In november 2018 brak de ruimtesonde Voyager 2 door de grens van ons zonnestelsel en bereikte officieel de interstellaire ruimte. Het legendarische ruimtevaartuig wist snelheid te winnen dankzij een “planetaire parade” van reuzenplaneten. Door de zwaartekracht van Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus te benutten, ontsnapte het aan de aantrekkingskracht van de zon.
Deze zogenoemde zwaartekrachtslinger, mogelijk gemaakt door de uitlijning van de planeten, maakte zware voortstuwingssystemen overbodig en bespaarde NASA honderden miljoenen dollars aan brandstof.
Planetaire uitlijningen zijn nog altijd van groot belang voor ruimtemissies, maar bieden sterrenkijkers een heel andere sensatie. Op 12 augustus vormt een planetaire parade van zes planeten een diagonale lijn aan de ochtendhemel en laat daarmee de schoonheid van de hemelmechanica zien. Gedurende een kort tijdsbestek staan Jupiter, Mercurius, Mars, Uranus, Saturnus en Neptunus langs de ecliptica — de denkbeeldige baan die de zon aan onze hemel lijkt af te leggen.
De term uitlijning is eigenlijk misleidend. Hij wekt de indruk dat de planeten een perfect rechte lijn vormen, terwijl dat in de driedimensionale ruimte vrijwel onmogelijk is. In plaats daarvan hebben astronomen de term vrij ruim gedefinieerd: simpelweg als een moment waarop drie of meer planeten zich aan één kant van de zon verzamelen, of wanneer ze zich — gezien vanaf de aarde — binnen een klein deel van de hemel bevinden.
Historisch gezien was het niet de wiskundige perfectie van zo’n uitlijning die mensen fascineerde, maar het besef dat deze rondzwervende werelden met elkaar verbonden zijn door een duidelijk kosmisch pad — als een losse draad die de kralen van een ketting met elkaar verbindt. Wetenschappers ontdekten dat de baanvlakken van de planeten grotendeels samenvallen met de ecliptica, maar nooit helemaal. Daardoor bewegen ze zich licht slingerend langs die denkbeeldige lijn.
Kortom: de planeten staan regelmatig dichter bij elkaar of juist verder uit elkaar, als renpaarden op een groot racecircuit. Juist daarom ontstond de benaming planetaire parade.

Op 12 augustus trekken de planeten inderdaad als een parade over de hemel. Vanaf de oostelijke horizon voert de zwakke Neptunus de stoet aan richting het zuidwesten, gevolgd door de heldere Saturnus, de zwakke Uranus en de roodachtige Mars. Vlak voor zonsopkomst verschijnen vervolgens ook Mercurius en als laatste Jupiter boven de horizon. De periode waarin alle zes de planeten tegelijk zichtbaar zijn, is echter zeer kort: in de meeste steden wereldwijd minder dan 30 minuten.
In New York duurt het kijkvenster van 5.18 tot 5.34 uur en in Los Angeles van 5.28 tot 5.46 uur (lokale tijd).
In Londen zijn alle zes de planeten zichtbaar tussen 4.54 en 5.03 uur. In Parijs is dat tussen 5.52 en 6.03 uur. Ook in België en Nederland is de planetaire parade zichtbaar, maar het tijdsvenster waarin alle zes de planeten tegelijk te zien zijn, bedraagt slechts enkele minuten (n.v.d.r.).
Waarnemers in New Delhi hebben een kijkvenster van 5.04 tot 5.24 uur en in Tokio van 4.15 tot 4.31 uur.
Dat tijdsvenster loopt vanaf het moment dat Mercurius 5 graden boven de horizon staat tot het begin van de burgerlijke schemering, wanneer de zwakke planeet uit het zicht verdwijnt.
Astronomen plaatsen daarbij wel een kanttekening: waarschijnlijk zijn alleen Mars en Saturnus goed met het blote oog te zien. Toch zijn die twee planeten alleen al de moeite waard om vroeg op te staan. Wie zich op dit tweetal richt, heeft bovendien een veel ruimer kijkvenster van twee tot drie uur vóór zonsopkomst.
Mars is met zijn warme roodachtige gloed te vinden in het oosten en beweegt van het sterrenbeeld Stier richting Tweelingen. Saturnus staat hoger aan de zuidwestelijke hemel in het sterrenbeeld Vissen. Met een kleine telescoop zijn de karakteristieke ringen goed zichtbaar.
Ook Jupiter zal fel schijnen, in het sterrenbeeld Kreeft onder Mercurius. De gasreus blijft echter vlak boven de horizon hangen, vlak voor zonsopkomst. Het is dus goed mogelijk dat bomen of gebouwen het zicht belemmeren. Bovendien zal het toenemende daglicht de planeet al snel aan het oog onttrekken. Richt een verrekijker nooit in de buurt van de zon, omdat dit ernstige oogschade kan veroorzaken.
Beginnende sterrenkundigen kunnen met een verrekijker op zoek gaan naar de zwakke planeet Uranus, die zich in het sterrenbeeld Stier bevindt tussen Mars en Saturnus. De grootste uitdaging is Neptunus: een zwak blauw lichtpuntje dat met het blote oog niet zichtbaar is. De planeet staat in het sterrenbeeld Vissen, rechts van Saturnus.
Pak dus een verrekijker als je die hebt. Een open locatie, zoals een weiland, kust, heuveltop, dakterras of balkon met vrij uitzicht naar het oosten, biedt de beste kansen. Geef je ogen bovendien enkele minuten de tijd om aan het donker te wennen.
De datum van 12 augustus is overigens niet strikt bepalend. Ook de dag ervoor en de dag erna staan de planeten vrijwel op dezelfde positie. Toch blijft het venster waarin alle zes de planeten tegelijk zichtbaar zijn zeer beperkt, omdat de dageraad snel een einde maakt aan het schouwspel. Wie dit kortstondige hemelverschijnsel weet mee te maken, ziet dezelfde kosmische geometrie die Voyager 2 ooit de interstellaire ruimte in slingerde.
Gepubliceerd door The Epoch Times (24 juli 2026): 6-Planet ‘Parade’ Will Sweep Across the Night Sky in August—What to Know





