Commentaar
Peking dwingt Chinese banken om zwaar in te zetten op de technologische agenda van de staat. Hoewel de technologische vooruitgang van het land werkelijk indrukwekkend is, doet de huidige aanpak sterk denken aan de manier waarop Peking eerder de ontwikkeling van de woningmarkt aanjoeg. En dat liep niet goed af.
Dergelijke fouten komen vaak voor in centraal geleide economieën. Je zou echter verwachten dat Peking van de problemen op de vastgoedmarkt had geleerd dat zulke praktijken aanzienlijke risico’s met zich meebrengen voor de economische groeivooruitzichten.
Natuurlijk zijn er verschillen tussen wat Peking nu doet en wat destijds gebeurde met de ontwikkeling van de woningmarkt. De kern is echter hetzelfde. Op de vastgoedmarkt stimuleerde Peking de sector door lokale overheden onder druk te zetten om samen te werken met projectontwikkelaars en hen van buitensporige financiering te voorzien, wat leidde tot buitensporige risico’s.
De daaruit voortvloeiende verkeerde allocatie van economische en financiële middelen creëerde eerst een vastgoedzeepbel, waardoor de sector uitgroeide tot meer dan 30 procent van de Chinese economie. Toen die zeepbel uiteindelijk uiteenspatte, gingen projectontwikkelaars failliet en bleven hun lokale overheidspartners achter met enorme financiële lasten die tot op de dag van vandaag voortduren. Nu streeft Peking andere doelstellingen na, maar op vergelijkbare wijze — ditmaal via de banken, die worden gedwongen krediet te verstrekken op basis van politieke in plaats van commerciële criteria.
En die druk is onophoudelijk. Peking heeft financiële instellingen — zowel staatsbanken als particuliere ondernemingen — expliciet opgedragen dat al het financiële werk niet bedoeld is om commercieel veelbelovende initiatieven te ondersteunen, maar om “politieke en op het volk gerichte” activiteiten te ondersteunen.
Met “politiek” bedoelt Peking zijn nationale ontwikkelingsstrategieën, en met “op het volk gericht” doelt het op doelstellingen van algemeen belang, zoals werkgelegenheid en het waarborgen van de voltooiing en oplevering van woningbouwprojecten. Peking heeft de banken zogenoemde “witte lijsten” verstrekt van specifieke kredietnemers die aan deze criteria voldoen en voorrang moeten krijgen.
De autoriteiten hebben de banken bovendien een reeks prestatie-indicatoren opgelegd waarop zij worden beoordeeld. Die hebben vooral betrekking op de groei van de kredietverlening aan bedrijven op de witte lijsten en aan ondernemingen die volgens Peking in aanmerking komen voor een voorkeursbehandeling. Via gegevenskoppelingen worden financiële instellingen automatisch geïnformeerd wanneer een kredietnemer aan Pekings criteria voldoet, zodat de bank het betreffende bedrijf direct kan benaderen.
Deze werkwijze beperkt niet alleen de financiering voor veelbelovende ondernemingen die niet door Peking worden bevoordeeld, maar verscherpt ook de concurrentie tussen financiële instellingen om de beperkte groep bedrijven op de witte lijsten aan zich te binden. Volgens berichten zijn banken inmiddels begonnen deze ondernemingen leningen tegen verlaagde tarieven aan te bieden. De autoriteiten blijken zelfs bereid verliezen te accepteren om dergelijke klanten binnen te halen.
Omdat financiële instellingen worden beoordeeld op de snelheid waarmee zij krediet verstrekken aan Pekings voorkeursbedrijven, bieden veel banken bewust verlieslatende voorwaarden aan om deze ondernemingen aan zich te binden. Zo willen zij voorkomen dat andere banken — die eveneens wanhopig proberen hun kredietverlening aan Pekings favoriete bedrijven op te voeren — bedrijven van de witte lijsten of vergelijkbare ondernemingen wegkapen.
Het is allerminst duidelijk in hoeverre Peking zich bewust is van de grote risico’s die deze aanpak met zich meebrengt. Terwijl banken zich haasten om de goedgekeurde groep van financiering te voorzien, zullen zij onvermijdelijk de rest van de Chinese economie van krediet verstoken laten. Hieronder bevinden zich ongetwijfeld veel veelbelovende start-ups en andere ondernemingen die een belangrijke economische behoefte zouden kunnen vervullen.
Tegelijkertijd zal de druk om leningen tegen gereduceerde tarieven en met verlieslatende voorwaarden aan te bieden de levensvatbaarheid van de Chinese financiële sector op de lange termijn ondermijnen. Zo heeft ook de vastgoedpolitiek de financiële positie van de lokale overheden uitgehold. Het is niet onvermijdelijk dat de banken hetzelfde noodlottige pad zullen volgen als de lokale overheden, maar het risico is zeker aanwezig.
Enerzijds is het opmerkelijk dat Peking bereid lijkt opnieuw een situatie te creëren die sterk doet denken aan de vastgoedramp die de Chinese economie nog altijd teistert, zij het nu in een andere sector. Anderzijds is dat helemaal niet verrassend. Het communistische systeem van China gelooft rotsvast in centrale planning.
Om de gevaren van deze zelfverzekerde maar misplaatste overtuiging te erkennen, zou een manier van denken nodig zijn die haaks staat op de communistische ideologie. Voor de Chinese leider Xi Jinping en zijn collega’s in Zhongnanhai vormt dat misschien een groter risico dan welke financiële of economische crisis dan ook.
De opvattingen in dit artikel zijn die van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijk de standpunten van The Epoch Times.
Gepubliceerd door The Epoch Times (18 juli 2026): Beijing May Be Creating a New Bubble and Potentially a New Crisis





