20 augustus 2026
Voorzitter van de parlementaire fractie Rassemblement National (RN) Marine Le Pen. Boulogne-Billancourt, 31 maart 2025. Foto door THOMAS SAMSON/POOL/AFP via Getty Images

Het vonnis van Le Pen: de beweegredenen, de kritiek en de politiek

Marine Le Pen mag zich vijf jaar lang niet verkiesbaar stellen, wat bij sommige conservatieven en sympathisanten beschuldigingen van wetsovertredingen oproept.

Nieuwsanalyse

Een uitspraak van het Parijse Strafhof op 31 maart leidde tot heftige reacties binnen de Franse politieke arena. Marine Le Pen, een prominente rechtse nationaliste en drievoudig presidentskandidaat, werd veroordeeld in een langlopende zaak met betrekking tot het gebruik van fondsen van het Europees Parlement om assistenten van haar partij te betalen. De uitspraak verbiedt haar mee te doen aan de presidentsverkiezingen van 2027.

Voor het eerst sinds 1981 zou de naam Le Pen helemaal van het stembiljet kunnen verdwijnen.

De uitspraak van de rechtbank in Parijs tegen Marine Le Pen weerklonk tot ver buiten de Franse grenzen en leidde tot internationale kritiek van prominente conservatieve leiders, waaronder de Hongaarse premier Viktor Orbán, de Italiaanse premier Giorgia Meloni en de Amerikaanse president Donald Trump.

Trump, schreef op zijn social media platform Truth Social op 4 april, “bevrijd Marine Le Pen!” in hoofdletters.

Het middelpunt van de zaak is het gebruik van fondsen van het Europees Parlement om personeel te betalen dat tegelijkertijd werkte voor leden van het Europees Parlement en voor de partij Rassemblement National (RN) zelf. De rechtbank noemde dit verduistering, hoewel ze erkenden dat er geen sprake was van persoonlijke verrijking.

Le Pen en 21 medegedaagden werden veroordeeld door de rechtbank. Ze werd veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf – twee daarvan voorwaardelijk – die ze buiten de gevangenis onder elektronisch toezicht moet uitzitten, samen met een verbod van vijf jaar om een openbaar ambt te bekleden, met onmiddellijke ingang.

Le Pen veroordeelde de uitspraak als politiek gemotiveerd. Op het Franse televisienet TF1 zei ze dezelfde avond: “De rechtsstaat is volledig geschonden.”

De volgende dag ging ze nog verder en noemde de beslissing “een kernbom” die bedoeld was om haar kandidatuur van de kaart te vegen.

Jordan Bardella, de voorzitter van Rassemblement National, noemde het de “tirannie van de rode rechters”. Zowel Bardella als Le Pen zeggen dat het in deze zaak niet gaat om verduistering, maar eerder om een “administratief meningsverschil”.

De rechtbank verwierp dat verweer en stelde dat “dit geen kwestie was van administratieve fouten of een misverstand bij de parlementsleden over verwarrende Europese regels.”

Louis Aliot, eerste vicevoorzitter van Rassemblement National, en Wallerand de Saint-Just, voormalig penningmeester van de partij, beide medegedaagden, zeiden dat ze bij de verdediging van Le Pen blijven.

“Dit is geen verduistering; het is een administratief geschil,” zei Aliot tegen The Epoch Times. “Als het Europees Parlement ons duidelijk had gezegd: ‘Dit mag je niet doen’, dan hadden we natuurlijk anders gehandeld.”

Aliot zei dat de regels voor parlementaire medewerkers in acht zittingsperiodes herhaaldelijk waren veranderd, waardoor de grens tussen partijactiviteiten en parlementaire taken vervaagde.

“Alle andere politieke partijen hebben de afgelopen decennia hetzelfde gedaan,” voegde hij eraan toe. “De rechtbank had daar rekening mee moeten houden. Dat heeft ze niet gedaan.”

De rechters van hun kant verwierpen de suggestie van de beklaagden dat ze ’te goeder trouw’ hebben gehandeld. In hun vonnis concludeerden ze dat Rassemblement National zich schuldig had gemaakt aan “verduistering binnen een systeem dat was opgezet om de financiële lasten van de partij te verlichten”. De gedaagden gingen tegen dit vonnis in beroep.

Deelnemers staan voor posters tijdens een bijeenkomst ter ondersteuning van Marine Le Pen, voorzitter van de nationale parlementaire fractie van het Rassemblement National, nadat ze werd veroordeeld voor een nep-banenplan in het EU-parlement, in Marseille op 5 april 2025. Clement Mahoudeau/AFP via Getty Images

Bayrou ‘verontrust’

Afgezien van de inhoud van de zaak zelf, draait de meest controversiële kwestie in Frankrijk om de beslissing van de rechtbank om Le Pen onmiddellijk onverkiesbaar te maken voor openbare ambten door middel van een maatregel die bekend staat als exécution provisoire (voorlopige tenuitvoerlegging). De uitspraak, die haar verbiedt om mee te doen aan de presidentsverkiezingen van 2027 voordat de beroepsprocedure is afgerond, wordt, vooral door de rechtse kant, gezien als politiek gemotiveerd.

Over de hele linie van Frans rechts hebben politieke figuren, van Éric Zemmour (Reconquête) en Éric Ciotti (UDR) tot Laurent Wauquiez (Les Républicains), hun sterke verontwaardiging geuit over de beslissing om het vonnis provisorisch toe te passen.

“Het is niet aan rechters om te beslissen op wie de mensen moeten stemmen,” zei Zemmour in een bericht op sociale media op 31 maart. “Ik betreur het dat politici zulke buitensporige macht aan het gerechtelijk apparaat hebben gegeven. Alles zal moeten veranderen.”

Aan de kant van de huidige Franse regering, uitte de Franse premier François Bayrou zijn ongenoegen door te zeggen dat hij “verontrust” was door de beslissing van het hof. Bayrou en zijn partij, ‘Mouvement Démocrate’ (MoDem), zijn betrokken bij een soortgelijke zaak. Op 5 februari sprak de Parijse rechtbank de voorzitter van MoDem vrij op grond van een “gebrek aan bewijs”. Het Openbaar Ministerie is sindsdien in beroep gegaan tegen de uitspraak.

Tegen de leider van de extreem-linkse partij ‘La France insoumise’, Jean-Luc Mélenchon, loopt ook een onderzoek voor vermeend misbruik van fondsen voor parlementaire assistenten van de EU.

Bayrou’s zorgen vonden geen weerklank binnen het politieke kamp van de Franse president Emmanuel Macron.

“Wanneer een gekozen functionaris wordt veroordeeld voor het verduisteren van openbare fondsen, is onverkiesbaarheid automatisch. Dat is de wet. Wanneer er een risico op recidive is (wat het geval is wanneer de beklaagde ontkent de overtreding te hebben begaan), wordt voorlopige tenuitvoerlegging bevolen. Dat is de wet,” schreef wetgever Sacha Houlié op X.

De opmerkingen van Bayrou werden ook scherp bekritiseerd door de leider van de Socialistische Partij, Olivier Faure, die zei “verontrust te zijn door de verstoring van de premier” en betreurde dat “respect voor de wet, de rechtsstaat en de scheiding der machten niet langer op de agenda van de regering staan”.

Paul Cassia, professor in de rechten en voorzitter van de Franse anti-corruptievereniging Anticor, was dezelfde mening toegedaan. In een opiniestuk voor Le Monde stelde hij dat de rechtbank de “proportionele aard” van haar beslissing rechtvaardigde. Hij zei ook dat een presidentskandidatuur “op zichzelf geen voorrecht of totem van immuniteit kan vormen…behalve indien het principe van gelijke behandeling voor de wet genegeerd wordt.”

Sommige juristen betwisten deze interpretatie. Zij stellen dat de beslissing van de rechtbank in strijd is met het vermoeden van onschuld, vastgelegd in artikel 9 van de Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger uit 1789. Volgens de Franse wet worden burgerrechten pas ingetrokken als alle beroepsmogelijkheden zijn uitgeput. Le Pen, merken ze op, blijft de voornaamste uitdager in de presidentsverkiezingen van 2027, waardoor de onmiddellijke toepassing van onverkiesbaarheid bijzonder consequent en, in hun ogen, onevenredig is.

Critici wijzen ook op een vermeende dubbele standaard. Ze beweren dat veel van degenen die zich nu beroepen op het principe van gelijkheid voor de wet dezelfde stemmen zijn die typisch pleiten voor de individualisering van straffen, een sleutelbegrip in het Franse strafrecht dat vaak wordt gebruikt om vonnissen te rechtvaardigen die, vooral door de rechtse kant, als mild worden gezien in zaken van onveiligheid en stedelijk geweld. Dit principe vereist dat straffen worden aangepast aan de individuele omstandigheden van de dader in plaats van mechanisch te worden toegepast.

Om de versnelde uitvoering van de onverkiesbaarheid van Le Pen te rechtvaardigen, beriep de rechtbank zich op de wet Sapin II, die in december 2016 werd aangenomen en die automatische onverkiesbaarheid voorschrijft voor degenen die zijn veroordeeld voor misbruik van openbare middelen. De gebeurtenissen in kwestie vonden plaats tussen 2004 en begin 2016, voordat de wet werd aangenomen.

Omdat de rechters zich juridisch niet konden baseren op de Sapin II-wet zelf, baseerden ze hun beslissing in plaats daarvan op al bestaande Franse wetgeving, die in dergelijke gevallen onverkiesbaarheid toestaat wanneer dat gerechtvaardigd is. Om de voorlopige handhaving te ondersteunen, haalde de rechtbank twee controversiële argumenten aan.

Argument ‘risico op recidivisme’

De eerste rechtvaardiging die de rechtbank aanvoerde voor de voorlopige handhaving van de onverkiesbaarheid van Le Pen was het “systeem van verdediging” van de beklaagden, dat werd geïnterpreteerd als bewijs van een potentieel “recidivegevaar”. Met andere woorden, de weigering van Le Pen om schuld te bekennen en haar beslissing om de aanklacht aan te vechten werden gezien als tekenen dat ze in herhaling zou kunnen vallen.

“Omdat ze hebben geweigerd om enige schuld te erkennen…is het volkomen legitiem om te overwegen dat ze heel goed zouden kunnen recidiveren, vooral als ze morgen de hoogste functies in het land zouden bekleden,” vertelde Julien Boudon, hoogleraar publiekrecht aan de Paris-Saclay Universiteit, aan Le Monde.

Critici zijn het daar niet mee eens. In een gesprek met The Epoch Times merkte rechtsgeleerde Ghislain Benhessa, docent aan de Universiteit van Straatsburg op, dat de rechtbank het verzet van Rassemblement National tegen de Europese Unie, en in het bijzonder tegen de waarden van de rechtsstaat die door de EU worden gepromoot, als verzwarende factor heeft beschouwd.

“Maar Marine Le Pen heeft een grondwettelijk recht om zichzelf te verdedigen en de aanklacht aan te vechten,” zei hij. “Je kunt niet aan de ene kant Rassemblement National beschuldigen van het ondermijnen van de rechtsstaat en aan de andere kant haar bekritiseren voor het uitoefenen van haar wettelijke recht op verdediging.”

De Franse advocaat Pierre Gentillet, bekend om zijn conservatieve standpunten, zei dat de redenering van de rechtbank “absurd” was.

“De rechters baseerden hun beslissing op intentie in plaats van op materialiteit. En zelfs als we intentie in overweging nemen, dan werden er conclusies getrokken eenvoudigweg omdat Marine Le Pen ontkende een misdaad te hebben gepleegd,” zei Gentillet. “Op dat moment was ze zich er niet van bewust dat de acties die onder haar gezag werden ondernomen illegaal zouden kunnen zijn. En als we het hebben over het materiële risico op recidive, hoe dan? Ze is geen lid meer van het Europees Parlement, noch is ze voorzitter van Rassemblement National.”

Argument ‘risico voor de openbare democratische orde’

Ten tweede, om te beargumenteren dat hun beslissing proportioneel was, introduceerden de rechters wat sommigen beschrijven als een nieuw – en juridisch twijfelachtig – concept: “openbare democratische orde”.

Volgens het vonnis zou de kandidatuur, of uiteindelijke verkiezing van Marine Le Pen voor het presidentschap een “ernstige verstoring van de democratische openbare orde” vormen, aangezien ze “al in eerste aanleg is veroordeeld, met name tot een bijkomende straf van onverkiesbaarheid” en “later definitief kan worden veroordeeld”.

Een demonstrant met een rode Frygische pet houdt Franse nationale vlaggen vast voor de gouden koepel van Les Invalides, voorafgaand aan een rally ter ondersteuning van de voorzitter van de Rassemblement National-parlementsfractie Marine Le Pen, in Parijs op 6 april 2025. Julien de Rosa/AFP

Critici merken op dat dit concept geen wettelijke basis heeft in de Franse wetgeving.

“De rechtbank heeft het uit de lucht gegrepen,” zei Benhessa. “En het is niet de rol van een rechtbank om nieuwe jurisprudentiële doctrines uit te vinden. Die verantwoordelijkheid ligt uitsluitend bij de hoogste gerechtshoven – de Raad van State en het Hof van Cassatie – die als enige de bevoegdheid hebben om jurisprudentie te vormen in overeenstemming met de juridische doctrine en de specifieke aard van een zaak.”

Voormalig lid van de Constitutionele Raad Noëlle Lenoir sloot zich aan bij de kritiek in een opiniestuk voor Le Figaro, waarin ze ondubbelzinnig stelde dat “openbare democratische orde” een “onbekend begrip is in het wetboek van strafrecht” en dat deze rechters hun beslissingen niet baseerden op de wet.

Schending van kiezersvrijheid?

Slechts drie dagen voor de uitspraak, op 28 maart, deed de Franse Constitutionele Raad een uitspraak waarin stond dat onverkiesbaarheid alleen onmiddellijk mag worden toegepast als dit geen onevenredige inbreuk maakt op de vrijheid van kiezers.

Terwijl sommige rechtsgeleerden beweren dat de rechtbank aan die norm heeft voldaan door zich te beroepen op het risico van recidive en het concept van de “openbare democratische orde” om de evenredigheid van de voorlopige uitvoering te rechtvaardigen, zijn anderen het daar sterk mee oneens.

In een opiniestuk voor Marianne beschuldigde Jean-Éric Schoettl, voormalig secretaris-generaal van de Constitutionele Raad, de rechters ervan dat ze de richtlijnen van de Raad openlijk hebben getart.

“Ze zijn in opstand gekomen tegen de Constitutionele Raad en tegen de kiezers,” schreef hij. “De voorlopige handhaving van de onverkiesbaarheid van Marine Le Pen heeft duidelijk onevenredige gevolgen voor de vrijheid van de kiezer, omdat het miljoenen burgers berooft van hun natuurlijke kandidaat in de belangrijkste verkiezing van het land.”

Strafpleiter Maxime Thiébaut sloot zich aan bij die waarschuwing en noemde het besluit van de rechtbank een ernstige schending van de wettelijke normen.

“De rechters hebben hun uitspraak bezoedeld met illegaliteit”, zei hij tegen The Epoch Times. “Het komt neer op inmenging in het democratische proces. Welke legitimiteit heeft een rechtbank in eerste aanleg om te verklaren dat iemand ongeschikt is om zich kandidaat te stellen voor het presidentschap?”

Vermeende gerechtelijke vooringenomenheid

In hun interviews met The Epoch Times beweerden zowel Aliot als de Saint-Just ook dat de rechterlijke macht – aanklagers, onderzoeksrechters en de rechtbank – politieke vooringenomenheid vertoonde.

Ze wezen er bijvoorbeeld op dat onderzoeksrechters Claire Thépaut en Renaud Van Ruymbeke allebei aangesloten zijn bij het Syndicat de la Magistrature (Unie van de Magistratuur), een vakbond van rechters die magistraten openlijk heeft opgeroepen om zich te verzetten tegen de opkomst van Rassemblement National in de aanloop naar de parlementsverkiezingen van 2024.

Het Syndicat de la Magistrature reageerde op de kritiek op de beslissing van het Hof van Parijs met het argument dat beweringen over “gepolitiseerde rechtspraak” “gebaseerd zijn op veronderstellingen die grenzen aan samenzweringstheorieën”.

De onpartijdigheid van rechter Bénédicte de Perthuis, die het vonnis velde, is ook in twijfel getrokken.

De controverse werd verder aangewakkerd toen deze week bleek dat rechter de Perthuis in 2020 de groene politica en voormalig magistrate Eva Joly had aangehaald als een persoonlijke inspiratiebron.

Rémy Heitz, procureur-generaal bij het Franse Hof van Cassatie, zei op de commerciële radiozender RTL dat hij het opnam tegen deze kritiek en dat dit besluit het resultaat is van een “eerlijk proces” en dat het niet is uitgesproken door één, maar door “een panel van drie onafhankelijke, onpartijdige rechters”.

Race tegen de klok

Op 1 april kondigde het Parijse Hof van Beroep aan dat het de zaak van Le Pen versneld zou behandelen.

Normaal gesproken neemt een beroep van deze aard tussen de 18 en 24 maanden in beslag, wat zou betekenen dat Le Pen sowieso zou uitgesloten zijn van de presidentsrace van 2027. In een ongebruikelijke stap heeft het hof aangekondigd dat het van plan is om voor de zomer van 2026 een uitspraak te doen.

Benhessa erkende het uitzonderlijke karakter van de beslissing.

“Dit is hoogst ongebruikelijk,” zei hij. “Gezien de mediastorm rond de uitspraak in eerste aanleg, denk ik dat het Hof van Beroep het vuur probeert te doven. Wat opvalt is dat ze niet zomaar een hoorzitting plannen: ze houden zich aan een deadline.”

De hoofdgevel van het Parijse gerechtsgebouw (Palais de Justice), waarin het Parijse Hof van Beroep is gevestigd, in Parijs, Frankrijk, op 2 maart 2025. Milani/Hans Lucas via AFP/Getty Images

Het Hof van Beroep in Parijs weigerde publiekelijk commentaar te geven op de beslissing.

Binnen het Rassemblement National wordt de aankondiging gezien als een stilzwijgende erkenning dat de oorspronkelijke uitspraak buitensporig was.

“Dit is heel goed nieuws en ik zie het als een teken van de onrust die de uitspraak heeft veroorzaakt,” zei Le Pen.

“Dit laat zien dat het eigenlijk net de beslissing van de lagere rechtbank is die de openbare orde verstoort. Het Hof van Beroep heeft dit nog nooit eerder voor iemand gedaan,” zei Aliot tegen The Epoch Times.

Het versnelde tijdschema moet niet worden geïnterpreteerd als een “afwijzing” van het vonnis van de lagere rechtbank, vertelde de Parijse hoofdaanklager Marie-Suzanne Le Quéau aan Agence France-Presse.

Buiten de grenzen van Frankrijk zal het beroep nauwlettend in de gaten worden gehouden, vooral door conservatieven en door de Trump-regering, die zich zorgen maken dat het gebruik van ‘lawfare’ of ‘juridische oorlogsvoering (het aanspannen van juridische procedures om politieke tegenstanders, journalisten enz. te bestrijden of te intimideren) in Europa toeneemt en de vrijheid van meningsuiting afneemt.

In een uitgebreid bericht op sociale media vergeleek Trump de situatie van Le Pen met zijn eigen juridische gevechten.

“De heksenjacht op Marine Le Pen is weer een voorbeeld van Europese linkse partijen die lawfare (juridische oorlogsvoering) gebruiken om het vrije woord het zwijgen op te leggen en hun politieke tegenstanders te censureren….Het is hetzelfde draaiboek dat ze tegen mij gebruikten,” schreef hij.

“Ik ken Marine Le Pen niet, maar ik waardeer hoe hard ze zoveel jaren heeft gewerkt. Ze leed verliezen, maar bleef doorgaan, en nu, vlak voor wat een grote overwinning zou zijn, pakken ze haar op een kleine aanklacht waar ze waarschijnlijk niets vanaf wist – klinkt voor mij als een ‘boekhoudkundige’ fout. Het is allemaal zeer slecht voor Frankrijk en het grote Franse volk, ongeacht aan welke kant ze staan.”

In een toespraak in München afgelopen februari waarschuwde de Amerikaanse vicepresident JD Vance dat hij “zich zorgen maakt over het feit dat Europa enkele van zijn meest fundamentele waarden los laat, waarden die worden gedeeld met de Verenigde Staten van Amerika“. Ook hij nam het nu op voor Le Pen.

“De Europeanen zijn absoluut, 100 procent onze vrienden,” vertelde Vance op 3 april aan Newsmax. “Maar die relatie zal onder druk komen te staan en op de proef worden gesteld als ze blijven proberen om oppositieleiders in de gevangenis te gooien.”

Gepubliceerd door The Epoch Times (7 april 2025): Le Pen Verdict: The Rationale, the Criticisms, and the Politics