20 augustus 2026
De Amerikaanse president Donald Trump kondigt een handelsakkoord aan met de EU na een ontmoeting met Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, terwijl Warren Stephens, Amerikaans ambassadeur in het Verenigd Koninkrijk (3e van links), Stephen Miller, adjunct-stafchef van het Witte Huis (2e van rechts), en Karoline Leavitt, persvoorlichter van het Witte Huis (rechts), toekijken in de Trump Turnberry golfclub in Turnberry, Schotland, op 27 juli 2025. Andrew Harnik/Getty Images

West-Europa moet kiezen tussen Amerikaanse tarieven en grootschalige Chinese diefstal

West-Europese regeringen moeten kiezen welke zakelijke en strategische relaties ze willen in de nabije toekomst.

Commentaar

Westerse landen zitten in een lastig parket, vooral die in West-Europa. Jarenlang probeerde de Europese Unie haar handels-, militaire en diplomatieke relaties met zowel Washington als Peking in evenwicht te houden. Ze verwelkomde Chinese investeringen en export, terwijl ze voor defensie, financiële stabiliteit en technologische topposities bleef leunen op de Verenigde Staten.

Maar dat koorddansen wordt steeds moeilijker vol te houden.

Amerikaanse invoerheffingen versus China’s productiedominantie

Aan de ene kant staan de Amerikaanse invoerheffingen en de druk van de regering-Trump om zich te scharen achter het Amerikaanse handels- en veiligheidsbeleid. Aan de andere kant is er de realiteit van China’s dominante positie in de productie-industrie — een positie waar een groot deel van de ontwikkelde wereld op dit moment niet zonder kan. Dat geldt onder meer voor strategische zeldzame aardmetalen en voor monopolies of bijna-monopolies in toeleveringsketens die een cruciale rol spelen in de economie van de EU.

Natuurlijk is er ook de enorme verleiding van China’s mythische “open” markt — waarvan veel westerse bedrijven zeggen dat die in werkelijkheid helemaal niet zo open is. Europese ondernemingen hebben zich vaak geschikt naar de regels van Peking — joint ventures, gedwongen technologieoverdracht, door de staat gesubsidieerde concurrentie en andere confronterende beleidsmaatregelen — omdat China groot en winstgevend is.

Die aanpak heeft China’s handelspartners echter enorme kosten opgelegd, waaronder banen die verloren gingen, verloren afzetmarkten, inkomstenverlies en diefstal van technologie en intellectueel eigendom.

Economische afhankelijkheid en de realiteit van toeleveringsketens

Hoewel er steeds meer wordt gesproken over ontkoppeling en daar ook beleid op wordt ontwikkeld, blijven de Europese economieën diep verstrengeld met China — zowel als exportbestemming als leverancier van cruciale onderdelen. In veel sectoren is de importafhankelijkheid van de EU ten opzichte van China aanzienlijk, met name in de elektronica- en machinebouw. Dat maakt “het terugdringen van afhankelijkheden” lastig, omdat China’s rol in de industrie centraal staat in de Europese economieën.

Tegelijkertijd zorgen de Amerikaanse invoerheffingen — in combinatie met het risico dat goederen naar Europa worden omgeleid — voor nieuwe hoofdbrekens. De eurozone zou weleens meer omgeleide Chinese export moeten opvangen als de handelsspanningen tussen de VS en China zendingen wegduwen van de Amerikaanse markt.

Europa’s illusie van ‘strategische autonomie’

Europese leiders spreken over “strategische autonomie”. Het weerspiegelt de angst van de EU om vermalen te worden tussen de Verenigde Staten en China. De illusie is dat de eurozone op de een of andere manier de autonomie heeft — of zal krijgen — om zelfstandig te handelen zonder nadelige gevolgen te ondervinden van China, de Verenigde Staten, of beide. In werkelijkheid zijn de economische banden met beide supermachten te ver verweven om snel te kunnen worden doorgesneden.

Technologische standaarden, toeleveringsketens en dataregels worden steeds vaker elders bepaald,  voornamelijk in de Verenigde Staten en China. Daarom maken Europese leiders zich zorgen dat ontkoppeling van één van beide landen de industriële basis en economische levensvatbaarheid van de EU kan schaden. Europese bedrijven worden vaak aanzienlijk geraakt door Amerikaanse sancties en invoerheffingen vanwege hun integratie in op de VS gerichte financiële en handelssystemen.

Een dronefoto toont elektrische voertuigen voor export en containers in een haven in Shanghai, China, op 13 april 2025. China Daily via Reuters

Industriële en technologische afhankelijkheid als veiligheidsrisico

Recente gebeurtenissen, zoals de coronapandemie en de oorlog tussen Rusland en Oekraïne, hebben Europa’s kwetsbaarheid op het gebied van energieafhankelijkheid blootgelegd. Met name vergeleken met de Verenigde Staten, die grotendeels zelfvoorzienend zijn in energie. Deze gebeurtenissen maakten ook duidelijk hoe weinig concurrerend Europa’s productie van hernieuwbare energie is ten opzichte van Chinese leveranciers.

Op het gebied van prijs, productievolume, technologie en marktaandeel hebben de EU-bedrijven moeite om te concurreren met de dominante positie van China. Het is onwaarschijnlijk dat die realiteit op korte termijn verandert, vanwege technologische, grondstoffelijke, politieke en culturele beperkingen.

Amerikaanse invoerheffingen en trans-Atlantische afstemming

Zelfs wanneer de Verenigde Staten invoerheffingen opleggen aan Chinese producten om handelsonevenwichtigheden en veiligheidsrisico’s aan te pakken, ontkomt Europa niet aan de gevolgen. EU-handelsfunctionarissen volgen deze tarieven nauwlettend op vanwege de doorwerking in de toeleveringsketens van duurder geworden Chinese onderdelen. Intussen is het Chinese handelsoverschot met de EU de afgelopen jaren aanzienlijk toegenomen.

De perceptie van gesubsidieerde en oneerlijke concurrentie uit China heeft de politieke opvattingen van Parijs tot Berlijn verder verhard. EU-functionarissen bestempelen China daarom steeds vaker als een “systeemrivaal”. Daarbij komen ook nog de zorgen van de publieke opinie over arbeidsrechten, mensenrechten en strategische invloed.

Trans-Atlantische spanningen nemen toe?

Tegelijkertijd hebben de invoerheffingen van de regering-Trump, de scepsis over de NAVO en uitspraken over het overnemen van Groenland van Denemarken het Europese publieke sentiment tegenover de Verenigde Staten mogelijk beschadigd. De kloof tussen de Verenigde Staten en Europa behoort tot de ernstigste spanningen in de geschiedenis van de NAVO en kan een belangrijke rol spelen bij de vraag waar West-Europa zijn economische en veiligheidsoplossingen zoekt.

Op zijn zachtst uitgedrukt hebben deze politieke en veiligheidsfactoren de samenwerking tussen de Verenigde Staten en West-Europa politiek gezien moeilijker gemaakt.

Europa’s strategische afrekening

Europa staat nu voor de keuze: Amerikaanse invoerheffingen slikken of een strategisch gemanipuleerde Chinese markt tolereren. Het geloof in een transparante en eerlijke Chinese markt brokkelt af bij westerse bedrijven, nu onvoorspelbare Chinese exportbeperkingen en vergeldingsmaatregelen reële financiële risico’s vormen voor Europese ondernemingen.

Aan de positieve kant richt de coördinatie tussen de EU en de Verenigde Staten zich steeds meer op wederkerige, eerlijke en evenwichtige handelsakkoorden — met afspraken over invoerheffingen, technologische standaarden en exportcontroles. Dat betreft onder meer halfgeleiders en andere geavanceerde technologieën.

De keuze waar West-Europa vandaag voor staat, gaat dan ook niet alleen over handel, maar over zijn toekomstige geopolitieke rol — en die afweging wordt steeds urgenter.

De in dit artikel geuite opvattingen zijn die van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijk de standpunten van The Epoch Times.

Gepubliceerd door The Epoch Times (11 februari 2026): The Big Choice: Western Europe Must Decide Between US Tariffs and Chinese Theft at Scale