaak dat kunst een objectieve betekenis uit de wereld weerspiegelt.

Egocentrische ‘kunst’

Dit sluit aan bij de moderne afwijzing van orde, betekenis en waarheid in het universum. Vroeger geloofden kunstenaars dat hun werk een ontmoeting inhield met een externe werkelijkheid, die zij met liefde en nederigheid probeerden waar te nemen en uit te beelden.

Zoals de filosoof Josef Pieper schreef, werkt een echte kunstenaar aan het zichtbaar en tastbaar maken in taal, klank, kleur en steen van de oerbeelden van alle dingen, zoals hij het voorrecht had die waar te nemen.

“Kunstenaars geloofden ooit dat alle dingen een stabiele aard hadden die gekend kon worden, en dat onze kennis en liefde voor die aard verdiept kon worden door de kunstervaring. Door die ervaring groeien hart en geest.”

Pieper vervolgt:

“Waar de kunsten worden gevoed door het feestelijk beschouwen van universele werkelijkheden en de redenen die daarachter schuilgaan, vindt er in waarheid iets als een bevrijding plaats: het naar buiten treden in de open ruimte onder een eindeloze hemel, niet alleen voor de scheppende kunstenaar zelf, maar ook voor de beschouwer.”

“Grote kunst trekt ons uit onszelf, voert ons naar verbondenheid met anderen, en uiteindelijk naar verbondenheid met het mysterie van de wereld. Dat gebeurt doordat ze ons een helderder blik op de werkelijkheid schenkt.”

Pieper merkt op dat wanneer we dit traditionele idee van kunst verliezen, kunst gemakkelijk corrupt raakt: “Juist artistieke activiteit kan ontaarden—ofwel in een leeg en doelloos spel, of in een nieuwe en geraffineerde vorm van drukdoenerij, winstbejag en nerveuze afleiding.”

Met werken als Comedian houden Cattelan en de zijnen zich precies daarmee bezig: spelletjes spelen en hun neus ophalen voor de echte kunstmonumenten uit het verleden. Nu objectieve maatstaven voor kunst en de verbinding met waarheid verdwenen zijn, is het doel van artistieke schepping louter effectbejag geworden—het najagen van originaliteit omwille van de originaliteit zelf, met daarbovenop een scheut politiek activisme.

In de hedendaagse kunstwereld is de bepalende factor voor wat wel en geen kunst is niet langer de intentie van de kunstenaar in combinatie met een feitelijke interpretatie van de betekenis die in de wereld wordt gevonden. Het criterium ligt enkel nog bij de intentie van de kunstenaar zelf, ongeacht of het “kunstwerk” enige betekenis, complexiteit of artistieke vaardigheid bevat. In dit denken hoeft kunst geen enkele relatie meer te hebben met de werkelijkheid.

Kunst van dit soort wordt steeds egocentrischer. De kunstenaar richt zich naar binnen in plaats van naar buiten. In plaats van te zeggen: “Ik breng iets van de wereld in mijn kunst, zodat we samen de wereld kunnen vieren,” zegt de kunstenaar van nu: “Ik breng mezelf in mijn kunst, zodat anderen mij zullen vieren.”

In het geval van Cattelans Comedian is dat stukje van zichzelf dat hij in het werk heeft gelegd zijn eigenaardige en subversieve gevoel voor humor. Dat is alles wat er in Comedian “gevierd” wordt. En precies daarom komt Comedian telkens tot een rechtvaardig einde, zodra een museumbezoeker genoeg honger krijgt.

Gepubliceerd door The Epoch Times (6 augustus 2025): Bananas, Duct Tape, and the Absurdity of Modern Art