Commentaar
De Chinese leider Xi Jinping lijkt te denken dat het 15e vijfjarenplan en de afnemende spanningen in de handelsoorlog met de VS de Chinese economie zullen herstellen, maar dat zal niet gebeuren.
President Donald Trump ontmoette Xi op 30 oktober op de luchtmachtbasis van Gimhae in Busan, Zuid-Korea. Het was hun eerste ontmoeting in zes jaar en beide leiders noemden het een succes.
De top resulteerde in een handelsakkoord van één jaar, met enkele belangrijke afspraken: de Verenigde Staten zouden de tarieven verlagen, terwijl China in ruil daarvoor de invoer van Amerikaanse sojabonen zou hervatten, de exportbeperkingen op vijf zeldzame aardmetalen zou uitstellen en de strijd tegen de handel in fentanyl zou opvoeren. Het akkoord hield ook een verlaging van de Amerikaanse tarieven op Chinese goederen van 57% naar 47% in, waarbij Trump de bijeenkomst op een schaal van 0 tot 10 een “12” gaf.
De bijeenkomst duurde slechts ongeveer een uur en 40 minuten, wat suggereert dat de gesprekken beperkt waren tot vooraf vastgestelde onderwerpen. Belangrijker is dat de overeenkomst informeel blijft: er is niets ondertekend en verdere onderhandelingen zijn nog noodzakelijk. Trump heeft alleen de plannen voor een extra tarief van 100 procent opgeschort. Dit betekent dat beide partijen een escalatie hebben vermeden, maar nog geen bindende oplossing hebben bereikt.
Volgens Chinese media ziet de toekomst er na de top rooskleuriger uit en blijft China een aantrekkelijke bestemming voor investeerders. Xi deelde dit optimisme en verklaarde: “De feiten tonen aan dat wie zich op de Chinese markt weet te vestigen, een belangrijke kans kan grijpen in de steeds feller wordende internationale concurrentie.” Hij voegde daaraan toe: “Investeren in China is investeren in de toekomst.”
Hij koppelde dit vertrouwen aan het komende 15e vijfjarenplan (2026–2030) en beschreef dit als een “kansperiode” voor duurzame groei en versterkte internationale samenwerking.
Xi’s herstelstrategie draait om wat hij omschrijft als “hoogwaardige ontwikkeling”. Daarbij legt hij de nadruk op technologische onafhankelijkheid, hervormingen, een betere levensstandaard en nationale veiligheid. Toch probeert China al ruim tien jaar zijn technologie en productie op een hoger niveau te brengen, zonder het gewenste resultaat te bereiken.
Het 15e vijfjarenplan herhaalt grotendeels eerdere ambities, met leuzen als “technologische onafhankelijkheid”, “geavanceerde productie”, “industrieel opwaarderen”, “het stimuleren van binnenlandse consumptie” en “groene transitie”, evenals het “AI-Plus”-initiatief. Al deze doelen zijn ingebed in een ambitieus geheel van moderniseringsplannen.
Het 15e vijfjarenplan herhaalt in grote lijnen beleid en ambities die de Chinese Communistische Partij (CCP) al meer dan twintig jaar geleden formuleerde. Zo werden veel concepten, zoals de ontwikkeling van hightech, al in de jaren tachtig voor het eerst naar voren gebracht.
Het idee van technologische zelfstandigheid gaat terug tot 2005–2006, toen China het Midden- en Langetermijnplan voor Wetenschaps- en Technologische Ontwikkeling lanceerde en de term “inheemse innovatie” introduceerde. Dit sloot aan bij eerdere opvattingen over zelfredzaamheid uit de Mao-periode, die in de afgelopen jaren verder zijn ontwikkeld tot het concept van zelfredzaamheid en zelfverbetering. De oorsprong van deze ideeën gaat zelfs nog verder terug, tot het 863-programma van 1986, een van de eerste Chinese initiatieven om de hoogtechnologische industrie te stimuleren.
Latere beleidsmaatregelen zetten deze lijn voort. Het in 2015 aangekondigde ‘Made in China 2025′ richtte zich op het moderniseren van de industrie en het versterken van China’s positie in de wereldwijde waardeketen. Het initiatief Strategic Emerging Industries uit 2010 had al zeven kernsectoren geïdentificeerd, waaronder geavanceerde apparatuur en informatietechnologie van de volgende generatie. Ook het 14e vijfjarenplan (2021–2025) bevestigde deze prioriteiten, met nadruk op industriële modernisering en technologische onafhankelijkheid.
Xi’s strategie van “dual circulation”, geïntroduceerd in 2020 en opgenomen in het 14e vijfjarenplan, heeft tot doel de binnenlandse productie en consumptie te versterken en tegelijkertijd de afhankelijkheid van buitenlandse vraag te verkleinen. Het 11e vijfjarenplan (2006–2010) bevatte al “groene” doelstellingen, maar die waren vooral gericht op het verminderen van vervuiling, niet op economische transformatie. Hoewel China profiteert van de productie en export van “groene” producten, zou een volledige overgang weg van kolen en zware industrie de industriële basis aantasten en de algehele economische stabiliteit in gevaar brengen.
Langetermijnmoderniseringsdoelen, zoals het bereiken van “matige ontwikkeling” tegen 2035, zijn eveneens herhaald in opeenvolgende vijfjarenplannen. Het 15e vijfjarenplan herhaalt eerdere en bestaande doelstellingen, zonder daarbij een concreet mechanisme aan te geven om deze te realiseren.
Het lijkt erop dat Xi ervan uitgaat dat het opheffen van de Amerikaanse tarieven en het herstellen van de VS als belangrijke exportmarkt de productie en buitenlandse investeringen naar China zal terugbrengen, en zo de basis zal leggen voor het 15e vijfjarenplan. Investeerders blijven echter voorzichtig. Uit ervaring blijkt dat als China de overeenkomst zou schenden — wat waarschijnlijk is — Trump de tarieven snel opnieuw zou invoeren, waardoor fabrieken niet meer naar de VS kunnen exporteren of toegang hebben tot essentiële technologieën.
Het vertrouwen van investeerders is afgenomen door de strenge kapitaalcontroles in China en Xi’s toenemende invloed op zowel binnenlandse als buitenlandse bedrijven. Stijgende arbeidskosten, een steeds kleinere groep jonge arbeidskrachten en de groeiende concurrentie van Chinese merken maken het voor buitenlandse ondernemingen steeds moeilijker om in China actief te zijn. Het besluit van Starbucks op 3 november 2025 om de controle over zijn Chinese activiteiten voor 4 miljard dollar te verkopen aan Boyu Capital, illustreert deze ontwikkeling; het marktaandeel van het bedrijf daalde van 34 procent in 2019 naar 14 procent in 2024.
Westerse merken zoals Nike en Adidas hebben vergelijkbare problemen, terwijl binnenlandse bedrijven zoals Anta en Li-Ning steeds sterker worden. De omzet van Nike in Groot-China daalde van 7,25 miljard dollar in 2023 naar 6,59 miljard dollar in 2025, met een kwartaalomzet die meer dan 20 procent terugliep. Deze verschuiving laat zien hoe “guochao”, de zogenaamde “nationale golf”, in opkomst is: jongere consumenten kiezen steeds vaker voor lokale merken die goedkoper zijn dan buitenlandse concurrenten.
Ondertussen blijven de bredere economische problemen in China voortduren. De industriële groei vertraagt en de buitenlandse vraag blijft laag. De zwaar met schulden beladen vastgoedmarkt is veranderd van een groeimotor in een tijdbom, waarbij investeerders zich voorbereiden op de volgende grote wanbetaling. De nationale schuld ligt inmiddels rond 309 procent van het bbp, en veel lokale overheden dreigen failliet te gaan, waardoor ze belangrijke infrastructuur- en ontwikkelingsprojecten voor het 15e vijfjarenplan niet kunnen financieren. Daarnaast wegen deflatie, zwakke consumentenbestedingen en hoge jeugdwerkloosheid zwaar op de economie.
Pekings focus op productie, kunstmatige intelligentie en geavanceerde technologie—de pijlers van het nieuwe plan—dreigt de overcapaciteit in sectoren die al kampen met zwakke vraag verder te verergeren. Uiteindelijk bieden de twee veronderstelde motoren van herstel van de CCP—het 15e vijfjarenplan en de handelsovereenkomst tussen China en de VS—nauwelijks inhoud. Het plan blijft een reeks vage doelstellingen zonder uitvoerbare beleidsmaatregelen, terwijl de handelsovereenkomst nog niet schriftelijk is vastgelegd.
De meningen in dit artikel zijn die van de auteur en weerspiegelen niet per se de opvattingen van The Epoch Times.
Gepubliceerd door The Epoch Times (6 november 2025): Neither Beijing’s New Economic Plan nor Trade Truce With US Can Save China’s Economy





