“China – Het onvertelde verhaal”
De Chinese samenleving was eeuwenlang gegrond op een diepgeworteld spiritueel fundament, verankerd in de normen en waarden die voortvloeiden uit wat men ‘de drie grote leerscholen’ noemt.
Naast het taoïsme en het boeddhisme ontwikkelde zich in China nog een derde grote leerschool: het confucianisme. Confucius wordt ook wel ‘de leraar van alle leraren’ genoemd. Hij leefde ongeveer 2.500 jaar geleden, rond dezelfde periode als Lao Zi, de grondlegger van het taoïsme. Hij verkondigde een denkwijze die gebaseerd was op een aantal fundamentele ethische principes: goedheid, rechtvaardigheid, fatsoen, wijsheid en integriteit.
Een kernbegrip binnen zijn leer is zelfdiscipline: het vermogen tot volharding, zelfbeheersing en verdraagzaamheid. Volgens Confucius begint een betere wereld niet met het veranderen van anderen, maar met het verbeteren van jezelf.
Het confucianisme groeide geleidelijk uit tot een van de belangrijkste pijlers van de Chinese beschaving en de waarden en principes ervan hebben het Chinese volk eeuwenlang geïnspireerd.

De gulden regel
Een van de morele principes die Confucius onderwees, wordt de Chinese gulden regel genoemd. Deze is terug te vinden in de Gesprekken van Confucius (Lunyu), boek 15, passage 24 (volgens de gebruikelijke moderne nummering).
Op een dag stelde een van de leerlingen van Confucius zijn meester een vraag: ‘Bestaat er één woord dat als leidraad kan dienen voor een heel leven?’ Confucius antwoordde: ‘Is dat woord niet wederkerigheid? Wat je zelf niet wilt, doe dat ook een ander niet aan.’
Confucius bedoelde hiermee dat een mens zich, om juist te handelen, eerst en vooral moet kunnen verplaatsen in de positie van een ander. Voordat hij iets zegt of doet, zou hij zich moeten afvragen hoe hij het zelf zou ervaren als iemand anders hem op dezelfde manier behandelde. Volgens Confucius begint een harmonieuze samenleving niet uitsluitend bij wetten of voorschriften, maar bij het vermogen van mensen om elkaar met menselijkheid en respect te behandelen.
De zes levensfasen
Confucius beschreef ook hoe zijn kijk op het leven veranderde naarmate hij ouder werd. In de Gesprekken van Confucius (Lunyu), boek 2, passage 4, blikt hij terug op zijn eigen levensloop en onderscheidt hij zes levensfasen:
‘Toen ik vijftien was, richtte ik mijn hart op het leren.
Toen ik dertig was, had ik mijn plaats in de wereld gevonden en stond ik stevig op eigen benen.
Toen ik veertig was, werd ik niet langer door twijfel gekweld.
Toen ik vijftig was, begreep ik dat niet alles in mensenhanden ligt en leerde ik de wil van de Hemel aanvaarden.
Toen ik zestig was, kon ik met een open geest luisteren naar andere meningen en ze begrijpen.
Toen ik zeventig was, kon ik de verlangens van mijn hart volgen zonder ooit de grenzen van het juiste te overschrijden.’
Confucius beschreef hiermee hoe hij in de loop van zijn leven een toestand van innerlijke harmonie had bereikt, waarin zijn persoonlijke verlangens volledig in overeenstemming waren met de morele principes en de natuurlijke orde van het bestaan. Hij hoefde zichzelf niet langer voortdurend te corrigeren of zijn verlangens te onderdrukken, omdat wat hij spontaan wilde, ook in overeenstemming was met wat hij als juist beschouwde.
In die zin had hij ook een bijzondere vorm van innerlijke vrijheid bereikt: niet de vrijheid om zomaar alles te doen, maar de vrijheid om zijn hart te volgen zonder daarbij zijn morele principes te schenden.
Met zijn zes levensfasen illustreerde Confucius hoe we als mens een groeiproces kunnen doorlopen, beginnend bij het verlangen om te leren en onze plaats in de wereld te vinden, om uiteindelijk te komen tot een dieper begrip van onszelf, de mensen met wie we omgaan en de wereld om ons heen.
Wijsheid was in de ogen van Confucius niet alleen een kwestie van kennis of levenservaring, maar vooral van moreel besef en morele groei, met als uiteindelijk doel een toestand van innerlijke harmonie te bereiken, waarin persoonlijke verlangens en morele principes met elkaar in overeenstemming zijn en niet langer met elkaar in strijd zijn.
De zes levensfasen van Confucius illustreren hoe een mens zijn hele leven kan blijven leren, zichzelf moet blijven disciplineren en zich voortdurend verder kan blijven ontwikkelen.
Confucianisme als hoeksteen van de Chinese beschaving
De leer van Confucius had een zeer breed draagvlak. Ze beïnvloedde niet alleen het persoonlijke leven, maar ook het sociale en politieke bestel. Ze bepaalde onder meer hoe het land bestuurd werd, hoe ambtenaren werden aangesteld en ze had zelfs tot op zekere hoogte invloed op de mode.

Er wordt weleens beweerd dat ook de typisch gereserveerde houding van de Oosterling tot op zekere hoogte kan worden toegeschreven aan de disciplinerende invloed van het confucianisme, een invloed die eeuwenlang door de verschillende dynastieën heen voelbaar bleef.
Van de stilte naar de strijd
Aan die eeuwenlange invloed van Confucius en zijn leer kwam echter een abrupt einde toen Mao Zedong in 1949 de Volksrepubliek China uitriep en de Chinese Communistische Partij aan de macht kwam. De manier waarop Confucius vandaag in China wordt beschouwd, weerspiegelt de ingrijpende politieke en maatschappelijke veranderingen die het land sindsdien heeft doorgemaakt.
Vooral tijdens de Culturele Revolutie (1966–1976) werden traditionele Chinese beoefeningswijzen en religieuze en culturele gebruiken die als overblijfselen van het verleden werden beschouwd, fel bekritiseerd en bestreden. Ze werden allemaal gezien als uitingen van het ‘oude denken’, dat kost wat kost in de kiem moest worden gesmoord.
Het waren vooral de zogenaamde Rode Gardisten, veelal scholieren en studenten die door Mao waren gemobiliseerd om zich te keren tegen de zogenaamde ‘Vier Ouden’ (oude ideeën, oude cultuur, oude gewoonten en oude gebruiken), die door het land trokken om tempels, kloosters, kerken en heiligdommen te vernielen. Oude geschriften werden verbrand, standbeelden kapotgeslagen en monniken en priesters publiekelijk vernederd. Volgens het boek Mao’s Last Revolution werden tijdens de Culturele Revolutie alleen al in Peking 4.922 van de 6.843 officieel als historisch waardevol erkende plaatsen beschadigd of volledig vernietigd. De Verboden Stad wist ternauwernood aan de vernielingen te ontsnappen.

Zelfs Confucius en zijn leer werden het doelwit van politieke campagnes, omdat ze werden geassocieerd met de oude maatschappelijke orde die Mao wilde doorbreken. In 1966 trokken ongeveer tweehonderd Rode Gardisten naar de meer dan 2.000 jaar oude Confuciustempel in Qufu (provincie Shandong, China), waar ze grote vernielingen aanrichtten. Op het terrein van de tempel werden talloze historische monumenten en artefacten beschadigd of omvergetrokken.
Een van de getroffen monumenten was de imposante Chenghua-stele (成化碑), een van de belangrijkste historische gedenkstenen op het terrein van de Confuciustempel, die in 1468 op bevel van keizer Chenghua (Zhu Jianshen, 1447–1487) was opgericht ter ere van Confucius. De inscriptie op deze bijna acht meter hoge gedenksteen bevat een bijzonder krachtige lofrede op Confucius, waarin keizer Chenghua de leer van Confucius prijst als ‘onmisbaar voor de samenleving’. In 1966 werd de gedenksteen door Rode Gardisten omvergetrokken en brak hij in stukken. Na de Culturele Revolutie werd het monument gerestaureerd en opnieuw opgericht. De breuklijnen blijven echter duidelijk zichtbaar, als stille getuigen van de verwoestingen tijdens de Culturele Revolutie.

Zelfs het graf van Confucius werd opengebroken en geplunderd. Er is trouwens nog een opmerkelijk anekdote verbonden aan dit verhaal. Toen de Rode Gardisten het graf van Confucius uitgroeven, troffen ze geen stoffelijke resten aan. Volgens sommige historische verslagen groeven ze ongeveer drie meter diep, waarna hun geduld opraakte en ze dynamiet gebruikten om het graf verder open te breken. De grafkamer bleek echter leeg te zijn en tot op vandaag is niet duidelijk wat er met de stoffelijke resten van Confucius is gebeurd.

Confucius: in ere hersteld?
Na de Culturele Revolutie werd ook het graf van Confucius gerestaureerd. Vanaf het einde van de jaren zeventig werden grootschalige restauratiewerken uitgevoerd op de site van de Confuciustempel in Qufu. Sinds 1994 staan de tempel, de begraafplaats en het landgoed van de familie Kong op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Confucius lijkt op die manier weer in ere te zijn hersteld, maar de vraag blijft of het hierbij werkelijk gaat om een herwaardering van Confucius en zijn leer, of veeleer om een manier om het toerisme aan te zwengelen en Confucius daarbij naar voren te schuiven als symbool van het rijke Chinese culturele erfgoed.
Een treffend voorbeeld van de ambitie van de CCP om Confucius opnieuw een plaats te geven als symbool van de Chinese culturele identiteit zijn de Confuciusinstituten, die sinds 2004 wereldwijd aan universiteiten worden opgericht, en die worden voorgesteld als culturele ambassadeurs die de Chinese taal en cultuur uitdragen. Toch bestaat er bezorgdheid dat deze door de Chinese staat gesteunde instellingen in feite dienen als instrumenten waarmee de Chinese Communistische Partij (CCP) invloed probeert uit te oefenen binnen onze westerse academische instellingen.
Een opmerkelijk voorbeeld hiervan deed zich voor aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB). In 2019 raakte bekend dat de toenmalige Chinese directeur van het Confuciusinstituut, Xinning Song, door de Belgische Staatsveiligheid werd verdacht van spionage en het rekruteren van informanten voor Chinese inlichtingendiensten. Hij kreeg een inreisverbod voor de Schengenzone. De VUB besloot daarop in december 2019 de samenwerking met het Confuciusinstituut niet te verlengen. Het instituut sloot na afloop van het contract in juni 2020 zijn deuren.
Ook in de Verenigde Staten kwamen de Confuciusinstituten de afgelopen jaren onder vuur te liggen. Uit bezorgdheid over Chinese overheidsinvloed, academische vrijheid en nationale veiligheid nam het Amerikaanse Congres wetten aan die de federale financiering van universiteiten met een Confuciusinstituut sterk beperkten. Als gevolg daarvan sloten vrijwel alle Confuciusinstituten aan Amerikaanse universiteiten hun deuren.

Vandaag wordt Confucius door de Chinese Communistische Partij (CCP) maar al te graag naar voren geschoven als hét boegbeeld van het moderne China. De tegenstelling is treffend: dezelfde partij die zijn gedachtegoed ooit fel bestreed, presenteert hem nu als de ultieme vertegenwoordiger van de Chinese cultuur en identiteit, een herwaardering die jammer genoeg in schril contrast staat met de morele principes die Confucius onderwees.

De standpunten in dit artikel zijn die van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs de opvattingen van The Epoch Times.
Origineel gepubliceerd door Liminal Dawn: China – Het onvertelde verhaal.





