donderdag, 23 sep 2021
Verschillende historici en staatslieden schreven de ondergang van de Romeinse Republiek toe aan het verval van het religieuze geloof en de daarmee gepaard gaande ontrafeling van de moraal. "Rome: Ruïnes van het Forum, kijkend in de richting van het Capitool" door Canaletto, 1742. (Publiek domein)

Tijdloze wijsheid: George Washington achtte religie en moraliteit essentieel voor politieke voorspoed

George Washington zei iets dat veel moderne Amerikanen onzinnig zouden vinden – en hij deed dat niet in een of ander privé-document, maar in misschien wel de meest openbare verklaring van zijn carrière, zijn Farewell Address, die vlak voor het einde van zijn presidentschap werd gepubliceerd.

Hij zei het volgende:

“Van alle eigenschappen en gewoonten die tot politieke voorspoed leiden, zijn godsdienst en moraliteit onmisbare steunpilaren. Tevergeefs zou die man aanspraak maken op het eerbetoon van patriottisme, die zich zou inspannen om deze grote pijlers van menselijk geluk, deze stevigste stutten van de plichten van mensen en burgers, onderuit te halen. … Een boekdeel zou niet al hun verbanden met privé en publiek geluk kunnen traceren.”

Volgens Washington kon een Amerikaan onmogelijk beweren dat hij een patriot was als hij “zou werken aan de ondermijning van deze grote pijlers van het menselijk geluk,” namelijk godsdienst en moraliteit.

Hij gaf twee redenen voor zijn bewering. Ten eerste: “Waar is de zekerheid voor eigendom, voor reputatie, voor leven, als het gevoel van religieuze verplichting geen deel meer uitmaakt van een eed in de rechtbank”

Washington verwees naar de eden die burgers aflegden in rechtbanken, of wanneer zij verschillende openbare ambten aanvaardden. Dergelijke eden riepen God aan als getuige voor de waarheidsgetrouwheid van de bewering die werd gedaan, hetzij met betrekking tot bewijs en getuigenis, of de rechtschapenheid van iemands bedoelingen bij het aanvaarden van een openbaar ambt. Geen enkele getuigenis kon in de rechtbank worden aanvaard zonder een eed, want als de getuige of deskundige loog, noemde hij of zij God ook een leugenaar en verzekerde hij of zij zich er zo van dat hij of zij in het hiernamaals zou worden vervloekt – iets wat onvoorstelbaar is voor een echt religieus persoon.

Een portret van George Washington door Gilbert Stuart, 1795. (Publiek domein)

Een anekdote uit “Democracy in America” van Alexis de Tocqueville – een Fransman die Amerika bezocht in de jaren 1830 – werpt enig licht op de zaak:

“Toen ik in Amerika was, kwam er een getuige voor een rechtbank in het graafschap Chester (staat New York) die verklaarde dat hij niet geloofde in het bestaan van God en de onsterfelijkheid van de ziel. De rechter weigerde zijn eed te aanvaarden omdat de getuige bij voorbaat elk vertrouwen in zijn verklaring had beschaamd. Kranten meldden dit feit zonder commentaar.”

Waarom zou een Amerikaanse rechter geloof in God essentieel vinden voor een eed? Om dezelfde redenen als William Blackstone, de Engelse jurist die door de stichters het vaakst werd aangehaald:

“Het geloof in een toekomstige staat van beloningen en straffen, het koesteren van juiste ideeën over het morele oordeel van het opperwezen, en een vaste overtuiging dat hij toezicht houdt op elke handeling in het menselijk leven en deze uiteindelijk zal compenseren (dit alles is duidelijk geopenbaard in de doctrines, en met kracht bijgebracht door de voorschriften van onze redder Christus), dit is de grote grondslag van alle gerechtelijke eden; die God aanroepen om te getuigen van de waarheid van die feiten, die misschien alleen bekend zijn bij hem en de partij die de eed aflegt: Daarom moet alle moreel bewijs, alle vertrouwen in menselijke waarachtigheid, worden verzwakt bij ongodsdienstigheid, en vervangen worden door totaal ongeloof.”

Dit hing nauw samen met de tweede reden die Washington in zijn Farewell Address aanvoerde om zijn standpunt te ondersteunen: “Laten we voorzichtig zijn met de veronderstelling dat moraliteit kan worden gehandhaafd zonder religie. Wat men ook moge toeschrijven aan de invloed van een verfijnde opvoeding op een geest, de rede en de ervaring verbieden ons te verwachten dat een nationale moraal kan zegevieren zonder religieuze principes.”

Zoals ik vaak heb opgemerkt, behoorden de stichters tot de best belezen generaties in de geschiedenis. Een van de onderwerpen waarmee ze het meest vertrouwd waren was geschiedenis, vooral Griekse en Romeinse geschiedenis.

Griekse historici als Polybius schreven de opkomst van de Romeinse staat toe aan (onder andere) de ernst waarmee zij (gerechtelijke en andere) eden behandelden als goddelijke verplichtingen. Romeinse staatslieden als Cicero maakten eeuwen later dezelfde opmerking. Dergelijke overtuigingen hielden de Romeinse staat bijeen, en versterkten het onderlinge vertrouwen dat de Romeinen in elkaar hadden.

Evenzo schreven verschillende historici en staatslieden uit de oudheid de ondergang van de Romeinse Republiek toe aan het verval van het godsgeloof en de daarmee gepaard gaande ontrafeling van de moraal. Zelfs in de voorchristelijke tijd beschouwden zij godsdienst en moraal als onverbrekelijk met elkaar verbonden vanwege de realiteit van een hiernamaals met beloningen en straffen voor de daden in dit leven. Men kan zich onttrekken aan de rechtspraak van de mens, maar men kan zich nooit onttrekken aan de rechtspraak van God, en dit dient als een krachtige beteugeling van de ergste menselijke hartstochten.

Het geloof in God, en wat de stichters vaak een “toekomstige staat” noemden waarin hij “beloningen en straffen” zou uitdelen voor iemands gedrag in het leven, was de hoeksteen van hun overtuigingen over de noodzaak van godsdienst voor een vrije samenleving – of zij nu zeer godsdienstig waren (zoals Benjamin Rush) of minder godsdienstig (zoals Thomas Jefferson). Op dit punt waren zij het allen eens.

Ze zouden allemaal, zoals Johan Adams, één of andere vorm van het volgende zeggen:

“Religie acht ik essentieel voor de moraal. Ik heb in de Griekse of Romeinse geschiedenis, of in enige andere geschiedenis, nooit gelezen over een goddeloos figuur, noch heb ik er in mijn leven één gekend die geen schurk was. Noem er één als je kan, levend of dood.”

Daarom, zoals Washington zo onomwonden beweerde, kon het ondermijnen van deze grote waarheden van religie en moraal nooit verenigbaar zijn met patriottisme.

Joshua Charles is een voormalig speechschrijver voor het Witte Huis voor Vice President Mike Pence, No. 1 New York Times bestseller auteur, een historicus, schrijver/ghostwriter, en openbaar spreker. Hij was historisch adviseur voor verschillende documentaires en publiceerde boeken over onderwerpen variërend van de Founding Fathers, tot Israël, tot de rol van het geloof in de Amerikaanse geschiedenis, tot de impact van de Bijbel op de menselijke beschaving. Hij was de senior redacteur en conceptontwikkelaar van de “Global Impact Bible,” gepubliceerd door het in D.C. gevestigde Museum of the Bible in 2017, en is als geleerde verbonden aan het Faith and Liberty Discovery Center in Philadelphia. Hij is een Tikvah en Philos Fellow en heeft in de hele VS gesproken over onderwerpen als geschiedenis, politiek, geloof en wereldbeeld. Hij is concertpianist en heeft een master in overheid en een graad in rechten. Volg hem op Twitter @JoshuaTCharles of kijk op JoshuaTCharles.com.

De standpunten in dit artikel zijn de mening van de auteur en komen niet noodzakelijk overeen met de standpunten van The Epoch Times.

Origineel gepubliceerd door The Epoch Times (06/04/2021): Timeless Wisdom: George Washington Deemed Religion and Morality Essential to Political Prosperity

Hoe u ons kunt helpen om u op de hoogte te blijven houden

Epoch Times is een onafhankelijke nieuwsorganisatie die niet beïnvloed wordt door een regering, bedrijf of politieke partij. Vanaf de oprichting is Epoch Times geconfronteerd met pogingen om de waarheid te onderdrukken – vooral door de Chinese Communistische Partij. Maar we zullen niet buigen. De Nederlandstalige editie van Epoch Times biedt op dit moment geen betalende abonnementen aan en aanvaardt op dit moment geen donaties. U kan echter wel bijdragen aan de verdere groei van onze publicatie door onze artikelen te liken en te her-posten op sociale media en door uw familie, vrienden en collega’s over Epoch Times te vertellen. Deze dingen zijn echt waardevol voor ons.