Sunday, 19 May 2024
Falun Dafa parade in Manhattan, New York City, op 16 mei 2019. (Samira Bouaou/De Epoch Times)

Een misdaad tegen de mensheid wordt genegeerd

Als het gaat om het redden van mensen van de gruwelen van gedwongen orgaanoogst, is er geen plaats voor opiniërende rapporten en verdraaiing dient alleen de dader.

Commentaar

Op 21 maart publiceerde het Falun Dafa Informatiecentrum (FDIC) een rapport over de bevooroordeelde berichtgeving door The New York Times. In het middelpunt van de storm staat de vervolging van Falun Gong in China.

Wees eerlijk, heb je al eens iets in de krant gelezen over de 25 jaar durende vervolging van Falun Gong? Je hebt een kwart eeuw de tijd gehad om erover te lezen! Als het antwoord “nee” is, dan ben je tot de kern van de zaak gekomen. Kranten, zoals de NY Times, laten na om lezers te informeren over alles wat te maken heeft met Falun Gong. Waarom? Omdat de Chinese Communistische Partij (CCP) dat zo wil.

De vervolging van Falun Gong is beschreven als een langzame, voortdurende “koude genocide“. Ik zou verwachten dat een krant rapporteert over misdaden tegen de mensheid en genocide. Genocide is een onpartijdige kwestie en kan nooit worden aanzien als een “interne aangelegenheid” van een land. Als je had geweten wat er gebeurde, zou je dan gezwegen hebben als Hitler zou hebben beweerd dat de Holocaust een “interne aangelegenheid” van Duitsland was? Dit is nochtans wat het Chinese regime zegt over de vervolging van Falun Gong. Waar is het “gezond verstand” van de journalistiek? In plaats daarvan lijken nieuwsmedia de dader een plezier te doen en de slachtoffers van genocide verder in diskrediet te brengen. Om maar meteen met de deur in huis te vallen: gezond verstand en menselijk mededogen zouden zeggen dat niemand onderworpen zou mogen worden aan genocide. Als genocide geen nieuwswaarde heeft, wat dan wel?

Als één persoon in New York vermoord en verminkt zou worden aangetroffen, zouden alle lokale kranten daar waarschijnlijk over rapporteren. Als er meer dan een miljoen mensen in China vermoord en verminkt zouden worden aangetroffen, zou dat waarschijnlijk nog steeds in de kranten staan. Maar als er meer dan een miljoen Falun Gong beoefenaars vermoord en verminkt worden – laten we even aannemen dat het gedwongen oogsten van organen een vorm van verminking is – is het dan niet de moeite waard om er over te rapporteren? Is dat gewoon de echo van Stalin die zegt dat “een enkele dood een tragedie is, een miljoen doden een statistiek”, of is het omdat 25 jaar marteling en gedwongen orgaanoogst saai nieuws is geworden? Is het gewoon omdat het na al die jaren niet langer nieuwswaardig is?

Het FDIC rapport laat zien dat er door de jaren heen in de NY Times vrijwel geen artikelen zijn verschenen over de vervolging van Falun Gong. Het kan dus niet simpelweg worden afgeschreven als “nieuwsuitputting”. In plaats daarvan kunnen we het enkel beschouwen als “onderrapportage van nieuws”.

Als ik een krant oppak, is mijn eerste vraag: rapporteert de krant feiten en informatie of “moduleert de krant meningen”, ook wel hersenspoeling genoemd? Helaas lijken veel journalisten de afgelopen jaren de traditionele missie van de journalistiek te zijn vergeten, namelijk de lezer nieuws brengen en de conclusies overlaten aan de lezer, de klant. De lezer verwacht informatie. In plaats daarvan zijn veel nieuwsrapporten doordrenkt met meningen en lijken ze de relatie tussen de krant en de lezer om te keren: De krant verwacht dat de lezer haar versie van de werkelijkheid absorbeert. De krant verwacht gehoorzame klanten. Ook in China verwacht het Chinese regime dat zijn burgers de meningen van Xinhua volgen.

Als krantenlezer heb je de vrijheid om je dagelijkse krant te kiezen: Wil ik gehersenspoeld worden door de meningen van anderen of alleen de feiten horen en dan mijn eigen conclusies trekken? Persoonlijk neig ik naar het laatste.

Een van de weinige verslaggevers van de NY Times die eerlijke, evenwichtige en informatieve artikelen heeft gepubliceerd over China, en in het bijzonder over Falun Gong en gedwongen orgaanoogst, is Didi Kirsten Tatlow. Zij heeft tussen 2010 en 2017 vanuit China gerapporteerd. Nadat ze in de zomer van 2016 verschillende artikelen had geschreven over het gedwongen oogsten van organen van Falun Gong beoefenaars, veranderde de situatie. Op een gegeven moment, zo werd mij verteld, bezocht de voormalige Chinese onderminister van Volksgezondheid Huang Jiefu haar. Een van haar laatste artikelen voor de NY Times is een stuk over Huang’s deelname aan een evenement in het Vaticaan.

Tatlow werkt tegenwoordig niet meer voor de NY Times, maar Huang werd in 2018 benoemd tot lid van de WHO Task Force voor orgaanhandel. Ik weet niet zeker of zijn benoeming in de WHO Task Force in het nieuws is geweest, of dat zijn meer dan 10-jarige ambtstermijn als viceminister van Volksgezondheid van China plaatsvond in de tijd dat gedwongen orgaanoogsten in China de dood van honderdduizenden Falun Gong beoefenaars veroorzaakten, maar ik vraag me af of de WHO-doelstelling van “One Health” kan worden bereikt als gedwongen orgaanoogsten van Falun Gong beoefenaars in China doorgaan, en de vos het kippenhok bewaakt.

Waarom schrijven kranten zoals de NY Times wel over de vervolging van Oeigoeren en Tibetanen in China, maar niet over het gedwongen oogsten van organen bij Falun Gong beoefenaars? Worden de miljoenen Falun Gong beoefenaars niet beschouwd als deel van de menselijke familie? Het China Tribunaal vond niet dat ze uitgesloten moesten worden en vond het de moeite waard om alle beschikbare teksten en bewijsstukken door te nemen. Tijdens twee hoorzittingen getuigden 50 deskundigen en getuigen. De conclusie van het tribunaal die in 2019 werd gepubliceerd, was unaniem: Gedwongen orgaanoogst in China heeft op grote schaal plaatsgevonden, en Falun Gong beoefenaars zijn de belangrijkste slachtoffers. Zijn deze misdaden tegen de mensheid de moeite waard om met lezers te delen? Ik ben ervan overtuigd dat de meest afschuwelijke schending van de medische ethiek in de 21e eeuw het meer dan waard is om door de nieuwsmedia over gerapporteerd te worden.

De afgelopen 17 jaar is het mij opgevallen dat het gedwongen oogsten van organen en de vervolging van Falun Gong een taboe-onderwerp is geworden met een dikke laag van stilte en censuur. Als verslaggeving het bewustzijn van de gevaren en wreedheden kan vergroten en vervolgens levens kan redden – is dat dan niet de meest nobele missie van de nieuwsmedia?- dan zijn zwijgen en het verdraaien van de feiten precies het tegenovergestelde. Dus, zoals het FDIC rapport terecht opmerkt, is het problematisch om te zwijgen of informatie te verdraaien over misdaden tegen de mensheid. Als het gaat om misdaden tegen de mensheid, is zwijgen dodelijk; misschien niet direct, maar indirect als medeplichtige. Waarom hebben de Amerikaanse nieuwsmedia dit pad gekozen?

Als de NY Times kan rapporteren over de vervolging van Tibetanen, dan lijkt geloofsovertuiging geen taboe. Als de NY Times kan rapporteren over de vervolging van Oeigoeren in China, dan lijkt het rapporteren over mensenrechtenschendingen of zelfs genocide geen taboe. Maar als het gaat om de vervolging van Falun Gong – een vreedzame meditatiepraktijk die de principes van waarachtigheid, mededogen en tolerantie omarmt – en het gedwongen oogsten van organen bij de beoefenaars, dan lijkt transplantatiemisbruik in China een taboe.

Het is triest te moeten constateren dat een krant wel over bepaalde slachtoffers schrijft, maar niet over andere. Verdienen de slachtoffers van de vervolging van Falun Gong niet ook ons medeleven? Waarom lijkt het alsof een krant als de NY Times zichzelf tot rechter maakt over leven en dood, over eerlijk en oneerlijk rapporteren?

Het FDIC rapport benadrukt de vertekening in de verslaggeving van de NY Times en gebruikt het voorbeeld van het karakteriseren van Falun Gong als “geheimzinnig”. Zou het eigenlijk iemand verbazen als mensen die 25 jaar lang vervolgd zijn en onderworpen aan martelingen en gedwongen orgaanoogsten een beetje behoedzaam zijn (of zoals de NY Times het bestempelt als “geheimzinnig”), gewoon om een betere overlevingskans te hebben en te ontsnappen aan al dat leed of zelfs de dood? Eerlijk gezegd, als deze vreedzame mensen voorzorgsmaatregelen nemen om martelingen te ontlopen, zou ik zeggen dat dit redelijk is en volkomen logisch. Ze koesteren het leven. Verwijder de opinie en de vooringenomenheid en vervang “geheimzinnig” door “behoedzaam” en het artikel in de NY Times wordt misschien een beetje nauwkeuriger, denk je niet?

Sterker nog, ik durf te wedden dat als de vervolging van Falun Gong vandaag zou ophouden, alles wat behoedzaam of geheimzinnig lijkt, onmiddellijk zou verdwijnen. Falun Gong is een spirituele praktijk die voor iedereen toegankelijk is en waarvoor geen lidmaatschap of lidgeld nodig is, dus het heeft weinig zin om geheimzinnig te doen. Tussen 1992 en 1999, toen 100 miljoen mensen vrij Falun Gong beoefenden in China, was het niet nodig om “behoedzaam” te zijn. Wie is er dan schuldig aan de “geheimzinnigheid”? Falun Gong of de CCP, die haar staatsapparaat gebruikt om Falun Gong beoefenaars te martelen en hun organen te oogsten? Een eerlijk rapport zou zich bekommeren om de slachtoffers, niet om de daders.

Een ander voorbeeld in het FDIC rapport verwijst naar het bestempelen van Falun Gong voor het geloof in “buitenaards leven”. Het onderwerp UFO’s en buitenaardse wezens heeft generatie na generatie gefascineerd. Ik heb er op een niet-emotionele, niet-opiniërende manier over nagedacht en ik gebruik gewoon wiskunde. De waarschijnlijkheid dat de mensheid de enige levende soort is in dit oneindige universum is praktisch nul. Wie zou er nog in de loterij spelen als de kans om de megaprijs te winnen één op oneindig is? Omgekeerd is de kans dat er minstens één andere levensvorm is in dit oneindige universum in principe 100 procent. Ik vind het dus eigenlijk redelijker en rationeler om te erkennen dat er ergens in de enorme kosmos andere wezens zijn. Waarom zou je een groep mensen een etiket opplakken voor een rationele verklaring?

Elke krant heeft het recht om zijn eigen stijl te kiezen. Het kan kiezen voor een traditionele stijl, een informatieve stijl, een onderhoudende stijl of een opiniërende stijl. Het is dan aan de lezer om te kiezen. Maar als de nieuwsmedia nalaten om nauwkeurig en uitgebreid te rapporteren over een vervolging die meer dan een kwart eeuw beslaat en de barbaarse praktijk van gedwongen orgaanoogst omvat, dan is het geen kwestie meer van stijl, maar van de bereidheid om het zwijgen te doorbreken – of de keuze om medeplichtig te zijn aan een misdaad tegen de mensheid.

Dit is een vraag die niet alleen de nieuwsmedia moeten beantwoorden, maar ook de lezer: Kies ik ervoor om medeplichtig te zijn door een krant te lezen die misdaden tegen de mensheid verdoezelt en mensenlevens kost? Sinds ik in 2006 voor het eerst in The Epoch Times las over gedwongen orgaanoogst, heb ik in deze geduchte krant degelijke informatie en eerlijke rapporten gevonden. Als het gaat om het redden van mensen van de gruwelen van gedwongen orgaanoogst, is er geen plaats voor opiniërende rapporten en verdraaiing dient de dader, niet het slachtoffer.

De meningen in dit artikel zijn meningen van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs de meningen van The Epoch Times.

Origineel gepubliceerd op The Epoch Times (8 april 2024): Ignoring a Crime Against Humanity

Hoe u ons kunt helpen om u op de hoogte te blijven houden

Epoch Times is een onafhankelijke nieuwsorganisatie die niet beïnvloed wordt door een regering, bedrijf of politieke partij. Vanaf de oprichting is Epoch Times geconfronteerd met pogingen om de waarheid te onderdrukken – vooral door de Chinese Communistische Partij. Maar we zullen niet buigen. De Nederlandstalige editie van Epoch Times biedt op dit moment geen betalende abonnementen aan en aanvaardt op dit moment geen donaties. U kan echter wel bijdragen aan de verdere groei van onze publicatie door onze artikelen te liken en te her-posten op sociale media en door uw familie, vrienden en collega’s over Epoch Times te vertellen. Deze dingen zijn echt waardevol voor ons.