Commentaar
De toenemende invloed van de Chinese Communistische Partij (CCP) op Interpol, en de keuze voor Hongkong als locatie voor de Algemene Vergadering, roepen grote zorgen op. Er bestaat vrees dat de organisatie wordt ingezet om critici op te sporen en politieke onderdrukking wereldwijd te rechtvaardigen.
Hongkong zal in 2026 gastheer zijn van de 94e Algemene Vergadering van Interpol. Het is de eerste keer dat deze bijeenkomst daar plaatsvindt en de derde keer in China. Eerder werd de Algemene Vergadering gehouden in Peking, in 1995 en 2017.
Ben Keith, advocaat bij 5 St. Andrew’s Hill Chambers in Londen en specialist op het gebied van Red Notices, zei:“Een van de meest onderdrukkende regimes ter wereld, en tegelijk een van de grootste misbruikers van Red Notices, organiseert nu de Algemene Vergadering.”
Red Notices zijn een instrument van Interpol waarmee lidstaten wordt gevraagd personen op te sporen en voorlopig aan te houden met het oog op uitlevering of een vergelijkbare juridische procedure.
In 2024 publiceerde Interpol 15.548 Red Notices en zogeheten diffusions. In totaal werden 2.462 meldingen afgewezen, waarvan 305 omdat ze in strijd waren met de grondwet van Interpol. Daarin staat dat de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties moet worden gerespecteerd.
In 2025 liep het aantal afwijzingen verder op tot 2.550. In 558 gevallen ging het om zorgen over mensenrechten. Die stijging laat zien dat de bezorgdheid over politiek misbruik van het Interpol-systeem toeneemt.
Dit speelt wanneer een overheid bij Interpol een verzoek indient en iemand beschuldigt van een ‘gewoon’ misdrijf, zoals fraude, corruptie of terrorisme, terwijl er in werkelijkheid politieke motieven achter zitten. Wordt zo’n verzoek goedgekeurd, dan kan die persoon bij een grensovergang in elk van de 196 lidstaten worden aangehouden. Zelfs als de signalering later wordt ingetrokken, kan het kwaad dan al geschied zijn: iemand kan al zijn opgepakt, problemen hebben gekregen met reizen, zijn baan zijn kwijtgeraakt of zelfs zijn uitgezet naar het land dat het verzoek heeft gedaan.
Rusland en China worden steevast genoemd als landen die het vaakst misbruik maken van deze procedure. Tot de gebruikelijke doelwitten behoren oppositiepolitici in ballingschap, journalisten die voor vervolging zijn gevlucht, religieuze minderheden zoals Oeigoeren en Falun Gong-aanhangers, zakenmensen die verstrikt zijn geraakt in politieke conflicten, en activisten uit etnische diasporagemeenschappen.
Volgens de eigen regels van Interpol zijn signaleringen met een politiek, militair, religieus of racistisch karakter niet toegestaan, en elk jaar worden er om die reden honderden afgewezen. Critici vinden echter dat die controle tekortschiet. Volgens hen heeft Interpol onvoldoende mogelijkheden om bij elk verzoek goed te onderzoeken wat de werkelijke motieven zijn. Daardoor kan zelfs een onterechte signalering die maar korte tijd actief is, al grote schade aanrichten voordat zij wordt ingetrokken.

In januari zei de politiecommissaris van Hongkong, Joe Chow Yat-ming, dat het evenement een kans is om “positieve verhalen over China, Hongkong en het [Hongkongse] politiekorps te laten zien.” Hongkong, dat inmiddels onder de door Peking opgelegde Nationale Veiligheidswet valt, wordt echter gezien als een van de gebieden die het internationale mensenrechtenrecht het meest schenden, met name door het oppakken van demonstranten en critici.
Tussen 9 juni 2019 en maart 2024 zijn volgens overheidscijfers, waar Human Rights Watch naar verwijst, in totaal 10.279 mensen aangehouden in verband met protesten. Van hen zijn 2.910 personen daadwerkelijk vervolgd en 1.475 veroordeeld.
De Nationale Veiligheidswet trad op 30 juni 2020 in werking en werd in maart 2024 uitgebreid met een aanvullende veiligheidswet. Op 23 juni 2025 liet de regeringsleider van Hongkong, John Lee, weten dat sinds 2020 in totaal 332 mensen zijn opgepakt op grond van deze wetten, van wie er 165 zijn veroordeeld.
Het aandeel veroordelingen ligt opvallend hoog. Volgens Amnesty International was in juni 2025 ongeveer 91 procent van de aangeklaagden onder de veiligheidswetgeving ook daadwerkelijk veroordeeld. In bijna 90 procent van de zaken werd geen borgtocht toegestaan. Verdachten die geen borgtocht kregen, zaten gemiddeld 11 maanden vast in afwachting van hun proces.
Op 9 februari 2026 werd de pro-democratische mediamagnaat Jimmy Lai door een rechtbank in Hongkong veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf op basis van de Nationale Veiligheidswet. Daarmee kwam een einde aan de meest spraakmakende veiligheidszaak van de stad, die bijna vijf jaar had geduurd.
Hongkong richt zich ook steeds vaker op activisten in het buitenland. In december 2024 maakte de Hongkongse politie bekend dat er nieuwe arrestatiebevelen waren uitgevaardigd en beloningen van meer dan 127.000 dollar per persoon waren uitgeloofd voor zes pro-democratische activisten die in het buitenland verblijven. Daarnaast werden de paspoorten van zeven activisten ongeldig verklaard, van wie sommigen in de Verenigde Staten wonen. In juli 2025 veroordeelde de Europese Unie deze internationale arrestatiebevelen van de Hongkongse autoriteiten scherp. Ze waren gericht tegen 15 pro-democratische activisten, onder wie voor het eerst ook een EU-burger.
Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken noemde deze acties in juli 2025 ronduit zorgwekkend: “Het over de grens aanpakken van Hongkongers die gebruikmaken van hun fundamentele vrijheden is een vorm van grensoverschrijdende onderdrukking.”
Naast deze arrestatiebevelen voeren de Hongkongse autoriteiten ook de druk op familieleden van gezochte activisten op. Zo werd in april 2025 de vader van de in de Verenigde Staten wonende activist Anna Kwok aangehouden. Het was de eerste keer dat een familielid van een gevluchte dissident strafrechtelijk werd vervolgd.
Ook via Interpol speelt dit probleem. Uit een tien maanden durend onderzoek van het International Consortium of Investigative Journalists blijkt dat Chinese en Hongkongse autoriteiten Red Notices inzetten om critici van het regime, invloedrijke zakenmensen en leden van vervolgde religieuze minderheden op te sporen die naar het buitenland zijn uitgeweken.
In een opvallende wending verdween Meng Hongwei, die van 2016 tot 2018 president van Interpol was, plotseling van de radar. In oktober 2018 werd bekend dat hij was afgetreden, terwijl hij inmiddels in het geheim was opgepakt door de Chinese autoriteiten op verdenking van omkoping. Op 21 januari 2020 werd hij veroordeeld tot 13,5 jaar gevangenisstraf.
Zijn benoeming in 2016 werd gezien als een succes voor China, dat meer invloed wilde binnen internationale organisaties. Tegenstanders vreesden dat hij zou worden ingezet om gevluchte critici op te sporen. In plaats daarvan bleef het stil. Het laatste teken van leven bestond uit twee sms-berichten die hij op 25 september 2018 vanuit Peking verstuurde: eerst “wacht op mijn telefoontje”, en vier minuten later een mes-emoji, vermoedelijk als waarschuwing dat hij in gevaar was.
Zijn vrouw, Grace Meng, die later asiel kreeg in Frankrijk, stelde dat Interpol zijn gedwongen vertrek te gemakkelijk heeft geaccepteerd. Volgens haar heeft dat autoritaire regimes juist in de kaart gespeeld: “Kan iemand die spoorloos is verdwenen uit eigen wil ontslag nemen? Kan een politieorganisatie zomaar wegkijken bij zo’n duidelijk misdrijf?”
Dat de Algemene Vergadering in Hongkong wordt gehouden—een plek waar autoriteiten actief achter critici aan gaan, ook in het buitenland, en arrestatiebevelen uitvaardigen tegen activisten in ballingschap—geeft volgens critici een verkeerd signaal. Het wekt de indruk dat Interpol gebruikt kan worden om politieke tegenstanders aan te pakken.
De opvattingen in dit artikel zijn die van de auteur en komen niet per se overeen met die van The Epoch Times.
Gepubliceerd door The Epoch Times (10 april 2026): Interpol at Risk: CCP Influence and the Abuse of Red Notices





