20 augustus 2026
Deze luchtfoto, genomen op 4 augustus 2019, toont sleepboten die een olietanker aanmeren in de haven van Qingdao, in Qingdao, in de oostelijke Chinese provincie Shandong. STR/AFP via Getty Images

De rol van AI in Trumps machtspolitiek richting de Chinese olieleveranciers

Het echte verhaal achter Trumps acties in Venezuela en Iran draait niet om olie-geopolitiek, maar om de controle over de energie die nodig is voor de technologieën van de toekomst.

Commentaar

Waarom is het voor de Trump‑regering zo belangrijk om controle over Venezuela te krijgen en het volk van Iran aan te moedigen het islamitische regime omver te werpen?

De link tussen de twee is uiteraard olie.

De strategie in Venezuela draait niet enkel om olie, maar ook om het beperken van de invloed van China in het westelijk halfrond, het ondermijnen van de BRICS‑valuta en het bestrijden van Venezolaanse drugshandel, illegale immigratie en andere misstanden.

Voor olie geldt hetzelfde voor Iran. Beide leveren ze energie aan China, maar Iran nog meer.

Maar dat vertelt niet het hele verhaal. De bredere strategie van president Donald Trump is erop gericht China de toegang tot goedkope en betrouwbare olie te bemoeilijken, juist op het moment dat het die energie nodig heeft om met de Verenigde Staten te concurreren op het gebied van kunstmatige intelligentie (AI).

Venezuela was een uitstekende deal—voor China.

Kijkend in retrospectief, was Venezuela een ongelooflijk goede deal voor China. Gesanctioneerd door de Verenigde Staten en door veel westerse landen gemeden, verkocht Caracas ruwe olie tegen scherpe kortingen aan Chinese raffinaderijen die bereid waren de risico’s te nemen. Het was misschien geen luxueuze olie, maar wel betrouwbaar en goedkoop. Venezuela leverde ongeveer vijf procent van China’s jaarlijkse oliebehoefte; geen groot aandeel, maar wel genoeg om echt van belang te zijn

Met Trumps besluit om de Venezolaanse olie-export te blokkeren en de controle over de olie-infrastructuur van het land over te nemen, is die droomdeal voor China voorbij. Onder Amerikaanse controle verliest China een flink deel van zijn aanvoer. Daardoor is China nu minder beschermd tegen schommelingen in de wereldolieprijzen.

Dat is belangrijker dan het lijkt.

Als grootste olie-importeur ter wereld wordt Peking zelfs door kleine verstoringen gedwongen snel naar alternatieven te zoeken—vaak tegen hogere prijzen, met langere transportafstanden of met grotere politieke risico’s.

De Chinese minister van Buitenlandse Zaken Wang Yi (R) spreekt tijdens een ontmoeting met de Venezolaanse minister van Buitenlandse Zaken Jorge Arreaza (L) in het Diaoyutai State Guest House in Peking op 16 januari 2020. Foto: Ng Han Guan / Pool / Getty Images
De Chinese minister van Buitenlandse Zaken Wang Yi (R) spreekt tijdens een ontmoeting met de Venezolaanse minister van Buitenlandse Zaken Jorge Arreaza (L) in het Diaoyutai State Guest House in Peking op 16 januari 2020. Foto: Ng Han Guan-Pool / Getty Images

Iran: het belangrijkste drukpunt

Maar vergeleken met Iran is de olie-export van Venezuela naar China verwaarloosbaar.

China is Irans grootste afnemer van olie en koopt het overgrote deel van de door Teheran geëxporteerde ruwe olie — tot wel 80 procent, vaak tegen forse kortingen. Deze olie vormt de levensader voor China’s onafhankelijke raffinaderijen, de petrochemische sector en zijn energieverslindende industriële basis. Met andere woorden: Iraanse olie is cruciaal voor de voortzetting van China’s economische en technologische groei.

Deze situatie geeft Trumps hernieuwde druk op het Islamitische regime in Iran een heel andere betekenis. De invoerheffingen, sancties, boetes en het aanwakkeren van verzet onder de Iraanse bevolking zijn niet alleen een straf voor Teheran; ze brengen China ook in een lastig energievraagstuk.

Moet Peking doorgaan met het kopen van Iraanse olie en het risico lopen op bredere economische tegenmaatregelen, of zich inschikkelijk tonen en een van zijn goedkoopste energiebronnen verliezen?

Waarom olie nog steeds belangrijk is in het AI-tijdperk

Er bestaat een wijdverspreide mythe dat de clouds, algoritmes en software die gebruikt worden door en voor AI, draaien op “schone” digitale infrastructuur. In werkelijkheid draait AI op elektriciteit die nog steeds voor een groot deel wordt opgewekt met kernenergie en fossiele brandstoffen zoals olie, aardgas en steenkool. Het trainen van grote AI-modellen vergt enorme hoeveelheden energie: één hyperscale-datacenter kan evenveel verbruiken als een middelgrote stad. Zijn er honderden van zulke centra, dan wordt duidelijk dat energie — en niet chips — het echte knelpunt in de AI-race is.

Peking begrijpt dit. Daarom blijft het een recordaantal nieuwe kolencentrales goedkeuren, zijn gasinfrastructuur uitbreiden en langlopende oliecontracten veiligstellen — zelfs terwijl het wereldwijd vooroploopt in hernieuwbare energie.

Bovendien weet China dat olie en gas helpen om de elektriciteitsnetten te stabiliseren die datacenters van stroom voorzien. De wisselende beschikbaarheid van hernieuwbare energie kan niet garanderen dat er continu stroom is, wat AI-systemen wel nodig hebben. Daarnaast is AI-hardware afhankelijk van producten op aardoliebasis — plastics, harsen, koelmiddelen, smeermiddelen en geavanceerde composieten die worden gebruikt in chips, servers en koelsystemen. Olie is een onmisbare industriële grondstof.

Tot slot is olie relatief goedkoop, waardoor de kosten voor het trainen van modellen lager uitvallen — en die kosten lopen snel op, want het land dat meer modellen sneller en goedkoper kan trainen, voert de AI-race aan.

China afsluiten van goedkope olie verhoogt niet alleen de brandstofprijzen, maar drijft ook de kosten van artificiële intelligentie op.

Een werknemer fietst bij een olieraffinaderij van China’s Sinopec in Wuhan, een stad in de Chinese provincie Hubei, op 10 mei 2011. Foto: STR/AFP/Getty Images
Een werknemer fietst bij een olieraffinaderij van China’s Sinopec in Wuhan, een stad in de Chinese provincie Hubei, op 10 mei 2011. Foto: STR/AFP/Getty Images

Energie als een verborgen wapen voor AI

Op dit punt wordt Trumps strategie duidelijker.

De Verenigde Staten hoeven China niet te overtroeven in het aantal datacenters, zolang ze het goedkoper en met meer energie kunnen doen. De VS beschikt over grote binnenlandse olie- en gasreserves, breidt de export van LNG uit en heeft kapitaalmarkten genoeg om nieuwe, energie-intensieve infrastructuur te financieren.

China daarentegen is kwetsbaar. Het land importeert meer dan 70 procent van zijn olie, waarvan een groot deel afkomstig is uit politiek instabiele of gesanctioneerde staten. Als die aanvoer wordt verstoord, worden China’s AI-ambities duurder, fragieler en sterker afhankelijk van geopolitieke goodwill.

In die zin wordt olie een AI-wapen van de tweede orde: het valt technologie niet direct aan, maar bepaalt stilletjes wie zich de opschaling ervan kan veroorloven.

Wat dit betekent voor het wereldwijde machtsevenwicht

Ja, Rusland speelt nog steeds een rol in deze vergelijking, maar eerder op de achtergrond dan als hoofdrolspeler. Lagere olieprijzen en krappe markten kunnen de inkomsten van Moskou onder druk zetten en het financieren van de oorlog bemoeilijken. Bovendien verdiept China’s toenemende afhankelijkheid van Russische ruwe olie een partnerschap dat op de lange termijn risico’s voor Peking met zich meebrengt.

Het werkelijke doel van Trumps strategie om China’s toevoer van energie af te snijden is niet Rusland, maar het tempo van China’s opmars.

Trumps buitenlandse energiebeleid is erop gericht China’s opkomst te vertragen zonder een schot te lossen. Het dwingt China om meer uit te geven, voorzichtiger te plannen en structurele nadelen te accepteren in de belangrijkste technologische concurrentiestrijd van deze eeuw.

Het bredere plaatje

De dominantie in AI wordt niet bepaald door wie de beste code schrijft. Ze wordt bepaald door wie de meeste machines het langst en tegen de laagste kosten kan laten draaien.

Door Venezuela onder druk te zetten, Iran te beknotten en de wereldwijde oliestromen te herschikken, zet Trump in op het idee dat energiebeleid, en niet algoritmes, zal bepalen wie de winnaar wordt in de door AI gedreven economie.

En als die gok juist is, wordt de toekomst van AI misschien niet bepaald in Silicon Valley of Shenzhen, maar wel aan de hand van olievelden, scheepvaartroutes en sancties waar de meeste mensen geen oog voor hebben.

De in dit artikel geuite meningen zijn die van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs de opvattingen van The Epoch Times.

Gepubliceerd door The Epoch Times ( 24 januari 2025): The AI Factor Behind Trump’s Power Play on China’s Oil Suppliers