20 augustus 2026
(V.l.n.r., voorste rij) gouverneur van de Bank of England Andrew Bailey, de Amerikaanse minister van Financiën Scott Bessent, gouverneur van de Bank van Frankrijk François Villeroy de Galhau en de Franse minister van Economie, Financiën en Industrie Roland Lescure, samen met andere G7-ministers van Financiën, in Parijs op 19 mei 2026. Kenzo Tribouillard/AFP via Getty Images.

De ministers van Financiën van de G7 richten zich op economische problemen en de te grote productiecapaciteit van China

Volgens een analist ziet de G7 de Chinese export van overproductie en het Chinese economische model als een bedreiging voor de westerse industriële veiligheid en de wereldorde.

De ministers van Financiën van de G7 kwamen op 18 en 19 mei bijeen in Parijs om wereldwijde economische problemen te bespreken, met extra aandacht voor oneerlijke handelsverhoudingen. Volgens sommige ministers komen die door de lage binnenlandse consumptie in China, de te grote productiecapaciteit en de hoge export.

Analisten vertelden aan The Epoch Times dat deze problemen diep in de Chinese economie zitten en daarom niet snel opgelost zullen worden. Tegelijkertijd lijkt de wereldhandel steeds meer verdeeld te raken in blokken: de G7 tegenover China en Rusland.

De G7 is een jaarlijks overleg van grote, ontwikkelde en democratische industrielanden dat afspraken probeert te maken over economisch beleid, veiligheid en klimaat.

De Franse minister van Financiën Roland Lescure, die het overleg voorzat, zei dat “de manier waarop de wereldeconomie zich de afgelopen tien jaar heeft ontwikkeld duidelijk niet houdbaar is”.

De Amerikaanse minister van Financiën Scott Bessent waarschuwde Europese landen dat zij zich moeten beschermen tegen een grote toestroom van Chinese exportproducten. Volgens hem kan dat schadelijk zijn voor de Europese economieën, terwijl China ondanks de zwakke binnenlandse vraag blijft doorgaan met het uitbreiden van zijn industriële productiecapaciteit.

Volgens de nieuwste cijfers verloor de Chinese economie in april verder aan kracht. De groei van de industriële productie nam af en de detailhandelsverkopen bereikten het laagste niveau in meer dan drie jaar.

Door de zwakke binnenlandse consumptie vertraagt de economische groei in China, waardoor het land nu meer producten exporteert, zei Scott Bessent.

De Japanse minister van Financiën Satsuki Katayama zei tijdens het overleg: “Er bestaat brede overeenstemming onder alle landen dat China, door problemen zoals het industriebeleid en marktverstorend gedrag, niet bereid lijkt deze economische onevenwichtigheden zelf te corrigeren.”

Roland Lescure gaf aan dat ook de overmatige consumptie in de Verenigde Staten en het gebrek aan investeringen in Europa bijdragen aan de economische onevenwichtigheden.

Volgens de in de Verenigde Staten gevestigde onafhankelijke politiek econoom Davy J. Wong ligt het echte belang van deze G7-bijeenkomst niet langer bij het zoeken naar een economisch evenwicht met China. Volgens hem draait het er nu om dat China’s export van productiecapaciteit en het Chinese economische model officieel worden gezien als een structurele bedreiging voor de westerse industriële veiligheid en de wereldorde. Dat zei hij tegen The Epoch Times.

Wong zei dat de G7 in het verleden een verkeerd beeld had van China.

“Men dacht dat China, door zich aan te sluiten bij de wereldmarkt en economische groei door te maken, zich geleidelijk meer zou aanpassen aan marktprincipes en internationale normen. Ook verwachtte men dat China politiek en diplomatiek gematigder zou worden, waardoor de verstorende invloed op de wereldorde zou afnemen”, zei hij.

Volgens Davy J. Wong is de G7 inmiddels grotendeels tot de conclusie gekomen dat die inschatting verkeerd was.

“China is niet veranderd door de globalisering. In plaats daarvan gebruikt Beijing juist zijn industriële capaciteit, subsidies, toeleveringsketens en enorme markt om invloed uit te oefenen op de wereldhandel, economische regels, internationale productieketens en de geopolitieke verhoudingen”, zei hij.

De problemen rond de Chinese overcapaciteit en de grote exportoverschotten werden ook besproken tijdens de G20-top door Roland Lescure. De G20 is een internationaal samenwerkingsforum op economisch en financieel gebied, bestaande uit negentien van de grootste economieën ter wereld, aangevuld met de Europese Unie en de Afrikaanse Unie.

Volgens Lescure heeft het overleg tot nu toe echter weinig opgeleverd, mede omdat China zelf lid is van de G20.

Volgens Sun Kuo-hsiang, hoogleraar internationale betrekkingen en bedrijfswetenschappen aan Nanhua University, is de G7 belangrijk omdat de landen buiten de G20 gezamenlijk druk kunnen uitoefenen, terwijl China binnen de G20 besluiten kan tegenhouden. Dat vertelde hij aan The Epoch Times.

Sun verwacht dat de volgende stap van de G7 geen groot gezamenlijk akkoord zal zijn, maar eerder een pakket aan maatregelen. Daarbij noemt hij strengere controles door het Internationaal Monetair Fonds, gezamenlijke importheffingen en handelsmaatregelen, strengere regels voor investeringen en subsidies, en het spreiden van productieketens. Deze maatregelen zouden vooral gericht zijn op de Chinese overcapaciteit in sectoren zoals elektrische voertuigen, batterijen, staal en zonnepanelen.

Davy J. Wong verwacht een vergelijkbare aanpak. Volgens hem zouden de Verenigde Staten, de Europese Unie en Japan gezamenlijk hogere invoerheffingen en strengere beperkingen kunnen opleggen aan Chinese producten, waaronder elektrische auto’s, lithium-ionbatterijen, zonnepaneelapparatuur en oudere generaties halfgeleiders.

Daarnaast kan de G7 volgens Wong samenwerken om op te treden tegen wat hij “origin laundering” noemt. Daarmee bedoelt hij dat Chinese goederen via landen zoals Vietnam, Mexico en andere Zuidoost-Aziatische landen worden doorgestuurd om handelsbeperkingen te omzeilen.

Daarnaast zou de G7 ook regionale productieketens kunnen opzetten. Volgens Davy J. Wong kunnen westerse landen daarbij subsidies en industriebeleid gebruiken om nieuwe productieketens op te bouwen die minder afhankelijk zijn van de goedkope Chinese productiecapaciteit.

Volgens Wong laat deze G7-bijeenkomst zien dat de wereldhandel verschuift van “efficiëntie eerst” naar “veiligheid eerst.”

De Franse minister van Economie, Financiën en Industrie Roland Lescure (links) en de gouverneur van de Bank van Frankrijk François Villeroy de Galhau (rechts) begroeten de Amerikaanse minister van Financiën Scott Bessent voorafgaand aan een bijeenkomst van G7-ministers van Financiën en centrale bankpresidenten in Parijs op 18 mei 2026, ter voorbereiding op de top in Evian in juni. Julien De Rosa/AFP via Getty Images

Russische en Chinese samenwerking

De Russische president Vladimir Putin bezocht Beijing van 19 tot 20 mei samen met een hooggeplaatste delegatie van 39 vertegenwoordigers uit sectoren zoals energie, transport, industrie en kernenergie, slechts vier dagen na het bezoek van de Amerikaanse president Donald Trump aan China. Tijdens de top tussen Putin en de Chinese leider Xi Jinping ondertekenden China en Rusland ongeveer twintig samenwerkingsovereenkomsten, maar over de prijs van aardgas via een geplande gaspijpleiding werd nog geen akkoord bereikt. Volgens Russische zijde lopen de onderhandelingen hierover nog door.

Volgens Davy J. Wong is het bezoek van Putin aan China in feite een samenwerking tussen “een oorlogseconomie” en “een economie met overcapaciteit”.

“China heeft exportmarkten en energie nodig, terwijl Rusland behoefte heeft aan industriële goederen en financiële steun. Daardoor vullen beide landen elkaar economisch aan”, zei hij.

Volgens Sun Kuo-hsiang versterkt het bezoek van Putin aan Beijing het China-Ruslandblok dat beter bestand probeert te zijn tegen westerse sancties.

“Meer samenwerking op het gebied van energie, handel in lokale valuta en gaspijpleidingen kan China helpen minder afhankelijk te worden van zeeroutes en westerse druk. Tegelijkertijd versterkt dit bij de G7-landen het beeld dat China niet alleen een economische concurrent is, maar ook deel uitmaakt van een geopolitiek tegenblok”, zei hij.

Volgens Davy J. Wong zal dit er ook voor zorgen dat de financiële druk en de sancties van de G7 verder worden opgevoerd.

De Russische president Vladimir Putin neemt deel aan een bijeenkomst met de Chinese leider Xi Jinping in Beijing op 20 mei 2026. Alexander Kazakov/Pool/AFP via Getty Images

“In de toekomst kan het Westen sneller beperkingen opleggen aan Chinese banken die betalingen tussen China en Rusland mogelijk maken. Het zou zelfs zover kunnen gaan dat het Chinese grensoverschrijdende betalingssysteem in yuan wordt aangepakt”, zei Davy J. Wong.

Volgens Wong begint de wereldhandel daardoor steeds meer verdeeld te raken in economische machtsblokken.

“Aan de ene kant staat een marktblok dat wordt gedomineerd door de G7, gekenmerkt door hoge standaarden, hoge invoerheffingen en een sterke focus op veiligheid. Aan de andere kant ontstaat een marktblok onder leiding van China, Rusland en delen van het mondiale zuiden (ontwikkelingslanden), met nadruk op minder afhankelijkheid van de dollar en meer handel binnen het eigen economische netwerk”, zei Davy J. Wong.

Afhankelijkheid van China voor zeldzame aardmetalen

Volgens openbare gegevens is China goed voor ongeveer 70 procent van de wereldwijde winning van zeldzame aardmetalen en controleert het land tot wel 90 procent van de wereldwijde capaciteit voor verwerking en raffinage.

Zeldzame aardmetalen zijn belangrijke grondstoffen voor onder meer magneten, batterijen en katalysatoren, en worden veel gebruikt in producten zoals elektronica en auto’s.

Tijdens de G7-bijeenkomst werd ook gesproken over het verminderen van de afhankelijkheid van China voor kritieke grondstoffen en zeldzame aardmetalen. Roland Lescure zei dat de G7 de samenwerking wil verbeteren om markten beter te volgen, verstoringen in de levering sneller te voorspellen en alternatieve aanvoerketens op te bouwen. Het belangrijkste doel is ervoor te zorgen dat “geen enkel land ooit nog een monopolie” op deze grondstoffen kan hebben.

De Franse minister van Economie, Financiën en Industrie Roland Lescure maakt een foto met de G7-ministers van Financiën en de presidenten van centrale banken in Parijs op 18 mei 2026. Julien De Rosa/AFP via Getty Images

Scott Bessent zei dat de G7 werkt aan voorraden van kritieke grondstoffen, prijsafspraken en minimumprijzen om te voorkomen dat China alternatieve leveranciers uit de markt prijst met lagere prijzen.

De G7 is inmiddels begonnen met het minder afhankelijk maken van Chinese toeleveringsketens voor zeldzame aardmetalen. Australië en de Verenigde Staten zijn gestart met het opnieuw opbouwen van capaciteit voor de verwerking van zeldzame aardmetalen, stimuleren de recycling van elektronisch afval en investeren in alternatieve technologieën die minder of geen zeldzame aardmetalen nodig hebben.

Volgens Sun Kuo-hsiang ligt de grootste uitdaging niet bij de winning van deze grondstoffen, maar bij de raffinage en scheiding ervan. Dat proces is duur, vervuilend en wordt grotendeels door China beheerst.

Davy J. Wong zei dat het verminderen van de afhankelijkheid van Chinese zeldzame aardmetalen mogelijk is, maar veel tijd zal kosten. Volgens hem controleert China niet alleen de grondstoffen zelf, maar ook vrijwel de volledige goedkope raffinage- en chemische productieketen.

“Zelfs als landen zoals Vietnam, Brazilië, India en Australië over voorraden beschikken, zou het voor hen op korte termijn erg moeilijk zijn om China te vervangen”, zei Davy J. Wong.

Zwakke consumptie in China

Het bezoek van de Amerikaanse president Donald Trump aan China en zijn ontmoeting met de Chinese leider Xi Jinping leverden volgens analisten weinig concrete resultaten op. China kondigde alleen aan meer Boeing-vliegtuigen en rundvlees uit de Verenigde Staten te zullen kopen.

Volgens Sun Kuo-hsiang zorgde het bezoek van Trump aan Beijing vooral voor stabiliteit, maar niet voor structurele veranderingen.

“De aankoop van Boeing-vliegtuigen helpt symbolisch de Amerikaanse export, maar lost China’s zwakke binnenlandse consumptie, industriële subsidies en op export gerichte overcapaciteit niet op. Zonder hervormingen op het gebied van lonen, sociale voorzieningen, lokale overheidsfinanciën en vertrouwen in de private sector blijft het moeilijk om de binnenlandse vraag in China te herstellen”, zei hij.

Verpakt geïmporteerd Amerikaans rundvlees ligt te koop in een supermarkt in Shenzhen, China, op 12 april 2025. De gemarmerde stukken vlees zijn afzonderlijk verpakt en voorzien van stickers met “U.S. Beef.” Cheng Xin/Getty Images

Volgens Davy J. Wong liggen de oorzaken van China’s overcapaciteit vooral in het feit dat de consumptie van huishoudens een klein deel van het bruto binnenlands product uitmaakt, terwijl de spaartegoeden hoog zijn en de consumptie laag blijft. Daarnaast zijn het overheidsbeleid en de subsidies al lange tijd vooral gericht op productie in plaats van consumptie.

“Daardoor zal zelfs een grotere aankoop van vliegtuigen en soja niet voldoende zijn om de voortdurende export van China’s enorme industriële overcapaciteit op te vangen”, zei hij.

Volgens Wong maakt de G7 zich vooral zorgen over het bredere economische systeem van China, waarbij het land zijn industriële overcapaciteit naar de rest van de wereld exporteert.

Wong stelde verder dat de zwakke consumptie in China vooral wordt veroorzaakt door vermogensverlies door de crisis op de vastgoedmarkt, hoge financiële lasten voor gezondheidszorg, pensioenen en onderwijs, en een algemeen gebrek aan bestaanszekerheid onder de bevolking.

“Zolang de verdeling van welvaart en het sociale zekerheidsstelsel niet worden hervormd, zal het met alleen tijdelijke stimuleringsmaatregelen erg moeilijk blijven om het probleem van de zwakke binnenlandse vraag echt op te lossen”, zei Davy J. Wong.

Volgens Wong is de belangrijkste verandering in de wereldeconomie van 2026 dat de wereld verschuift van “een globalisering gericht op efficiëntie” naar “een systeem dat draait om geopolitieke veiligheid en confrontatie tussen machtsblokken”.

“De poging van de G7 om China’s overcapaciteit in te dammen is niet langer alleen een economisch vraagstuk, maar is uitgegroeid tot een strijd om de wereldorde en strategische dominantie”, zei hij.

Luo Ya en Reuters droegen bij aan dit rapport.

Origineel gepubliceerd door The Epoch Times (22 mei 2026): G7 Finance Ministers Focus on Economic Imbalances, China’s Overcapacity