Een groep Amerikaanse senatoren uit beide partijen hebben een resolutie ingediend waarin China’s nieuwe wet op etnische eenheid wordt veroordeeld. Volgens hen dient de wet als juridisch instrument voor de Chinese Communistische Partij (CCP) om etnische minderheden in eigen land te onderdrukken en critici in het buitenland te vervolgen onder het mom van het bevorderen van nationale eenheid.
De senatoren John Curtis (Republikein — Utah), Jacky Rosen (Democraat — Nevada), Jim Banks (Republikein — Indiana) en Jeff Merkley (Democraat — Oregon) dienden de resolutie in. Daarin wordt de Chinese wet “Bevordering van etnische eenheid en vooruitgang”, die op 1 juli in werking treedt, veroordeeld.
De senatoren stellen in de resolutie dat China de wet moet intrekken.
“De nieuwe wet van de CCP over etnische conformiteit betekent een verdere escalatie van Pekings jarenlange campagne om de culturele identiteit van Tibetanen, Oeigoeren, Mongolen, christenen en andere minderheden uit te wissen — terwijl de CCP zichzelf tegelijk een voorwendsel geeft om critici ver buiten de Chinese grenzen te intimideren”, verklaarde Curtis op 26 juni.
“Als leider van de vrije wereld moeten de Verenigde Staten achter degenen staan die worden vervolgd. Er moet ook duidelijk gemaakt worden dat de pogingen van de CCP om repressie te exporteren, critici van haar mensenrechtenschendingen het zwijgen op te leggen en onze soevereiniteit te ondermijnen, niet zal worden getolereerd.”
China’s volgzame parlement, het Nationaal Volkscongres, keurde de wet in maart goed om een “gedeelde” nationale identiteit te creëren onder de uiteenlopende etnische groepen van het land. De wet schrijft voor dat het Mandarijn, de officieel aangewezen nationale standaardtaal, in het onderwijs wordt gebruikt als onderdeel van die inspanning.
Volgens de senatoren reikt de impact van de wet veel verder dan de letterlijke tekst. In de resolutie staat dat de wet “beleid van gedwongen assimilatie en culturele uitwissing gericht tegen Tibetanen, Oeigoeren, Mongolen, christenen en andere groepen institutionaliseert en uitbreidt”.
Daarnaast legt de wet de sinificatiecampagnes van de CCP wettelijk vast. Die verplichten scholen, religieuze instellingen en culturele organisaties hun activiteiten “in overeenstemming te brengen met de door de Partij voorgeschreven ideologie”, aldus de resolutie.
Volgens de wet kunnen uitingen die worden beschouwd als het “ondermijnen van de etnische eenheid” of het “zaaien van etnische verdeeldheid” strafrechtelijk worden vervolgd, zo staat in de resolutie.
Rosen en Banks waarschuwden beiden dat de wet gevolgen heeft die verder reiken dan de Chinese landsgrenzen.
“Deze nieuwe wet vormt niet alleen een bedreiging voor mensen binnen China, maar ook voor mensen die buiten de landsgrenzen wonen”, zei Rosen in een verklaring.
Banks noemde de wet “een schaamteloze poging om de Chinese wetgeving op Amerikaans grondgebied af te dwingen”, aldus een verklaring.
De wet bevat een bepaling waarin staat dat organisaties en personen buiten China juridisch aansprakelijk kunnen worden gesteld voor het “ondermijnen van etnische eenheid en vooruitgang” of het “aanzetten tot etnisch separatisme”.
De senatoren wezen erop dat China zijn transnationale repressie al uitbreidt, onder meer door “illegale politieoperaties in het buitenland” uit te voeren en extraterritoriale aanspraken te maken. In combinatie met de nieuwe wet vormt de CCP volgens de resolutie “een groeiende bedreiging voor de Verenigde Staten en hun bondgenoten”.
“Zolang de Volksrepubliek China de mensenrechten van Tibetanen, Oeigoeren en andere kwetsbare groepen blijft vertrappen, moeten de Verenigde Staten alles doen wat in hun vermogen ligt om dit systematische misbruik aan de kaak te stellen. Ook de godsdienstvrijheid moet beschermd worden en de rechten van China’s etnische minderheden moeten verdedigd worden”, verklaarde Merkley op 26 juni.
“Onze resolutie uit beide partijen verwerpt de pogingen van de Volksrepubliek China om gedwongen assimilatie en culturele uitwissing wettelijk te verankeren én dat beleid via transnationale repressie buiten de landsgrenzen uit te breiden”, aldus Merkley.
In de resolutie wordt het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken opgeroepen samen te werken met bondgenoten, waaronder Australië, Canada, Japan, de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk, om “de gevolgen” van de wet te monitoren en daarover te rapporteren.
Daarnaast wordt de Amerikaanse president opgeroepen gerichte sancties te overwegen op grond van de Global Magnitsky Human Rights Accountability Act tegen personen en organisaties die verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen onder deze wet.
In China verdedigde Hu Weilie, viceminister van Justitie van het Chinese regime, de wet tijdens een persconferentie op 24 juni. Hij beschuldigde bepaalde westerse media ervan de gevolgen van de wet buiten China verkeerd te hebben geïnterpreteerd. Volgens Hu is de wet “in overeenstemming met de internationale praktijk”.
Op 25 juni verklaarde Liang Wen-chieh, woordvoerder en plaatsvervangend hoofd van de Taiwanese Raad voor Aangelegenheden met het Vasteland, tijdens een persconferentie in Taipei dat Hu’s opmerkingen de zorgen van verschillende landen over de wet niet zouden wegnemen. Volgens Liang bevat de wet vaag geformuleerde bepalingen en is zij bedoeld om “te bedreigen en te intimideren”.
Joseph Wu, secretaris-generaal van de Taiwanese Nationale Veiligheidsraad, schreef op 26 juni op X dat de wet China in staat stelt “transnationale repressie tegen andersdenkenden toe te passen, ongeacht hun nationaliteit”.
“Het is onderdrukking op wereldschaal en vormt een misdaad tegen de menselijkheid”, schreef Wu.
Op 30 april nam de Europese Unie een resolutie aan waarin de wet wordt veroordeeld en China wordt opgeroepen deze in te trekken. Daarin staat dat de wet “openlijk assimilatiebeleid bevordert en de culturele, religieuze en taalkundige vrijheden van verschillende groepen binnen en buiten China beperkt”.
Reuters heeft bijgedragen aan dit bericht.
Gepubliceerd door The Epoch Times (28 juni 2026): Senators Introduce Bipartisan Resolution Condemning China’s Ethnic Unity Law





