Commentaar
Duitsland wordt zich steeds meer bewust van de dreiging die uitgaat van China. Dat besef groeit zowel in de regering in Berlijn als in het bedrijfsleven, al kijken beide niet op dezelfde manier naar de relatie met Peking.
De Duitse regering bekritiseert China steeds openlijker vanwege de onderwaardering van de Chinese munt, het inzetten van de dominante positie in de wereldwijde raffinage van zeldzame aardmetalen als politiek drukmiddel en de militaire grijzezonetactieken rond Taiwan en in de Oost- en Zuid-Chinese Zee. Duitse bedrijven vrezen echter dat maatregelen om de Duitse markt te beschermen kunnen leiden tot Chinese vergeldingsacties.
Alhoewel Duitsland vroeger juist voorstander was van nauwere banden met China, is de toon in Berlijn veranderd door de verslechterende economische en veiligheidsrelaties tussen beide landen. Duitsland schuift daarmee steeds meer op richting het standpunt van Brussel, dat een hardere koers tegenover de Chinese Communistische Partij (CCP) vaart.
Kanselier Friedrich Merz verklaarde dat China zijn munt met wel 30 procent ondergewaardeerd houdt. Hij bekritiseerde de Chinese staatssteun aan industrieën en het gebruik van een niet vrij converteerbare munt als concurrentieverstorend. Volgens hem leidt dat tot overcapaciteit van Chinese producten, kunstmatig lage prijzen en een stroom van Chinese goederen naar de wereldmarkt. Tegelijkertijd worden Duitse exporteurs daardoor benadeeld, zowel wereldwijd als op de Chinese markt zelf.
Duitse fabrikanten verdienden vroeger goed aan hun export naar China, maar worden op de Chinese markt inmiddels ingehaald door Chinese concurrenten. De Chinese beperkingen op de export van zeldzame aardmetalen treffen vooral de Duitse auto- en defensie-industrie. Dat is extra problematisch nu de oorlog van Rusland tegen Oekraïne zich mogelijk verder over Europa kan uitbreiden en de Verenigde Staten verwachten dat Europa minder afhankelijk wordt van Amerikaanse defensie.
Chinese auto’s, kleding en zonnepanelen overspoelen de Europese markt en zorgen voor fabriekssluitingen. Duitsland verloor sinds 2019 ongeveer een zevende van zijn banen in de auto-industrie, mede door de concurrentie van Chinese autofabrikanten op de Chinese markt. Sinds 2020 zijn de investeringen in Duitsland gedaald, terwijl ze in andere grote Europese economieën juist zijn gestegen. Het aantal werknemers in de Duitse industrie is teruggevallen tot 6,6 miljoen — het laagste niveau in tien jaar.
Volkswagen overweegt opnieuw een grote ontslagronde, ditmaal van mogelijk 100.000 werknemers, mede door de concurrentiedruk uit China. Daaronder vallen 45.000 Duitse werknemers op vier fabriekslocaties, bovenop de gefaseerde ontslagen van 50.000 banen waarover in 2024 al overeenstemming werd bereikt. Een van de grootste aandeelhouders stelde dat de productie van in China ontwikkelde modellen in Duitsland een deel van die banen zou kunnen redden.
De zwakke economische groei dwingt Berlijn bovendien na te denken over een geleidelijke verhoging van de pensioenleeftijd van 67 naar 70 jaar. Voor 2026 wordt slechts 0,5 procent groei verwacht — lager dan het gemiddelde van de eurozone, onder meer door de achterblijvende Duitse export.
De verslechterende economische positie van Duitsland ten opzichte van China voedt ook de veiligheidszorgen. Peking richt een steeds groter deel van zijn economische en innovatieve capaciteit op militarisering. Die versterking van de militaire macht ondersteunt de Chinese eis tot “hereniging” met Taiwan en de claim op vrijwel de gehele Zuid-Chinese Zee.
Duitsland heeft recent diplomatieke verklaringen afgegeven waarin het zijn bezorgdheid uit over Chinese militaire activiteiten die de scheepvaart ten oosten van Taiwan en de stabiliteit in de Oost- en Zuid-Chinese Zee bedreigen. Berlijn maakt zich ook zorgen over de Chinese steun aan Rusland in de oorlog tegen Oekraïne.
Merz wil de kwestie van de ondergewaardeerde Chinese munt op de agenda zetten van zowel de Europese Raad als de G7 — de groep van de Verenigde Staten, Duitsland, Italië, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Canada en Japan, met de Europese Unie als invloedrijke deelnemer. Hij pleit voor een nieuw Plaza-akkoord, dat destijds via samenwerking tussen de Verenigde Staten, Japan en grote Europese economieën leidde tot een zwakkere dollar.
Volgens Merz kreeg hij sterke steun van de Verenigde Staten voor zijn zorgen over China. Dat roept de vraag op of de G7 binnenkort gezamenlijk harder zal optreden tegen de Chinese muntpolitiek en staatssteun, naast de Chinese territoriale expansie in Oost-Azië en de Zuid-Chinese Zee.
De systematische manier waarop Peking de Chinese export bevordert en zijn territoriale invloed uitbreidt, vraagt om een even systematische reactie van Duitsland, Europa en de Verenigde Staten. Daarbij zou niet alleen gereageerd moeten worden op bestaande problemen, maar ook vooruitgelopen moeten worden op toekomstige dreigingen.
De Verenigde Staten, Europa en andere democratische landen zouden een gezamenlijk standpunt moeten innemen om Chinese militaire agressie in het buitenland te stoppen, onder meer via economische sancties en invoerheffingen. Dat zou het voor de CCP moeilijker maken om haar economische macht te gebruiken voor stapsgewijze militaire expansie. Als hier geen halt aan wordt toegeroepen, zal dat de CCP geleidelijk aan in staat stellen om bij elke gelegenheid steeds meer terrein te winnen.
De Verenigde Staten en Europa zouden het over van alles oneens zijn, van de NAVO en invoerheffingen tot de paus in Italië. De meningsverschillen hebben onder meer betrekking op het beleid ten aanzien van Iran, Oekraïne, Canada en Groenland. Soms wordt het persoonlijk. Bij veel van de belangrijkere kwesties hebben beide partijen een punt.
Er moeten compromissen worden gesloten, zodat we ons kunnen concentreren op de echte bedreigingen die uitgaan van autoritaire landen zoals China. Het Duitse voorbeeld illustreert dit. De democratieën zitten uiteindelijk allemaal in hetzelfde schuitje wanneer het gaat over de naderende storm die de naam CCP draagt.
De in dit artikel geuite opvattingen zijn die van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijk het standpunt van The Epoch Times.
Gepubliceerd door The Epoch Times (1 juli 2026): Germany Wakes Up to the China Threat





