De Romeinse biograaf Plutarchus schreef ooit dat het oude Rome was ontstaan uit “buitensporige durf en roekeloze moed”. Een meer directe vertaling zou “bloed en strijd” kunnen zijn. Romulus, de mythische stichter van de stad, riep zichzelf uit tot koning nadat hij zijn broer had vermoord. Zijn opkomst leidde tot spanningen met naburige stammen, die vaak werden opgelost met grootschalige oorlogen.
Er was één opmerkelijke uitzondering te midden van de aanvankelijke chaos in Rome: de tweede koning, Numa Pompilius (circa 753 v.Chr.– circa 672 v.Chr.). Als Romulus de gewelddadige oorsprong van Rome belichaamde, vertegenwoordigde Numa het potentieel voor vrede en morele zuiverheid. Als vrome, pacifistische leider leidde hij Rome naar vier decennia van stabiliteit, gebaseerd op vertrouwen, transparantie en gedeelde religieuze rituelen.
De stichting van Rome: machtsgreep en broedermoord
Volgens de populaire legende werd Rome in 753 v.Chr. gesticht door Romulus, de tweelingbroer van Remus. Hun grootvader was Numitor, koning van Alba Longa (het huidige Albano).
Voor hun geboorte werd Numitor verraden door zijn broer Amulius, die de troon overnam. Toen Amulius zich realiseerde dat Numitors dochter, Rhea Silva, was verkracht door Mars (god van de oorlog) en nu een tweeling verwachtte, beval hij haar om haar kinderen in de rivier de Tiber te verdrinken. Rhea Silva hield Romulus en Remus in leven, maar liet hen achter in de buurt van de Palatijnse heuvel, nu in het hart van Rome.
De tweeling werd korte tijd opgevoed door de iconische wolvin, totdat een herder uit Alba Longa hen vond. Ze brachten een eenvoudige jeugd door tussen de bewoners van de groene heuvels van Alba Longa, ver weg van de wrede machtscentra waarin ze werden geboren.

De politieke carrière van Romulus en Remus begon toen ze ontdekten dat ze van koninklijke afkomst waren. Amulius wist niet dat ze nog leefden. Ze maakten gebruik van hun anonimiteit om een complot tegen hem te smeden en hun grootvader terug op de troon te zetten.
Gemotiveerd door de allianties die na de succesvolle omverwerping waren gevormd, besloten de tweelingbroers een nieuwe stad te stichten. Ze maakten ruzie over details, totdat Romulus het geschil met een koelbloedige moord beslechtte en zichzelf tot koning van Rome uitriep.
Romulus vestigde een niet-erfelijke, verkozen monarchie, ondersteund door een senaat. De senaat kon na de dood van een koning tijdelijk regeren terwijl het een opvolger koos.
Numa bestijgt de troon
Het leiderschap van Romulus was even besluitvaardig als tumultueus. Om zijn nieuwe stad op de kaart te zetten, nam hij agressieve maatregelen. Zo voerde hij verschillende oorlogen en ontvoerde hij de vrouwen van de Sabijnen, een van de naburige stammen van Rome, onder het voorwendsel dat de Romeinse mannen vrouwen nodig hadden.

Het bewind van Romulus eindigde abrupt rond 716 v.Chr. Zoals Plutarchus vertelt in “Het leven van Numa Pompilius”, werd hij tijdens een openbaar offer door een onheilspellende storm verzwolgen. Deze mysterieuze verdwijning deed vragen rijzen over de bovennatuurlijke geboorte van de koning. Het zorgde ook voor een machtsvacuüm. Rome omvatte inmiddels ook de Sabijnen en andere kleine veroverde stammen. Elk volk had vertegenwoordigers in de senaat en elk volk streed om de troon. Na spannende beraadslagingen kwam de senaat overeen om de lokale Romeinen het laatste woord te geven, op voorwaarde dat zij een Sabijn zouden kiezen.
Numa had deze nominatie niet verwacht. Hij accepteerde deze zelfs niet. Hij vertelde de kiezers dat zijn duidelijk positieve eigenschappen – vroomheid, pacifisme en eenvoud – hem ongeschikt maakten om te regeren. De senatoren drongen aan. Ze beschouwden het koningschap als een goddelijk geschenk, een kans om Rome de broodnodige vrede te brengen. Overtuigd door de religieuze argumenten, stemde Numa uiteindelijk toe.

Plutarchus zag Numa’s aarzeling als een bewijs van zeldzame morele integriteit. Hij beschreef hem als evenwichtig en onverstoorbaar: “Van nature was hij geneigd tot het beoefenen van alle deugden”, die hij cultiveerde door “discipline, het doorstaan van ontberingen en het bestuderen van wijsheid”. Hij leefde eenvoudig en sober, gaf de voorkeur aan landbouw boven politiek en vermeed afleidende luxe. In zijn privéleven wijdde hij zich bijna uitsluitend aan “het dienen van de goden en het rationeel overdenken van hun aard en macht”.
Numa’s hervormingen
Romulus’ militaire bewind had de invloed van Rome uitgebreid en het voortbestaan ervan gegarandeerd. Het was nu tijd om zich te richten op de maatschappelijke fundamenten die nodig waren om in vredestijd te kunnen floreren.
Het eerste wat Numa als koning deed, was het ontbinden van de 300 man sterke privé-militie van Romulus. Het doel van dit leger was om Romulus te beschermen tegen moordaanslagen. Maar Numa, zo merkte Plutarchus op, wilde niet “regeren over degenen die hem wantrouwden”.
Als voormalig fulltime boer waardeerde Numa het potentieel van de landbouw om mensen een verlangen naar rust bij te brengen. Om de landbouw te promoten “als een soort vredesdrankje, en zeer tevreden met de landbouw als een manier om karakter te vormen in plaats van rijkdom, verdeelde [hij] het grondgebied van de stad in districten”, merkte Plutarchus op. Numa verdeelde de districten vervolgens onder de burgers en hield hun houding nauwlettend in de gaten. Hij beloonde hardwerkende families en berispte luie families.

Numa wees ook mensen toe aan handelsgilden, in de hoop samenwerking te stimuleren en vijandigheid tussen stammen weg te nemen. Plutarchus noemde de hervorming “een bron van algemene harmonie”. De vijandigheid tussen facties die streden voor de macht maakte plaats voor een gezondere, productievere sociale hiërarchie.
Onder het bewind van Numa organiseerden de Romeinen regelmatig religieuze festivals. Enerzijds om de bescherming van de goden te verdienen terwijl ze de fundamenten van hun stad probeerden te versterken. Anderzijds om harmonie en sociale cohesie te bevorderen.
De transformerende kracht van vroomheid
De meest effectieve hervormingen van Numa vonden plaats op religieus gebied. Zijn houding ten opzichte van religie kwam voort uit een oprecht geloof in de kracht van gebed en rituelen. Maar hij wist ook dat gedeelde spirituele rituelen een nuttige sociale functie vervulden. Tot de opmerkelijke religieuze hervormingen van Numa behoorden de institutionalisering van de Vestaalse maagden en de instelling van verschillende priesterambten, waaronder die van ‘pontifex maximus’ (‘hoogste priester’).
De Vestaalse maagden waren priesteressen die vernoemd waren naar Vesta, een primitieve godin die huis en gezin beschermde. De priesteressen waren verantwoordelijk voor het in stand houden van Vesta’s ‘heilige haard’, een vlam die symbool stond voor het eeuwige voortbestaan en de vitaliteit van Rome. Rhea Silva was mogelijk een Vestaalse maagd, een taak die ze mogelijk als straf van Amulius had gekregen. Numa stak het heilige vuur aan, gaf opdracht tot de bescherming ervan en stelde strikte richtlijnen op voor de priesteressen. Hun ronde tempel staat nog steeds in het hart van het Forum Romanum.

De Vestaalse maagden werden geselecteerd door de ‘pontifex maximus’ van Rome, een functie die Numa had ingevoerd om de politieke hiërarchie van Rome in een expliciet religieuze context te plaatsen. De pontifex verkondigde en interpreteerde de goddelijke wet, schreef regels voor voor de openbare eredienst, zag toe op de naleving van religieuze gebruiken door individuen en zat belangrijke evenementen voor, zoals senaatsvergaderingen of oorlogsvoorbereidende raadsvergaderingen.
Tijdens het latere Romeinse rijk kreeg de keizer deze titel. Uiteindelijk werd deze door de katholieke kerk overgenomen als pauselijke titel. Sinds 2012 is ‘pontifex’ de Twitter-naam (nu X) van de paus.
Numa bouwde ook tempels voor ‘Fides’ (‘Geloof’), de godin van het vertrouwen, en ‘Terminus’ (letterlijk ‘Grens’), de beschermer van de grenzen. Als Romulus het grondgebied van Rome ‘met de speer’ had veiliggesteld, heiligde Numa de grenzen door middel van gebed en religieuze offers.
Om de interne en interstedelijke stabiliteit verder te bevorderen, stichtte Numa de orde van de ‘Fetials’, of ‘bewakers van de vrede’. De Fetials werden vaak als diplomatieke gezanten naar naburige stammen gestuurd die op het punt stonden Rome de oorlog te verklaren. Hun rol was ‘geschillen te beëindigen door middel van overleg en toespraken’.
Het was grotendeels aan dit nieuwe priesterschap te danken dat Numa erin slaagde de vrede te bewaren, wat volgens Plutarchus een ongelooflijke prestatie was: “Er was geen oorlog, geen oproer, geen vernieuwing in de staat, geen afgunst of vijandigheid jegens zijn persoon, geen complotten of samenzweringen uit ambitie.”
De nalatenschap van Numa
Numa besteeg de troon toen oorlog onvermijdelijk leek en politieke verdeeldheid dreigde. De boer die koning werd, begreep dat blijvende vrede meer vereiste dan legers en versterkte muren; er was een psychologische transformatie nodig. Hij bracht deze transformatie op gang door de aandacht van de mensen te richten op activiteiten die vrede inspireerden: landbouw, ambachten en religieuze praktijken.

Met andere woorden, Numa creëerde ruimte voor rust in een samenleving die verslaafd was aan actie. Rome gaf zijn wapens niet volledig op. Dat was geen haalbare optie. Maar het leerde wel zijn oorlogszuchtige neigingen in evenwicht te brengen met een vroomheid die overhaaste verlangens om oorlog te voeren of de openbare orde te ondermijnen, onderdrukte. De grootsheid van de koning lag niet in het verslaan van bloeddorstige vijanden, maar in het hervormen van de omstandigheden die ervoor zorgden dat er vijanden waren.
Plutarchus vatte Numa’s nalatenschap prachtig samen:
“Niet alleen het Romeinse volk werd verzacht en gecharmeerd door de rechtvaardigheid en mildheid van hun koning, maar ook de omliggende steden begonnen, alsof er een verkoelende bries of een gezonde wind vanuit Rome over hen heen waaide, een verandering in hun gemoedstoestand te ervaren, en allen werden vervuld van een diep verlangen naar goed bestuur, vrede, het bewerken van het land, het opvoeden van hun kinderen in rust en het aanbidden van de goden.”
Gepubliceerd door The Epoch Times (2 februari 2026): Piety’s Transformative Power in the ‘Life of Numa Pompilius’





