Wednesday, 12 Jun 2024
Westerse muziek begon met middeleeuwse gezangen. Antifonarium met gregoriaanse gezangen. (Georges Jansoone/CC BY 2.5)

Het begin van de westerse muziek: Léonin en de Notre Dame

Een anonieme Franse componist geeft ons de eerste klanken van westerse muziek.

Vandaag de dag zijn de meeste mensen bekend met het Latijnse gezang door de manier waarop het wordt ingevoegd in filmmuziek, vooral op momenten van angst. In de “Lord of the Rings” films kondigt het gezang de komst van de Nazgul aan en kan de kijker verwachten dat ruiters in het zwart Frodo door het bos achtervolgen.

Maar Gregoriaans werd vroeger eerder geassocieerd met lofzang en vreugde in plaats van met afschuw. Het was ook veel complexer dan de moderne bewerkingen die, door het steeds herhalen van één of twee zinnen, bedoeld zijn om een eenvoudige emotionele reactie bij het publiek op te wekken. Gezien het feit dat gregoriaans geen instrumentale begeleiding heeft en monofoon is – dat wil zeggen dat alle stemmen slechts één melodielijn zingen – kan dit verrassend lijken.

Maar als je erover nadenkt, zijn er veel verschillende manieren om één melodie te zingen. Vroeger zong het koor soms samen, soms afwisselend. Op andere momenten werd er “responsief” gezongen, waarbij een solist afwisselde met een koor. Een gezongen lettergreep kon overeenkomen met één noot of worden uitgesmeerd over vele noten. Deze laatste stijl staat bekend als “melisma”; denk aan monniken die een religieuze rite uitvoeren, een beetje op de manier van Whitney Houston’s “I Will Always Love You”.

Een kort fragment uit Händels “For Unto Us a Child is Born” waarin gebruik wordt gemaakt van melisma. (Publiek domein)

Gedurende de vroege Middeleeuwen bleef anonimiteit in de compositie de algemene regel. Slechts enkele namen zijn tot ons gekomen. Een daarvan was Nokter Balbulus (de “Babbelaar” of “Stotteraar”). Deze benedictijner monnik bedacht een methode om zangers te helpen lange melodieën uit het hoofd te leren, waarbij de zangloopjes van Whitney Houston in vergelijking nogal primitief lijken.

Zelfs gezien de verrassende complexiteit van het gregoriaans, bleef de christelijke muziek de eerste duizend jaar van haar bestaan melodisch eenvoudig. Maar dit begon te veranderen in het tweede millennium.

Een onbekend genie

Burkholder en Palisca beschrijven de ontwikkeling van polyfonie als “een van de meest glorieuze prestaties van de Middeleeuwen” in hun boek, de “Norton Anthology of Western Music”. Er zijn namelijk twee namen verbonden aan polyfonie. De eerste is “Magister Leoninus” of Meester Léonin. Hij is alleen bekend van een 13e-eeuws document, “Anonymous IV” – zo genoemd omdat het de vierde onbekende verhandeling was in de verzameling van een antiquair. De naam verwijst zowel naar de verhandeling als naar de ondefinieerbare auteur, een Engelsman die aan de Universiteit van Parijs studeerde.

Notker de Stammler, 10e eeuw, uit een middeleeuws manuscript. (Publiek domein)

Anonymous IV vertelt ons dat Léonin een “Magnus liber organi,” of Groot Boek van de Polyfonie heeft samengesteld. Hoewel dit boek zelf niet bewaard is gebleven, zijn de composities waarvan Anonymous IV zegt dat ze erin stonden opgenomen in verschillende latere manuscripten. Maar waarom zou iemand zich druk maken over de verder onbekende auteur van een verloren boek, waarnaar alleen wordt verwezen in een enkel manuscript geschreven door een anonieme muziektheoreticus?

We zouden er om moeten geven, want hij was heel belangrijk. Dit “Grote Boek” en zijn componist vertegenwoordigen het begin van de westerse muziek zoals we die vandaag de dag kennen.

Wie was Léonin?

Deze Franse componist floreerde van ongeveer 1150 tot 1200. Anonymous IV’s verwijzing naar hem als “meester” suggereert dat hij een van de eerste afgestudeerden van de Universiteit van Parijs was. Hij diende vervolgens in de kathedraal Saint Etienne die werd afgebroken om plaats te maken voor de bouw van de Notre Dame.

Léonins innovaties waren eenvoudig maar diepgaand. Hij ontwikkelde wat bekend staat als de stijl van “organum”: basispolyfonie die een extra onafhankelijke stem toevoegde aan het sologedeelte van een responsieve hymne. Zijn Grote Boek legde naar verluidt een vroege vorm van notatie vast voor het coördineren van partijen. Deze “ritmische modi” bestonden uit het combineren van twee basistypen noten, de “breve” en de “longa” (die overeenkomen met onze dubbele en viervoudige hele noten). De twee noten werden op zes manieren gecombineerd, overeenkomend met de poëtische basisvoeten die gebruikt werden in traditionele verzen: de iamb, trochee, dactyl, anapest, spondee en pyrrhic.

Een maat uit J.S. Bachs “Fuga Nr.17 in A flat”, BWV 862, uit Das Wohltemperierte Clavier (Deel I), een beroemd voorbeeld van contrapuntische polyfonie. (Publiek domein)

We weten niet hoeveel van Léonins innovaties van hemzelf waren of hoeveel hij te danken had aan zijn naamloze voorgangers. Het is waarschijnlijk een mix: Hij bevond zich op een kruispunt waar de orale traditie aan het verschuiven was naar het schrift. Componisten zetten praktijken op papier die al werden doorgegeven door uit het hoofd geleerde gewoonten. In haar boek “Music Through Sources and Documents” benadrukt auteur Ruth Halle Rowen dat Anonymous IV zich bewust was van de veranderende trends. De naamloze auteur laat dit zelfs doorschemeren als hij schrijft: “Lange tijd leerden mensen van mond op mond,” en “ze leerden het anderen door te zeggen: ‘Luister en onthoud dit als je zingt.'”

Hoewel de termen en notaties uit deze periode meestal niet meer algemeen gebruikt worden, zijn ze de directe voorouders van de huidige muzikale technieken. Léonins opvolger, die door Anonymous IV “Perotinus le Grand” of “Pérotin de Grote” wordt genoemd, ging verder met de ontwikkelingen van zijn meester en voegde delen voor drie en vier stemmen toe.

Muziek en architectuur

Zowel Léonin als Pérotin zijn nauw verbonden met de Notre Dame de Paris, waar ze tientallen jaren werkten. Over hun dagelijks leven kunnen we alleen maar speculeren. Anonymous IV zegt nog minder over Pérotin dan over Léonin, maar hun functies lijken zowel priesterlijk als muzikaal van aard te zijn geweest. Anonymous IV vertelt ons dat Léonin een uitstekende “organista” was, een woord dat zowel zanger als componist van organum zou kunnen betekenen. Was hij een koorlid? Een muziekdirecteur? Een leraar? Hij kan het allemaal geweest zijn.

In een tijd waarin wolkenkrabbers in een paar maanden gebouwd kunnen worden, is het verbijsterend om je een bouwproject voor te stellen dat eeuwen overspant. Léonin zou er getuige van zijn geweest hoe de funderingen van de Notre Dame werden gelegd in 1163, hoe de steunberen werden gebouwd in 1180 en hoe het hoofdaltaar werd ingewijd in 1182. Het lijkt onmogelijk dat hij niet geïnspireerd zou zijn door wat in die tijd het hoogste bewoonbare gebouw zou worden. Verwonderde hij zich over hoe het tot aan de hemel reikte en verlangde hij ernaar hetzelfde te doen voor de wereld van de melodie?

Pérotin, een van de weinige componisten van de Ars antiqua die bij naam bekend is, componeerde dit Alleluia nativitas in de derde ritmische modus. (Publiek domein)

Wat hun specifieke gedachten ook waren, de creativiteit van Léonin en Pérotin weerspiegelde de uitgebreide architectonische constructie om hen heen. In veel opzichten zijn zij voor de Westerse muziek wat Homerus is voor de Westerse literatuur. Net als de hoeksteen van de Notre Dame werden hun namen de fundering voor iedereen die erop bouwde.

Léonin zou ongetwijfeld verbijsterd zijn geweest door de complexe vormen van polyfonie die in de daaropvolgende eeuwen explodeerden, net zoals hij verbaasd zou zijn geweest over de rozenramen die hij nooit geïnstalleerd zou hebben zien worden. De verdere ontwikkeling van de symfonie, zoals de torenspits die uiteindelijk zijn geliefde kathedraal zou bedekken, was nauwelijks voor te stellen.

‘Moderne’ middeleeuwse gezangen?

Weinig geluidsboxen dreunen tegenwoordig nog op de ritmische manier van Léonin en Pérotin. Er zijn echter wel pogingen gedaan om het middeleeuwse gezang te doen herleven in de moderne tijd. Omdat de structuur van moderne volkstalen het lastig maakt om dezelfde regels voor verbalisatie toe te passen, zijn succesvolle pogingen een levende terugblik op een dode taal.

Anonymous 4. (roanokecollege/CC BY 2.0)

Een van de meest opmerkelijke voorbeelden van deze hedendaagse composities is Richard Einhorn’s “Voices of Light”, een opera geschreven in het Latijn en middeleeuws Frans die geïnspireerd werd door Carl Theodor Dryer’s stomme film “The Passion of Joan of Arc” uit 1928. Een album uit 1995 van de opera, die een internationale bestseller werd, werd opgenomen door een a capella kwartet dat geheel uit vrouwen bestond en toepasselijk Anonymous 4 heette. Hoewel dit gevierde ensemble het Romeinse cijfer heeft aangepast, is de verwijzing expliciet. De echo’s van voorbije eeuwen zijn overal.

Gepubliceerd door The Epoch Times (24 december 2023): The Beginnings of Western Music: Léonin and Notre Dame

 

Hoe u ons kunt helpen om u op de hoogte te blijven houden

Epoch Times is een onafhankelijke nieuwsorganisatie die niet beïnvloed wordt door een regering, bedrijf of politieke partij. Vanaf de oprichting is Epoch Times geconfronteerd met pogingen om de waarheid te onderdrukken – vooral door de Chinese Communistische Partij. Maar we zullen niet buigen. De Nederlandstalige editie van Epoch Times biedt op dit moment geen betalende abonnementen aan en aanvaardt op dit moment geen donaties. U kan echter wel bijdragen aan de verdere groei van onze publicatie door onze artikelen te liken en te her-posten op sociale media en door uw familie, vrienden en collega’s over Epoch Times te vertellen. Deze dingen zijn echt waardevol voor ons.