Tuesday, 05 Mar 2024
(Illustratie door The Epoch Times, Getty Images)

Smeltend poolijs is volgens de VN een belangrijke indicator van klimaatverandering – maar het smelt niet

Klimaatbeleid gebaseerd op een veronderstelde relatie tussen CO2 en het Arctische zee-ijs is problematisch, zeggen wetenschappers.

Het is slecht nieuws voor ijsberen, zo meldt het meest recente evaluatierapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), een organisatie van de Verenigde Naties.

Door de toenemende uitstoot van koolstofdioxide (CO2) en andere broeikasgassen voorspellen modellen en simulaties dat er tegen september 2050 geen ijs meer zal zijn in het Noordpoolgebied.

“We voorspellen dat het noordpoolgebied in september in alle scenario’s ijsvrij zal zijn”, staat in een wetenschappelijk verslag over de bevindingen van het IPCC.

“Deze resultaten benadrukken de ingrijpende gevolgen van broeikasgasemissies op het Noordpoolgebied.”

Een soortgelijke voorspelling werd gedaan in 2013, maar toen was de voorspelling dat er rond 2033 geen ijs meer zou zijn.

“Alle klimaatmodellen voorspellen een ijsvrije zomer binnen ongeveer 20 jaar,” zei Ron Kwok, een senior onderzoekswetenschapper bij NASA’s Jet Propulsion Laboratory in juli 2013. “Het is niet zo ver weg.”

Een nieuw verslag van Allan Astrup Jensen, onderzoeksdirecteur en CEO van het Nordic Institute of Product Sustainability and Environmental Chemistry and Toxicology in Denemarken, laat echter zien dat van september 2007 tot september 2023 de afname van het Arctische zee-ijs bijna nul is.

“De feiten zijn dat de omvang van het Arctische zee-ijs, dat sinds 1978 door satellieten wordt gemeten, jaarlijkse variaties vertoont, en dat het ijs van 1997 tot 2007 aanzienlijk is afgenomen. Voor die periode, van 1978 tot 1996, was de neerwaartse trend echter minimaal, en in de laatste 17 jaar, van 2007 tot 2023, is de neerwaartse trend ook ongeveer nul,” aldus het verslag.

“Daarom zijn er geen aanwijzingen dat het zomerijs van de Noordelijke IJszee zoals voorspeld in één of twee decennia volledig zal verdwijnen.”

Dhr. Jensen vertelde aan The Epoch Times dat het IPCC en andere organisaties “de mogelijkheid uitsluiten dat de omvang van het zee-ijs in de toekomst toeneemt en zelfs niveaus van vóór 1996 bereikt”.

“Dat komt omdat ze geloven dat de voorspelde opwarming door stijgende CO2-niveaus in de troposfeer de drijvende kracht achter de omvang van het zee-ijs is.”

Frank Geisel is een oceaaningenieur en scheepsarchitect die met de kustwacht de ijsdikte op de Noord- en Zuidpool heeft onderzocht tijdens verschillende expedities in de jaren 1980.

Hij zei dat het problematisch is om de omvang van het zee-ijs en de ijsdikte te meten en dan te concluderen dat CO2 de oorzaak is van een afname en dat die dan moet worden beperkt.

“We kunnen niet zomaar een bevel geven en zeggen: Als we dit doen, dan zal dat gebeuren,” vertelde dhr. Geisel aan The Epoch Times. “Misschien wel. Maar misschien ook niet.”

Afvalkolen worden zonder vergunning gelost bij een staalfabriek in Binnen-Mongolië, China, op 3 november 2016. Het IPCC zegt dat de uitstoot van broeikasgassen ervoor zal zorgen dat het Noordpoolgebied in 2050 ijsvrij zal zijn. (Kevin Frayer/Getty Images)

CO2 en zee-ijs

De National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA) gebruikt NSIDC-gegevens aan het einde van het smeltseizoen, in september, om de jaarlijkse minima van het Arctische zee-ijs vast te leggen. De meting is gebaseerd op de omvang van het zee-ijs, de vierkante kilometer ijs die de Noordelijke IJszee bedekt gedurende een bepaalde periode.

In september 1979 rapporteerde NOAA dat het jaarlijkse minimum van het Arctische zee-ijs 2,72 miljoen vierkante mijl bedroeg. Op datzelfde moment was de CO2-concentratie 337,1 deeltjes per miljoen (ppm), volgens The Nature Conservancy.

Bijna 20 jaar later, in 1996, waren de CO2-concentraties gestegen tot 362,58 ppm en het jaarlijkse minimum van het Noordpoolijs in september was gestegen tot 2,93 miljoen vierkante mijl.

Na 1996 nam de omvang van het zee-ijs af tot 2007, waarbij de grootste daling plaatsvond tussen 2006 en 2007 – van 2,26 miljoen vierkante mijl in 2006 tot 1,65 miljoen vierkante mijl in 2007. De CO2-concentraties bedroegen 383,37 ppm.

Nadat de resultaten van 2007 bekend waren gemaakt, publiceerde de American Geophysical Union een verslag waarin werd gewaarschuwd dat het Noordpoolgebied mogelijk “op de rand staat” van een fundamentele verandering en werden beelden van uitgehongerde ijsberen die gestrand waren op drijvende ijsplaten een alledaags verschijnsel.

Ondanks het bereiken van een laagste recordwaarde in 2012, is de afname van het zee-ijs van 2007 tot 2023 bijna nul.

Mede door de afname van hun leefgebied werden ijsberen op 15 mei 2008 opgenomen in de lijst van bedreigde diersoorten onder de Endangered Species Act.

Maar de metingen over de omvang van het zee-ijs in de septembermaanden van 2008 en 2009 vertoonden een toename en ondanks het bereiken van een laagterecord in 2012, is de afname van het zee-ijs van 2007 tot 2023 vrijwel nihil.

IJsberen werden in mei 2008 opgenomen in de lijst van “bedreigde diersoorten” onder de Endangered Species Act, na een aanzienlijke daling van het ijsoppervlak op de Noordpool. (Ekaterina Anisimova/AFP via Getty Images)

In september 2023 – tijdens wat mevrouw Kapnick van de NOAA “verreweg” het warmste jaar in de 174-jarige klimaatregistratie van de NOAA noemde – bedroeg het jaarlijkse minimum van het Arctische zee-ijs 1,69 miljoen vierkante mijl, een toename van ongeveer 40.000 vierkante mijl ten opzichte van 2007. Het CO2-gehalte was 421,55 ppm in 2023.

Dhr. Jensen zei dat hij een paar jaar geleden was begonnen met het maken en posten van grafieken en diagrammen met de gegevens van NSDIC om mensen te voorzien van eenvoudige visuele voorstellingen.

“Mijn eerste diagram heb ik naar NSIDC gestuurd, maar ik kreeg geen reactie van die organisatie. Dat verbaasde me. Het heeft me ook verbaasd dat veel mensen, waaronder wetenschappers en zelfs vrienden, moeilijk te overtuigen zijn dat het zee-ijs sinds 2007 onveranderd is, hoewel ik dezelfde officiële gegevens gebruik die ook door het IPCC worden gebruikt,” zei dhr. Jensen.

“Ze zijn gehersenspoeld door de vele alarmerende nieuwsartikelen die vertellen over een afname van het Arctische zee-ijs en [door] hun grote respect voor de VN-organisatie, het IPCC.”

Dhr. Geisel zei dat hij zich zorgen maakt dat sommige wetenschappers en beleidsmakers “een zeer nauwkeurige, bijna micro-analyse gebruiken voor een zeer macro-situatie”.

“We kijken naar processen die in de loop van tientallen jaren veranderen en we proberen te begrijpen hoe we dit jaar moeten reageren”, zei dhr. Geisel.

Frank Geisel, een oceaaningenieur en scheepsarchitect, onderzoekt het zee-ijs in de Beringzee. (Met dank aan Frank Geisel)

“Als je de weersystemen in het hoge noordpoolgebied bestudeert, is er een enorm hogedruksysteem, wat welbekend is bij weerkundigen, en dat op de top van de pool zit… Dit hogedruksysteem verschuift en het is algemeen bekend dat het van positie verschuift en zo de weerpatronen verandert met een decadale frequentie – we hebben het over 10, 12 jaar.

“Dat zijn echt enorme processen op de langere termijn die onze technologie niet volledig kan begrijpen.”

Dhr. Geisel maakte de vergelijking met wetenschappers die orkanen nauwkeurig bestuderen via satellietbeelden en die nog steeds niet in staat zijn om een volledig begrip te krijgen van hoe ze zich in de nabije toekomst zullen gedragen.

“We hebben al dit beeldmateriaal en we kunnen [orkanen] heel nauwkeurig modelleren en dit tot op een schaal van ongeveer 100 meter,” zei hij.

“Maar het beperken van de gevolgen als ze aan land komen, gebeurt niet op een schaal van 100 meter. Het gebeurt op een basis van 100 mijl. Wanneer een orkaan de kust van Florida nadert, zegt de gouverneur: ‘Iedereen naar buiten! Dus staan de resoluties van deze metingen niet noodzakelijkerwijs gelijk aan verzachting of aan enig begrip van de gevolgen.”

Een satellietbeeld toont orkaan Dorian op weg naar de kust van Florida in de Atlantische Oceaan op 1 september 2019. (NOAA via Getty Images)

De gegevens in twijfel trekken

NSIDC neemt satellietmetingen van het zee-ijs en registreert waar de ijsconcentraties minstens 15 procent bedragen om de omvang van het zee-ijs te begrijpen. NOAA gebruikt vervolgens de metingen van september om de omvang van het zee-ijs na verloop van tijd uit te rekenen.

Maar de foutmarge is aanzienlijk.

“Tijdens het smelten in de zomer en het bevriezen in de herfst kan de oppervlakte 1 miljoen vierkante kilometer te laag worden ingeschat; halverwege en aan het einde van de winter, voordat het smelten begint, zal de fout aan de lage kant van de schattingen liggen”, aldus NSIDC.

Volgens NSDIC kunnen de gegevens over de oppervlakte van het zee-ijs als ze in september worden gemeten tot een miljoen vierkante kilometer afwijken vergeleken met metingen in maart, wat een kleinere foutmarge heeft.

Als we de afname van de hoeveelheid zee-ijs van 1979 tot 2023 uitzetten in een grafiek op basis van het nauwkeurigere getal van maart, dan zien we een halvering van de afname van 15.000 vierkante mijl vergeleken met de afname van 30.000 vierkante mijl in september.

Klimaatmodellen zijn slechts zo goed als de gegevens die erin worden gestopt, aldus dhr. Jensen.

“Er werd verondersteld dat de scherpe afname in de omvang van het Arctische zee-ijs vóór 2007, toen de Nobelprijs werd uitgereikt aan het IPCC en Al Gore, voor altijd zou doorgaan. In dat opzicht waren de voorspellingen eerlijk,” zei hij.

Toen het echter duidelijk werd dat de afname was gestopt, hadden ze moeten stoppen met dergelijke voorspellingen,” zei hij.

NSIDC-gegevens met trends in de omvang van het zee-ijs en gegevens van de CO2-waarde. (De Epoch Times)

“Dat was politiek gezien echter moeilijk voor hen, omdat dat de hele kwestie van klimaatverandering door CO2 in twijfel zou trekken, omdat de afname van het Noordpoolijs een belangrijk argument was geweest voor de CO2-theorie.”

Bovendien begonnen satellietbeelden van de omvang van het zee-ijs niet in 1979, ondanks dat de meeste grafieken dat als uitgangspunt gebruiken.

NASA heeft met behulp van oude satellietbeelden een ruwe schatting gemaakt van de omvang van het zee-ijs dat teruggaat tot de jaren 1960.

Dhr. Jensen wees erop dat hoewel de satellietbeelden uit de jaren 1960 niet zo nauwkeurig waren als de modellen van vandaag, ze toch een algemeen beeld geven dat niet overeenkomt met de beweringen van NOAA over de consequent afnemende omvang van het zee-ijs.

“De omvang was mogelijk lager in sommige jaren vóór 1978. De niveaus van 1978-1996 waren dus mogelijk een maximumperiode. Zo’n maximum zou zich in de toekomst opnieuw kunnen voordoen als CO2 niet de drijvende kracht achter de ijsbedekking in het noordpoolgebied is,” aldus Jensen.

Gegevens van NSIDC met trendlijnen voor metingen in maart versus septembermaanden. (The Epoch Times)

In een gearchiveerd verslag van het begin van de jaren negentig stelt het IPCC: “Sinds ongeveer 1976 varieert de omvang van het zee-ijs op het noordelijk halfrond ongeveer op een constant klimatologisch niveau, maar in 1972-1975 was de omvang van het zee-ijs aanzienlijk minder.

“Op het zuidelijk halfrond varieert de omvang van het zee-ijs sinds 1981 ook rond een constant niveau. Tussen 1973 en 1980 waren er perioden van meerdere jaren waarin de omvang van het zee-ijs op het zuidelijk halfrond aanzienlijk meer of minder was dan het niveau dat kenmerkend was voor de jaren tachtig.”

Dhr. Jensen zei dat “het duidelijk lijkt” dat veranderingen in het Antarctische zee-ijs voornamelijk worden aangedreven door El Nino en La Nina.

“Misschien zijn de Golfstroom van de Atlantische Oceaan en andere stromingen in de Stille Oceaan de belangrijkste aanjagers van het Noordpoolijs? Meer onderzoek is nodig,” zei hij.

NSIDC reageert

Toen hem werd gevraagd om commentaar te geven op het rapport van dhr. Jensen, zei de senior onderzoekswetenschapper van het NSIDC, Walt Meier, dat het “niets nieuws was en dat het geen belangrijke wetenschappelijke bevindingen bevatte”.

Een grafische weergave van de verandering in de omvang van het Arctische zee-ijs tussen september 1984 en september 2016. (NASA)

“2007 was een recordlaagte. Door 2007 als startpunt te gebruiken, kiezen we een startjaar om de trend te minimaliseren en bieden we geen wetenschappelijk bruikbare metriek van verandering. De algehele trend sinds het begin van onze consistente en continue satellietgegevens in 1979 laat een sterk dalende trend zien over een periode van 45 jaar,” vertelde dhr. Meier via e-mail aan The Epoch Times.

“De 17 jaren van 2007 tot 2023 zijn de 17 laagste jaren in het record. Een analyse van het type ijs en de ijsdikte laat een substantiële afname zien in dikte met een bijna volledige verdwijning van het oudste en dikste ijs in het Noordpoolgebied. De Arctische zee-ijsomgeving is fundamenteel veranderd sinds de jaren 1970 en 1980.”

Dhr. Meier zei dat NSICD alleen gegevens van satellietbeelden vanaf 1979 gebruikt, “omdat dit de beste langetermijngegevens zijn. Het toevoegen van eerdere gegevens kan meer context bieden, maar verandert niets aan de conclusies die gebaseerd zijn op de gegevens vanaf 1979.”

Een boot scheert door het smeltende ijs aan de westkust van Groenland op 28 augustus 2008. In het algemeen laat de 45-jarige gegevenstrend van het NSIDC zien dat de omvang van het zee-ijs op de Noordpool relatief stabiel is gebleven, waarbij het grootste deel van de afname plaatsvond tussen 1997 en 2007. (Steen Ulrik Johannessen/AFP via Getty Images)

Op de vraag waarom we geen neerwaartse trend in de omvang van het zee-ijs hebben gezien die evenredig is met de toename in CO2 ppm – als CO2 de primaire aanjager van de afname van het zee-ijs is – zei dhr. Meier: “Broeikasgasemissies beïnvloeden het zee-ijs, en het klimaat in het algemeen, als een lange-termijn ‘duim op de schaal’.

“Er is altijd variabiliteit in het klimaat, dus we verwachten ups en downs. De temperatuur op aarde stijgt niet elk jaar gestaag – andere factoren, zoals El Nino of La Nina, spelen ook een rol. Maar broeikasgassen voegen elk jaar een beetje extra ‘brandstof’ toe.”

Ondertussen, in de op twee na hoogste maandelijkse toename in 45 jaar, steeg het Arctische zee-ijs in december 2023 met 4,63 miljoen vierkante mijl, volgens het laatste verslag van het NSIDC.

De omvang van het zee-ijs nam toe met een gemiddelde van 33.700 vierkante mijl per dag, “aanzienlijk sneller dan het gemiddelde van 1981 tot 2010 van 24.700 vierkante mijl per dag,” aldus het verslag.

Gepubliceerd door The Epoch Times (6 februari 2024): UN Says Melting Arctic Ice is a Key Indicator of Climate Change—But It’s Not Melting

Hoe u ons kunt helpen om u op de hoogte te blijven houden

Epoch Times is een onafhankelijke nieuwsorganisatie die niet beïnvloed wordt door een regering, bedrijf of politieke partij. Vanaf de oprichting is Epoch Times geconfronteerd met pogingen om de waarheid te onderdrukken – vooral door de Chinese Communistische Partij. Maar we zullen niet buigen. De Nederlandstalige editie van Epoch Times biedt op dit moment geen betalende abonnementen aan en aanvaardt op dit moment geen donaties. U kan echter wel bijdragen aan de verdere groei van onze publicatie door onze artikelen te liken en te her-posten op sociale media en door uw familie, vrienden en collega’s over Epoch Times te vertellen. Deze dingen zijn echt waardevol voor ons.