De in het buitenland geboren bevolking van de Europese Unie is in 2025 gestegen tot meer dan 64 miljoen — goed voor 14 procent van de totale bevolking — een historisch hoogtepunt. Spanje alleen was al verantwoordelijk voor ongeveer een derde van de jaarlijkse toename binnen het blok, zo blijkt uit een nieuw rapport van het Center for Research and Analysis of Migration (CReAM) van RFBerlin, een onafhankelijk onderzoeksinstituut.
De studie, getiteld “The Immigrant Population in the European Union: Growth, Concentration and Dispersion”, geschreven door economen Tommaso Frattini en Camilla Piovesan, baseert zich op gegevens van Eurostat en de VN-vluchtelingenorganisatie (UNHCR, United Nations High Commissioner for Refugees) om de sterke en ongelijk verdeelde groei van migratiestromen in de 27 lidstaten in kaart te brengen.
In de afgelopen vijftien jaar is de in het buitenland geboren bevolking van de EU gestegen van ongeveer 40 miljoen in 2010 naar circa 64 miljoen vandaag. Alleen al tussen 2024 en 2025 nam het totaal met 2,1 miljoen toe — een jaarlijkse stijging van 3,4 procent — na een nog grotere groei van 2,6 miljoen het jaar daarvoor.
Het rapport vermeldt dat tegen december 2025 ongeveer 4,35 miljoen mensen die uit Oekraïne waren gevlucht, onder tijdelijke bescherming in de EU vielen. Gegevens voor Portugal waren op het moment van de studie niet beschikbaar en zijn daarom niet opgenomen in de EU-brede totalen.
Het Verenigd Koninkrijk is niet in de studie opgenomen, aangezien het geen lid meer is van de EU.
Duitsland voert de lijst aan in absolute aantallen — Spanje groeit het snelst
Duitsland blijft veruit het grootste gastland in absolute cijfers. De in het buitenland geboren bevolking steeg er van ongeveer 10 miljoen in 2010 naar bijna 18 miljoen in 2025 — een toename van circa 70 procent in vijftien jaar. Frankrijk en Spanje tellen inmiddels elk tussen de 9,5 en 9,6 miljoen inwoners die in het buitenland zijn geboren, terwijl Italië volgens de studie rond de 6,9 miljoen uitkomt.
Spanje springt eruit door het hoge groeitempo. Het land kreeg er in één jaar tijd 700.000 in het buitenland geboren inwoners bij — een stijging van 8 procent van 8,8 miljoen naar 9,5 miljoen tussen 2024 en 2025. Dat is meer dan het dubbele van het EU-gemiddelde — wat betekent dat Spanje bijna een derde van de totale groei in de EU in 2025 opving.
Op 14 april keurde de socialistische regering van het land plannen goed om een half miljoen illegale immigranten een legale status te geven.
Wanneer wordt gekeken naar het aandeel in de bevolking in plaats van absolute aantallen, verandert het beeld aanzienlijk. Het EU-gemiddelde bedraagt volgens de auteurs 14,2 procent, maar Luxemburg voert de ranglijst aan met 51,6 procent, gevolgd door Malta (32 procent), Cyprus (27,6 procent), Ierland (23,3 procent) en Oostenrijk (22,7 procent). Duitsland komt uit op 21,2 procent, Spanje op 19,3, Frankrijk op 14 en Italië op 11,8. Aan de onderkant van de lijst staan Polen, Bulgarije en Slowakije, elk met minder dan 5 procent.
Asielaanvragen vertonen een vergelijkbaar geconcentreerd patroon. In 2025 registreerde de EU 669.365 eerste asielaanvragen, waarbij Spanje (141.000), Italië (126.600), Frankrijk (116.400) en Duitsland (113.200) samen ongeveer 74 procent van alle aanvragen ontvingen. Duitsland heeft met 2,7 miljoen mensen ook de grootste vluchtelingenpopulatie binnen de EU, ver voor op Frankrijk met 751.000.
Waar komen de immigranten vandaan?
Volgens analisten heeft het rapport een blinde vlek — het biedt geen uitsplitsing naar herkomstlanden voor de totale groep van 64 miljoen in het buitenland geboren inwoners van de EU.
Voor Erika Steinbach, voorzitter van de Duitse conservatieve Desiderius Erasmus Stichting, is dat geen toeval. Zij verklaarde tegenover The Epoch Times dat een aanzienlijk deel van deze migratie afkomstig is uit overwegend islamitische landen, waaronder Afghanistan, Syrië, Marokko en diverse Afrikaanse staten. Er lijkt volgens haar “een wens te bestaan om geen aandacht te vestigen op deze landen van herkomst” — iets wat zij omschreef als “in lijn met de algemene zwijgcultuur rond gewelddadige daders uit deze regio’s”.
Volgens Viktor Marsai, directeur van het in Boedapest gevestigde Migration Research Institute, bevestigen de cijfers een langdurige verschuiving in de samenstelling van verschillende Europese samenlevingen, al denkt hij dat de werkelijke aantallen hoger liggen dan de officiële statistieken suggereren.
Volgens zijn schatting ligt het aandeel van in het buitenland geboren personen in veel Europese landen vaak boven de 20 procent, waarbij in Duitsland en Frankrijk bijna 26 procent of meer van de bevolking in het buitenland is geboren of twee in het buitenland geboren ouders heeft.
Zijn schattingen sluiten aan bij recente nationale cijfers. Begin april meldde het Duitse federale statistiekbureau Destatis dat 21,8 miljoen mensen — oftewel 26,3 procent van de bevolking — zelf immigrant zijn of kinderen van twee immigrantenouders.
In Frankrijk plaatst het Observatorium voor Immigratie en Demografie, op basis van gegevens van het Franse nationale statistiekbureau, het aandeel mensen met een migratieachtergrond op 30 procent over drie generaties.
Vergelijkbare cijfers zijn echter moeilijk exact vast te stellen, omdat Frankrijk en Duitsland — in tegenstelling tot de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk — geen demografische gegevens over etniciteit verzamelen. Dit maakt het wat lastiger om het werkelijke aantal burgers met een niet-Europese achtergrond transparant te berekenen.
Snelheid — niet alleen omvang
Wat Europa volgens Marsai onderscheidt van andere regio’s, is niet zozeer de omvang van de demografische verandering, maar vooral de snelheid ervan. Zonder een aanzienlijke daling van de instroom, waarschuwde hij, “zal het zeer moeilijk worden om de transformatie van West-Europa te stoppen”.
Zweden was volgens hem tot in de jaren zestig een vrijwel volledig homogene samenleving, voordat het zich in de jaren negentig via humanitaire programma’s aanzienlijk openstelde. Inmiddels bestaat meer dan 20 procent van de bevolking daar uit mensen die in het buitenland geboren zijn.
In Portugal ging het nog sneller — het aandeel in het buitenland geboren inwoners steeg van ongeveer 4 procent rond de eeuwwisseling naar tussen de 15 en 17 procent vandaag. Dat cijfer is “in 25 jaar meer dan verdrievoudigd — bijna verviervoudigd”, aldus Marsai.
Jean-Yves Le Gallou, voorzitter van de Franse stichting Polémia, medeoprichter van het Iliade-instituut en auteur van “Remigration: For a Europe for Our Children”, plakt een datum op het verwachte kantelpunt. “Als de huidige trend zich voortzet zonder dat er snel een ommekeer komt”, zei hij tegen The Epoch Times, “zullen de Europese bevolkingsgroepen tussen 2035 en 2050, afhankelijk van het land, in de wieg een minderheid vormen.”
Scholen, gevangenissen en religieuze spanningen
Voor Steinbach is het cijfer van 64,2 miljoen in het buitenland geboren inwoners niet slechts een statistische mijlpaal, maar het resultaat van jaren van soepel immigratiebeleid, met name in Duitsland. De gevolgen zijn volgens haar voelbaar in het dagelijks leven: in klaslokalen met een groeiend aantal kinderen dat geen Duits spreekt, in een verslechterende openbare veiligheid op straat en in publieke ruimtes, in onder druk staande sociale voorzieningen en in een langdurig woningtekort.
Le Gallou wijst op Franse gevangeniscijfers als een andere graadmeter voor spanningen. Gedetineerden vallen volgens hem uiteen in ongeveer drie even grote groepen: “buitenlanders zonder Franse nationaliteit, Franse staatsburgers met een migratieachtergrond en Franse burgers van Frans-Europese afkomst.” Hij baseert zich op Franse gegevens, maar stelt dat hetzelfde patroon zich in heel Europa voordoet.
Steinbach schetst een vergelijkbaar beeld voor Duitsland. De belangrijkste niet-Europese herkomstlanden zijn volgens haar Syrië, Afghanistan en Turkije, en de instroom “heeft bijgedragen aan een dramatische daling van het onderwijsniveau”. Jaarlijks verlaten meer dan 52.000 leerlingen de Duitse scholen als “functioneel analfabeet” — een cijfer dat zij afzet tegen de vrijwel universele geletterdheid een eeuw geleden. Zij verbindt deze ontwikkeling ook aan een woningtekort dat “dramatisch is verergerd” en aan een sterke stijging van gewelddadige criminaliteit, waarbij “bijna één op de twee gedetineerden in Duitse gevangenissen inmiddels een migratieachtergrond heeft”.
Steinbach stelt daarnaast dat een aanzienlijk deel van de migranten van buiten Europa volgens haar “geen enkele wens heeft om te integreren”, en dat “sommigen zelfs openlijk verklaren het land te willen islamiseren”.
Aanvallen op christelijke kerken nemen toe, voegt zij daaraan toe, terwijl Joodse inwoners in steden als Berlijn “niet over straat kunnen lopen met een keppeltje zonder risico op intimidatie of geweld”.
Ook Marsai legt een direct verband tussen de toename van antisemitisme en anti-Israëlische sentimenten in delen van West-Europa en de omvang van migratiestromen uit het Midden-Oosten.
Buitenlandse invloed
Culturele afstand maakt integratie volgens Marsai aanzienlijk moeilijker — en de gevolgen reiken verder dan het binnenlandse leven tot in de buitenlandse politiek. Diasporagemeenschappen kunnen volgens hem het standpunt van gastlanden in het buitenland beïnvloeden op manieren die niet altijd zichtbaar zijn.
Volgens een analyse van het Parijse Instituut voor Politieke Studies zijn Turkse gemeenschappen uitgegroeid tot “een van de pijlers van de invloedstrategie van Turkije in Europa”. Ankara zet deze in als politiek drukmiddel en als instrument om informatie te verzamelen over gevoelige kwesties en zo zijn positie in diplomatieke onderhandelingen te versterken.
Een vergelijkbare dynamiek speelt zich volgens een analyse van het Franse Choiseul-instituut af in Frankrijk met de Algerijnse diaspora, die door het Algerijnse regime wordt beschouwd als een “strategische schakel” voor het verspreiden van de officiële narratieven, het organiseren van steun en het aanvallen van tegenstanders.
Iran bouwt volgens de Frans-Iraanse journalist Emmanuel Razavi voort op dit netwerk, met name via de Quds-brigade. Omdat het land geen directe voet aan de grond heeft in Frankrijk — dat sancties tegen Teheran hanteert — “steunt de Islamitische Republiek op Algerijnse tussenpersonen om haar invloed uit te breiden in immigrantenwijken”, aldus Razavi. De boodschap is volgens hem duidelijk: “Wij zijn in staat u te schaden door interne spanningen via de voorsteden aan te wakkeren. Luister naar ons en onderhandel.”
De implicaties kunnen volgens Marsai uiteindelijk zelfs Washington bereiken. De vervanging van Europese bevolkingen door Afrikaanse en islamitische immigranten zou aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor de Verenigde Staten. Deze bezorgdheid wordt ook genoemd in de Amerikaanse nationale veiligheidsstrategie, waarin wordt gewaarschuwd dat “binnen enkele decennia bepaalde NAVO-leden een niet-Europese meerderheid zullen hebben”. Dit roept de vraag op of zij hun alliantie met de Verenigde Staten nog op dezelfde manier zullen zien als de oorspronkelijke ondertekenaars.
Beleidsveranderingen en reactie
Of Europa het punt van geen terugkeer al heeft bereikt, is volgens Marsai onderwerp van debat. Desondanks blijft hij optimistisch. “Ik heb drie kinderen, dus ik moet optimistisch blijven”, zei hij.
De stichting van Steinbach — vernoemd naar de humanist Erasmus van Rotterdam — is vastbesloten de trend te keren, om te voorkomen dat de culturele fundamenten van Europa verzwakken. Dergelijke initiatieven worden volgens haar dan ook zonder Duitse staatsfinanciering uitgevoerd en volledig gedragen door particuliere donaties.
Le Gallou plaatst de juridische basis van de huidige situatie in een langere historische context. Niet-Europese immigratie begon volgens hem als bewust beleid in de jaren zestig. De doorslaggevende verschuiving kwam echter eind jaren zeventig en begin jaren tachtig. Europa evolueerde toen “van immigratierecht naar een recht op immigratie” — waarbij de juridische logica verschoof van het belang van de staat naar het individuele recht van de migrant.
Le Gallou presenteert “remigratie” als beleidsantwoord — een project dat volgens hem gericht is op het herstellen van “meer harmonieuze samenlevingen” en het waarborgen dat “Europa het thuisland van de Europeanen blijft.” Hij baseert dit op wat hij een fundamenteel principe noemt, waarin Europeanen worden gedefinieerd als “de inheemse bevolking van Europa” en waarin het “legitieme en fundamentele recht van volkeren om hun culturele, historische, taalkundige en beschavingsidentiteit te behouden” centraal staat.
Volgens hem verschuift het politieke landschap — vooral onder jongere Europeanen. Opiniepeilingen tonen volgens hem aan dat “een aanzienlijk deel van de Europese jeugd identitair is”. Grensoverschrijdende allianties ontstaan, en het idee wint terrein in de programma’s van grote politieke partijen in Frankrijk, Duitsland, Spanje en Italië.
Gepubliceerd door The Epoch Times (2 mei 2026): EU Foreign-Born Population Hits Record High, With Spain a Standout in Its Rate of Increase





