Sommige van de grootste monumenten uit de geschiedenis gaan gepaard met evenveel legendes als de mythische helden die er de inspiratiebron voor vormden. Het is dan ook geen verrassing dat een groot deel van de artistieke toewijding aan deze inspirerende werken voortkwam uit een diepe eerbied en het idee dat de beelden meer waren dan alleen steen en metaal; men geloofde dat de goden er zelf in aanwezig waren.
Van de vele verhalen die aan deze meesterwerken en hun kunstenaars worden toegeschreven, zijn er maar weinig die een hogere plaats innemen in de geschiedenis van de architectuur en de mythologie dan dat van de Griekse beeldhouwer Phidias. Zijn afbeelding van Zeus, ontleend aan Homeros’ “Odyssee”, werd bij het tot stand komen ervan in de 5e eeuw v.Chr. beschouwd als de standaardvoorstelling van Zeus en is dat al 2.400 jaar gebleven.
De wortels van de westerse beschaving zijn terug te voeren op één enkele lijn van grote leraren. Alexander de Grote was de leerling van Aristoteles, die op zijn beurt de leerling was van Plato, en Plato was de leerling van Socrates. Alle drie waren ze producten van de Griekse Gouden Eeuw, en alle drie prezen ze het genie van de architect die in grote mate de visuele en spirituele esthetiek van hun tijdperk heeft bepaald: Phidias.

Phidias, de vernieuwer
Phidias was verantwoordelijk voor zowel de ontwerpen van de tempels als de beelden waarmee ze waren versierd. Hij was een voorvechter van de ‘chryselephantine’-techniek —waarbij beelden werden bekleed met een laagje ivoor, en hij accentueerde hun haar en kleding met brons en goud. Hij was de drijvende kracht achter de heropbouw van de Akropolis en het Parthenon na de Perzische oorlogen. Zijn betoverende standbeeld van Athena voor het Parthenon leverde hem zowel veel lof als jaloerse rivalen op.
Toen hij werd beschuldigd van verduistering van een deel van het voor het standbeeld bestemde goud, kon Phidias zijn chryselephantine-techniek gebruiken ter verdediging. Omdat de gouden delen over een intern houten frame waren aangebracht, gaf hij opdracht om al het goud van het standbeeld te verwijderen en onder streng toezicht te wegen. Naar schatting bevatte het ongeveer 1134 kg goud, en alles kon worden verantwoord. Hoe praktisch deze techniek ook bleek voor boekhoudkundige doeleinden, helaas bleek het in de eeuwen daarna net zo nuttig voor dieven en keizers om het goud te strippen voor minder nobele doeleinden.

Weg uit Athene
Ondanks zijn onschuld brachten de aanhoudende vijandigheden waarmee Phidias in Athene te maken had, hem ertoe de opdracht voor het standbeeld van Zeus in Olympia aan te nemen. Deze plek, waar in 776 v.Chr. de eerste Olympische Spelen plaatsvonden, was niet zozeer een stad als wel een heiligdom dat het hele jaar door uitsluitend bewoond werd door de priesters die de tempels onderhielden. Terwijl het Parthenon en het beeld van Athena samen waren ontworpen, was de tempel van Zeus al decennia eerder voltooid. Dit dwong Phidias om de beschikbare ruimte zo goed mogelijk te benutten. Zijn ontwerp toonde een zittende Zeus, in een veel grotere afmeting, waardoor de indruk werd gewekt dat de god, mocht hij gaan staan, door het plafond zou breken.
Met een beeldje van Nike, de godin van de overwinning, en een scepter met een adelaar erop, werd Zeus afgebeeld als een wijze, bejaarde rechter in plaats van als een jonge krijger. Zijn gouden gewaden waren versierd met dieren en bloemen, en op het voetstuk stond een bakje met olijfolie om te voorkomen dat de ivoren huid van het beeld zou barsten. Vrijwel elk verslag van het beeld door getuigen, of het nu burgers of soldaten waren, beschrijft een ervaring van overweldigende schoonheid en verhevenheid.
Eeuwen na de voltooiing van het beeld deed er nog steeds een verhaal de ronde. Phidias knielde voor het beeld neer en bad om een teken van Zeus’ goedkeuring. Op datzelfde moment sloeg de bliksem in op de vloer van de tempel, recht voor het beeld. Er was geen andere schade dan een vlek, die plechtig werd bedekt met een bronzen urne om het wonder te eren. Het zou niet de enige bovennatuurlijke gebeurtenis zijn die aan het beeld werd toegeschreven.
Trotse lach
Het beeld werd in verband gebracht met een andere beroemde geslachtslijn. Het overleefde de heerschappijen van Julius Caesar en de eerste Romeinse keizers, Augustus en Tiberius, maar pas toen Caligula de macht greep, kwam het voortbestaan van het beeld voor het eerst in gevaar. Caligula was de achterneef en geadopteerde kleinzoon van Tiberius, en de zoon van de geliefde Romeinse generaal Germanicus – die zelf de neef en geadopteerde zoon van Tiberius was. Na de dood van Germanicus nam Tiberius de jonge Caligula bij zich op Capri, waar hij hem later tot mede-erfgenaam benoemde, voordat Caligula hem als keizer opvolgde.
Gezien de aanhoudende politieke onrust binnen de familie en de moordaanslagen die hij tijdens zijn jeugd had overleefd, was het latere paranoïde en sadistische gedrag van Caligula bijna voorspelbaar. Tiberius zei dan ook in zijn beroemde uitspraak dat hij het gevoel had dat hij, door Caligula op te voeden, “een adder voor het Romeinse volk grootbracht”. Eenmaal op de troon werd de jonge Caligula zo intolerant ten opzichte van elke mogelijke bedreiging voor zijn macht of zijn ijdelheid, dat hij beval de hoofden van vele prominente standbeelden te verwijderen en te vervangen door zijn eigen evenbeeld.

De soldaten van Caligula maakten een enorm schip klaar om het standbeeld van Olympia naar Rome te vervoeren en zetten het in de steigers om het te demonteren. Het verhaal wordt herhaald in twee verslagen van Romeinse historici, Suetonius en Cassius Dio: nog voordat er ook maar één deel van het standbeeld kon worden verwijderd, stortte de steiger plotseling in, terwijl er uit het standbeeld bulderend gelach klonk. De mannen van Caligula vluchtten in paniek, om vervolgens te ontdekken dat het schip dat ze hadden klaargemaakt door de bliksem was verwoest.
Er zijn twee mogelijke theorieën over de uiteindelijke verdwijning van het standbeeld, en beide beginnen bij keizer Theodosius en eindigen in vuur. Naarmate het christendom de Romeinse heidense tradities steeds meer verdrong, maakte Theodosius I het christendom van Nicea tot de officiële godsdienst van het rijk en verbood hij alle heidense rituele praktijken.
Theodosius II gaf op zijn beurt opdracht tot het in brand steken van de tempel van Zeus. Verschillende verslagen suggereren dat Theodosius II ofwel het goud en ivoor, ofwel het gehele standbeeld liet overbrengen naar zijn collectie in het Paleis van Lausus in Constantinopel, dat later in 475 door brand werd verwoest.
Wat niet kan worden betwist, is de frequentie waarmee Phidias en zijn werken voorkomen in tientallen Griekse en Latijnse verslagen en in hervertellingen in elk rijk dat daarna volgde. Hoewel geen van zijn werken bewaard is gebleven, is zijn invloed duidelijk zichtbaar in moderne meesterwerken zoals het Lincoln Memorial. Het ontwerp van Henry Bacon was geïnspireerd door het Parthenon, en de afbeelding van Daniel French van een zittende Lincoln met asymmetrische handen was geïnspireerd door het standbeeld van Zeus.
Hoewel veel vooraanstaande architecten, waaronder Frank Lloyd Wright, het monument bekritiseerden omdat het de Griekse tradities meer zou promoten dan de Amerikaanse, blijft het een van de meest geliefde afbeeldingen van de Amerikaanse cultuur. Het is een passend bewijs van de tijdloze schoonheid en geest van de nalatenschap van Phidias, die elke keizer en elk rijk overleeft.
Gepubliceerd door The Epoch Times (16 juni 2026): Seven Wonders of the Ancient World: The Statue of Zeus at Olympia





