“China – Het onvertelde verhaal”
Door de eeuwen heen is er altijd een bijzondere wederzijdse fascinatie geweest tussen Oost en West. In het oude China werd die belangstelling nog niet gedreven door economische groei of een toenemend toerisme, maar door verwondering en een oprechte belangstelling voor elkaars cultuur, tradities en leefgewoonten.
Hoe komt het bijvoorbeeld dat we Confucius, een van China’s grootste denkers, in het Westen kennen onder een Latijnse naam? Confucius heette namelijk helemaal niet zo. Zijn oorspronkelijke naam was Kong Tse, ook wel Kongzi genoemd, wat zoveel betekent als ‘meester Kong’. Dat wij hem vandaag kennen als Confucius, is het resultaat van een veel latere ontmoeting tussen Oost en West. En het gaat hierbij eveneens om een van de oudste en meest betekenisvolle verbindingen tussen China en het Westen: de Zijderoute.
Al duizenden jaren waren mensen nieuwsgierig naar wat zich voorbij de grenzen van de bekende wereld bevond. Handelaren, pioniers, diplomaten en geleerden trokken over enorme afstanden en brachten niet alleen goederen mee terug, maar ook verhalen, ideeën en kennis.

De Zijderoute doet misschien denken aan één enkele weg, maar in werkelijkheid bestond de Zijderoute uit een uitgestrekt netwerk van handelsroutes dat China via Centraal-Azië verbond met Perzië, het Midden-Oosten en uiteindelijk de Middellandse Zee. Over woestijnen, bergpassen en uitgestrekte steppen reisden karavanen van stad naar stad. Chang’an, de hoofdstad van China tijdens de Tang-dynastie, was een van de belangrijkste vertrekpunten van dit netwerk, dat zich duizenden kilometers westwaarts uitstrekte, helemaal tot aan het Romeinse Rijk.

De Romeinen waren dol op Chinese zijde. De lichte en zachte stof was voor hen een kostbaar luxeproduct: koel in de zomer en warm in de winter. Zo ontstond in het Romeinse Rijk een enorme vraag naar deze zijde uit het verre Oosten.

De Romeinen hadden er echter geen idee van hoe de Chinezen die zijdezachte stof vervaardigden. De kennis en techniek van het kweken van zijderupsen, het oogsten van de cocons en het spinnen van de fijne draden waren immers in het oude China een streng bewaakt staatsgeheim en werden zorgvuldig van generatie op generatie doorgegeven.
Wie probeerde zijderupsen of hun cocons naar het buitenland te smokkelen, riskeerde volgens latere Chinese bronnen zelfs de doodstraf. Het duurde dan ook eeuwenlang vooraleer de kennis van de zijdeproductie zich buiten China kon verspreiden naar andere delen van Azië en uiteindelijk Europa.
Volgens de traditionele overlevering werd het geheim van de zijdeproductie al in het derde millennium vóór Christus ontdekt. De legende gaat over Leizu, de legendarische echtgenote van de ‘Grote Gele Keizer’, Huangdi. Op een dag zat Leizu onder een moerbeiboom in de keizerlijke tuin thee te drinken. Plotseling viel er een kleine, witte cocon uit de boom in haar kopje hete thee. Toen ze de cocon uit het water wilde halen, merkte ze dat de warmte de cocon zacht had gemaakt en dat er een fijne, lange draad uit begon los te komen. Ze trok voorzichtig aan de draad en ontdekte dat ze de cocon helemaal kon afwikkelen. Tot haar verbazing bleek de draad zo lang dat ze er, volgens de legende, een groot deel van de keizerlijke tuin mee kon omspannen. De zijdeproductie zou zich in de daaropvolgende eeuwen steeds verder ontwikkelen en uiteindelijk uitgroeien tot een van de belangrijkste en meest waardevolle exportproducten van het oude China.

Maar zijde was slechts één van de vele goederen die over de Zijderoute reisden. Vanuit China trokken ook porselein, thee, lakwerk en andere kostbare producten westwaarts. In de andere richting gingen vanuit het westen en Centraal-Azië onder meer paarden, edelstenen, glas, specerijen en verschillende soorten textiel naar China. Soms waren goederen duizenden kilometers onderweg en gingen ze door de handen van vele handelaren voordat ze hun eindbestemming bereikten.
De Zijderoute was echter veel meer dan een handelsnetwerk. Op belangrijke knooppunten langs de route ontstonden bloeiende steden en oases. Plaatsen als Dunhuang vormden ontmoetingspunten waar handelaren, monniken, geleerden en reizigers uit verschillende culturen elkaar konden treffen. De beroemde ‘Grotten van de Duizend Boeddha’s’ getuigen vandaag nog steeds van deze eeuwenlange culturele uitwisseling. Hier zullen we later in deze reeks nog op terugkomen.
Samen met goederen reisden ook verhalen, uitvindingen, kunstvormen en kennis over astronomie, geneeskunde en zelfs religies. Het boeddhisme verspreidde zich op die manier vanuit India via Centraal-Azië naar China. Ook het confucianisme zou uiteindelijk het Westen bereiken, nadat Europese jezuïeten tijdens hun missies in China in de zestiende en zeventiende eeuw kennismaakten met de Oosterse filosofie. Zij brachten de leer van Kongzi onder de aandacht in Europa en gaven zijn naam een Latijnse vorm. En zo komt het dat wij vandaag Kongzi, een van de invloedrijkste denkers uit de Chinese geschiedenis en traditioneel vereerd als de ‘leraar van alle leraren’, nog altijd kennen onder zijn Latijnse naam: Confucius.

De standpunten in dit artikel zijn die van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs de opvattingen van The Epoch Times.
Origineel gepubliceerd door Liminal Dawn: China – Het onvertelde verhaal.





