Mensenrechtenexperts en analisten roepen Europese regeringen op om de recente resolutie van het Europees Parlement over transnationale repressie snel om te zetten in concrete maatregelen. Volgens hen moet de resolutie dienen als blauwdruk voor het aanpakken van buitenlandse regimes die dissidenten en diasporagemeenschappen in het buitenland intimideren.
Internationaal mensenrechtenadvocaat David Matas noemde de resolutie “een waarschuwing” en “een duidelijk alarmsignaal”, terwijl China-expert Piero Tozzi zei dat de stemming in het Europees Parlement slechts een eerste stap was en moet worden gevolgd door strengere handhaving, grotere publieke bewustwording en strafrechtelijke vervolgingen.
Het Europees Parlement nam op 16 juni de niet-bindende resolutie aan, waarin de Europese Unie en haar lidstaten worden opgeroepen een beleid van “nultolerantie” te voeren ten aanzien van transnationale repressie door middel van strengere handhaving, juridische hervormingen en gerichte sancties. De maatregel, die werd aangenomen met 434 stemmen vóór, 128 tegen en 104 onthoudingen, omschreef China als de uitvoerder van wat volgens de resolutie de grootste en meest systematische campagne van transnationale repressie ter wereld is.
Deskundigen roepen op tot een snelle uitvoering
Volgens Matas ligt het belang van de resolutie niet alleen in de veroordeling van transnationale repressie, maar ook in de praktische richtlijnen die zij biedt aan regeringen die deze willen bestrijden.
“De tekst is uitgebreid; hij beschrijft het probleem van transnationale repressie in detail en pleit voor een reeks specifieke oplossingen”, vertelde Matas aan The Epoch Times. “De resolutie is voorbeeldig en biedt een actieplan voor elke staat — lid van de Europese Unie of niet — die transnationale repressie serieus neemt en er iets aan wil doen.”
Hij zei dat Europese regeringen alle aanbevelingen zouden moeten uitvoeren en dat de Raad van de Europese Unie verdere stappen zou moeten ondernemen.
Tozzi, senior directeur voor China-beleid bij het in Washington gevestigde America First Policy Institute, zei dat de stemming in het Parlement wijst op een groeiend bewustzijn in Europa van wat hij omschreef als de “lange-armrepressie” van de Chinese Communistische Partij.
Hij verwees naar een recente uitspraak van een Britse rechtbank over een hoge functionaris van het Hongkongse Economic and Trade Office in Londen, die ervan wordt beschuldigd verbannen dissidenten te hebben geviseerd. Volgens hem is dit opnieuw een teken dat Europese regeringen zich steeds bewuster worden van het probleem.
Toch zijn er volgens Tozzi nog aanzienlijke tekortkomingen.
“Over het algemeen is er een gebrek aan bewustzijn over de kwaadaardige activiteiten van agenten van het Chinese ministerie van Staatsveiligheid en functionarissen van het United Front Work Department (de afdeling Verenigde Frontwerk van de Chinese Communistische Partij) — van het intimideren van voorstellingen van Shen Yun tot het fysiek aanvallen van dissidenten”, zei hij. “Deze stemming is een eerste stap, maar de volgende stap bestaat uit het opleiden van politie, justitie en aanklagers op nationaal en lokaal niveau, evenals politieke en maatschappelijke leiders en het brede publiek, zodat zij transnationale repressie kunnen herkennen en beschikken over middelen om die te melden, zodat zij kan worden gestopt en vervolgd.”

Resolutie roept op tot gecoördineerde aanpak
De resolutie van het Europees Parlement omschrijft transnationale repressie als een vorm van buitenlandse inmenging waarbij regeringen of met de staat gelieerde actoren personen buiten hun landsgrenzen intimideren, onder druk zetten, het zwijgen opleggen of op andere wijze schade berokkenen.
Volgens de Europarlementariërs schenden dergelijke praktijken fundamentele rechten die worden beschermd door de EU-wetgeving, ondermijnen zij democratische waarden en vormen zij een bedreiging voor de soevereiniteit en de interne veiligheid van de lidstaten.
De resolutie noemt China, Rusland, Iran en Belarus als enkele van de belangrijkste daders van transnationale repressie. Volgens het document heeft de Chinese Communistische Partij een wereldwijd netwerk opgebouwd van diasporaorganisaties, studentenverenigingen, mediakanalen en zogenoemde overzeese politiebureaus om mensen die in het buitenland wonen te monitoren en onder druk te zetten.
Volgens de resolutie omvatten die activiteiten onder meer toezicht, juridische en economische dwang, misbruik van internationale rechtshandhavingsmechanismen, druk op familieleden in China en pogingen om geviseerde personen te dwingen terug te keren.
Het document verwijst ook naar berichten dat geheime Chinese politiebureaus actief zijn geweest in delen van Europa en dat tussenpersonen zijn ingezet voor toezicht en intimidatie.
Daarnaast stelt het dat de Nationale Veiligheidswet van Hongkong uit 2020 en China’s Verordening ter Bescherming van de Nationale Veiligheid uit 2024 extraterritoriaal zijn toegepast om activisten, academici en politici in het buitenland te viseren via arrestatiebevelen, juridische dreigementen en uitleveringsverzoeken.
De resolutie roept EU-instellingen en lidstaten op tot een gecoördineerde aanpak, waaronder sterkere wettelijke kaders, betere monitoring en rapportage van transnationale repressie, intensievere betrokkenheid bij kwetsbare diasporagemeenschappen, gespecialiseerde opleiding voor politie- en justitiële functionarissen en een ruimere toepassing van de mondiale EU-sanctieregeling voor mensenrechten tegen personen en organisaties die bij dergelijke activiteiten betrokken zijn.

EU volgt probleem op de voet
Een woordvoerder van de EU vertelde aan The Epoch Times dat transnationale repressie in strijd is met de internationale mensenrechten en dat het waarborgen van de openbare veiligheid in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van de lidstaten blijft.
“De EU houdt deze activiteiten wereldwijd in toenemende mate in de gaten en zet haar instrumentarium op het gebied van mensenrechten in om dit fenomeen te bestrijden”, aldus de woordvoerder.
De woordvoerder zei dat de EU gebruikmaakt van bestaande mechanismen — waaronder diplomatieke stappen, mensenrechtendialogen en multilateraal overleg — om gevallen van transnationale repressie aan te pakken.





